Altijd Pasen

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

Schriftlezing

“Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is? Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft.”

1 Korintiërs 15:12-25

“Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here.”

1 Korintiërs 15:55-58

Boodschap

Pasen voor altijd, we hebben paasfeest gevierd, we mochten het opnieuw weer beleven, dat de Heiland voor zondaars is gestorven en we mogen het weten voor altijd dat deed Hij ook voor mij.

Ja zeker de Heer is opgestaan, zo mag de Gemeente van Christus dit machtige feit beleven en doorgeven aan de samenleving aan een ieder die het wil horen, een getuigenis van ons allemaal op de plaats waar God u en mij heeft gesteld.

De Bijbel verteld het ons allemaal heel duidelijk dat Hij is verschenen aan de vrouwen aan Clephas en daarna aan de discipelen en aan 500 broeders tegelijk.

En later is Christus verschenen, aan Paulus, als we denken aan die indrukwekkende geschiedenis van deze verwoester van Christusgemeente op zijn weg naar Damaskus, nog horen we de woorden van de Here Jezus, Saul, Saul, waarom vervolg je mij?

We kennen het vervolg hiervan en we weten hoe het paulus is vergaan, hij is geworden van  een vervolger, tot een volgeling van Christus, de Bijbel zegt dat hij een uitstekend hulp middel is geworden in Gods Handen, deze Paulus moest naar de Heiden wereld= [de niet Joodse wereld] om Gods machtige boodschap door te geven. Zoals God had beloofd en toegezegd eeuwen geleden aan Abraham:

“In u en in uw nageslacht zal IK zegt De Here, het ganse aardrijk zegenen.”

 

Daarom kan Paulus ook schrijven, Christus opstanding is niet iets dat buiten ons om gaat, Oh, Neen, Gemeente geen sprake van, het gaat om ons allemaal, meer dan wat ook in deze wereld.

De opstanding van De Here Jezus gaat steeds verder, Hij Leeft en het is ons allen beloofd en toegezegd dat u en ik in het geloof Hem toebehoren en dat we zullen leven door Zijn opstandingkracht, leven voor eeuwig.

Ja, zegt de Schrift ons allen, dat we eenmaal in Zijn Opstanding Hem mogen volgen, dat betekent heel duidelijk, door de dood naar Het Leven, Het eeuwige Leven, een leven dat nooit meer eindigt, niet te begrijpen, maar dat hoeft ook niet geloof alleen.

Zo hebben we samen gelezen Paulus brief aan de Gemeente te Corinthe, in Griekenland, in het bekende Hoofdstuk 15, een heel bijzonder Hoofdstuk omdat het hier gaat over de Opstanding van de gelovige het kind van God.

Zeker was het hard nodig dat Paulus deze brief, dit gedeelte over de opstanding wilde doorgeven daar in de gemeente van Corinthe. Want zo schrijft hij; Er zijn sommige in de gemeente die aan de opstanding twijfelen. We kennen de twijfel, die is al zo oud als de mensheid zelf en ook in de eerste Christelijke gemeenten woekerde deze twijfel dus reeds.

Hadden ze het niet goed begrepen of verstaan daar in de gemeente van Corinthe? Dat Paulus hun hierover opnieuw gaat schrijven? Of hebben ze alles na hun bekering, weer stuk geredeneerd met hun grieks-heidens denken?

Gemeente, komen wij dat ook van daag anno 2009 niet tegen in onze moderne maatschappij, opstaan uit de dood, bestaat toch niet acht kom, sprookjes, leuk voor kleine kinderen, maar dat is onmogelijk.

En toch, de Bijbel verteld het ons allen heel duidelijk, als je de opstanding uit de schrift verwijderd, is ook het christelijk geloof verdwenen, het hart en de ziel van Gods machtige boodschap weggeredeneerd en weet u deze afschuwelijke gedachte komt vaak van binnen de gemeente zelf en is niets anders dan ongeloof, zo van wat we niet menselijk kunnen bevatten, wel dat geloven we niet, of eerst zien en dan geloven. [Denkt u maar aan Thomas]

Deze week berichte het journaal ons over het overlijden van oud-directeur Wim Koole van het IKON [ Interkerkelijk overleg Radio/TV vroeger was de naam IKOR, heel expliciet werd erbij verteld door de nieuwslezer, dat deze directeur niet meer geloofde in de Bijbel, hij was zijn geloof kwijtgeraakt, eens theologie gestudeerd in Utrecht, doctoraal gehaald over het onderwerp “Kan TV troosten.” Hoe zo troosten zonder het hart van Het Evangelie?

Zo verging en vergaat het verschillende geleerde theologen van naam in ons land en daar buiten, zij die openlijk toegaven niets meer te hebben met God/Jezus Christus en Zijn heilrijke boodschap voor zondaars voor de maatschappij voor mensen in het algemeen, theoloog betekent letterlijk, van God geleerd en aan het einde van je leven niets meer hebben dan een dood geloof, een menselijk geloof, vreselijk.

