Verbond of Testament

Download Verbond of Testament [PDF]

Wie let er op ?

Inleiding

Eenvoudige lezing van de Bijbel leidt tot een verrassende ontdekking. Onze Bijbels bestaan uit twee delen: het Oude en het Nieuwe Testament. In werkelijkheid vormt de Bijbel één ondeelbaar geheel. Daarin wordt een beeld geschetst van de mens in zijn volmaakte omgeving. Er wordt beschreven hoe het misging en welke oplossing God ervoor gaf en langs welke weg.

Als gevolg van de zondeval van de mens schildert de Bijbel een droevig beeld. Adam en Eva vroegen niet om een oplossing voor de door hen begane misstap. In Gen. 3:15 beloofde God ongevraagd de oplossing door de komst van een Verlosser aan te kondigen.

Later koos God een man om de vader van een volk te worden, waaruit de Verlosser zou voortkomen. De Genesis-belofte werd door God tot een eenzijdig Verbond met Abraham. Adam en Eva hebben niet aan een belofte gedacht; ook bij Abraham was de gedachte aan een Verbond niet opgekomen.

Het Oude Testament eindigt met het boek Maleachi. Het Nieuwe Testament begint met het Evangelie van Mattheüs. Hier ligt een probleem. Het Nieuwe Testament opent met het Evangelie van Mattheüs, terwijl het (Oude) Verbond met Abraham nog van kracht was. Niemand schijnt hiervoor aandacht te hebben. Het blijkt, dat het Verbond met Abraham tot ver in het Nieuwe Testament doorloopt.

De Canon

In het jaar 90 van onze jaartelling waren de Rabbijnen, die Jezus als Messias afwezen, van mening, dat God sinds 400 jaar niet meer had gesproken. Dat klopt. Daarop besloten ze met het boek Maleachi het Oude Testament af te sluiten.

Ze stonden er niet bij stil, dat God mogelijk nog niet uitgesproken was! Geïnspireerd door de Heilige Geest profeteerde Zacharias, de vader van Johannes de Doper:

    “Geloofd zij de Here,de God van Israël , want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht, en heeft ons een hoorn des heils opgericht, in het huis van David, zijn knecht, gelijk Hij gesproken heeft door de mond zijner heilige profeten van oudsher.”
Lucas 1:68-70

Zowel de Paradijsbelofte als het Verbond met Abraham kwamen ongevraagd van God. Zoals gezegd, niet eerder dan in het jaar 90 sloten de Rabbijnen de Oudtestamentische canon af. Op grond waarvan namen zij deze beslissing? Had God hen daartoe gemachtigd? En waarom op dit tijdstip?

Namen zij deze beslissing om te voorkomen, dat de Nieuwtestamentische geschriften, die toen al in omloop waren, ooit met het Oude Testament een geheel zouden vormen?

Zoals hierna wordt aangetoond, geldt het niet alleen voor het overgrote deel van de vier Evangeliën, maar wat te denken van het Boek Handelingen? Er vallen minstens 13 steden te noemen, waar de apostel Paulus niet naar de Gemeenten ging. (Handelingen 13:4-28:31)

Die bestonden toen (nog) niet. Hij ging altijd en overal naar de Synagoge. Praktisch overal werd hem de deur gewezen. Uit de mensen, die daar door zijn prediking tot geloof waren gekomen, en die met hem meegingen, ontstonden de Gemeenten.

Tijdens zijn laatste reis naar Rome hield dit proces op. Toen de Joden daar al twistend uiteengingen, sprak Paulus de veelzeggende woorden uit, dat “dit heil aan de heidenen gezonden is.” Handelingen 28:28.

Wat te denken van de Brief aan wettisch ingestelde de Galaten? Galaten 3:3, 10; 4:15-16, 21, 28-31; 5:1-10, 18, 6:12-13, 15. In dit kader trekt ook Gal. 6:2 de aandacht Het Wetticisme was nog zeer hinderlijk aanwezig.

Wat te denken van de Brief aan de Hebreeën? De Brief aan de (Messiasbelijdende) Hebreeën houdt de herinnering aan hun herkomst in zuiver Joods taalgebruik levendig. In al deze gemengde Gemeenten vormden bekeerde Joden en Heidenen samen de Gemeente.

Wellicht te gemakkelijk worden in het Nieuwe Testament de Joods-Messiasbelijdende gelovigen, de Hebreeën, over het hoofd gezien. Daar gaat het niet altijd en alleen over bekeerde Heidenen omdat het in het Nieuwe Testament staat.

Het valt te vrezen, dat het woord van Jezus aan de Samaritaanse vrouw door hedendaagse gelovigen (uit de Heidenen, de niet-Joden) verdrongen wordt:

“Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden.”
Johannes 4:22.

