Alle berichten van Karel van Berghem

De zekere toekomst van de christen [Serie]

In deze tijd van verwarring zijn er voor de gelovige Bijbelse basisprincipes waarmee hij meer dan ooit vertrouwd moet zijn. In een serie studies wordt hieraan aandacht besteed. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij Gods Woord als het fundament van de gelovige. Daarna gaat om zijn positie in Christus, daarna de geestelijke strijd gevolgd door het onmisbare gebed. Aandacht wordt vervolgens besteed aan het profetische woord, daarna de mogelijke misleiding van de gelovige. Verder is er sprake van een andere Christus. De voorzegde afval wordt onder de loep genomen gevolgd door de weerhouder. De laatste vier studies in deze serie gaan over de werking van Satan, dwaling en oordeel, de voorgestelde heerlijkheid, EN tot slot de zekere toekomst van de christen.

Jaarwisseling

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam Jezus, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen.”

Lucas 2:21

Schriftlezing

“Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Here aan Abram en zei tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken. Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem: Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn. Voorts zei God tot Abraham: En wat u aangaat, gij zult mijn verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten. Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u. Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is.”

Genesis 17:1-12

Boodschap

Als u dit gelezen, gehoord hebt, vraagt u zich af wat dit Schriftgedeelte met Oud en Nieuwjaar te maken heeft. In de loop van de geschiedenis werd het Kerstfeest van het Nieuwe jaar gescheiden, alsof die niets met elkaar te maken hebben. Uit een enquête is gebleken, dat ⅔ van de mensen met Kerst niet naar de kerk gaan. Maar Oudejaarsavond, de laatste dag van het jaar, zullen ze zeker niet overslaan. De meeste mensen weten niet, dat Nieuwjaar zonder Kerst niet kan bestaan. Waarom niet? In het Kerstevangelie van Lucas lezen we, dat Jezus op de 8e dag besneden werd. Toen kreeg Hij ook Zijn Naam, zoals we gelezen hebben. Jezus betekent Redder, Verlosser. Wat heeft dat met Nieuwjaar te maken? Nieuwjaarsdag is de 8e dag na 1e Kerstdag. Besnijdenis was het teken van het Verbond, dat God met Abraham gesloten heeft. Die 8e dag noemen we Nieuwjaar en daarmee begon ook de jaartelling, de Christelijke jaartelling. Maar waarom moest dit op de 8e dag gebeuren? In het boek Leviticus staat:

De Here sprak tot Mozes: “Spreek tot de Israëlieten: Wanneer een vrouw moeder wordt en een kind van het mannelijk geslacht baart, dan zal zij zeven dagen onrein zijn; als in de tijd van haar maandelijkse afzondering zal zij onrein zijn. En op de achtste dag zal het vlees van zijn voorhuid besneden worden.”

Leviticus 12:1-3

De besnijdenis bepaalt het begin van het Nieuwe Jaar, dat we AD Domini, het Jaar des Heren, 2010 noemen. Dit staat allemaal nogal ver van onze beleving. Kerst en Nieuwjaar zijn allang niet meer, wat ze oorspronkelijk waren. Deze lange inleiding was nodig om duidelijk te maken waar het eigenlijk om gaat. Hoewel het Kerstverhaal in het Nieuwe Testament staat, spelen de gebeurtenissen zich volledig af binnen het Oude Verbond. Met de komst van Jezus, Gods Zoon, wordt de slotfase van de laatste 33 jaar van het Oude Verbond ingeluid. Waarvoor kwam de Here Jezus eigenlijk? Wat zei Hij?

“Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden, Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.”

Mattheüs 5:17

Alle vier Evangeliën geven het eindpunt van het Oude Verbond aan. Over dat moment, is de apostel Johannes het duidelijkst:

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”

Johannes 19:30

Vanaf dat moment, kon het Nieuwe Verbond in werking treden. Daarom is de 8e dag na Kerst, Nieuwjaar zo belangrijk. Voor Israël zei de profeet Jeremia:

“Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb

(…)

Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

Jeremia 31:31-33

De Wet van de Tien Geboden staat dan niet langer op stenen tafelen, maar in de harten. Dan zal Israël God van harte liefhebben en dienen. Dit trok de Paulus door naar de Gemeente van Corinthe. De Nieuwtestamentische Gemeente bestaat uit Joden en heidenen, die de Messias belijden. Paulus schreef:

“Onze brief zijt gij, geschreven in onze harten, kenbaar en leesbaar voor alle mensen, daar gij toont een brief van Christus te zijn, door onze dienst opgesteld, niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten.”

2 Corinthiërs 3:2-3

Dit vloeit allemaal voort uit die 8e dag na de Kerstdag, dit is de realiteit van het Nieuwe Jaar, dat we straks mogen vieren. Er valt iets te vieren, maar het is een beetje anders, dan onze moderne cultuur ervan gemaakt heeft. Het Nieuwe Jaar brengt ons een jaar dichter bij de Wederkomst van onze Heer en Heiland Jezus Christus.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Kerst

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.”

Jesaja 9:5

Schriftlezing

“De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest. Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden. Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden. Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zei: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuël geven, hetgeen betekent: God met ons.”

