Opstanding

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Hij zei tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden. Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.”

Lucas 24:44-45

Schriftlezing

“En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen. Doch Hij zei tot hen: Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb. En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten. En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zei Hij tot hen: Hebt gij hier iets te eten? Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen. Hij zei tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden. Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen. En Hij zei tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. Gij zijt getuigen van deze dingen. En zie, Ik doe de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge.”

Lucas 24:36-49

Boodschap

De Opstanding is niet los verkrijgbaar. De Opstanding kan alleen goed begrepen worden, wanneer die in zijn oorspronkelijke kader wordt geplaatst. Met de Opstanding van Jezus op de Paasmorgen denken we meestal niet aan het Oude Testament. We staan er zelden bij stil, dat de inhoud van de 4 Evangeliën bijna helemaal tot het Oude Testament hoort. Met de kruisiging op Goede Vrijdag werd het Oude Verbond afgesloten.

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”

Johannes 19:30

Daar werd Gods belofte uit het Paradijs ingelost. Wat had God beloofd? De komst van de Verlosser.

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”

Genesis 3:15

De verlosser voor alle mensen. In het Verbond met Abraham werkte God Zijn heilsplan uit door middel van het volk Israël. God had tegen Abraham gezegd:

“Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.”

Genesis 12:2-3

In zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw, die haar eigen godsdienst had zei Jezus:

“Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden.”

Johannes 4:22

De opstanding van de Here Jezus luidt een nieuwe fase in van Gods heilsplan met de volken. Wat had de Here Jezus daarover gezegd?

“De wet en de profeten gaan tot Johannes; sinds die tijd wordt het evangelie gepredikt van het Koninkrijk Gods en ieder dringt zich erin.”

Lucas 16:16

Het Lucas-evangelie bevestigt de uitspraak van Jezus met de woorden: “Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden.” Maar de discipelen begrepen het niet: “Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.” Met de Opstanding wordt het Nieuwe Verbond met Israël ingeluid. De Hebreeënbrief zegt over Jezus:

““Gij zijt priester in eeuwigheid – in zoverre is Jezus ook van een beter Verbond borg geworden.”

Hebreeën 7:21-22

Door de Opstanding, het begin van het Nieuwe Verbond gebruikt God het volk Israël voor de uitvoering van Zijn heilsplan voor alle mensen. Over de hectische situatie in de Tempel op de Pinksterdag lezen we:

“Maar Petrus stond met de elven op, en hij verhief zijn stem en sprak hen toe: Gij Joden en allen, die te Jeruzalem woonachtig zijt, dit zij u bekend en neemt mijn woorden ter ore. (…) dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees.”

Handelingen 2:14, 17-18

Dat werd de Messiaanse Gemeente op de Pinksterdag. Toen de discipelen daarna in de Tempel getuigden van de Opstanding van Jezus waren vooral de vrijzinnige geestelijke leiders woedend:

“En terwijl zij tot het volk spraken, overvielen hen de priesters, de hoofdman van de tempel en de Sadduceeën, zeer verontwaardigd, omdat zij het volk leerden en in Jezus de opstanding uit de doden verkondigden.”

Handelingen 4:1-2

Maar de bezoekers in de Tempel dachten er heel anders over:

“En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, (…) En met grote kracht gaven de apostelen hun getuigenis van de opstanding des Heren Jezus, en er was grote genade over hen allen.”

Handelingen 4:32a-33

Dit is dus de Joods-Messiaanse Gemeente. Maar het heil is bedoeld voor alle mensen. Hoe krijgen wij er als niet-Joden deel aan? Zelfs tegen de grote Joodse Schriftgeleerde Nicodemus zei de Here Jezus:

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.”

Johannes 3:3

Dat is dus de voorwaarde. De apostel Johannes zei: “Het heil is uit de Joden.” Maar als ik iedere dag hoor en zie wat er op de televisie over Israël gezegd wordt, dan klopt dat toch niet! Maar over wie gaat het dan? Over het Israël, dat de Messias verwerpt en de Palestijnen. Over Messiasbelijdende Joden hoor je niet in het nieuws. Dat is de Gemeente, die op de Pinksterdag ontstond. En hoe gaat het verder? Wat zei de apostel Paulus tegen de niet-Joden in de Gemeente van Rome?

“Ik spreek tot u, heidenen. Juist omdat ik apostel der heidenen ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening, (…) Want, indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? (…) Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt – niet gíj draagt de wortel, maar de wortel ú.”

Romeinen 11:13-15, 17

Wij mogen er bij zijn.

“Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot een lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.”

Efeziërs 2:14-16

Uit dit alles blijkt, dat de Opstanding niet los verkrijgbaar is.

~Dr. K. van Berghem

De zekere toekomst van de christen [Serie]

In deze tijd van verwarring zijn er voor de gelovige Bijbelse basisprincipes waarmee hij meer dan ooit vertrouwd moet zijn. In een serie studies wordt hieraan aandacht besteed. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij Gods Woord als het fundament van de gelovige. Daarna gaat om zijn positie in Christus, daarna de geestelijke strijd gevolgd door het onmisbare gebed. Aandacht wordt vervolgens besteed aan het profetische woord, daarna de mogelijke misleiding van de gelovige. Verder is er sprake van een andere Christus. De voorzegde afval wordt onder de loep genomen gevolgd door de weerhouder. De laatste vier studies in deze serie gaan over de werking van Satan, dwaling en oordeel, de voorgestelde heerlijkheid, EN tot slot de zekere toekomst van de christen.

Jaarwisseling

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam Jezus, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen.”

Lucas 2:21

Schriftlezing

“Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Here aan Abram en zei tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken. Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem: Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn. Voorts zei God tot Abraham: En wat u aangaat, gij zult mijn verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten. Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u. Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is.”

Genesis 17:1-12

Boodschap

Als u dit gelezen, gehoord hebt, vraagt u zich af wat dit Schriftgedeelte met Oud en Nieuwjaar te maken heeft. In de loop van de geschiedenis werd het Kerstfeest van het Nieuwe jaar gescheiden, alsof die niets met elkaar te maken hebben. Uit een enquête is gebleken, dat ⅔ van de mensen met Kerst niet naar de kerk gaan. Maar Oudejaarsavond, de laatste dag van het jaar, zullen ze zeker niet overslaan. De meeste mensen weten niet, dat Nieuwjaar zonder Kerst niet kan bestaan. Waarom niet? In het Kerstevangelie van Lucas lezen we, dat Jezus op de 8e dag besneden werd. Toen kreeg Hij ook Zijn Naam, zoals we gelezen hebben. Jezus betekent Redder, Verlosser. Wat heeft dat met Nieuwjaar te maken? Nieuwjaarsdag is de 8e dag na 1e Kerstdag. Besnijdenis was het teken van het Verbond, dat God met Abraham gesloten heeft. Die 8e dag noemen we Nieuwjaar en daarmee begon ook de jaartelling, de Christelijke jaartelling. Maar waarom moest dit op de 8e dag gebeuren? In het boek Leviticus staat:

De Here sprak tot Mozes: “Spreek tot de Israëlieten: Wanneer een vrouw moeder wordt en een kind van het mannelijk geslacht baart, dan zal zij zeven dagen onrein zijn; als in de tijd van haar maandelijkse afzondering zal zij onrein zijn. En op de achtste dag zal het vlees van zijn voorhuid besneden worden.”