Tussen toen en nu is er op dat terrein geen verschil, daarom wil de Apostel Paulus de gemeente van Christus in dit bekende schriftgedeelte uit het 15e hoofdstuk van deze prachtige brief het volgende doorgeven, Het Evangelie van de Here Jezus heel duidelijk en heel eenvoudig. Opgestaan uit de doden, Hij leeft, kunt u het zeggen en ik met Hem? Dan ben je rijk, begrijpen doen we het niet, geloof alleen!

Zo schrijft de Apostel, met grote verbazing: Hoe komen toch sommige van u in de gemeente er toe, te vertellen dat er geen opstanding der doden is, we zeiden het al, deze boodschap wordt vandaag de dag nog steeds gehoord en heel vaak in kerk/gemeente.

Maar als de Opstanding van de Heiland Niet heeft plaats gehad, dan zo zegt Paulus, is ook ons geloof in Hem, die blijde boodschap van genade en ontferming en eeuwig leven een illusie geworden, sterker nog een leugen.

Als we zo redeneren, als sommige dat toen in de gemeente van Corinthe deden en ook velen vandaag, dan blijft ervan Het getuigenis van de Apostelen die dit Evangelie, met gevaar voor eigen leven hebben verkondigt, niets meer over,en blijkt het een vals evangelie te zijn geweest en de hoop, die de Apostelen hebben gebracht, is door zo te redeneren een groot en vreselijk stuk zelfbedrog geweest.

M.A.W. Als de Here Jezus in het graf was gebleven, dan was Hij ook maar een gewoon mens geweest, dus, als er geen opstanding van Christus heeft plaatsgevonden, dan is ook ons geloof zonder hoop/uitzicht, dan heerst nog de zonden/dood en de duivel over de mens. Dan kun je beter naar huis gaan en de kerk sluiten.

Maar ook dat geldt voor alle mensen die zijn gestorven in Christus, die hoopten op eeuwig leven, wat niet zo is, dat betekent verloren in jezelf in je eigen schuld en zonde, die dan ook niet vergeven zijn voor God de heilige.

Paulus zegt terecht als we alleen onze hoop op Christus hebben gebouw voor dit aardse leven, zijn we de beklagenswaardigste van alle mensen, ziet u hoe gevaarlijk dit soort geredeneer is en waar je uitkomt, wat zijn er vandaag ook veel mensen die niet meer geloven in de kracht van Christus opstanding, Terwijl Gods Woord het ons allen heel duidelijk verteld en leert!

Dat de natuurlijke mens zo reageert, komt dat ze niet weten wat het is om bekeert te zijn, maar dat binnen de gemeente van Christus er mensen zijn toen/nu die de opstanding loochenen, dat betekent ook dat door dit denken afgerekend wordt met het volbrachte werk op Golgotha’s kruis waar de Heiland Zijn bloed vergoot voor zondaars zo als wij.Veel theologen hebben de mensen op een verkeerd spoor gezet met hun vrijzinnig menselijk denken over Opstanding en eeuwig leven

In plaats van ons te houden aan de Wijsheid van God die het ons allen heeft verteld en doorgegeven, zijn deze mensen vervallen tot menselijke wijsheid, die nooit stand zal houden. Wat u en ik nodig hebben is de kracht van de HG om te geloven In Hem!

Daarom Gemeente, zusters/Broeders, jonge mensen, laat ons dan maar dwaas zijn in deze wereld, dan zijn we voor God de Heilige wijs, door heel eenvoudig te geloven in Zijn Machtige Woorden, in Zijn Lijden/sterven ook voor mij en ook in Zijn opstanding!. Immers Zijn Opstanding wordt u en mijn opstanding ten leven.

Al horen deze leden in Corinthe nog officieel tot de Gemeente, in wezen staan ze met hun redenering er buiten, immers als je de opstanding loochent is ook de schuld van De zonde Niet verzoend tegenover God, die Heilig is en goed.

Daarom schrijft Paulus met grote nadruk en zegt: u geloofd alleen voor dit aardse leven in Christus, u wilt Jezus als een mooi voorbeeld, als een leraar een wegwijzer in uw leven, maar van Zijn Opstanding ook voor u, wilt u niets weten. Wat zien en horen we dat in onze multiculturele samenleving steeds vaker juist ook binnen de kerken, de Christelijke gemeenten

Vandaag willen we van mensen supersterren maken, geen zondaars die verlossing nodig hebben,die boodschap is ouderwets en achterhaald, Oh neen, de mens moet centraal staan in alles, los van God en van Zijn Heilrijke boodschap, de mens zal het zelf doen en men heeft God niet meer nodig dat is de algemene gedachte en opvatting van heel veel mensen, God en de Bijbel en Zijn Gemeente zijn gepasseerde stations en passen niet meer in deze samenleving en satan speelt dit uit in de harten van mensen tot op wereldniveau toe.

Dat zien we vandaag ook wereldwijd m.i. de westerse wereld, Europa het herstelde Romeinse Rijk als een economische wereldmacht, de USA een afnemende wereldmacht, Rusland/China en de volkeren van de opgang der zon, zegt de Bijbel horen ook tot de opkomende economische wereldmachten en Israël komt steeds verder in het isolement terecht en krijgt altijd van alles de schuld in deze wereld.