Dit wil natuurlijk niet zeggen, dat het Nieuwe Testament daarmee niet geldt of niet van belang voor ons is. Integendeel.

Maar het moet duidelijk zijn, dat het heil, dat God voor ons bereid heeft door Zijn instrument, het Joodse volk, tot ons gekomen is, want zei God:

“Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde.”
Jesaja 49:6

[Dit zal ten volle bewaarheid worden, wanneer Christus in de toekomst Koning zal worden over Zijn volk, en de scepter zal uitgaan vanuit Jeruzalem]

Dit werkt ten volle ook voor ons, niet-Joden, tot op vandaag door:

“Zo is de zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof.”
Galaten 3:14

Gods opdracht aan Israël is ook nu nog niet voltooid. Aan de Gemeente in Efeze schreef de apostel Paulus:

“dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.”
Efeziërs 2:12-13.

[De vraag is hier: Wie waren uitgesloten van het burgerrecht Israëls? En wie waren vreemd aan de verbonden der belofte? Waren dat niet de heidenen?]

Het gaat om de Verbonden, Oud en Nieuw. De tweedeling van Gods Woord in Oud- en Nieuw Testament is onterecht. Ja maar, zegt, iemand, God had 400 jaar lang niet gesproken. Dat is juist, maar in de lange geschiedenis van Israël heeft God meer dan eens lange tijden niet gesproken. Daardoor ontstonden geen Nieuwe Testamenten. Waarom hier dan wel?

Het Breekpunt

Niemand besteedt blijkbaar aandacht aan deze vraag. Uit het vervolg blijkt, dat deze vraag van groot belang is. Wie de door mensen bedachte tweedeling van Gods Woord aanvaardt, komt tot volkomen andere conclusies, dan wie vasthoudt aan de geldigheid van het door God ingestelde Verbond.

Onjuiste Uitgangspunten

Vele gelovigen denken, dat de Kerk de plaats van Israël heeft ingenomen. Daarbij worden Gods beloften voor Israël in geestelijke betekenis verstaan in het leven van de Kerk. Dit is onjuist juist vanwege dit misverstand.

Weer andere gelovigen beschouwen de Evangeliën, met wonderen en tekenen, als geldend voor onze tijd. Dit is eveneens onjuist vanwege hetzelfde misverstand.

Bijbellezen zonder bril

Voordat iemand aan de uitleg van Gods Woord toekomt, moet hij leren om het op de juiste manier te lezen. Wat is er gebeurd?

Verbond of Testament?

Gods Verbond met Abraham kwam niet tot een einde met de profeet Maleachi, het loopt door tot ver in het Nieuwe Testament. Vierhonderd jaar later gaat het verder bij de vader van Johannes de Doper:

“En zijn vader Zacharias werd vervuld met de heilige Geest en profeteerde, zeggende: Geloofd zij de Here, de God van Israël, want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht, en heeft ons een hoorn des heils opgericht, in het huis van David, zijn knecht, – gelijk Hij gesproken heeft door de mond zijner heilige profeten van oudsher – om ons te redden van onze vijanden en uit de hand van allen, die ons haten, om barmhartigheid te betonen aan onze vaderen en zijn heilig verbond te gedenken, de eed, die Hij zwoer aan Abraham, onze vader, dat Hij ons zou geven, zonder vreze, uit de hand der vijanden verlost, Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht, al onze dagen.”
Lucas 1:67-75

De Wet van Mozes, bleef van kracht tot het bijna-einde van de vier Evangeliën. Bijna 95% van die Evangeliën behoren inhoudelijk tot het Oude Testament:

“Want dit is het bloed van mijn Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.”
Mattheüs 26:28

Daar eindigen dan ook de Levitische offers.

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”
Johannes 19:30

Wat was volbracht ? De belofte aan Adam en Eva werd hiermee, langs de weg van Gods Verbond met Abraham, vervuld:

“Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.”
Mattheüs 5:17-18

Dit is wat de in het Paradijs beloofde Verlosser deed. Maar het einde van de Wet van Mozes betekende niet het einde van Gods Verbond met Abraham.

