Het Nieuwe Testament
Wat God in het Oude Testament over Jacob en Ezau gezegd heeft, blijft geldig. Toen ze “nog niet geboren waren en goed noch kwaad hadden gedaan – op het verkiezende voornemen Gods zou blijken, niet op grond van werken, maar op grond daarvan, dat Hij riep – werd tot haar gezegd: de oudste zal de jongste dienstbaar zijn, gelijk geschreven staat: Jacob heb Ik liefgehad, maar Ezau gehaat.” Romeinen 9:11-13 Deze uitspraak staat in dezelfde context als in het boek Maleachi.
De zojuist genoemde tekst plaatst ons voor een mysterie. Er wordt zeer verschillend over gedacht. Ieder benadert dit mysterie vanuit zijn theologische achtergrond. Het is zaak, dat we ons van onze theologische vooringenomenheid losmaken. In menselijk verstaanbare woorden brengt Maleachi Gods gedachte over Jacob en Ezau aan Israël. Het is geen geheimtaal. De Bijbelverklaarder moet er niet iets aan toevoegen of inleggen, dat is eisegese. Het gaat om de exegese, de uitleg, van wat er staat, niet wat de Bijbelverklaarder denkt, dat er staat.
Profetieën mogen niet vergeestelijkt worden, waar ze letterlijk verstaan kunnen worden. De vele bovenaangehaalde profetische teksten, zagen en zien uit op wat God letterlijk in de geschiedenis van Israël zou en gaat doen. In het licht van de genoemde profetieën bestaat geen Bijbelse grond om de teksten van Genesis 25:23, Maleachi 1:2-3 en Romeinen 9:13 te vergeestelijken, maar moeten de teksten letterlijk verstaan worden.