Alles is door Het Woord voorzegd, alles gaat naar Zijn volmaakt bestek, God heeft ook daarin het allerlaatste woord, u kunt dit alles vinden omdat God Profeten heeft gebruikt om het door te geven, om dat we daar kennis van zullen nemen, als een gewaarschuwd mens.

Dat betekent Niet de Bijbel gebruiken als een spoorboekje maar wel om je te gaan verdiepen wat God ons wil zeggen door de profeten die van Godswege tot ons hebben gesproken voor uw en mijn behoud, vergeet dat nooit,God wil niet dat mensen verloren zullen gaan, maar tot erkentenis van de Waarheid zullen komen.

Dat betekent bij het Kruis alleen is redding ook voor deze moegestreden wereld, een lied uit de bundel zegt het zo; Kom, Oh Kom met al uw zonden, vrede wordt u aangeboden, vlucht dan voor u sterven moet, met uw leven aan Jezus voet.

Dat is ook de opdracht van Zijn Gemeente in de tijd die ons allen nog rest, wees een getuige in Woord en Daad van de grote daden van Gods Heilsplan voor u en mij, heel persoonlijk, maar ook voor allen die het willen horen en daaruit willen leven, krijgen een Hemel in het hart en straks Zijn machtig paradijs, het Vaderhuis met de vele woningen omdat het Pasen is geweest,Het is volbracht, schuld/zonde heeft Hij verzoent kom dan met uw leven tot de Levensvorst.

Door Het volbrachte werk van de Here Jezus op Golgotha’s kruis voor ons allen gegeven, waar de dood is vernietigd waar eeuwig leven is gegeven, deze boodschap heeft haast immers de Bijbel zegt het ons allen met klem, we leven in de tijd die heensnelt naar een climax, naar het einde.

Daarom mogen we geloven,vertrouwen dat God bij machte is om mensen als wij te redden, voor de tijd nu en de eeuwigheid die spoedig aanbreekt!

Als u en ik met de mond belijden De Here Jezus, en het met heel je hart geloven dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zo zult u zalig worden zegt Gods woord, Kunt het zeggen, Ja Zijn bloed dat kocht mij, door genade ben ik een kind van God, dan bent u rijk voor eeuwig,

Amen.

~Evang. A. Reitsma

Verterend Vuur

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Want onze God is een verterend vuur.”

Hebreeën 12:29

Schriftlezing

“Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien. Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden. Laat niemand een hoereerder zijn, of onverschillig als Esau, die voor één spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want gij weet, dat hij later, toen hij (toch) de zegen wilde erven, afgewezen werd, want toen vond hij geen plaats voor berouw, hoewel hij het onder tranen zocht. Want gij zijt niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind, tot het geklank van een bazuin en tot het geluid van een stem, bij het horen waarvan zij verzochten, dat niet verder tot hen gesproken werd; want zij konden dit bevel niet dragen: Zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het worden gestenigd. En zó ontzaglijk was het verschijnsel, dat Mozes zei: Ik ben enkel vreze en beving. Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel. Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, die uit de hemelen (spreekt). Toen heeft zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een belofte gegeven, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de hemel doen beven. Dit: nog eenmaal, doelt op een verandering der wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat blijve, wat niet wankel is. Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur.”

Hebreeën 12:14-29

Boodschap

Regelmatig hoor ik om me heen: God is liefde. En dat is ook zo. Dat staat muurvast. Maar er staat nog meer muurvast. Over de engelen, de Serafs, lezen wij bij de profeet Jesaja:

“En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de Here der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol.”

Jesaja 6:3

Dat ligt al wat moeilijker. Wat moeten ons daarbij voorstellen? Van meerdere profeten en ook van de apostel Johannes lezen we, dat waar God hen ontmoet, ze door grote vrees worden aangegrepen en niet kunnen blijven staan. Maar het wordt nog moeilijker als we lezen:

“Want onze God is een verterend vuur.”

Hebreeën 12:29

Dat staat toch ook in de Bijbel. Daar lezen we te makkelijk overheen. God is liefde, God is heilig, God is een verterend vuur. Dat krijgen wij als slimme mensen niet op een rijtje. Dat is ook niet te begrijpen. Maar wat kunnen we wel begrijpen? Als God in Zijn Woord tot ons spreekt, heeft Hij ons iets te zeggen. God spreekt geen geheimtaal. Hij heeft ons de taal gegeven om ons te kunnen zeggen, wat Zijn wil, Zijn bedoeling is. Wat zegt God dan? Door de 10 plagen openbaarde God zich aan de Farao van Egypte. Israël had een indruk van God gekregen. De gebeurtenissen spraken voor zichzelf. Israël begreep, God is machtig en doet grote wonderen. Was dat Godsbeeld juist? Ja, maar niet compleet. Daarna openbaarde God zich, dat Hij niet alleen machtig, almachtig, maar ook heilig is. Op de Sinaï gaf God de 10 geboden. Dat was om nooit te vergeten, wat daarbij kwam kijken.

“En het gehele volk was getuige van de donderslagen, de bliksemstralen, het geluid van de bazuin en de rokende berg. Toen het volk het zag, beefde het en bleef van verre staan. En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, dan zullen wij horen; maar God spreke niet met ons, opdat wij niet sterven. Maar Mozes zei tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.”