Mattheüs 1:18-23

Boodschap

De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest.

Mattheüs 1:18

Er zal een kind geboren worden. De manier waarop dit gaat is uniek. Wat is dat dan voor bijzonder kind? De Engel zei tegen Jozef: Maria “zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden.”

Dit kind krijgt meteen zijn bestemming en die is ook niet alledaags. Hij zal een redder zijn. Dat redden is uit de macht van een vijand. Dat betekent dat er geweld aan te pas zal komen. Is dat Kerstfeest? Ik dacht altijd dat vrede op aarde bij Kerst hoorde. Kerstfeest was niet altijd, zoals wij het vandaag beleven. De eerste Christenen werden verdrukt en vervolgd. De boodschap van God’s heerschappij klonk als muziek in hun oren. Voor hen betekende vrede einde van vervolging en onderdrukking. Dan lazen ze uit Psalm 2 waarin de Messiaanse koning met Gods vijanden afrekent. “Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots, hen stukslaan als pottenbakkerswerk. Nu dan, gij koningen, weest verstandig, laat u gezeggen, gij richters der aarde.” Dat klinkt ons vreemd in de oren. Zo kijken we toch nooit naar Kerst! Toch is het niet zo vreemd als het lijkt, want in het Nieuwe Testament lezen we:

“Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.”

1 Johannes 3:8b

Iemands persoonlijke omstandigheden spelen blijkbaar een rol, hoe hij dit feest beleeft. Vele eeuwen later, in 1724, zag de 39-jarige Johann Sebastian Bach het heel anders. In de Kerstcantate voor de eerste Kerstdag zong een tenor: “God voor wie de aarde te klein is, de wereld en de hemel kunnen Hem niet bevatten.” En dan de onverwachte tegenstelling: “Hij wil in een krappe kribbe liggen.” Bach was sprakeloos. De hemel en de aarde zijn te klein voor God, toch wil Hij in een kleine kribbe liggen. Kerst betekent, blijkbaar niet alleen afrekening met een vijand, redding van een volk, maar ook verwondering. Hoe beleven wij Kerst? Bij een volgepakte zangavond in de Royal Albert Hall in Londen zongen 6000 mensen kerstliederen. Daar zong ook een tenor. Toen hem gevraagd werd wat Kerst voor hem betekende zei hij, het samenzijn met de familie. Hij kreeg applaus. Hoe beleven we Kerst? Iemand die kritisch naar Kerst keek zei, dat het feest versuikerd is. Alles is zoet en lief. Je mag de sfeer niet bederven. Kunnen we ons nog verwonderen? De cultuur mag niet ons geloof bepalen. We moeten geloof en cultuur uit elkaar houden. We lijden aan een overdaad van reclame en kunstmatige sfeer. Dat de heerschappij op zijn schouder ligt, wordt vergeten. Gods Woord noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Als de strijd gestreden is, komt er vrede. Dat is nog niet vandaag, maar toekomst. Als het Kerstkind in ons hart geboren is, kunnen we nu al Vrede in ons hart hebben. Natuurlijk mogen we Kerstfeest vieren, samenzijn met de familie. Geniet er van, daar is niets mis mee. Maar dáár kwam Hij niet voor. Zoals we vandaag naar het Kerstfeest kijken, heeft de cultuur het Christusfeest overweldigd. De samenleving is in rep en roer, want het wordt Kerst. Maar om wat, om Wie gaat het eigenlijk? Mag de door God gegeven Zoon er ook bij zijn op zijn verjaardag? Hebt u Hem ergens gezien op straat, in de winkels? Waar is Hij? Hoe heette Hij in de Kerstnacht? Pas op de 8e dag na Kerst kreeg Hij Zijn Naam:

“Gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden.”

Mattheüs 1:21

“Want de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere Naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.”

Handelingen 4:12

Zoals deze tekst zegt, die redding heeft niet alleen te maken met het tijdelijke maar heeft consequenties voor de eeuwigheid, waar ieder mens voor komt te staan. De vijand werd overwonnen op het kruis van Golgotha. De geestelijke strijd duurt nu nog voort. Hoe kan de strijd voortduren, als de vijand verloren heeft? De Duitse soldaten zeiden het zelfs hardop. En wat gebeurde? Gaf de vijand op? Nee, de tegenstand en de vernielingen werden alleen maar erger. Zo is het ook in de eindstrijd zoals voorzegd door de profeet:

“Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem.

(…)

En de Here zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de Here de enige zijn, en zijn naam de enige.”

Zacharia 14:3-5, 9

Voor wie het vergeten was. Hij op wiens schouder de heerschappij rust verliet op Hemelvaartsdag de aarde van de Olijfberg. Bij Zijn Wederkomst komt Hij ook op die plaats terug. Dat betekent het definitieve einde van de vijand, de Antichrist en de redding van Zijn volk, allen die Hem als Heer en Heiland in hun leven hebben aanvaard.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Advent – Mysterie

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest.”

Mattheüs 1:20

Schriftlezing

“De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest. Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden. Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden. Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zei: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuël geven, hetgeen betekent: God met ons. Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus.”