De beloften van zegen voor Israël en het bezit van het land, bleven tot op vandaag van kracht. Eeuwen eerder had Jeremia geprofeteerd:

 “Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een Nieuw Verbond sluiten zal. Niet zoals het Verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn Verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des Heren. Maar dít is het Verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”
Jeremia 31:31-33

Voordat de Levitische offers van de Wet van Mozes op het kruis een einde vonden, had de Here Jezus met de instelling van het Laatste Avondmaal het Nieuwe Verbond reeds ingesteld. Tot tweemaal toe kwalificeert de Hebreeënbrief dit Verbond als een beter Verbond:

“De Here heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt priester in eeuwigheid – in zoverre is Jezus ook van een beter Verbond borg geworden.”
Hebreeën 7:21-22;

en:

“Nu echter heeft Hij een zoveel verhevener dienst verkregen, als Hij de middelaar is van een beter Verbond, waarvan de rechtskracht op betere beloften berust. Want indien dat eerste onberispelijk ware geweest, zou er geen plaats gezocht zijn voor een tweede.” Hebreeën 8:6-7

Het begin van het Nieuwe Verbond werd wereldwijd duidelijk op de Pinksterdag:

“En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want eenieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen dan eenieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen? Maar anderen zeiden spottend: Zij hebben te veel zoete wijn gehad! Maar Petrus stond met de elven op, en hij verhief zijn stem en sprak hen toe: Gij Joden en allen, die te Jeruzalem woonachtig zijt, dit zij u bekend en neemt mijn woorden ter ore. Want deze mensen zijn niet dronken, zoals gij veronderstelt, want het is het derde uur van de dag; maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt. En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden.”
Handelingen 2:2-21

De voltooide vervulling van Joëls eerdere profetie gaat veel verder dan de Pinksterdag zoals volgt uit het veel betekenende “daarna” in Joël 2.28

“Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. En het zal geschieden, dat ieder die de naam des Heren aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de Here gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de Here zal roepen.”
Joël 2:28-32

Het uitgestelde Koninkrijk

Tijdens Zijn aardse bediening kondigde de Heer Jezus Gods Koninkrijk aan. De wonderen en tekenen, die de Heer deed demonstreerden en bevestigden de waarheid van Zijn woorden.

Maar de priesters, Schriftgeleerden en Farizeeën (h)erkenden de Here Jezus niet als Gods Messias. Door de Messias te verwerpen, verwierpen zij het Koninkrijk. Bij zijn toespraak tot het volk in de Tempel, deed Petrus opnieuw de oproep:

“Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher.”
Handelingen 3:19-21.

Hieruit blijkt, dat God nog niet klaar was met Israël. Het valt buiten het kader van deze studie in te gaan op de wederoprichting aller dingen in te gaan, onderwerp van een afzonderlijke studie.

Gedurende 40 dagen na de Opstanding heeft de Heer met Zijn discipelen over dat Koninkrijk gesproken. Daarom moet de vraag, die de discipelen op de Hemelvaartsdag stelden, niemand verbazen. Het was het logische gevolg van wat zij dagen achtereen hadden gehoord.

“Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zei tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft.”
Handelingen 1:6.

De Heer zei niet “nee,” maar impliciet “niet nú.” De verwerping van het Koninkrijk leidde tot een interim, een tussentijd, ingelast; de bedeling van de Heilige Geest, het begin van de Gemeente. Uitstel betekent geen afstel.

Tot het bijna-einde van de Evangeliën was het Oude Verbond van kracht. De verkondiging en de boodschappen in de Evangeliën behoren tot bijna 95% tot het Oude Verbond.

De verwarring over de Evangeliën ontstaat, omdat ze in het Nieuwe Testament staan. Maar, in plaats van aan de Gemeente, was hun inhoud aan het adres van Israël gericht. In die tijd bestond de Gemeente immers niet. Feitelijk begint het Nieuwe Testament praktisch niet voor Matth. 26:28; Marc. 14:24; Luc. 22:20 en Joh. 19:30. Dit wordt door de apostel Paulus in 1 Cor. 11:25 en 2 Cor. 3:6 bevestigd.

Daarom worden door mensen aangebrachte scheiding tussen Oud- en Nieuw Testament, tussen Maleachie. 4:6 en Mattheüs 1:1, de gelovigen op het verkeerde been gezet. Dit staat een juist begrip van de profetie in de weg.

Men zou moeten spreken vanuit het door God Zelf gegeven Oude- en Nieuwe Verbond en niet vanuit het door mensen bedachte Oud- en Nieuw Testament.

De verwarring van Verbond en Testament

De lege bladzijden tussen de beide Testamenten leiden tot misverstand. Ze neigen ertoe iemand de indruk te geven, dat het Oude Testament voor de Joden, en het Nieuwe voor de Christenen is. Dit is een ernstige vergissing. Op grond daarvan begaan gelovigen een fout, die denken, dat de Evangeliën stuk voor stuk het model voor de Kerk van vandaag toegepast moeten worden. Vol vuur beloofde een prediker voor een grote gemeente:

“Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.”
Jeremia 29:11

Een belofte voor Israël in ballingschap werd, een op een, toegepast op de gemeente. Dit is een ernstige vergissing, die tot verkeerde handelingen in het geloofsleven leidt.

Met de verwerping van de Messias en Zijn Koninkrijk, kwamen de wonderen en tekenen, die daarvan het bewijs waren, niet langer, of op dezelfde manier, even vaak voor. Dit betekent niet, dat Hij veranderd is.

“Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.”
Hebreeën 13:8

Gods Plan voor de eeuwen

Gods handelen is niet hetzelfde in alle eeuwen.

Het ontstaan van de Gemeente

Voor God verder ging met Israël, sinds het de Messias verwierp, ontstond de Gemeente, bestaande uit Joden en Jodengenoten met als aanvulling:

“Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder.”
Johannes 10:16

Het herstel van Israël

De nog niet vervulde profetie luidt:

“Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds, opdat zij beërven de rest van Edom en van al de volken over wie mijn naam is uitgeroepen, luidt het woord van de HERE, die dit doet.”
Amos 9:11-12

en :

“Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David wederopbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik wederopbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”
Handelingen 15:16-18

Waarschuwing voor de Gemeente uit de Heidenen

“Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem. Zij zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil. Want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk.”
Romeinen 11:25-29

Herinnering

De Samaritaanse vrouw uit Johannes 4:7vv. behoorde niet tot Israël. Als gelovigen uit de Heidenen, d.w.z. niet-Joden, bevinden wij ons in dezelfde positie. De Here Jezus zei tot haar:

“Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden,”
Johannes 4:22

Zowel Jood als Heiden, d.w.z. niet-Jood, kunnen uitsluitend en alleen door wedergeboorte en bekering, door het belijden van de Heer Jezus als Heer en Heiland, behouden worden, en met hen één in de verloste gemeenschap worden:

“Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot een lichaam verbonden. weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.”
Efeziërs 2:14-16.

“Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij zijt immers één in Christus. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.”
Galaten 3:28-29.

Zo gaat Gods plan in vervulling:

“Abraham immers zal voorzeker tot een groot en machtig volk worden en met hem zullen alle volken der aarde gezegend worden. “
Genesis 18:18

Want:

“Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder.”
Johannes 10:16

Het gaat er om wie het laatste woord heeft. De tweedeling van Oud- en Nieuw Testament of het door God soeverein ingestelde Oude en Nieuwe Verbond? Het Oude en Nieuwe Verbond en het Oude en Nieuwe Testament lopen nadrukkelijk niet parallel. Wie let er op?

Het gaat niet om het gelijk of theologische discussies, maar om vergaande gevolgen voor het geloofsleven van de Christen. Gods plan met Israël tot zegen voor de mensheid is nog lang niet voltooid.

Veel profetieën wachten nog op vervulling. Die zullen niet geestelijk maar letterlijk vervuld worden.

Amen.

Download Verbond of Testament [PDF]

Bijbelstudie: Gods Woord

Schriftlezing: Galaten 1:1-12

Oorsprong en geadresseerden

De oorsprong en de geadresseerden van Gods Woord. Exodus 24:12. Let op wanneer het Woord gegeven werd en voor wie het bestemd was. De voorzegging van de profeet, die in de verre toekomst spreken zal. Deut. 18:16-18

Ontwikkeling in de geschiedenis

Vele eeuwen later herinnert Asaf Israël aan Gods woorden voor komende generaties. Ps. 78:1-8. Wat was de waarschuwing van de profeet voor het volk Israël? Jes. 8:20. Waarop beriep de Here Jezus zich toen Hij verzocht werd en met welk gevolg? Matth. 4:4, 7 en 10. Wat levert onderzoek van Gods Woord op? Joh. 5:39. Aan welke profetie herinnerde Petrus de discipelen na de Hemelvaart? Hand. 1:16. Wie was die profeet en wat zei hij? Ps. 41:10.  Gebeurde dat ook? Matth. 26:23; Marc. 14:18; Luc. 22:21; vooral niet vergeten Joh.13:18.

Verantwoordelijkheid van gelovigen

Wat moeten we als gelovigen doen met wat er verkondigd wordt? Hand. 17:10-12. Wat was het voordeel voor de Joden? Rom. 3:1-2. Welk gevaar bestaat er voor gelovigen en hoe moeten we daarop reageren? Gal. 1:6-12. Wat zei Paulus over de herkomst van Gods Woord?  2 Tim. 3:16-17. (Staten Vert.)

Uitleg van Gods Woord

Als de betrouwbaarheid van Gods Woord vastligt, hoe is het dan met de uitleg ervan? 2 Petr. 1:19-21.

Onveranderlijkheid van Gods Woord

Ligt Gods Woord eens en voor altijd vast en wat is het uitzicht ? Openb.22:18-20

De Mens

Schriftlezing Gen. 1:1, 26-31

In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Gen. 1:1. Begin zonder lidwoord. God schiep de mens, 1:27.  Ex nihilo, dat wil zegeen: uit het niets.
De Here God formeerde de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen Gen. 2:7.