Leviticus 12:1-3

De besnijdenis bepaalt het begin van het Nieuwe Jaar, dat we AD Domini, het Jaar des Heren, 2010 noemen. Dit staat allemaal nogal ver van onze beleving. Kerst en Nieuwjaar zijn allang niet meer, wat ze oorspronkelijk waren. Deze lange inleiding was nodig om duidelijk te maken waar het eigenlijk om gaat. Hoewel het Kerstverhaal in het Nieuwe Testament staat, spelen de gebeurtenissen zich volledig af binnen het Oude Verbond. Met de komst van Jezus, Gods Zoon, wordt de slotfase van de laatste 33 jaar van het Oude Verbond ingeluid. Waarvoor kwam de Here Jezus eigenlijk? Wat zei Hij?

“Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden, Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.”

Mattheüs 5:17

Alle vier Evangeliën geven het eindpunt van het Oude Verbond aan. Over dat moment, is de apostel Johannes het duidelijkst:

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”

Johannes 19:30

Vanaf dat moment, kon het Nieuwe Verbond in werking treden. Daarom is de 8e dag na Kerst, Nieuwjaar zo belangrijk. Voor Israël zei de profeet Jeremia:

“Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb

(…)

Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

Jeremia 31:31-33

De Wet van de Tien Geboden staat dan niet langer op stenen tafelen, maar in de harten. Dan zal Israël God van harte liefhebben en dienen. Dit trok de Paulus door naar de Gemeente van Corinthe. De Nieuwtestamentische Gemeente bestaat uit Joden en heidenen, die de Messias belijden. Paulus schreef:

“Onze brief zijt gij, geschreven in onze harten, kenbaar en leesbaar voor alle mensen, daar gij toont een brief van Christus te zijn, door onze dienst opgesteld, niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten.”

2 Corinthiërs 3:2-3

Dit vloeit allemaal voort uit die 8e dag na de Kerstdag, dit is de realiteit van het Nieuwe Jaar, dat we straks mogen vieren. Er valt iets te vieren, maar het is een beetje anders, dan onze moderne cultuur ervan gemaakt heeft. Het Nieuwe Jaar brengt ons een jaar dichter bij de Wederkomst van onze Heer en Heiland Jezus Christus.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Gebed

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.”

Lucas 18:1

Schriftlezing

“Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen. En Hij zei: Er was in een stad een rechter, die zich om God niet bekommerde en zich aan geen mens stoorde. En er was een weduwe in die stad, die telkens tot hem kwam en zei: Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij. En een tijdlang wilde hij niet, maar daarna sprak hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij niet om God en al stoor ik mij aan geen mens, toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan. En de Here zei: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?”

Lucas 18:1-8

Boodschap

In bijna de helft van alle Bijbelboeken wordt het gebed genoemd. Het vers, dat we samen hebben gelezen leert, dat we altijd moeten bidden en niet opgeven. Voor de gelovige is dit niet alleen een plicht, het is ook een voorrecht. Er zijn ook beloften voor de bidder.

“Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.”

Mattheüs 7:7-8

“Maar” zegt iemand, “ik heb al lang gebeden, maar mijn gebed wordt niet verhoord.” Misschien bedoelt u, dat God geen “ja” gezegd heeft, dat Hij u niet gaf waar u om vroeg. Soms zegt God ook “nee,” dan is ons gebed wel gehoord, maar niet verhoord zoals u het wilde. Nee, is ook een antwoord. Hebt u lang gebeden? Hoe lang is lang? Met welke bedoeling bidt u?

Soms bidt iemand om iets, waarvan hij heel zeker is, dat het goed is. En toch gebeurt het niet. Soms blijkt jaren later pas, waarom God niet gaf of deed, waarom iemand bad. Achteraf begrijpt de bidder, waarom God er niet op inging en kan de bidder alleen maar danken voor Gods weigering. Voor zover gebedsverhoring van de bidder zelf afhangt, is de voorwaarde, dat er geen bewuste onbeleden zonde is, die de weg blokkeert. Ja maar, zegt iemand, ik heb maar zo weinig tijd. Mijn omstandigheden laten het eigenlijk niet toe. Geen tijd? Dat klopt! Niemand heeft tijd. De minuut, die voorbijging, hebben we niet meer. De minuut, die nog moet komen hebben we nog niet. Inderdaad, we hebben geen tijd. Maar God geeft ons 24 uur in een etmaal. De vraag is, hoe we die gekregen tijd indelen. Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Ja maar, zegt u, mijn agenda staat vol met afspraken, taken, die vervuld moeten worden. Ik zou niet weten, hoe het moet. In onze tijd worden we opgejaagd. Laten we ons opjagen? We hebben nog nooit zoveel vrije tijd gehad als nu. Ons voorgeslacht werkte 60 uur per week, ‘s Zaterdag tot 4 uur. Wij deden het al veel beter met 48 uur per week, ‘s Zaterdags tot half 1 en 6 dagen vakantie. Nu werken we 36 uur met hoeveel vakantie? Geen tijd? Geen tijd is onzin. Het gaat er om, hoe we de tijd indelen, die God ons geeft. Met bidden moeten we niet wachten, tot we een ogenbik vrij hebben. We moeten er de dag mee beginnen. Het liefst voordat we iemand gezien hebben. Dat komt heel vreemd over. Maar als we bidden, over wie hebben we het dan eigenlijk? Spreken met God. Meer niet? Wat is dan ons Godsbeeld, hoe denken wij, wie Hij is? Hoe kunnen we geen tijd voor God hebben, als Hij ons de tijd geeft? Die tijd moet vrijgemaakt worden. Dat kost inspanning, misschien offer. Desnoods moeten we er iets anders voor laten staan of opgeven. We besteden zoveel tijd aan televisie en computer. Die hadden we vroeger niet. Het is goed daar eens in te snijden. Misschien vindt uw omgeving dat vreemd. Dat is dan hun probleem. U hoeft zich niet te schamen, als u tijd voor God vrijmaakt. Een andere zaak is, dat u uzelf dan afvraagt, ja, maar waar moet ik dan voor bidden? Alleen voor de dingen van de dag? Nee!

“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”

1 Korinthiërs 15:19

Natuurlijk bidden wij voor de dagelijkse dingen. Maar er is meer, veel meer. Er ligt een eeuwigheid voor ons. Het is zaak dat we dat, te midden van alle bedrijvigheid, in het oog houden. Het aardse leven is kort, het gaat snel, heel snel. Het eeuwige leven is eeuwig. We kunnen ons niet veroorloven dat te verliezen, omdat we er tijdens dit leven geen rekening mee houden. Soms vinden we geen woorden om onze gevoelens uit te drukken. Dan is ons gebed niet meer dan een zucht. Luister dan naar het woord van de apostel Paulus:

“Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding. En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.”