Mattheüs 1:18-25

Boodschap

Hier hebben we te maken met iets wat niet kan. Dit is nooit vertoond. Niemand kent iemand, die hier ooit van gehoord heeft. Een maagdelijke geboorte is onmogelijk. Niemand heeft dat in zijn familie of kennissenkring meegemaakt. Onzin, of toch niet? Voor wie probeert dit filosofisch te beredeneren wordt het mysterie alleen maar groter. Wie dit mysterie Bijbels wil verstaan loopt tegen de profetische tekst aan:

“Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.”

Jesaja 55:9

Hoe knap we ook zijn, deze openbaring gaat ons begrip te boven. Openbaring, kennis, die God ons bekendmaakt en die we op geen enkele andere manier zouden kunnen weten. Het is geen kwestie van wetenschap maar van geloof. Vandaag is de regel, wat niet bewezen kan worden bestaat niet. Maar echte wetenschap betekent, dat niets bij voorbaat uitgesloten moet worden. Wie dat doet, bezorgt zichzelf een blinde vlek in zijn waarneming. Wie dat doet, kan de waarheid niet meer ontdekken. Als God de hemel en de aarde geschapen heeft, zou Hij dan dit niet kunnen? Ja maar, kan iemand zeggen, wie bewijst, dat God dat gedaan heeft? Wie dat niet gelooft moet dan maar bewijzen, dat Hij het niet gedaan heeft. De tekst maakt duidelijk, dat God in het leven van de maagd Maria op wonderlijke wijze gehandeld heeft. Wie was zij? Een jong meisje, God koos haar uit de koninklijke familie van koning David. Ze was in ondertrouw met Jozef de timmerman uit Nazareth. Langs een andere tak behoorde ook hij tot het huis van David. Jozef en Maria waren onopvallende figuren. Ze waren zich er niet van bewust, maar ze hadden Gods aandacht.

Maria werd door God uitgekozen om de moeder van het kind Jezus te worden. Als de engel haar komt vertellen, dat ze in verwachting zal raken, vraagt ze stomverbaasd hoe dat wel kan? Ik heb geen man, zegt ze. Ja maar, ze was toch in ondertrouw, nou dan. Ze had geen omgang met een man. Ze was immers niet getrouwd. Ze was en bleef maagd. Zo was dat in Israël, zo was het vroeger ook in Nederland. Vroeger, ja vroeger. Zonder huwelijk was een zwangerschap voor Maria onbestaanbaar. Ze heeft Jozef verteld, wat de engel haar verteld had. Jozef zat ermee, enorm. Wat die twee doorleefd hebben, kunnen wij niet peilen. Het ging in tegen alles, wat ze geleerd en geloofd hadden en zoals dat voor ieder stel gold. Maria zwanger? Dat kon in Israël absoluut niet.

De enige oplossing, die Jozef ziet is op grond van Gods Woord in stilte van Maria scheiden. Hoewel ze dit geen van beiden willen, hebben ze geen andere keus. Ze kunnen God, hun ouders en elkaar recht in de ogen kijken. Gods heeft dit stel uitgekozen om Zijn Zoon in Maria’s schoot en in Jozef’s armen te leggen. Het goddelijke wordt in het menselijke gelegd. Dit is een mysterie. Jezus, Gods Zoon, neemt de gestalte, het uiterlijk van een mens aan en blijft voluit God. Dit is het mysterie. Het mysterie bestaat ook vandaag nog. God ziet ook vandaag uit naar jonge mensen om Zijn Zoon in hun hart te leggen. Mensen zijn bedoeld om Gods Geest in hun leven te dragen. Dit wonder herhaalt zich bij de mensen, als ze wedergeboren worden. Dat is als de Heilige Geest inwoning bij de mens maakt. Is dat bij u, bij jou al gebeurd? Nee? Zou u willen, dat het gebeurt? De Here Jezus zelf heeft geleerd:

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.”

Johannes 3:16

Wie daar serieus op ingaat mag door het geloof een kind van God worden. Want:

“Allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven.”

Johannes 1:12

Zo iemand wordt dan een tempel van de Heilige Geest. De havenstad Corinthe stond bekend om zijn losbandig leven. Ook sommige gelovigen in Corinthe worstelden er mee. De apostel Paulus schreef hen:

“Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam.”

1 Corinthiërs 6:19-20

Dat leven ziet er anders uit, dan wat onze hedendaagse cultuur jonge mensen voorhoudt. In de tijd van Jozef en Maria was de samenleving ook bepaald geen paradijs. Zij deden niet mee met hun tijd. Christenzijn is geen gevoelskwestie. Het gaat om de totale mens, ook met je geest, waar Gods Geest in woont. Daarom kon de engel Gabriel tegen Maria en Jozef zeggen, dat wat in haar verwekt was, van de Heilige Geest was. God wil Zijn heerlijkheid ook in ons leggen, in onze geest, onze ziel en ons lichaam. Mensen die zo leven zijn niet populair. Ze halen de krantekoppen niet, ze komen niet op de TV. Maar wat is eigenlijk de zin van het leven? Waarom zijn we hier eigenlijk? Geboren worden, opgroeien, carrière maken, voorspoedig leven, ziek worden en doodgaan? Is dat alles? Wat zegt Gods Woord? Over Israël zei God:

“Ieder die naar mijn naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.”