  • Levensvoorwaarde: Gen. 2:16-17. (lett/fig.)
  • Bijbelse samenstelling van de mens: geest, ziel en  lichaam. 1 Thess. 5:23;
  • Instrument voor onderscheiding: Hebr. 4:12.
  • Situatie van de ongelovige en oplossing: Ef. 2.1-5.
  • Onbegrip ongelovige: 1 Cor. 2:14.
  • Leefwijze van ongelovige en oplossing:  1 Joh. 3:8
  • Leefwijze en bescherming van de gelovige: 1 Joh. 5:18
  • Machtsgebied van de Boze:  1 Joh. 5:19
  • Wat ontbreekt de natuurlijke mens?  Judas 1:19

Voor de oude Grieken was de psuchikos (ziel = verstand, wil en gevoel), het hoogste. Daarbij werd de pneumatikos (geest), die de eerste plaats toekomt, onderdrukt.

De sarkikos (lichaam) heeft de organen/ledematen om de wil en het verlangen van de psuchikos (ziel) of de pneumatikos (geest) uit te voeren. Het gaat er om, wie het voor het zeggen heeft.

Bij de ongelovige, is het de natuurlijke mens, dat is de ziel (verstand, wil, gevoel) Daar hij geen persoonlijke relatie met God heeft, daar hij niet wedergeboren is, is zijn geest dood.

Bij de gelovige, de geestelijke mens, is dat de geest, die door Gods Woord en de Heilige Geest geleid behoort te worden, maar dat niet altijd doet.

Dit is het gebied van de geestelijke strijd, Rom. 7:14-26.

Door het geloof wordt de zondaar gerechtvaardigd, waarna het proces van de heiligmaking begint, Hebr. 12:14

Daarbij moet de gelovige zich in totale overgave aan de Heer geven. Voor wie op Hem bouwt, geldt als realiteit :

“Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing,” 1 Cor. 1:30

Het Profetische Woord – deel 2

Het Oude Israël in de profetie – het verleden

De roeping van Israël. Jes. 42:6. Centripetaal. Dat wil zeggen: middelpunt zoekend. Gods bedoeling met Israël was en is nog altijd, dat de wereld ziet hoe God handelt naar de mens toe. Israël is daarbij Zijn instrument. In een vorige Bijbelstudie werd Jesaja 61:1-2 genoemd:  “De Geest des Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft.” Toen de Here Jezus op aarde was, was dat letterlijk zo. “Hij zei: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.” Matth.3:2. Daarmee kreeg Israël een voorproef van het Koninkrijk Gods: “Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Matth.10:8. Dit gebeurde letterlijk, tot de leiders het Koninkrijk verwierpen. Joh. 19:12. Moet ik me daar als niet-Jood druk over maken? Ja, “Want het heil is uit de Joden, Joh.  4:21-22. Is daarmee de kous voor Israël af? Nee!

Het Messiaanse Israël en de Gemeente – het heden

Op de Pinksterdag werd de Heilige Geest uitgestort in Jeruzalem. Daar waren de Joden en Jodengenoten uit vele landen bijeen. Daar ontstond  de Joods-Messiaanse Gemeente. Hand. 2:12, 37. De roeping van de Gemeente. Matth. 28:18-19. Centrifugaal, dat wil zeggen: “naar het middelpunt trekken,” het tegenovergestelde van centrifugaal, “middelpunt vliedend.” Denkt u maar aan de ons belende centrifuge, waar de dames het wasgoed in doen. Bij die gebeurtenis waren geen niet-Joden betrokken. Die kwamen later. Rond het jaar 50 werd in Antiochië pas van Christenen gesproken. De zo ontstane gemengde Gemeenten noemen we vandaag de christelijke kerk. Niet door lidmaatschap van een kerkgenootschap, maar door bekering en wedergeboorte mogen we deel uitmaken van die Gemeente. Als we alleen bezig zijn met de vraag: “hoe word ik behouden” is dat tekort door de bocht. We maken deel uit van een grote gemeenschap. Ook wij staan in de lijn van de profetie. We moeten goed onthouden, dat het “heil is uit de Joden,” Joh. 4:22. Langs die weg ontvangen wij als niet-Joden het heil. Wat ging er aan vooraf? Wat zei Paulus tegen de Joodse leiders in Rome?

“Terecht heeft de heilige Geest door de profeet Jesaja tot uw vaderen gesproken,  zeggende: Ga heen tot dit volk en zeg: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan en zij zich bekeren, en Ik hen zou genezen. Het zij u dan bekend, dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden is; die zullen dan ook horen!” Hand. 28:25-28.

Het Messiaanse Rijk – de toekomst

Hoe wordt het herstel tussen God en Israël bereikt? Wat profeteerde Zacharia?

“Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.” Zach. 12:10.