Exodus 20:18-20

Zo kenden ze God eigenlijk niet. Was dit de God met het dreigende vingertje? Hun Godsbeeld was scheef. Waarom deed God het zo? Dat hebben net gelezen : “opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.” Het betekent niet angst, maar diep respect, grote eerbied. Wat is ons Godsbeeld? God is liefde, en dan? Is dat alles? Israël had weer een les geleerd. Maar hadden ze dé les geleerd? Toen Mozes later 40 dagen op de berg was, duurde het voor Israël allemaal te lang. Ze namen het heft in eigen hand. God dienen, ja natuurlijk. Maar dat doen we zoals wij denken, dat het moet. Eigentijds, zoals Israël het om zich heen zag. Zoals wij het ook maar al te vaak om ons heen zien. Dat is het verhaal van het Gouden Kalf. Het Kalf, afbeelding van jeugdige kracht, van vruchtbaarheid wat in de godsdienst van die tijd heel belangrijk was. De ramp van Israël was, dat ze van God een karikatuur maakten. Welke heiligheid straalt een jonge stier uit? Ze waren het alweer vergeten:

“De verschijning van de heerlijkheid des Heren was als verterend vuur op de top van de berg ten aanschouwen van de Israëlieten.”

Exodus 24:17

God is liefde, ja! God is heilig, ja! God is ook een verterend vuur, ja! Het een niet meer of minder dan het ander. Gods vuur openbaart zich soms ook als oordeel. Wat gebeurde er kort na Pinksteren in de bruisende jonge Gemeente van Jeruzalem? Wonderen en tekenen. Toen kwam er vervolging van buitenaf. Maar het ergste zat in de Gemeente zelf. Ananias en Saffira deden aan creatief boekhouden. God doet wonderen, ja. God is liefde, ja, God is ook heilig. Toen sloeg de vlam in de pan, midden in de Gemeente met iedereen erbij. Ze hebben zich gebrand, zijn verbrand door het vuur van Gods heiligheid. Het is als met een mug, die om de brandende kaars heen cirkelt. Het licht en de warmte trekken hem. Hij komt steeds dichterbij. Dan ineens hoor je iets knisperen en de mug is verbrand. Wat is er mis met de kaars? Niets. Wat is er mis met de mug, ook niets, maar hij moet niet onbeschermd bij het vuur komen.

Zo kunnen wij ook niet tot de God van Israël, tot de Vader van onze Here Christus naderen, als we niet onder de bedekking van Zijn bloed zijn. Alleen door het verzoenend bloed van de Heiland hebben wij toegang tot Gods Troon. Alleen door Gods Zoon, door Zijn leven te geven zodat de relatie tussen God en mens hersteld kon worden. De mens, die het niet gelooft, of het niet nauw neemt met Gods heiligheid, is in acuut gevaar. Zij, die er wel mee rekenen en er naar handelen, zijn apart gezet. Dat wil zeggen, ze zijn geheiligd. Onder de prediking van het evangelie, dat de mensen tot bekering moesten komen, waren Ananias en Saffira tot geloof gekomen. Ze hadden de Heilige Geest ontvangen en werden gerechtvaardigd. Dan volgt voor iedere gelovige het proces van de heiligmaking. Door de Heilige Geest te bedriegen, hebben ze een fatale kortsluiting gemaakt. Gods heiligheid werd geschonden en God greep in. Dit is ons tot voorbeeld gesteld. Wie gerechtvaardigd werd heeft, zoals de apostel Paulus het uitdrukte, zijn verdere leven nodig om “uw behoudenis (te) bewerken met vreze en beven,” Filippenzen 2:12. Wie die weg gaat, wordt niet door Gods heiligheid verteert. Is hij dan beter als een ander? Nee, “Maar gij geheel anders gij hebt Christus leren kennen.” Efeziërs 4:20 Mensen, die op die manier geheel anders zijn, doen niet aan creatieve boekhouding. De God met het vingertje, de God van de power, de god van de softe liefde, is niet de God van de Bijbel. Dat is het Gouden Kalf, een karikatuur van God. Het Godsbeeld, dat wij uit Zijn Woord ontvangen, is geen schrikbeeld. Ondanks alles mogen wij toch tot die God naderen. U moet niet vragen wat het Hem gekost heeft. Hij gaf Zijn Zoon en wist wat mensen met Hem zouden doen. Wie dat begrijpt, kan pas echt zeggen: God is liefde, God is heilig, God is ook een verterend vuur. Die God is onze God.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Gebed

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.”

Lucas 18:1

Schriftlezing

“Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen. En Hij zei: Er was in een stad een rechter, die zich om God niet bekommerde en zich aan geen mens stoorde. En er was een weduwe in die stad, die telkens tot hem kwam en zei: Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij. En een tijdlang wilde hij niet, maar daarna sprak hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij niet om God en al stoor ik mij aan geen mens, toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan. En de Here zei: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?”

Lucas 18:1-8

Boodschap

In bijna de helft van alle Bijbelboeken wordt het gebed genoemd. Het vers, dat we samen hebben gelezen leert, dat we altijd moeten bidden en niet opgeven. Voor de gelovige is dit niet alleen een plicht, het is ook een voorrecht. Er zijn ook beloften voor de bidder.

“Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.”

Mattheüs 7:7-8

“Maar” zegt iemand, “ik heb al lang gebeden, maar mijn gebed wordt niet verhoord.” Misschien bedoelt u, dat God geen “ja” gezegd heeft, dat Hij u niet gaf waar u om vroeg. Soms zegt God ook “nee,” dan is ons gebed wel gehoord, maar niet verhoord zoals u het wilde. Nee, is ook een antwoord. Hebt u lang gebeden? Hoe lang is lang? Met welke bedoeling bidt u?

Soms bidt iemand om iets, waarvan hij heel zeker is, dat het goed is. En toch gebeurt het niet. Soms blijkt jaren later pas, waarom God niet gaf of deed, waarom iemand bad. Achteraf begrijpt de bidder, waarom God er niet op inging en kan de bidder alleen maar danken voor Gods weigering. Voor zover gebedsverhoring van de bidder zelf afhangt, is de voorwaarde, dat er geen bewuste onbeleden zonde is, die de weg blokkeert. Ja maar, zegt iemand, ik heb maar zo weinig tijd. Mijn omstandigheden laten het eigenlijk niet toe. Geen tijd? Dat klopt! Niemand heeft tijd. De minuut, die voorbijging, hebben we niet meer. De minuut, die nog moet komen hebben we nog niet. Inderdaad, we hebben geen tijd. Maar God geeft ons 24 uur in een etmaal. De vraag is, hoe we die gekregen tijd indelen. Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Ja maar, zegt u, mijn agenda staat vol met afspraken, taken, die vervuld moeten worden. Ik zou niet weten, hoe het moet. In onze tijd worden we opgejaagd. Laten we ons opjagen? We hebben nog nooit zoveel vrije tijd gehad als nu. Ons voorgeslacht werkte 60 uur per week, ‘s Zaterdag tot 4 uur. Wij deden het al veel beter met 48 uur per week, ‘s Zaterdags tot half 1 en 6 dagen vakantie. Nu werken we 36 uur met hoeveel vakantie? Geen tijd? Geen tijd is onzin. Het gaat er om, hoe we de tijd indelen, die God ons geeft. Met bidden moeten we niet wachten, tot we een ogenbik vrij hebben. We moeten er de dag mee beginnen. Het liefst voordat we iemand gezien hebben. Dat komt heel vreemd over. Maar als we bidden, over wie hebben we het dan eigenlijk? Spreken met God. Meer niet? Wat is dan ons Godsbeeld, hoe denken wij, wie Hij is? Hoe kunnen we geen tijd voor God hebben, als Hij ons de tijd geeft? Die tijd moet vrijgemaakt worden. Dat kost inspanning, misschien offer. Desnoods moeten we er iets anders voor laten staan of opgeven. We besteden zoveel tijd aan televisie en computer. Die hadden we vroeger niet. Het is goed daar eens in te snijden. Misschien vindt uw omgeving dat vreemd. Dat is dan hun probleem. U hoeft zich niet te schamen, als u tijd voor God vrijmaakt. Een andere zaak is, dat u uzelf dan afvraagt, ja, maar waar moet ik dan voor bidden? Alleen voor de dingen van de dag? Nee!

“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”

1 Korinthiërs 15:19

Natuurlijk bidden wij voor de dagelijkse dingen. Maar er is meer, veel meer. Er ligt een eeuwigheid voor ons. Het is zaak dat we dat, te midden van alle bedrijvigheid, in het oog houden. Het aardse leven is kort, het gaat snel, heel snel. Het eeuwige leven is eeuwig. We kunnen ons niet veroorloven dat te verliezen, omdat we er tijdens dit leven geen rekening mee houden. Soms vinden we geen woorden om onze gevoelens uit te drukken. Dan is ons gebed niet meer dan een zucht. Luister dan naar het woord van de apostel Paulus:

“Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding. En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.”

Romeinen 8:25-26

Hij bemoedigde de gelovigen in Efeze en riep ze op met de woorden:

“Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen;” en “Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden. Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes; neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven; en neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God. En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen.”

Efeziërs 3:20-21; 6:11-18

Het altijd moeten bidden en niet verslappen betekent een geestelijke strijd. Bidden is niet een verlanglijstje indienen waar onze wensen op staan. En dan maar hopen, dat de boodschappen spoedig afgeleverd worden. Zonder de situatie te dramatiseren, we staan in een geestelijke strijd. Deze wereld is Gods wereld. Net als wat ons in de Tweede Wereldoorlog overkwam: we leven in bezet gebied. De vijand, dat is de god van deze eeuw, waar Paulus het over had in de verzen die we hebben gelezen, verblindt de mensen. Met duizend en een dingen; hij leidt hun aandacht af. Het evangelie wordt als achterhaald verdrongen. Daarom schreef Paulus aan de Gemeente:

“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.”

2 Korinthiërs 4:3-4

We moeten ons niet laten verblinden door schone schijn. De laatste tijd hebben we gezien dat er heel wat zogenaamde onaantastbare zekerheden, de goden van deze tijd, omgevallen zijn. Dan staan mensen met legen handen. Waar kunnen ze heen? Nergens! Wij hebben een God, die niet omvalt. Waar kunnen wij heen? Naar Gods Troon. Zijn Zoon heeft de weg gebaand. Als u Hem toebehoort, hebt u toegang. Daarom of we het zien of niet; of het begrijpen of niet:

“Hij, dat is Jezus, sprak tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.”