Jesaja 43:7

Dit geldt ook voor de gelovigen van vandaag. Leven tot Zijn eer, dat is de zin van het leven. God op de eerste plaats in ons leven. Dan weten we waar we vandaan komen, weten wat we hier te doen hebben en weten we tenslotte ook waar we heengaan. We zijn niet ontstaan uit een toevallige cel, maar door God gewild als dragers van Zijn heerlijkheid met een eeuwige bestemming. Advent is mysterie. Het gebeurde toen zodat het ook vandaag kan gebeuren. Het is niet te begrijpen, je kunt het alleen geloven of niet. Dit is het mysterie, dat mensen vandaag mogen ontvangen en beleven. God ziet uit naar mensen, aan wie Hij Zijn schat kan toevertrouwen. Het is Advent. Jezus komt om geboren te worden. Kan dat bij jou? Maria zag het niet aankomen. Het overrompelde haar maar ze was klaar voor het werk van de Heilige Geest. Advent is niet alleen een historische gebeurtenis, het is ook realiteit voor vandaag. Ben je er klaar voor? Kan God ook in jouw leven het wonder doen? Dan wordt het pas echt Advent.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Het Verbond

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”

Genesis 3:15

Schriftlezing

“De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de Here God gemaakt had; en zij zei tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? Toen zei de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. De slang echter zei tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad. En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten. Toen zij het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de Here God tussen het geboomte in de hof. En de Here God riep de mens tot Zich en zei tot hem: Waar zijt gij? En hij zei: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. En Hij zei: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van de boom gegeten, waarvan Ik u verboden had te eten? Toen zei de mens: De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten. Daarop zei de Here God tot de vrouw: Wat hebt gij daar gedaan? En de vrouw zei: De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten. Daarop zei de Here God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”

Genesis 3:1-15

Boodschap

In deze overdenking wordt in vogelvlucht gekeken naar de hoogtepunten van het Verbond in Gods Woord. Als het over het Verbond gaat denken de meeste mensen meteen aan Gods Verbond met Abraham. Maar dat was niet het eerste Verbond, dat God met de mensen sloot. Ver vóór Abraham sloot God een Verbond met Noach. De aarde zal nooit meer door een zondvloed vergaan. Tot nu toe ging het over de volken. Zoals steeds zijn de Verbonden, die God met de mensen sloot éénzijdig. Dat wil zeggen, het initiatief gaat steeds van God uit. God en de mens zijn geen twee gelijkwaardige partijen. Alhoewel het woord “Verbond” in Genesis 3:15 niet genoemd wordt, heeft de belofte, die God aan Adam en Eva deed, de kracht van een Verbond. Dit is grondleggend voor alles wat volgt. Satan had Eva verleid, dit leidde tot de zondeval. Daar greep God in. Hij beloofde, dat het zaad van de vrouw, dat is de komende Verlosser, Satan de kop zou vermorzelen. Dit Verbond ontwikkelt zich in etappes. Voorlopig ging het bergafwaarts. Na verloop van tijd was de aarde vol van geweld, waar God door de Zondvloed een einde aan maakte. Met Noach maakte God een nieuw begin. Daarna koos God Abraham uit de volken om van hem de vader van een volk te maken. God zei:

“Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.”

Genesis 12:3

Dan volgt Gods Verbond met het volk Israël. Hun lange geschiedenis is er een van vallen en opstaan. Maar Joël profeteerde:

“Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, (…) Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten.”

Joël 2:28-29

Dat is het Nieuwe Verbond.

Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. Wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning. Hebreeën 8:13 Wanneer gebeurde dat? Bij het Laatste Avondmaal, op Goede Vrijdag op Golgotha:

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”

Johannes 19:30

Wat is volbracht? De belofte uit het Paradijs. Het Oude Verbond loopt van het Paradijs tot Golgotha. Op de Pinksterdag trad het Nieuwe Verbond in werking.

“En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren;

(…)

en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.”

Handelingen 2:2, 4

De Gemeente, die daar ontstond is het geestelijke, het Joods-Messiaanse Israël. Paulus noemt het de Olijfboom. Later schreef de apostel Paulus aan de Gemeente in Rome:

“… want het heil is uit de Joden.”

Johannes 4:22

Maar eerst moet het Oude Verbond worden afgesloten. In Hebreeën 8 gaat het over dat Nieuwe Verbond. Daarin staat te lezen:

“Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.”

Hebreeën 8:13

Jeremia profeteerde lang van tevoren:

“Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal.

(…)

Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

Jeremia 31:31, 33

En wij, gelovigen uit de heidenen? Wij mogen deel van dat Nieuwe Verbond uitmaken. Hoe werkt dat? Als iemand gelooft, dat Jezus Christus voor zijn/haar zonden gestorven is, wordt hij/zij geënt op die Olijfboom. Zo mogen wij deel uitmaken van het Nieuwe Verbond. Waar staat dat? In het kort. In het zendingsverslag in Jeruzalem staat:

“Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen.