Romeinen 8:25-26

Hij bemoedigde de gelovigen in Efeze en riep ze op met de woorden:

“Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen;” en “Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden. Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes; neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven; en neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God. En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen.”

Efeziërs 3:20-21; 6:11-18

Het altijd moeten bidden en niet verslappen betekent een geestelijke strijd. Bidden is niet een verlanglijstje indienen waar onze wensen op staan. En dan maar hopen, dat de boodschappen spoedig afgeleverd worden. Zonder de situatie te dramatiseren, we staan in een geestelijke strijd. Deze wereld is Gods wereld. Net als wat ons in de Tweede Wereldoorlog overkwam: we leven in bezet gebied. De vijand, dat is de god van deze eeuw, waar Paulus het over had in de verzen die we hebben gelezen, verblindt de mensen. Met duizend en een dingen; hij leidt hun aandacht af. Het evangelie wordt als achterhaald verdrongen. Daarom schreef Paulus aan de Gemeente:

“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.”

2 Korinthiërs 4:3-4

We moeten ons niet laten verblinden door schone schijn. De laatste tijd hebben we gezien dat er heel wat zogenaamde onaantastbare zekerheden, de goden van deze tijd, omgevallen zijn. Dan staan mensen met legen handen. Waar kunnen ze heen? Nergens! Wij hebben een God, die niet omvalt. Waar kunnen wij heen? Naar Gods Troon. Zijn Zoon heeft de weg gebaand. Als u Hem toebehoort, hebt u toegang. Daarom of we het zien of niet; of het begrijpen of niet:

“Hij, dat is Jezus, sprak tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.”

 

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Ziende blind

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun midden.”

Lucas 24:31

Schriftlezing

“En zie, twee van hen waren juist op die dag op weg naar een dorp, zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd, genaamd Emmaüs, en zij spraken met elkander over al wat voorgevallen was. En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen medeging. Maar hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem niet herkenden. Hij zei tot hen: Wat zijn dit voor gesprekken, die gij al wandelende met elkander voert? En zij bleven met somber gelaat staan. Eén dan van hen, genaamd Kleopas, antwoordde en zeide tot Hem: Zijt Gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen geschied is? En Hij zei tot hen: Wat dan? Zij zeiden tot Hem: Hetgeen geschied is met Jezus de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het ganse volk, en hoe Hem onze overpriesters en oversten overgegeven hebben om Hem ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hebben. Wij echter leefden in de hoop, dat Hij het was, die Israël verlossen zou. Maar met dit al is het thans reeds de derde dag, sinds dit geschied is. Maar ook hebben enige vrouwen uit ons midden ons doen ontstellen: zij waren in de vroegte bij het graf geweest en hadden zijn lichaam niet gevonden en zijn toen komen zeggen, dat zij ook een verschijning van engelen gezien hadden, die zeiden, dat Hij leeft. En enigen van de onzen zijn naar het graf gegaan en hebben het zo bevonden, als de vrouwen ook gezegd hadden, maar Hém hebben zij niet gezien. En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had. En zij naderden het dorp, waar zij heengingen, en Hij deed, alsof Hij verder zou gaan. En zij drongen sterk bij Hem aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald. En Hij ging binnen om bij hen te blijven. En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte. En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun midden. En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende? En zij stonden op en keerden terzelfder tijd terug naar Jeruzalem en zij vonden de elven en die bij hen waren, vergaderd, en dezen zeiden: De Here is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen. En zij verhaalden wat onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend was bij het breken van het brood.”

Lucas 24:13-35

Boodschap

Op de 12 km. lange weg naar huis sprake de Emmaüsgangers over alles wat er de afgelopen dagen was voorgevallen. En dat was nog al wat. Terwijl zij druk in gesprek waren was daar ineens een onbekende, die zich op de weg bij hen voegde. Hij ging dezelfde kant op. Zo liepen ze met zijn drieën verder. De onbekende wist blijkbaar niet wat er allemaal in Jeruzalem gebeurd was. Hij vroeg waar hebben jullie het over? Verbaasd bleven ze op de weg staan. Hoe is het mogelijk? Ze vroegen aan de vreemdeling of hij de enige in Jeruzalem was, die het niet wist. Iedereen had het er over. Nou, zeiden ze, wat er met Jezus de Nazarener gebeurd is. De vreemdeling vroeg, wat dan? Terwijl ze doorliepen, kreeg hij het hele verhaal te horen. Het hoge woord kwam er uit: we hadden gehoopt, dat hij Israël zou bevrijden. Maar onze leiders hebben hem ter dood laten brengen. Ook al was het drie dagen geleden, ze waren er nog altijd vol van. Ze hadden het nog steeds niet verwerkt. Ja, en dan gaat er ook nog een gerucht, dat Jezus uit de doden zou zijn opgestaan. Toen de vrouwen bij het graf kwamen, was het leeg en hij was nergens te bekennen. Ze zeiden, dat ze ook engelen gezien hadden.

Wat moet je nou met zo’n verhaal? Daar kun je toch niks mee. Dan blijkt die vreemdeling toch meer te weten, dan ze dachten. Hij herinnerde hen aan, wat de profeten allemaal over Jezus gezegd hadden. Hij ging helemaal terug tot Mozes. Hij zei hun, dat moesten jullie toch weten! Toen de vreemdeling met hen het Oude Testament doornam, konden ze alleen maar toegeven, dat het klopte. Maar bij de hele lange wandeling hadden ze niet door, wie er naast hen was komen lopen. Hun ogen waren bevangen; anders gezegd ze waren ziende blind. Ze waren zo gefixeerd op hun ontgoocheling; ze waren zo gefascineerd door wat ze nu hoorden, dat ze niet eens vroegen: wie bent u eigenlijk? Het ontbrak hun aan de nodige nuchterheid. Maar goed, ze waren bij hun huis aangekomen en de vreemdeling moest nog verder. Maar ze waren niet klaar met de zaak. Weet u, zeiden ze, het is al donker. Blijf maar bij ons, ze stonden er op, dat hij bij hen zou blijven eten. Maar de vreemdeling wilde verder. Zou u dat nou wel doen? Blijf toch bij ons. Nou vooruit dan. Toen ze eenmaal aan de maaltijd zaten, of lagen zoals ze het in het Oosten doen, nam de vreemdeling het brood en dankte ervoor. Toen hij het brood met hen deelde, zagen ze het ineens: HIJ is het zelf, Jezus. En weg was HIJ. Ze zagen Hem niet meer. Wat hebben we nu? Ze vielen van de ene verbazing in de andere. Ja, zeiden ze tegen elkaar, onderweg had ik een vreemd gevoel, maar ik wist niet wat het was. Ik kreeg het er van binnen warm van. Ze lieten er geen gras over groeien. Ze lieten het eten staan, geen tijd voor de afwas. Ze gingen gelijk de 12 km. weer terug. Eenmaal buiten, zagen ze Hem ook niet. Dit moesten de discipelen horen.