 

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Bemoeizucht

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Volg jij Mij,”

Johannes 21:22

Schriftlezing

“Toen zij dan de maaltijd gehouden hadden, zei Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief, meer dan dezen? Hij zei tot Hem: Ja Here, Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zei tot hem: Weid mijn lammeren. Hij zei ten tweeden male weder tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief? En hij zei tot Hem: Ja Here, Gij weet het, dat ik U liefheb. Hij zei tot hem: Hoed mijn schapen. Hij zei ten derden male tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, dat Hij voor de derde maal tot hem zei: Hebt gij Mij lief? En hij zei tot Hem: Here, Gij weet alles, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zei tot hem: Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen gij jonger waart, omgorddet gij uzelf en gij gingt, waar gij wildet, maar wanneer gij eenmaal oud wordt, zult gij uw handen uitstrekken en een ander zal u omgorden en u brengen, waar gij niet wilt. En dit zei Hij om te kennen te geven, met welke dood hij God verheerlijken zou. En dit gezegd hebbende, sprak Hij tot hem: Volg Mij. En Petrus, zich omwendende, zag de discipel volgen, dien Jezus liefhad, die zich bij de maaltijd aan zijn borst geworpen had en gezegd had: Here, wie is het die U verraadt? Toen hij deze zag, zei Petrus tot Jezus: Here, maar wat zal met deze gebeuren? Jezus zei tot hem: Indien Ik wil, dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij. Dit gerucht ging dan uit onder de broeders, dat die discipel niet sterven zou; doch Jezus had niet tot hem gezegd, dat hij niet zou sterven, maar: Indien Ik wil, dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan?”

Johannes 21:15-23

Boodschap

Bemoeizucht. Waar bemoei je je mee? We kunnen ons niet overal mee bemoeien. Soms is het nodig. Soms moet je het echt niet doen. We willen zien, hoe een bepaald gesprek tussen de Here Jezus en de apostel Petrus liep. Het ging over iets dat hem nogal bezighield. Het ging om zijn vriend. Na de Opstandig verscheen Jezus voor de 3e keer op een vroege morgen toen de discipelen aan het vissen waren. Bij die gelegenheid stelde de Heer de vraag aan Petrus of hij van Hem hield. Petrus raakte daarbij in grote verlegenheid, hij had er immers een puinhoop van gemaakt. We herkennen ons daar wel in. We bedoelen het wel goed maar wat maken we er in de praktijk soms van? Als iemand ons daarop aanspreekt, zit het ons niet lekker.

Het gesprek tussen Jezus en Petrus was goed geweest. Het verleden was rechtgezet, hij kon weer verder. Het komt wel vreemd over, toen de Here Jezus bij dat gesprek ook zei, hoe Petrus sterven zou. Moest dat nou? Daar ging het gesprek toch niet over. Wat bedoelde Jezus? Nu, en hoe zou hij dan sterven? Net als de Here Jezus, zou hij ook gekruisigd worden. Petrus wist wat dat betekende. Hij had er bij gestaan op Golgotha, toen de Here Jezus gekruisigd werd. Nee, dat liever niet, stel je voor! Het is de meest afschuwelijke vorm van executie. Daar word je dan wel stil van. En wat zei de Here Jezus daar meteen achteraan? Volg Mij.

Volgen in de bijbelse betekenis is in een nauwe persoonlijke relatie tot Jezus staan. Niet vrijblijvend, maar er bij betrokken,” er voor gaan,” heet dat tegenwoordig. Het uitdragen in woord en vooral daad. Het is niet vrijblijvend, er hangt een prijskaartje aan. We hebben we het nu over pc., niet de pc van de persoonlijke computer, maar het pc.: praktisch Christendom. Daarvoor is iets nodig. We zijn zo doenerig vandaag. Moderne begrippen: methode, aanpak, seminars, scholing en bijscholing. Stage, o ja, stage. De discipelen liepen 3 jaar stage bij Jezus. Ze werden gevormd. Luister goed! Het ging niet om technische vakken, maar om geestelijke vorming. Hoe staat dat er voor, bij u, bij jou, bij mij? Bij de Here Jezus ging het er niet om wat je had, maar wie je was.

Wie ben je? Zijn wij zijn leerlingen en dat levenslang? In de drie jaar, dat de discipelen met Jezus meegingen, hadden ze echt niet alles geleerd en begrepen. Na de Opstanding kreeg Petrus een voortgezette opleiding. Bent u, ben jij er al aan begonnen? Christus volgen betekent, wat het ook kost. Als getuige van Christus, kostte het Petrus uiteindelijk zijn leven. De hoogste prijs. Dat kennen wij niet. Het is ons nooit overkomen, dat het ons leven kan kosten. Wij hebben nooit vervolging meegemaakt, omdat we in Christus geloven. In veel landen worden Christenen vervolgd. Zover is het bij ons niet, maar het zou kunnen gebeuren. Daar is niet veel voor nodig. Maar als we het nu eens wat kalmer aan doen?