(…)

spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

Handelingen 15:14, 17b-18

“Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot een lichaam verbonden. weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.”

Efeziërs 2:13-16

Zo wordt de scheiding tussen Joden en heidenen, die in de Messias geloven opgeheven. Niet alleen voor Israël maar ook voor hen, die niet tot dat volk behoren, loopt de weg tot behoud via Golgotha. Daar stierf de Verlosser, die in het Paradijs beloofd was. Wie dat gelooft behoort tot de Gemeente van Christus. Wat zegt de apostel Petrus?

“wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is,  maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.”

1 Petrus 1:18-19

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Vergeving

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken Worden.” Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”

Jacobus 5:15-16

Schriftlezing

“Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur. Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken.  Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming. Maar vooral, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch welke andere eed ook. Laat ja bij u ja zijn en neen neen, opdat gij niet onder het oordeel valt. Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden. Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen.  Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren.  En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”

Jacobus 5:9-16

Boodschap

Vorige week beloofde ik terug te komen op de bespreking van Jacobus 5:14-15. Er is een nadere uitleg nodig over de plaats waar zonden beleden en vergeven worden. Ik zei toen, dat dit niet in een massabijeenkomst moet gebeuren. Hoe kan iemand zijn hart uitstorten en zonden belijden waar talloze mensen getuige van zijn. Daar zijn geen pottekijkers bij nodig, geen ongezonde nieuwsgierigheid. Niet smullen van spectaculaire scènes. De tekst geeft ten eerste aan, dat de goddelijke hulp of genezing wordt ingeroepen door een gelovige, die Christus belijdt als Heer en Heiland. Let wel, Heer staat voorop. Dat betekent, dat HIJ degene is, die het voor het zeggen heeft. Voor hen die dit erkennen is HIJ ook de Heiland, de Verlosser, die kan bevrijden van ziekte en zwakte. Daarbij maakt het niet uit of die kwaal lichamelijk, psychisch of geestelijk is. De Bijbel maakt duidelijk onderscheid tussen ziel en geest. Voordat gebeden wordt en de handen opgelegd, moet de predikant, ouderling, of wie er met de bediening belast is, aan de hulzoekende vragen of er mogelijk sprake van zonde is. Het is mogelijk, dat God Zijn kind op het ziekbed heeft neergelegd vanwege zonde om hem/haar de gelegenheid te geven tot zichzelf te komen en na te denken. De hulpzoekende kan zo druk  bezig zijn in het dagelijks leven, dat hij niet tot rust kan komen en zonder ophouden doordraaft. Het kan ook een vlucht zijn. De dagelijkse praktijk bewijst ook, dat mensen pas gaan nadenken als ze uitgeschakeld worden. Dan rijst de vraag naar de zin van de dingen. Dan gaat de hulpbehoevende zich realiseren, dat er meer is dan dit leven en de carrière en wat daar mee samenhangt. In dat geval kan ziekte een zegen zijn. Maar iemand kan natuurlijk ook om andere redenen uitgeschakeld raken. Kortom, iemand kan niet verder zoals hij/zij dat gewoon was. De grootste openheid ontdekte ik onder patiënten in een grote psychiatrische inrichting. Om welke reden dan ook, elke patiënt was zich daar bewust, dat hij het niet had gered. Een ziektegeval kan de inleiding worden voor iemand, die niet gelooft om door innerlijke overtuiging tot geloof te komen. Vroeg of laat komen we God tegen. Wie niet gelooft moet niet denken, dat hij God daarmee ontlopen kan. Pastorale zorg gaat uit van Gods Woord. Hoe is de persoonlijke relatie van de hulpzoekende met God? Als die relatie er niet is, moet daar mee begonnen worden. De vraag is niet of iemand lid van die of die kerk is. Als iemand de hulp inroept, die in de Jacobusbrief bedoeld wordt, ligt daar het begin van het gesprek. Als iemand Christen is, moet de vraag gesteld worden, of er sprake van zonde kan zijn. Dat hoeft niet, maar het kan. Dit is een delicate vraag, waarbij de pastorale zorger niet boven maar naast de hulzoekende gaat staan. Het gaat er om hem te helpen, niet om te oordelen, nog minder om te veroordelen. Dat is zijn taak niet. Het is niet voor niets, dat er een beroep op de oudsten van een Gemeente gedaan wordt. Aan hen worden hoge eisen gesteld. Het moeten geestelijk rijpe mannen met levenservaring zijn, die onder strikte geheimhouding staan. De zondevraag moet gesteld worden.

“Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt.”

Jacobus 5:16

Er moet opening van zaken gegeven worden. Dat kan moeilijk zijn. Maar als daar in gehoorzaamheid naar geluisterd wordt, ontvangt de hulpzoekende vergeving. Onbeleden zonde vormt een obstakel voor gebedsverhoring. Ook de pastorale zorgers zijn ook mensen, die weten wat zonde is en vergeving hebben ontvangen nadat zij hun zonden beleden hebben. Dit is de Bijbelse weg. Het gaat er niet om, dat de oudste in het “ambt.” De Bijbel kent geen ambten; mensen die met geestelijke zorg belast zijn, zijn geen ambtenaren maar hebben gaven ontvangen om verantwoordelijkheden in de Gemeente te dragen. Van hen mag verwacht worden, dat ze een persoonlijke relatie met God hebben, dat ze Gods Woord kennen en een gezond gebedsleven hebben. Voor hen geldt:

“Leg niemand overijld de handen op, heb ook geen deel aan de zonden van anderen, houd u rein.”