Wat was nu het probleem van Kleopas en zijn metgezel? Waarom zaten ze zo in de put? Waarom hadden ze geen hoop meer? Hun ogen waren bevangen. Ze zaten gevangen in een bepaald denken. Jezus verblindde hen niet. Ze waren zo gevangen in dat denken dat Hij er niet meer was. De bevrijding van Israël, zoals zij dachten, dat die zou gebeuren, klopte niet. Dat Jezus wel eens naast hen zou kunnen lopen, bestond al helemaal niet. Natuurlijk niet, HIJ was dood. Ze zagen het niet, begrepen het niet. Waarom niet? Ze hadden zich een bepaalde voorstelling van de toekomst gemaakt. Daar geloofden ze zo vast in, dat kon niet stuk. En het ging stuk. Ze waren ontredderd. Het doet me denken aan Duitse soldaten, die tegen alle verhalen van hun officieren in geloofden, dat ze oorlog hadden gewonnen. Toen ze ingesloten waren en nergens heen konden, stortte hun schijnwereld in. Ik zag ze op de grond tegen de muur zitten met hun hoofd tussen de knieën. Een aanblik om nooit te vergeten. Waarom? Omdat ze niet de waarheid geloofden, maar een valse voorstelling.

Waarom waren de Emmaüsgangers verbijsterd? Ze kenden het profetische Woord, maar ze geloofden het niet. Daardoor kregen ze een volkomen verkeerde kijk op de werkelijkheid. Hierin ligt voor ons een les. Velen geloven niet, dat Jezus, de Messias, bij Zijn wederkomst in heerlijkheid Zijn eeuwig Koninkrijk zal oprichten. Bij de verslaggeving van de zendingsreis van de apostel Paulus aan de Gemeente van Jeruzalem wees hij op het profetische woord. Als de Gemeente van Christus op aarde voltallig is, gebeurt het:

“Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

Handelingen 15:16-18

God heeft beloofd, dat het koningshuis van koning David eeuwig zal bestaan; het zal hersteld worden. Langs de menselijke lijn stamt Jezus van Nazareth af van koning David. HIJ is Gods koning op de troon van koning David. Alle eeuwen door hebben de profeten voorzegd, dat dit Koninkrijk er komt. Die profetieën zijn nooit herroepen. Ze zullen ook letterlijk in vervulling gaan. De profeet Daniël profeteerde voor de eindtijd met de tien koningen:

“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”

Daniel 2:44

Vele eeuwen later sloot de apostel Johannes hier op aan:

“En de tien horens, die gij zaagt, zijn tien koningen, die nog geen koningschap hebben ontvangen, maar één uur ontvangen zij macht als koningen, met het beest. Dezen zijn één van zin en geven hun kracht en macht aan het beest. Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen – want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen – en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen.”

Openbaring 17:12-14

Dit roept natuurlijk veel vragen op. Hoe zal dit allemaal gaan? We zijn net als de Emmaüsgangers. We hebben zo onze voorstelling van de toekomst. Net als zij, hebben wij de neiging om te speculeren. Van hen kunnen we leren, dat we dat niet moeten doen. Dan komen we verkeerd uit. De vraag is of we geloven wat het Wood zegt, ook al krijgen wij het niet op een rijtje. Zouden we dat niet aan God overlaten? Als we daar een eigen invulling aangeven, zijn we ziende blind. Een ding staat vast: Gods eeuwige Koninkrijk komt!

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Het Boek

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren.”

Lucas 4:18-19

Schriftlezing

“Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des Heren gaat over u op. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de Here opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang.”

Jesaja 60:1-3

“De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten, om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des Heren, tot zijn verheerlijking.”

Jesaja 61:1-3

“Jezus nu, vol van de heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Geest geleid in de woestijn, waar Hij veertig dagen verzocht werd door de duivel. En Hij at niets in die dagen en toen zij voorbij waren, kreeg Hij honger. En de duivel zei tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan tot deze steen, dat hij brood worde. En Jezus antwoordde hem: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven. En hij voerde Hem op een hoogte en toonde Hem al de koninkrijken der wereld in een ogenblik tijds. En de duivel zei tot Hem: U zal ik al deze macht geven en hun heerlijkheid, want zij is mij overgegeven, en ik geef haar wie ik wil. Indien Gij mij dan aanbidt, zal zij geheel van U zijn. En Jezus antwoordde en zei tot hem: Er staat geschreven: Gij zult de Here, uw God, aanbidden en Hem alleen dienen. En hij leidde Hem naar Jeruzalem en stelde Hem op de rand van het dak des tempels en hij zei tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan vanhier naar beneden; want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u om u te behoeden, en: Op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. En Jezus antwoordde en zei tot hem: Er is gezegd: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken. En toen de duivel alle verzoeking ten einde had gebracht, week hij van Hem tot een bestemde tijd. En Jezus keerde in de kracht des Geestes terug naar Galilea. En de roep over Hem ging uit door de gehele streek. En Hij leerde in hun synagogen en werd door allen geprezen. En hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. En Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is: De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren. Daarna sloot Hij het boek, gaf het aan de dienaar terug en ging zitten. En de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld.”

Lucas 4:1-21

Boodschap

Toen de Here Jezus het boek sloot en weglegde, zat iedereen in spanning: wat zullen we nu te horen krijgen. Hij zei, “Heden is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld.” Hiermee had Hij niet de hele profetie van Jesaja geciteerd. Er is hier sprake van tekstbreuk. Heeft Jezus Zich vergist? Nee. Hij stopte bij “het aangename jaar des Heren.” Het aangename jaar des Heren was aangebroken. Hij bood Israël bevrijding en genezing aan. De dag van de wraak, die Jesaja uitsprak, was niet voor dat moment. De Here Jezus nam dit niet over. De profetie van Jesaja blijft wel overeind, maar wat daarin voorzegd wordt, gebeurt niet allemaal tegelijk. Het is zelfs nu nog toekomst. Het zijn als het ware twee bergtoppen, die in elkaars verlengde liggen. De Alpinist, die de bergen beklimt kan de afstand tussen twee bergtoppen niet inschatten. Zo is het ook met de profetische bergtoppen. De afstand in de tijd, die er tussen de twee profetische bergtoppen ligt, werd niet gemeten. De Here Jezus zei, het is nu het aangename jaar des Heren, de bevrijding van hen die gevangen zijn. De Here Jezus kwam de gevangenis van de zonde, waarin de mensen verkeerden, openbreken. Het geldt ook nog altijd voor vandaag. Hoe velen zijn vandaag niet gevangen. Gevangen in verslaving, gevangen in zorgen, in ziekte, in economische crisis.