En wat schreef Paulus aan de Gemeente in Rome?

“Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers zelf een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin.” Rom. 11:1. Daar wordt de profetische lijn opgepakt.

“Want de Here zal Zich over Jakob ontfermen en nog zal Hij Israël verkiezen en ze op hun eigen bodem doen wonen; dan zal de vreemdeling zich bij hen aansluiten en men zal zich voegen bij het huis van Jakob.  2 En de volken zullen het met zich nemen en het naar zijn eigen plaats brengen en het huis Israëls zal ze als erfelijk bezit verkrijgen op de grond des Heren, tot slaven en tot slavinnen. Zo zullen zij degenen die hen gevangen namen, gevangen nemen en heersen over hun drijvers.” Jes. 14: 1-2 en

Ik spreek tot u, heidenen. Juist omdat ik apostel der heidenen ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening, dat ik zo mogelijk de naijver van mijn vlees (en bloed) mocht opwekken, en enigen uit hen behouden. Want, indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken. Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt – niet gíj draagt de wortel, maar de wortel ú. Gij zult dan zeggen: er zijn takken weggebroken, opdat ik als loot geënt zou worden. Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees! Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen. Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden. Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden. Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem. Rom. 11:13-27.

Na grote beproevingen blijft er een heerlijke toekomst voor Israël:

“En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. En op hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des Heren; ja, zijn lust zal zijn in de vreze des Heren. Hij zal niet richten naar hetgeen zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen zijn oren horen;  want hij zal de geringen in gerechtigheid richten en over de ootmoedigen des lands in billijkheid rechtspreken, maar hij zal de aarde slaan met de roede zijns monds en met de adem zijner lippen de goddeloze doden. Gerechtigheid zal de gordel zijner lendenen zijn en trouw de gordel zijner heupen. Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken. Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel van Isaï zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiën, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn. En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, Ethiopië, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee. En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde.” Jes. 11:1-12.

Het toekomstperspectief is:

En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden.” Openbaring  5:13

“En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden.” Openb. 11:15.

“Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. En hij zei tot mij: Schrijf, zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams. En hij zei tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God. Openb. 19:7-9.  

 

Het profetische Woord

Tekst Jesaja 61:1-2

De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God …

1e Schriftlezing – Jesaja 61:1-11

In het Evangelie van Lucas lezen we de voorlopige vervulling van deze profetie. Hier blijkt, dat die profetie ook nu nog niet helemaal vervuld is:

2e Schriftlezing – Lucas 4:14-21

Studie

Is profetie belangrijk? Tijdens de verheerlijking van de Here Jezus op de berg zei God: Mattheüs 17:5 en 2 Petrus 1:17-19

Van de 39 Oudtestamentische boeken zijn er 17 profetisch, (40+%); Van de Bijbel is 25%  profetisch. Profetie is Gods Woord werd in hen gelegd: 2 Timotheüs 3:16. “Ingegeven” is theo-pneustos, (door) God geademd. Niet hun mening maar Gods Woord. In welke eeuw of situatie ook, ze spreken elkaar niet tegen. Geen onzekerheid. Nu de uitleg. Wat heb je aan verschil van mening? Wat zei Johannes? Johannes 14:16-17; 16:13; en Paulus: 1 Corinthiërs 2:12-14. Voor ongelovigen (zelfs professors) blijft profetie een gesloten boek. De enig veilige regel voor uitleg van Gods Woord is de Bijbel zelf. Gods Woord spreek zichzelf nooit tegen. De Here Jezus zei tegen de discipelen: Johannes 16:12-13. Gods Woord legt zichzelf uit en we hebben de verlichting van de Heilige Geest. Wat letterlijk uitgelegd kan worden, moet letterlijk uitgelegd worden, wat symbolisch bedoeld wordt, moet symbolisch verstaan worden.

God zegt toch niet een ding maar bedoelt wat anders. Wie Jesaja en Lucas naast elkaar legt ziet, dat het tweede deel van Jesaja’s profetie ontbreekt. Iets  vergeten? Het was toch maar de helft van wat de profeet Jesaja gezegd had.

Het aangename jaar des Heren, geen woord over de wraak. Een voorlopige vervulling van Jesaja’s profetie. Wraak is nog toekomst: de Grote Verdrukking. Wel letterlijke uitleg maar niet bij toekomstverwachting. Op dat punt volgden ze de Rooms-Katholieke leer. Het zwaartepunt bij de vraag: zekerheid van behoud. Luther: “waar vind ik een genadig God?” Wij staan nu eeuwen verder in de tijd. We kunnen nu dingen begrijpen, die vroeger niet begrepen werden. Maar, wij weten nu ook nog niet alles, nog lang niet. En speculeren moeten we niet doen: 1 Corinthiërs 4:6.