1 Timotheüs 5:22

Handoplegging is geen vrijblijvende bezigheid. De praktijk leert, dat het gevaarlijk is zich in haast door wie dan ook de handen te laten opleggen. Het wil niet zeggen, dat een vlotte spreker aan de Bijbelse voorwaarden voldoet. Handoplegging aan de lopende band is een volkomen on-Bijbelse bezigheid. Het mag ook geen eenmansactie zijn. Handoplegging is altijd teamwerk. Als er geen vragen over zonde worden gesteld, moet de hulpzoekende zich de handen niet even laten opleggen. Ze kunnen daardoor ernstige geestelijke schade oplopen. Is sommige gevallen hebben gelovigen na handoplegging om in tongen te kunnen spreken, Gods Woord niet meer kunnen lezen en bidden. Er kan zelfs een occulte binding ontstaan. Het is niet voor niets, dat deze bediening binnen het kader van de Gemeente behoort plaats te vinden. De hulpzoekende en de hulverlener(s) kennen elkaar. In sommige gevallen kan het niet. Bij een Gemeente, die deze bediening niet heeft, klopt men tevergeefs aan. Daarbuiten moet de hulpzoekende goed weten aan wie hij zich toevertrouwt. Samenvattend: Bewuste, onbeleden zonde(n) moet(en) beleden worden, de oudsten bidden voor hem/haar en zalven de hulpzoekende met olie in de Naam des Heren, in het besef en de aanvaarding van: Uw wil geschiede.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Genezing

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.”

Jacobus 5:14-15

Schriftlezing

“Welaan dan, gij rijken, weent en maakt misbaar over de rampen, die u zullen overkomen. Uw rijkdom is verrot, uw klederen zijn door de mot aangevreten, uw goud en zilver is verroest, en het roest ervan zal tegen u getuigen en uw vlees verteren als vuur. Gij zijt schatten gaan opleggen, terwijl het de laatste dagen zijn. Zie, het loon, dat door u is ingehouden van de arbeiders, die uw landen hebben gemaaid, schreeuwt, en het geroep van hen, die uw oogst hebben binnengehaald, is doorgedrongen tot de oren van de Here Sebaot. Gij hebt op aarde weelderig geleefd en u te goed gedaan, gij hebt uw hart vetgemest in de slachttijd. Gij hebt de rechtvaardige veroordeeld, ja vermoord; er is geen verweer tegen u. Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij.  Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur. Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming. Maar vooral, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch welke andere eed ook. Laat ja bij u ja zijn en neen neen, opdat gij niet onder het oordeel valt. Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden. Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen.  Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”

Jacobus 5:1-16

Boodschap

Genezing. Dit is een zeer actueel onderwerp. Elk jaar betalen we hogere premies. Ziekenhuizen hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Genezing. Ieder mens wil gezond zijn of weer worden. Ook Gods Woord spreek erover. En dat kost geen geld. Voor wie was deze boodschap bestemd? Uit deze brief blijkt, dat het geschreven werd aan Messiasbelijdende Joden. We kunnen maar een klein gedeelte van deze brief bespreken.

“Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren.  En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.”

Jacobus 5:14-15

De tekst heeft hier twee delen. Er zijn veel vormen van lijden. De totale mens bestaat uit geest, ziel en lichaam. Ook gelovigen kunnen problemen hebben. Het gaat hier om iemand, Jood of heiden, die de Messias belijdt. Iemand bij wie de Here Jezus centraal in zijn leven staat. In zo’n situatie mag hij/zij de oudsten van de Gemeente roepen om voor hem te bidden en hem of haar in de naam des Heren te zalven. De belofte is, dat de zieke opgericht zal worden. Dat is iets anders dan rechtop in bed zitten. In de grondtekst staat: gered zal worden. Gered van wat? Dat kan lichamelijk, psychisch of pneumatisch, of te wel geestelijk, zijn. Jacobus was een Jood met Hebreeuws denken. In dat denken gaat niet maar om de lichamelijke problemen, waar onze tijd zo zwaar de nadruk oplegt. Het gaat om de totale mens. Dat wil zeggen geest, ziel en lichaam. Gods Woord leert, dat geest en ziel niet hetzelfde zijn.

“En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.”