We zijn nu in de lijdensweken. Hier en daar is sprake van de 40-dagen periode. Maar laten we oppassen. Het gaat niet om het afwerken van een liturgie. In de lijdensweken wordt het lijden en sterven van de Here Jezus herdacht. Dat waar Hij doorheen moest om die bevrijding tot stand te brengen. Hij deed dat plaatsvervangend voor ons. In gedachten proberen we Hem op Zijn lijdensweg naar Gethsemane en Golgotha te volgen. Maar het is ons volslagen onmogelijk om het leed en het uiteindelijk offer, dat Hij bracht, te begrijpen of te peilen. We zijn niet met een vrome traditie bezig. In de praktijk van alle dag zijn we op weg van de ene profetische bergtop naar de andere. Het gericht komt, maar nu, hoort u!, is het nog altijd het aangename jaar des Heren.

Ook vandaag zet Jezus van Nazareth het kruis in de chaos van onze samenleving. Wij prediken Christus, de Gekruisigde, die de weg gebaand heeft, de uitweg uit de geestelijke verstikking. Ook dat is bevrijding, en hoe! De bergtocht tussen de twee bergtoppen is geen pretje. Wie Christen is, of wordt, laat daarmee niet alle problemen achter zich. Maar het verschil met de ongelovige is, dat hij er niet langer alleen voor staat. Er is uitzicht. Dit is niet het laatste, het is het voorlaatste. Nu we in een diepe crisis terechtgekomen zijn, zet dit ons temeer aan het denken. Het laat ons weer eens zien, hoe kwetsbaar we zijn. Het overkomt ons, en niemand kan er iets aan doen En zij, die het wel kunnen doen het niet. Aan de andere kant kan de situatie er toe leiden, dat mensen gaan nadenken. Er zijn nog altijd dingen, die belangrijker zijn dan geld, carrière en altijd meer. Op zich is er niets mis mee, als het mensen goed gaat. Dat ze geld verdienen en welvaart hebben. Maar het is niet verstandig, als we altijd bezig zijn met goede dingen, maar het beste verwaarlozen.

Men maakt zich eindeloos druk om aards bezit en welvaart, terwijl de eeuwige belangen verwaarloosd en vergeten worden. Iedereen is er op bedacht geen onnodige risico’s te lopen. We zijn immers zakelijk en nuchter ingesteld. Hoe is het risico van het levenseinde ingedekt? Niemand weet wanneer dat is. Hoe is het dan gesteld met de eeuwige waarden? Hoe staat het daarmee, als die niet gedekt zijn? Maken we ons daar ook zo druk over als over de beurskoers? We zijn toch nuchtere mensen. Wat is de waarde van ons aards bezit, als we het leven achter ons laten? Wat doe je daarmee in de eeuwigheid? In het laatste levensuur verliest dat alle waarde. We kunnen er niets van meenemen, en verzilveren kunnen we het niet. Dit is geen doemdenken maar nuchter denken en risico’s uitsluiten. Zitten we gevangen in zorgen van alle mogelijke aard? Zijn we gevangen in, noemt nu maar op! Dan is het tijd, misschien hoogtijd, over de eeuwige dingen na te denken. Het aangename jaar des Heren is, dat we bevrijd kunnen worden van alles wat ons belast. In laatste instantie komt het aan op de relatie, die we met God hebben. Is die er, of niet? En als die er is, hoe is die dan? Hoe staat het met het zondeprobleem, dat ieder in zijn leven heeft?

Veel mensen zijn zich niet bewust, dat ieder mens verantwoording af moet leggen voor zijn Schepper. Het gaat er om, dat dit risico gedekt is. Het moment om dat te doen, is altijd nu, niet morgen. Dat is zakelijk nuchter. Als u niet voor brand verzekerd bent en uw huis brandt af, kunt u dat risico bij geen enkele verzekering onderbrengen. Zo is het ook met de verbroken relatie tussen God en mens. Het kan nu hersteld worden, niet nadat iemand de laatste adem uitgeblazen heeft. Het probleem is hier heel erg zakelijk benaderd. Maar hier komt het in de praktijk op neer. Jezus ging de lijdensweg in onze plaats, zodat wij daarvan vrijgesteld zouden zijn. Ieder is vrij om het te geloven of niet. Niemand heeft om dit leven gevraagd. We zijn erin gezet. Het zondeprobleem was er lang voordat wij geboren waren. We zijn er mee besmet. Ook dat kunnen we niet helpen. Maar het is helemaal ieders eigen verantwoordelijkheid, als hij of zij het daarbij laat. Als Gods Woord hierop aanspreekt, is het op zijn minst verstandig er rekening mee te houden. De oplossing, die God geeft in Zijn Zoon Jezus Christus, is de enige uitweg. Op weg van de ene bergtop naar de andere in het dagelijks leven, zijn we nog in het aangename jaar des Heren. Het is beter om niet te wachten totdat ons boek dichtgaat.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Bijzondere zwangerschap

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En Maria zei: Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.”

Lucas 1:38

Schriftlezing

“In de zesde maand nu werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazaret, tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria. En toen hij bij haar binnengekomen was, zei hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Here is met u. Zij ontroerde bij dat woord en overlegde, welke de betekenis van die groet mocht zijn. En de engel zei tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen. En Maria zei tot de engel: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb? En de engel antwoordde en zei tot haar: De heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden. En zie, Elisabet, uw verwante, is eveneens zwanger van een zoon in haar ouderdom en dit is reeds de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar heette. Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen. En Maria zei: Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.”

Lucas 1:26-38

Boodschap

Het gaat hier over twee vrouwen. Ze hebben duidelijke overeenkomsten, maar ook grote verschillen. Er zijn wel 10 tegenstellingen tussen de twee. De meest opvallende is, dat Maria maagd is terwijl Elisabeth al vele jaren getrouwd is. De ene is jong, de ander is oud. De ene wordt zwanger, bij de ander kan het niet. Bij de een is sprake van een vroegtijdige bovennatuurlijke geboorte, bij de ander van een verlate natuurlijke geboorte. Er zijn ook treffende overeenkomsten. Ze staan allebei zo open voor Gods leiding in hun leven, dat ze de boodschap van de aangekondigde geboorte geloven en aanvaarden. Maria is de enige vrouw in de geschiedenis, die een bovennatuurlijke zwangerschap heeft meegemaakt. Van geen wonder dat ze daar vragen over had. Ze vraagt, hoe kan? Ze zei, ik heb geen man. Ze was wel verloofd. Ze zei niet, ik dacht dat het o.k. was. Ze zegt ook niet: ik was er al bang voor. Dat zegt iets over de verhouding van de sexen in Israël. Als je verloofd was, kon je niet zwanger raken. Iets om over na te denken. Ze zei ook niet, daar moet ik eerst met Jozef over praten. U dacht toch niet, dat hij dat gelooft, maar dat zei ze niet. Ze zei ook niet, wat zal mijn moeder zeggen, en mijn vader! Een grote schande in de familie. Wat zei de Wet?