Bijbelstudie Het Gebed

Schriftlezing 1 Thessalonissenzen 5:1-18 “Voortdurend gebed.” 

“Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u.” 1 Thess. 5:18

Studie

Naast het Woord van God, is het gebed het krachtige wapen, dat de gelovige bezit. Daarbij staat: bidt zonder ophouden. Het geldt de hele Gemeente, niet enkele “specialisten.” Het is de adem van de ziel. Bidden staat in een context.

Paulus gaf de Gemeente huiswerk op. Het bidden staat tussen blijdschap en dankzegging. De Geest mag niet gedoofd worden, en de profetie niet veracht. We kunnen even vooruit. Hoeveel tijd per dag voor gebed? Moet zonodig iets in onze agenda veranderd worden? Prioriteit stellen. We hebben geen tijd, het gaat erom hoe we die indelen. Kan iets belangrijker zijn dan het gesprek met God? De predikantsvrouw Susan Wesley had tien kinderen, hulp had ze niet. Een apart vertrek om te kunnen bidden was er niet. Om te bidden trok ze haar schort over haar hoofd. Heeft het wat opgeleverd? Twee predikanten: John en Charles Wesley. de grote Engelse Opwekkingspredikers. Het gebed van een moeder is heel erg belangrijk. In Frankrijk brak de Revolutie uit, het begin van de moderne tijd, in Engeland de grote Opwekking. John mocht niet meer in de kerk preken, dan in de openlucht. Charles schreef 6000 gezangen. George Whitefield kreeg werd met straatvuil bekogeld. Europa was modern geworden,  God hoefde niet meer. Ik las een Franse krant, “als er een God is, moeten we Hem doden.” De moderne tijd is voorbij. We zijn nu postmodern. God mag weer, maar niet de God van de Bijbel. God zei: laat ons mensen maken. De mensen zeggen: laat ons goden maken. We zijn eigenlijk allemaal god. Wat veranderde vroeger de situatie? En vandaag? Het gebed. 108x in de Bijbel.

Hoe vaak? “Driemaal daags verricht hij zijn gebed.” Daniel 6:14.

Wanneer? “dat Hij (Jezus) naar het gebergte ging om te bidden, en Hij bracht de nacht door in het gebed tot God.” Lucas 6:12.

Eendrachtig: “Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders. Hand. 1:14; verder 12:12; Rom. 12:12; Col. 4:2.

Leiders: “Maar wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het woord.” Hand. 6:4.

Allesomvattend: Fil. 4:6.

Huwelijk: 1 Cor. 7:5

Ziekte/zwakte: Jac. 5:14-16. Dit alles samen is ons huiswerk.

Het volk, dat Opwekking ervaart, zal een gehoorzaam volk zijn. (L. Ravenhill)

De Heilige Geest en de positie van de gelovige in Christus

 Zekerheid geloof

“Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden;  want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. Immers het Schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.” Romeinen 10:9-11

(Twee voorwaarden voor behoud. Voor wie ze aanvaardt geldt het volgende):

Positie in Christus

“Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden.” Hebreeën 10:14-15. (Dat is in het verleden vastgelegd)

“Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing.” 1 Corinthiërs 1:30

Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus. Romeinen 6:11

(Dat is de werkelijkheid nu.)

Doop en Vervulling met de Heilige Geest

“Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt.” 1 Corinthiërs 12:13

(Wie tot geloof komt, wordt in het Lichaam van Christus, de Gemeente, ingelijfd. Daar is voortaan zijn/haar positie. Dat is iets anders dan de Kerk)

 

“En zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.” Handelingen 2:4

(In die positie ontvangt de gelovige de vervulling met de Heilige Geest voor dienst en getuigenis nu)

 

Verzegeling met de Heilige Geest

“In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de heilige Geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.” Efeziërs 1:13-14

(De verzegeling is het onvervreemdbaar garantiebewijs van de komende verlossing)

58e Bijbelstudie – De Brief aan de Gemeente Efeze – Openbaring 2:1-7

De Gemeente ontmaskerde valse apostelen als leugenaars. Het was een model Gemeente. Toch was er een bezwaar, een ernstig probleem zelfs:

“Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt,” Openb. 2.4.

Uit de jaren 56, 64 en 96 staan in de Bijbel drie moment opnamen van deze Gemeente. Een tweede generatie laat vaak de beginlijn los. Paulus kwam in Efeze, waar hij Gods Woord verkondigde. (Hand. 19.3vv.)  Daarop stichtte een 2-jarige Bijbelschool. Zo hoorde Klein Asia, (Turkije) Gods Woord.Dit gebied was zo groot als Frankrijk en West-Duitslandbij elkaar. Overal stuitte hij de apostel op tegenstand. Er waren in het kustgebied 200 heidense tempels en altaren. De bevolking leefde in vrees voor de afgoden. Verspreid waren er Joden, die uit  Babylonië gedeporteerd waren. Hun geloof was vermengd met on-Bijbelse opvattingen. Ook van die kant was fel verzet,m en iet het minste.. Het boek Handelingen meldt dat verschijnsel in 24 verslagen.