1 Thessalonisenzen 5:23

en het volgende gedeelte:

“Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest,”

Hebreeën 4:12

Genezing is niet los verkrijgbaar. Waarom zou iemand, die niet in de Here Jezus gelooft bij Hem genezing zoeken? De gelovige zieke kent de oudsten, en zij kennen hem. Het gesprek vindt plaats in de woning van de hulpzoekende. Waarom daar? Daar moet de vraag gesteld worden of er mogelijk sprake van zonde is. Dat moet niet in een massabijeenkomst op een podium. Het gaat hier om zaken, waar niemand wat mee te maken heeft. In een volgende overdenking hoop ik daar op terug te komen. Dit gesprek, het gebed en de zalving met olie behoort plaats te vinden in de intieme kring, waar geheimhouding verzekerd is. Ook de oudsten zijn daar aan gebonden. Het gaat om geestelijk rijpe broeders. Hun relatie met de Heer van de Gemeente moet ook zuiver zijn. Bij allen, die bij deze gebeurtenis betrokken zijn mag er geen sprake van bewuste en onbeleden zonde zijn, die gebedsverhoring in de weg staat. Als dingen uitlekken en rondzingen, is dat funest voor pastorale zorg. Het is ook geen magisch gebeuren. De handelingen worden verricht en dan moet het gebeuren Zo werkt het niet. En al helemaal niet, waar geen genezing plaatsvindt, de hulpzoekende er de schuld van krijgt, omdat hij/zij niet gelooft. Het gaat om het welzijn van de hulpzoekende. Het gaat om tijdelijk of eeuwig welzijn. Het probleem kan lichamelijk of gevoelsmatig zijn, of de combinatie ervan, wat psychosomatisch genoemd wordt. Het kan ook puur geestelijk zijn. Gods Woord is duidelijk. In kinderlijk eenvoudig geloof mogen we die weg gaan. Daarbij blijft het altijd: Uw wil geschiede, ook al begrijpen we het niet. Ik kom er een volgend keer op terug.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Waar is de Bruid? – Vervolg

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet.”

Mattheüs 25:1

Schriftlezing

“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.”

Mattheüs 25:1-13

Bijbelstudie

Hiermee worden enkele dingen uitgewerkt, die vorige week in de Overdenking van dit Schriftgedeelte gezegd werden. Het is nu eenmaal niet mogelijk alles in één keer te zeggen. Het is goed om niet alleen een tekstverklaring te hebben maar ook de achtergronden te belichten. Daarom is het dit keer eerder een Bijbelstudie waarbij dieper op bepaalde uitspraken van vorige week wordt ingegaan.

Het Signaal

In de Overdenking werd bijvoorbeeld gezegd, dat er geen nader signaal te verwachten is voordat de Here Jezus wederkomt. Het waarschuwende signaal heeft al eeuwenlang geknipperd, en dan gebeurt het ineens. Later werd in de Overdenking de uitspraak van de apostel aangehaald:

“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.”

1 Thessalonisenzen 4:16-17

Deze twee uitspraken spreken elkaar niet tegen. Als Paulus deze uitspraak doet, bedoelt hij daarmee de 1e Opstanding van de doden. Daartoe behoren de gelovigen, die in Christus ontslapen zijn. Zij staan op te midden van de overige doden. Hoewel wij niet weten hoe, zijn vangen dit teken op. De apostel Johannes spreekt over de overige doden, dat zijn zij, die niet in Christus geloofden.

“De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren.”

Openbaring 20:5

Die Opstanding vindt dus 1000 jaar later plaats dan die van de gelovigen.

Testament of Verbond?

In de overdenking werd opgemerkt, dat rond de 95% van de vier Evangeliën inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, maar ze staan in het Nieuwe. Dat wekt verwarring. Het moet duidelijk zijn, dat er niet zoiets bestaat als een Oud Testament voor de Joden en een Nieuw voor de Christenen. De Bijbel zegt:

“En de Schrift niet kan gebroken worden,”

Johannes 10:35b

Toch wordt de Bijbel onderverdeeld in een  Oud- en een Nieuw Testament. Er is al vastgesteld, dat rond de 95% van de Evangeliën inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, maar ze staan wel in het Nieuwe. Maar in werkelijkheid gaat het niet om Oud- of Nieuw Testament, maar om Oud of Nieuw Verbond. In het Nederlands lopen deze begrippen door elkaar. Maar het gaat niet om de laatste wil en iemands testament.  In de grondtekst wordt gesproken over het Verbond. Dit veroorzaakt verwarring. De 95% die inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, loopt in het Nieuwe door tot Mattheüs 26:28; Lucas 22:20.  De apostel Johannes bezegelt het met de Kruiswoorden van de Here Jezus:

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”

Johannes 19:30

Daar eindigt het Oude Verbond.

Het Nieuwe Verbond

Johannes 19:30 meldt het einde van het Oude Verbond. Het nieuwe Verbond begint op de Pinksterdag. Dan gaan de woorden van de profeet Joël in vervulling. Op die dag werd Gods Geest nog niet op al wat leeft uitgestort, maar het was een voorproef van wat ook nu nog komen moet:

“Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten.”

Joël 2:28-29

Lettend op de eindtijd verduidelijkt de profeet Jeremia:

“Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

Jeremia 31:33

De uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag was een belangrijke stap vooruit, een voorlopige vervulling van het profetische woord. Deze gebeurtenis opende de weg ook voor de heidenen, dat wil zeggen, voor de niet-Joden, om deel te hebben aan Gods heilsplan. Als de profetieën van Joël en Jeremia in hun geheel in vervulling gegaan zijn, is het heilsplan van God voor alle mensen door middel van Israël als Zijn instrument voltooid.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Waar is de Bruid?