“Maar indien deze beschuldiging waar is en de maagdelijkheid bij het meisje niet gevonden is, dan zal men het meisje voor de ingang van het huis van haar vader brengen, en de mannen van haar stad zullen haar stenigen, zodat zij sterft – omdat zij een schanddaad in Israël gepleegd heeft door in het huis van haar vader ontucht te bedrijven. Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen.”

Deuteronomium 22:20-21

De Farizeeën hielden Jezus voor:

“Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel; en in de wet heeft Mozes ons bevolen zulken te stenigen; Gij dan, wat zegt Gij?”

Johannes 8:4-5

Nu beroepen sommigen zich op de apostel Paulus, die zei:

“want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”

Romeinen 6:14

Wie dat zeggen ontbinden hiermee de Wet. Wat zei de Here Jezus?

“Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.”

Mattheüs 5:17

De Wet staat nog altijd recht overeind. Het probleem is, wij kunnen die Wet niet houden. Daarvoor kwam Hij naar deze aarde om die in onze plaats te vervullen. Als wij dan zondigen hebben wij Zijn vergeving nodig. Daarvoor ging Hij aan het Kruis om de zonde van de wereld weg te nemen. Maar dat is geen vrijbrief om te zondigen. De apostel Paulus zei:

“Wat zullen wij dan zeggen? “Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven?”

Romeinen 6:1-2

Verder schreef Paulus:

“Zowel zij, die geen man meer heeft, als de jonge dochter, wijdt haar zorgen aan de zaak des Heren, om heilig te zijn naar lichaam en geest.”

1 Corinthiërs 7:34

Zie ook 1 Corinthiërs 6:19-20.

Dit bracht Maria in praktijk. En God had haar uitgekozen om de moeder van de Here Jezus te worden. Dit kon ze niet begrijpen. Wie wel? Hier stuiten we op een frontale botsing tussen het Woord van God en onze hedendaagse vrijgevochten cultuur. Wat zei Maria tegen de Engel? “Mij geschiede naar uw woord.” Daarmee maakte ze zich verdacht: in verwachting vóór het huwelijk. Dat bestond in Israel niet. Toen Maria deze boodschap kreeg, was ze klaar om te doen wat God van haar vroeg. Ze vroeg geen bedenktijd, ze was er klaar voor. Dat wijst op haar innige en persoonlijke relatie met God. Ze wist dat dit erg moeilijk zou worden. Ze wist niet hoe het allemaal zou gaan. De grootheid van dit eenvoudige meisje lag in haar geloof. God had de eerste plaats in haar leven. Het gaat ook voor ons vandaag om een persoonlijke relatie met de Here Jezus. Als we de boodschap horen, dat Hij in ons leven de eerste plaats wil hebben, wat zeggen we dan? Maria zei: “Mij geschiede naar uw woord.” God is onze Schepper. Hij heeft recht op ons leven. Waarom zijn we hier? Wat is de zin van ons leven? De profeet Jesaja zei namens God tegen Israël:

“Ieder die naar mijn naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.”

Jesaja 43:7

God is er niet voor ons, wij zijn er voor Hem! Als wij er voor Hem zijn, is Hij er helemaal voor ons voor tijd en eeuwigheid. Verloofd of niet, getrouwd of niet, zorgen, verdriet? Bij het graf van Lazarus sprak een diepbedroefde Martha met de Here Jezus over de dood van haar broer. Ze werd getroost.

“En na deze woorden ging zij heen en riep haar zuster Maria in stilte en zei: Daar is de Meester en Hij roept u. En toen zij dat hoorde, stond zij ijlings op en ging tot Hem.”

Johannes 11:28-29

Het is Adventstijd. De voorbereiding voor het Kerstfeest. Het maakt niet uit, of het in uw leven goed of slecht gaat. Iedereen moet reageren op de aankondiging, de Meester is daar en Hij roept u. Wat doet u? Als u op die roep ingaat en Hem gehoorzaamt, wordt het echt Kerstfeest. Dat verandert alles, niet alleen voor dit leven, maar ook voor het leven hierna.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Verkeerd Begrepen

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En toen Hij nog dichterbij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar, en zeide: Och, of gij ook op deze dag verstondt wat tot uw vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen.”

Lucas 19:41-42

Schriftlezing

“En toen Hij dit gezegd had, ging Hij hun voor om naar Jeruzalem te gaan. En toen Hij dicht bij Betfage en Betanië bij de Olijfberg kwam, dat Hij tegen twee van zijn discipelen zei: Ga naar het dorp hiertegenover en als jullie daar aankomen, zul je een veulen vastgebonden vinden, waarop nog nooit iemand gezeten heeft. Maak het los en brengt het hier. En als iemand jullie vraagt: Waarom doe je dat, zegt dan maar: De Heer heeft het nodig. En de discipelen gingen erheen en vonden het, zoals Hij het hun gezegd had. Toen zij het veulen losmaakten, zeiden de eigenaars: Waarom maken jullie het veulen los? En ze zeiden: De Heer heeft het nodig. En zij brachten het naar Jezus, en legden hun kleding over het veulen en hielpen Jezus er op. En terwijl Hij verder ging, spreidden ze hun kleding op de weg.

Toen Hij dichterbij kwam, bij de glooiing van de Olijfberg, begon de hele menigte van de discipelen vol blijdschap met luide stem God te prijzen, om al de krachten, die zij gezien hadden. Ze zeiden: Gezegend Hij, die komt, de Koning, in de naam des Heren; in de hemel vrede en ere in de hoogste hemelen. En enkele van de Farizeeën uit de menigte zeiden tegen Hem: Meester, bestraf uw discipelen. En Hij antwoordde: Ik zeg jullie, als deze zwegen, zouden de stenen roepen.

En toen Hij nog dichterbij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar, en zei: Ach, of jullie ook op deze dag begrepen, wat voor jullie vrede betekent, maar nu zien jullie het niet. Want jullie zullen dagen meemaken, waarin jullie vijanden een bolwerk tegen jullie zullen opwerpen en jullie omsingelen en jullie van alle kanten in het nauw drijven, brengen, en ze zullen jullie en jullie kinderen in eigen stad onder de voet lopen, en ze zullen in jullie stad geen steen op de andere laten, omdat het jullie ontgaan is, dat God naar jullie omzag.”

Lukas 19:28-44

Boodschap

Het was een feestdag. Jezus deed zijn Koninklijke Intocht in Jeruzalem. We noemen het Palmzondag. De mensen waren opgetogen, om niet te zeggen opgewonden. Het zou nu eindelijk gaan gebeuren. Jezus zou dan toch koning worden. Hij zou de wens van het volk omzetten in werkelijkheid. Bevrijd van de Romeinse bezetting zou er eindelijk een nieuwe samenleving komen. De Farizeeën ergerden zich. Zij zagen dat heel anders, en de Here Jezus zag het zelf nog weer anders. Hoewel het volk en de Farizeeën het op dit punt niet met elkaar eens waren, vergisten ze zich allemaal. Het ging om dezelfde gebeurtenis, maar die werd op drie verschillende manieren begrepen. Hoe kon dat? De Here Jezus zei tegen de mensen, dat het hun ontgaan was, dat God naar hem omzag. Maar ze begrepen het niet. Toen de mensenmassa Jezus de stad zagen binnenkomen, waren ze in een overwinningsroes.