In Efeze kwam de apostel bovendien in botsing met de machtige vakbond van de zilversmeden. Toch ontstond er een Bijbelse Gemeente! Ook de nieuwe Christenen van Efeze kregen het niet gemakkelijk. Hun bekering betekende een radicale breuk met de Babelcultuur. Het is een wonder, dat de Gemeente in stand bleef. Het duurde niet lang of het gevaar kwam niet alleen van buiten, maar van binnenuit. Paulus drong aan op waakzaamheid. Drie jaar lang had de Gemeente Gods Woord gehoord. Toen Paulus voorgoed afscheid van hen nam, waarschuwde hij ervoor, dat na zijn heengaan “grimmige wolven zouden binnenkomen, die de kudde niet zouden sparen.”

Maar het werd nog erger: “Uit uw eigen midden zullen mannen opstaan die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken,” Hand. 20:29-30.

In de Gemeente van Christus is het oppassen geblazen. Al eerder had de apostel Paulus  aan de Gemeente in Corinthe geschreven: “doet, wie niet deugt, uit uw midden weg,” (1 Cor. 5:12). Zo wordt er gelukkig niet altijd over gedacht. Het is een uitermate pijnlijk proces. Velen denken wellicht, dit is niet meer van deze tijd. Er wordt nogal eens vergeten, dat in de Gemeente van Christus andere normen gelden dan in de maatschappij. Gelukkig wordt er in de samenleving ook wel ingegrepen. Denk aan een chirurg. Als de patiënt een kwaadaardig gezwel heeft, plakt hij er geen pleister op, maar snijdt het kwaad eruit. Dat doet hevig pijn, Daaronder lijdt het hele lichaam. Voor de Gemeente van Christus is het niet anders. Het is een uiterste middel, dat soms nodig is om erger te voorkomen. In de samenleving geldt het motto: ieder doet waar hij zin in heeft. In de Gemeente gaat het om de Liefde tot de Waarheid, en die is soms hard. De Gemeente in Efeze had dat losgelaten. Al het goede, dat in de Gemeente bestond, kon dit niet goedmaken . Vandaar de oproep: Bekeer u., dat wil zeggen, kom terug op uw schreden. Het gaat niet om kerkje spelen, maar om Gemeente van Christus te zijn. Daar waar Christus en  Gods Woord centraal staan.

 

[Mededeling] Deel 10 – Gezichtsbedrog

Het deel voor deze week uit de serie “De zekere toekomst van de Christen,” met de titel “Gezichtsbedrog” is nu te beluisteren.

u kunt deze lezen/beluisteren door op de volgende link te klikken

Gezichtsbedrog

Voor diegene die de vorige delen hebben gemist, kunt u deze lezen/beluisteren door op de volgende links te klikken

A Wonderful Deception

A Wonderful Deception – Een Schitterende Misleiding

Vijf jaar na zijn boek Deceived on Purpose – Doelgericht Misleid, vervolgt de vroegere New-Age volgeling Warren Smith met het openleggen hoe Christelijke leiders – wel- of onbewust – de kerk in een geestelijke val leiden.

Een Schitterende Misleiding onderzoekt kerkelijke beeldspraak, opvattingen, geloof, die eigenlijk dezelfde zijn als die van hedendaags New Age leer. Terwijl Bijbelse profetie verwaarloosd en wegverklaard wordt, wordt de “Nieuwe Wetenschap” gebruikt om de wereld – en de kerk –op de aanvaarding van een Nieuwe Spiritualiteit en een valse New Age Christus voor te bereiden. Het boek laat zien hoe de puzzelstukjes op hun plaats liggen voor “een sterke misleiding, zoals die in 2 Thessalonisenzen beschreven staat.

Schitterende Misleiding prikt door tot in het hart van deze misleiding en bereidt gelovigen in Jezus Christus voor die doeltreffend te weerstaan.

Enkele belangrijke gedeelten in dit boek:

  • Hoe een “brede weg” Christenheid velen in de kerk misleidt
  • Hoe de “Nieuwe Wetenschap” tracht te bewijzen, dat God “in” alles is
  • Hoe Rick Warren doorgaat een met New Age sympathisanten te trekken
  • Hoe gepoogd werd critici van de Doelgerichte Beweging verdacht te maken
  • Hoe de best-seller The Shack in de “schitterende” misleiding past
  • Tien Bijbelse redenen niet te verbinden met de Doelgerichte Beweging