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet!”

Mattheüs 25:6

Schriftlezing

“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.”

Mattheüs 25:1-13

Boodschap

Dit Schiftgedeelte is een waarschuwing voor hen die denken, het zal mijn tijd wel duren. Dit geldt voor alle tijden en voor alle mensen. Dus ook voor de gelovigen van deze tijd. Ze houden er rekening mee, dat de Heer der Gemeente onverwachts zal komen. Daar gaan geen signalen aan vooraf. Er is geen profetie, die nog in vervulling moet gaan vóór Zijn komst. Het waarschuwende knipperlicht heeft al eeuwenlang geknipperd. Er wordt niet meer op gelet en dan gebeurt het ineens. Er is iets opvallends in deze gelijkenis. Er is sprake van een bruidegom, van een bruiloftszaal, van tien maagden, de vriendinnen van de bruid. Maar waar is de bruid? Die wordt niet genoemd. Het bruiloftsfeest kan toch niet gevierd worden als de bruid er niet bij is! Of is het een van de tien maagden? Welke dan? Vijf waren wijs, vijf waren dwaas. De bruidegom zal toch niet een dwaze maagd gekozen hebben! Welke van de vijf wijze maagden is het dan geworden? Het antwoord ontbreekt. Of toch niet? Aan wie heeft de Here Jezus deze gelijkenis in het Evangelie van Mattheüs gegeven? Het staat in het Nieuwe Testament. Dus voor de Gemeente! Nee, want die bestond niet. De vier Evangeliën behoren tot rond de 95% tot het Oude Testament. De boodschap was gericht tot Israël. Het gaat om een nog niet vervulde profetie voor Israël. Het Bruiloftsfeest houdt de situatie in, die zal ontstaan als Jezus Christus, de Messias met de Bruid, dat is de Gemeente, terugkomt aan het begin van het Duizendjarig Rijk. Waar komt die Bruid in Mattheüs 25:6 ineens vandaan? Onze Bijbelvertaling is een weergave van de Griekse grondtekst. Daar ontbreekt de Bruid, maar ze staat wel vermeld in de oudere Aramese tekst, de Peshitta, en zelfs in de Latijnse tekst, de Vulgaat. Bij de Wederkomst van Christus, heeft de bruiloft van het Lam al plaatsgevonden in de hemel. Nu komen de Bruidegom en de Bruid naar de aarde om het bruiloftsfeest met de vrienden, dat is Israël, te vieren. De levenssituatie i het Duizendjarig Rijk staat in schril contrast met de situatie van de huidige wereld, die met de dag slechter wordt. Bij een Joodse bruiloft werden tien maagden voor het bruiloftsfeest uitgenodigd, die jonger moesten zijn dan de bruid. Nu waren er vijf wijs en vijf dwaas. Tot op vandaag zien de Joden uit naar de komst van de Messias. Die moet nog altijd voor de eerste keer komen. Voor hen is Jezus van Nazareth niet de Messias. Voor de Christenen is Jezus de Messias. Het Griekse woord Christos is de vertaling van het Hebreeuwse maschiach. Als we in het Nieuwe Testament de aanduiding “Christus” lezen, zouden we eens moeten beginnen met daar “Messias” te lezen. Want dat is Hij. Als Bruid ziet de Gemeente uit naar haar Opname als de Bruidegom, de Messias, haar in de lucht tegemoet komt om haar tot zich te nemen.

“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.”

1 Thessalonisenzen 4:16-17

In het Evangelie van Mattheüs wordt vooruitgezien naar Zijn Wederkomst aan het einde van de Grote Verdrukking: “De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet!” Mattheüs 25:6. Dan heeft de Bruiloft van het Lam al plaatsgevonden.

Toen de Here Jezus op aarde was, werd Hij gekruisigd. Tot op vandaag worden de Joden daar scheef op aangekeken. Dit heeft tot een afschuwelijk en verwerpelijk antisemitisme geleid. Maar Israël herkende Hem niet. Hij beantwoordde niet aan hun verwachting. Zij hadden een beeld van de Messias, dat niet klopte met dat van Jezus, die onder leefde. Hoe komt dat? De apostel Paulus spreekt over een gedeeltelijke verharding van Israël. Dit is een mysterie, waar we als Christenen eens heel diep over moeten nadenken. We moeten vooral niet vergeten, dat de Here Jezus tegen de Samaritaanse vrouw zei:

“Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden.”

Johannes 4:22

Hierbij we denken aan het woord van de apostel Paulus voor de Christenen:

“Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jacob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.”

Romeinen 11:25-27

Die verharding is van tijdelijke aard, daar komt een einde aan. Dat was voor ons bestwil. God heeft Israël niet afgeschreven. De Kerk heeft niet de plaats van Israël ingenomen. Er komt een volkomen omkeer in de situatie van Israël.

“Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen.

(…)

Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.”

Zacharia 12: 2-3, 9-10

Dan zal Israël de Here Jezus als Messias erkennen. We herhalen het woord van de apostel Paulus: “En aldus zal gans Israël behouden worden.”

Amen.

~Dr. K. van Berghem