In werkelijkheid, was Jezus op weg naar Zijn veroordeling en kruisdood op Golgotha. In blind onbegrip, riepen ze om het hardst Hosanna. Maar binnen een week zou de publieke opinie omslaan in bittere frustratie en haat: kruisig Hem! Dit leert ons een les. De publieke opinie kan zich hopeloos vergissen. De democratische meerderheid heeft echt niet altijd gelijk. Het volk juicht, Jezus weent. Waarom zou Hij emotioneel zo aangeslagen zijn? Was het omdat het volk Hem als koning wilde? Was het omdat Hij nu eindelijk erkend werd als de Messias? Dat zongen de mensen toch: Gezegend is Hij, die komt in de Naam des Heren. En Hij kwam toch in die Naam! Het was allemaal verkeerd begrepen. De mensen keken niet verder dan hun neus lang was. Het ging om veel meer dan om een politieke bevrijding. Het ging om veel meer, dan alleen maar om dit leven.

De kortsluiting was compleet. De Here Jezus was gekomen met de prediking van het Koninkrijk Gods. Zijn heraut, Johannes de Doper, had Zijn komst al eerder aangekondigd met dezelfde boodschap. Het ontbrak het volk niet aan godsdienstigheid, maar ze geloofden niet in Hem, die door God gezonden was. Ze hadden zo hun eigen opvatting, waaraan de Messias moest voldoen wilde Hij geaccepteerd worden. Maar zo werkt het niet. Gods Koninkrijk komt niet volgens onze ideeën, maar op Zijn voorwaarden. En die zijn heel anders. Ook vandaag is er, ondanks alles, veel godsdienstigheid. Maar ook vandaag wordt Gods Messias, de Here Jezus Christus niet aanvaard. De profeten van het Oude Testament hadden dit alles eeuwen lang aangekondigd. Maar toen het gebeurde, begrepen de mensen het niet.

Op termijn, zou de afwijzing van Jezus als hun Messias tot een ramp leiden. Daarom weende Hij. Hij voorzag, wat er in het jaar 70 zou gaan gebeuren. De Romeinen zouden de stad verwoesten. Ondanks het bevel, dat de Tempel ontzien moest worden, brandde deze tot op de grond toe af. De Tempel met daarin het Heilige der Heilige en de Ark van het Verbond. Er kon hun toch niets overkomen. God zou er toch wel voor zorgen, dat dit niet kon gebeuren. Maar velen vonden de dood, het volk ging opnieuw in ballingschap. Er was een godsdienstige hoogmoed ontstaan, een lange traditie, dat Israël onschendbaar was. Het volk, met de geestelijkheid aan het hoofd, hadden hun eigen opvatting over hoe het allemaal was en moest. Het pakte allemaal anders uit. De Here Jezus voorzag, dat God er een streep door zou halen. Tijdens Zijn omwandeling op aarde deed de Here Jezus soms uitspraken, waarvan velen vinden, dat die niet meer van deze tijd zijn:

“Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.”

Mattheüs 7:21

Bij een andere gelegenheid hield Hij de mensen voor:

“Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg?”

Lucas 6:46

en

“Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.”

Johannes 15:14

Israël dacht godsdienstig een eigen of eigentijdse invulling aan Gods Woord te kunnen geven. We gaan de stille week in. Het is de week waarin Goede Vrijdag valt. Het is goed om hierover na te denken. Soms bestaat de neiging te denken, dat we vandaag alles veel beter weten dan de mensen vroeger. Dat is nog maar de vraag. Wie de geschiedenis niet kent is veroordeeld om dezelfde fouten te maken, die geslachten voor ons maakten en waarvan aangetoond is, dat het niet werkt. Als we daar aandacht aan besteden, kunnen we leren van de fouten van anderen en die zelf vermijden. Vandaag leven we in een hectische wereld. Gods Woord is er duidelijk over, dat we leven in de laatste dagen van de geschiedenis. Gods Woord houdt ons voor, dat God met Israël tot Zijn doel komt. God heeft Israël niet afgeschreven.

Het volk handelde niet zoals God het verwachtte. Het volk heeft daar zwaar voor moeten boeten. Maar Israël heeft nog een geweldige roeping te vervullen. God had aan Abraham beloofd, dat met hem alle volken gezegend zouden worden. Dat is gebeurd, en wordt vervolgd. Vandaag zijn er velen in Israël, die niet geloven. Dat wil niet zeggen, dat God Zijn plan opgeeft. Hetzelfde geldt ook voor ons. Steeds meer mensen hebben geen boodschap aan God. Ondanks alles is er veel godsdienst en spiritualiteit. Het is zaak, dat we er voor waken, dat ons niet hetzelfde overkomt als Israël. Ik bedoel, dat we niet door onze eigen opvattingen Gods Woord verkeerd begrijpen. Dit temeer, daar de Here Jezus eens de verzuchting slaakte:

“Maar, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?”

Lucas 18:8

Daarmee bedoelde Hij, niet een of ander geloof of spiritualiteit, maar het geloof zoals het in Gods Woord is neergelegd. Als we ons daar aan houden ontstaat er geen misverstand, en wordt Gods bedoeling niet verkeerd begrepen.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Alleen Jezus

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En er klonk een stem uit de wolk, die zeide: Deze is Mijn Zoon, de Uitverkorene, hoort naar Hem,”

Lucas 9:35

Schriftlezing

“En het geschiedde ongeveer acht dagen na deze woorden, dat Hij Petrus en Johannes en Jakobus meenam en de berg opging om te bidden. En het geschiedde, terwijl Hij in het gebed was, dat het aanzien van zijn gelaat anders werd, en zijn kleding werd stralend wit. En zie, twee mannen spraken met Hem, en wel Mozes en Elia. Dezen, in heerlijkheid verschenen, spraken over zijn uitgang, die Hij te Jeruzalem zou volbrengen. En Petrus en die met hem waren, werden door slaap overmand en, toen zij ontwaakten, zagen zij zijn heerlijkheid, en de twee mannen, die bij Hem stonden. En het geschiedde, toen dezen van Hem scheidden, dat Petrus tot Jezus zei: Meester, het is goed, dat wij hier zijn, laten wij drie tenten opslaan, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een; want hij wist niet, wat hij zei. En terwijl hij dit zei, kwam er een wolk, en overschaduwde hen. En zij werden bevreesd, toen die de wolk ingingen. En er klonk een stem uit de wolk, die zei: Deze is mijn Zoon, de uitverkorene, hoort naar Hem. En terwijl die stem klonk, bevond Jezus Zich alleen. En zij zwegen en verhaalden in die dagen aan niemand iets van hetgeen zij gezien hadden.”

Lukas 9:28-36

Boodschap

Zo maar ineens? Een stem uit een wolk, die zegt Hij is het? Ja, dat kan iedereen wel dromen en zeggen. Wie is Hij? Waar komt Hij vandaan? Het beging hiervan ligt in een ver verleden. Toen Israël in de 15e eeuw voor Christus. het Beloofde Land introk, kregen ze het te horen.

“Een profeet uit uw midden, uit broederen zoals ik (Mozes) ben zal de Here uw God, u verwekken; naar Hem zult gij luisteren.”

Deuteronomium 18:15

Dat is nu 3500 jaar geleden. Ja, God heeft de tijd en neemt de tijd! In de 8e eeuw voor Christus werd het door de profeet Jesaja nog eens bevestigd:

“Zie, Mijn knecht, die Ik ondersteun; mijn uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb.”

Jesaja 42:1

Waar komt Hij vandaan? Uit Israël, verwekt door de H. Geest geboren uit de Maagd Maria. HIJ is God en mens. Waaraan is Hij herkenbaar? In de kerstnacht, dat was weer 800 jaar later, zei de engel zei:

“U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David. En dit is het teken: Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe.”

Lucas 2:11

Jezus, Gods Zoon, die mens wordt komt uit Israël. In Zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw zei HIJ:

“Want het heil is uit de Joden.”

Johannes 4:22

We moeten de Verlosser en het heil nergens anders zoeken of verwachten. Voordat de Here Jezus de lijdensweek in ging vond er iets heel bijzonders plaats. De verheerlijking op de berg. Ook daar waren weer getuigen. Dit zien we steeds opnieuw. Bij de openbaring van de heilsfeiten zijn steeds getuigen aanwezig, die kunnen bevestigen wat er gebeurde. Het is niet een of ander schimmig verhaal van een enkeling. Bij de aankondiging van de komst van de Messias in het Paradijs zei God:

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”

Genesis 3:15

Er waren drie getuigen: Satan, Adam en Eva. Bij Zijn geboorte, Zijn doop, Zijn kruisiging, Zijn opstanding, en bij Zijn hemelvaart, er waren altijd getuigen. We weten waar Hij vandaan kwam, waaraan Hij herkenbaar is. We lazen dat God zei: “Deze is Mijn Zoon, de uitverkoren, hoort naar Hem.” Het betekent Hem volgen. Er wordt niet bedoeld het voor kennisgeving aannemen en overgaan tot de orde van de dag. Jezus zelf zei:

“Jullie zijn Mijn vrienden, indien als jullie doen, wat Ik jullie zeg.”

Johannes. 15:14

Daarmee heeft Hij het voor het zeggen. Is dat zo in uw leven? Als u weet waar Hij vandaan komt, Wie Hij is, kunt u dit niet vrijblijvend voor kennisgeving aannemen. Het gaat om de erkenning van Zijn gezag en om onze gehoorzaamheid. Doen we wat hij zegt? We weten nu waar Hij vandaan kwam, waaraan we Hem kunnen herkennen. Hij is het, niemand anders. Als we in de Lijdensweken zijn, moeten we weten over Wie we het hebben. Wat gedenken we, Wie gedenken we? Het gaat niet maar om een historische figuur. Jezus is veel meer dan dat. Eens vroeg Jezus aan Petrus, wie zeg jij dat Ik ben? Het antwoord luidde:

“U bent de Christus, de Zoon van de levende God. Jezus zei, dat weet je niet van jezelf, dat heeft God aan jou geopenbaard.”

Mattheüs 16:16

Naar binnen betekent het

“Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn Woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen,”

Johannes 14:23

Naar buiten betekent het, Hij is die gezondene, die uitverkorene, de geliefde Zoon van God, die kwam om de kop van de slang te vermorzelen. Bij Zijn intocht in Jeruzalem zei Jezus:

“Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden,”

Johannes 12:31

Vandaag geloven velen niet in het bestaan van de Overste van deze wereld, de vorst van de duisternis. Daar zijn velen te modern voor. Maar als hij er niet was en geen macht had, waarom moest Jezus dan komen? Was Hij dan bijgelovig? Zijn wij slimmer dan Hij? Als het Goede Vrijdag wordt, moeten we beseffen, dat daar de grote beslissing viel, die uitliep op de kruisiging. Dit bezegelde de ondergang van de tegenstander, Satan. Door het offer van Jezus, door Zijn zelfverloochening, werd de zonde uitgedelgd. Dit ouderwetse woord betekent: de schuld werd afgelost. Dat deed Jezus. We hebben vaak moeite met gehoorzamen. Het is verbazingwekkend, dat mensen, die zo slim zijn in het dagelijkse leven, zo dom zijn in het geestelijke leven. Als je je niet houdt aan de dagelijkse wetten, heb je problemen. Als je je niet houdt aan geestelijke wetten, heb je nog veel groter problemen. Mensen willen graag, dat het verkeerslicht altijd op groen staat. Maar soms staat het glashelder op rood. Het is voor ons bestwil, voor dit leven en voor de eeuwigheid, die daarop volgt. Het geldt zowel voor de wetten waar we dagelijks mee maken hebben, als voor dat, wat God zegt. Wat zei HIJ ook weer?

“Deze is Mijn Zoon, de uitverkorene, hoort naar Hem.”

Lucas 9:35

Het is voor uw bestwil zowel voor de tijd als voor de eeuwigheid. Rij niet door rood, op de weg niet, in het geestelijke leven niet. Luister naar Hem.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

De Maagd Maria

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.”

Lucas 1:38

Schriftlezing

“In de zesde maand nu werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth, tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria. En toen hij bij haar binnengekomen was, zeide hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Here is met u. Zij ontroerde bij dat woord en overlegde, welke de betekenis van die groet mocht zijn. En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen. En Maria zeide tot de engel: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb? En de engel antwoordde en zeide tot haar: De heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden. En zie, Elisabeth, uw verwante, is eveneens zwanger van een zoon in haar ouderdom en dit is reeds de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar heette. Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen. En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.”

Lucas 1:26-38

Boodschap

In dit Schriftgedeelte gaat het over twee vrouwen. Ze hebben treffende overeenkomsten, ook verschillen. Er zijn wel tien tegenstellingen tussen deze twee. De belangrijkste is, dat Maria Maagd is, terwijl Elisabeth al jaren getrouwd is. De ene jong, de andere oud. De ene wordt zwanger, bij de ander gaat het niet. Bij de ene was het te vroeg, zeggen we dan, bij de ander te laat. Bij de ene is er sprake van een bovennatuurlijke geboorte, bij de ander een veel te late geboorte. Behalve Maria, is er nooit een vrouw geweest, die een bovennatuurlijke zwangerschap en geboorte heeft gekend. Zelf vroeg ze aan de Engel, hoe kan dat nou? In heb geen man, ja wel een verloofde, maar… Ze zei ook niet, daar moet ik het eerst eens met Jozef over hebben. Als jong meisje, zei ze ook niet, wat zal mijn moeder er wel van vinden. Zwanger, zomaar? Dat gelooft toch niemand! Lees verder