Wat doe je als de Here Jezus de sleutel van je auto zou vragen, of van je huis? Geef je die dan? Je krijgt hem niet terug! Als het er op aan komt, toch tot elke prijs? Maar Hij vraagt die niet van iedereen. De Here Jezus zei tegen Petrus: volg Mij. Maar Petrus was met iets anders bezig. Hij begon tegen de Here Jezus over Johannes. Wat zal er van hem worden? De Here Jezus gaf een antwoord, dat Petrus verkeerd begreep. Hij zei, als Ik wil, dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan? In hedendaags Nederlands is dat: Waar bemoei je je mee, Petrus. Johannes? Laat dat maar aan Mij over. Het betekent zoveel als: Volg jij Mij nou maar, zorg jij maar dat je er komt. Als het van je gevraagd wordt, bereid je dan bereid je eigen leven af te leggen. Om het heft uit handen te geven? Niet het eigen “ik,” maar Christus op de eerste plaats in je leven. Praktisch betekent het bijvoorbeeld:

“Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.”

Mattheüs 10:37-39

God op de eerste plaats; Hij heeft voorrang boven ieder ander, boven al het andere. Dat is Kruistheologie. Dat je ouders er voortaan niet meer bij zouden horen? Nee, natuurlijk niet, maar het gaat nu om jou. Wie zijn verstand, zijn wil, en zijn gevoel onder Gods gezag plaatst, vindt het eeuwige leven. Dat is het prijskaartje. Wilt u, wil jij dat? Sommige mensen zeggen dan, dat moet je niet doen! Ik herinner me iemand, die jaren geleden anoniem een envelop in de brievenbus stopte met fl. 12.000,- voor het werk in de Gemeente. Wie had dat gezegd, dat dat moest? Niemand! Nadoen? Nee!

Doe wat God van je vraagt. Dan zullen mensen misschien zeggen: die is gek. Jammer dan. Praktisch Christendom is meer dan mooi praten. Waar dit Christendom in het gemeenteleven bestaat, gebeuren wonderen. Er komen mensen tot geloof. Tijdens een bezoek aan Roemenië brachten we materiaal voor een ziekenhuis mee. Daar was groot gebrek aan. Het hoofd van het laboratorium vroeg: waarom doen jullie dit? Uit innerlijke bewogenheid, om Christus’ wil. Het opende de deur voor een persoonlijk gesprek. Ik mocht deze dame het evangelie uitleggen en ze kwam tot geloof.

We moeten geen gekke dingen doen, niet proberen jezelf te bewijzen. Dat is het andere leven. We zijn toch met Christus tot een nieuw leven opgestaan, of niet? Dat moet dan blijken. We zitten soms boordevol vragen. Over van alles en nog wat. Petrus vroeg aan de Here Jezus: en hij nou Heer, Johannes? Het antwoord was: Laat dat maar aan Mij over, zorg jij maar dat je er komt. Terwijl hij zelf nog veel moest leren, bemoeide Petrus zich met iets, dat hem niet aangingen. Daarvoor werd hij terechtgewezen. Johannes? Laat dat maar aan Mij over. Zorg jij maar, dat je er komt: volg Mij. We moeten ons niet bemoeien, met dingen, die ons niet aangaan. We moeten Hem volgen.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Wakker worden!

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.”

Efeziërs 5:14

Schriftlezing

“Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk. Maar van hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht mag onder u zelfs geen sprake zijn, zoals het heiligen betaamt, en evenmin van onwelvoegelijkheid en zotte of losse taal, die geen pas geven, doch veeleer van dankzegging. Want hiervan moet gij doordrongen zijn, dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God. Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid. Doet dan niet met hen mede. Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, – want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid – , en toetst wat de Here welbehagelijk is. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht. Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad. Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.”

Efeziërs 5:1-17

Boodschap

De nu onbewoonde stad Efeze uit de 12e eeuw voor Christus, was de belangrijkste stad in de Romeinse provincie van Klein-Azië, het huidige Turkije. De stad met zijn driehonderdduizend inwoners had een beroemde tempel voor de vruchtbaarheidsgodin Diana met de vele borsten. Van deze godin werd gezegd, dat ze uit de hemel gevallen was. Deze godin werd wereldwijd vereerd. In de Franse stad Nîmes bestaat de nog altijd toegankelijke ruïne van een tempel van deze godin. Bij mijn bezoek bleek de godin niet aanwezig, er was ook geen afbeelding van haar. Er was in Efeze een grote Joodse gemeenschap. In het jaar 52 bezocht de apostel Paulus deze stad. Vanwege het belang van dit belangrijke handels-, politiek en godsdienstig centrum bleef hij er bij een later bezoek 2 jaar. Toen begon er vijandschap tegen het groeiende Christelijke geloof te ontstaan. De godsdienst van Diana begon er onder te lijden zodat zelfs een economische crisis ontstond. Hoewel er nog veel meer interessante dingen over deze stad te vertellen zijn, zullen we het hier even bij laten. We zijn in het gelukkige bezit van enkele momentopnamen over een periode van ruim 30 jaar van de geschiedenis van deze Gemeente. Ik noem enkele hoogtepunten. Volgens Handelingen 19:1-8 kwam de apostel Paulus na zijn reis door de bovenlanden in Efeze. Drie maanden lang sprak hij in de synagoge over het Koninkrijk Gods. Hij maakte kennis met 12 mannen, die eerder in Jeruzalem de doop van Johannes hadden ontvangen. Na Paulus’ prediking lieten zij zich dopen en ontvingen de Heilige Geest. Hier ligt de basis van de Christelijke Gemeente in die stad. Er gebeurden opzienbarende dingen in die stad. Ik citeer:

“Enige van de rondreizende Joodse geestenbezweerders waagden het over hen, die zulke boze geesten hadden, de naam van de Here Jezus te noemen met de woorden: Ik bezweer u bij de Jezus, die Paulus predikt. Het waren nu zeven zonen van een zekere Skevas, een Joodse overpriester, die dit deden. Maar de boze geest antwoordde en zei: Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij? En de mens, in wie de boze geest was, sprong op hen af, overweldigde hen tezamen en bleek zoveel sterker dan zij, dat zij zonder kleren en gewond uit dat huis moesten vluchten. En dit werd bekend aan allen, Joden en Grieken, die te Efeze woonden, en vrees overviel hen allen, en de naam van de Here Jezus werd grootgemaakt; en velen van hen, die gelovig geworden waren, kwamen hun schuld belijden en uitspreken wat zij bedreven hadden. En enigen van degenen, die toverkunsten hadden uitgeoefend, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van allen. En men berekende de waarde ervan en stelde die vast op vijftigduizend zilverstukken. Zo wies het woord des Heren krachtig en het werd sterker.”

Handelingen 19:13-20

Dit alles leidde ertoe, dat de Efeziërs zich van godin Diana begonnen los te maken. Dit had grote gevolgen voor de industrie waar de beeldjes van de godin werden gemaakt. Het trof het godsdienstig toerisme met alles wat daarbij hoort. De toen al bestaande vakbond kwam in verzet. Het liep uit op een massabetoging voor de godin in het eerder genoemde theater. De hele stad was in rep en roer. Er was zelfs een dreiging dat de Romeinse troepen zouden ingrijpen om de orde te herstellen. Paulus was van zijn leven niet zeker. Een ding is duidelijk: er ging een krachtige werking uit van de Gemeente. De Gemeente verkocht geen verhaal voor kinderen en oude vrouwtjes. Was het zo maar gebleven! Tien jaar later schreef de apostel een brief aan deze Gemeente. Uit de tekst van deze overdenking spreekt grote zorg. Het begin was zonder meer indrukwekkend. Maar een jaar of tien na dat indrukwekkende begin riep de apostel de ingedutte Gemeente toe:

“Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen.”

Efeziërs 5:14-15

Is daar iemand? Wakker worden! Dat was in het jaar 64. Het is verdrietig, dat de volgende generatie het er niet beter afbracht. Rond het jaar 95 kreeg de apostel Johannes van de Heer der Gemeente de opdracht een brief aan de Gemeente Efeze te sturen waarin o.a. het volgende te lezen stond:

“Dit zegt Hij, die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die tussen de zeven gouden kandelaren wandelt: Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden; en gij hebt volharding en hebt verdragen om mijns naams wil en gij zijt niet moede geworden. Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt. Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert.”

Openbaring 2:1-5

Tien jaar na het begin van de Gemeente wordt ze opgeroepen wakker te worden. De Gemeente was ingedut. Het betekent niet, dat er niets goed aan was. Dat bleek 30 jaar later wel uit hun inspanning en volharding. Hun geestelijk inzicht om de verkondigers van verhaaltjes te ontmaskeren. Ondanks de kritiek, die ze kregen waren ze niet moe geworden maar gingen door. Maar een ding ging niet goed: de Heer van de Gemeente, Jezus Christus, stond niet meer op de eerste plaats. Dit is fataal voor de Gemeente. Als er geen verandering in komt, dreigt Hij de kandelaar, de aanwezigheid van de Heilige Geest, weg te nemen. Als dat gebeurt zakt de Gemeente af naar het niveau van een club, die kerkje speelt. De vraag voor elke Gemeente is steeds weer: zijn wij in het centrum van Gods wil, of zijn we zo druk bezig, dat we dat niet meer zien? Of we dat nu prettig, en van deze tijd, vinden of niet: bidden wij in alle oprechtheid: Uw wil geschiede, wat het ook kost? De Gemeente, die zich zo opstelt en het in praktijk brengt, krijgt kritiek. Met alle goede bedoelingen, met alle inzet, die gelovigen kunnen opbrengen, kunnen ze geestelijk ingeslapen zijn. Daarom riep de apostel ”wakker worden.” Kijk hoe het begon, en hoe is het nu? Het is niet allemaal vanzelfsprekend. De apostel riep: sta op van tussen de doden. Die doden zijn de mensen, die geestelijk dood zijn, mensen, die God niet kennen. Ongelovigen moeten wedergeboren worden; ingeslapen gelovigen moeten wakker worden. Ze moeten zien waar het om gaat en er naar handelen. De Efeziërs leefden in een grote stad, die bruiste van de energie. Misschien verdienden ze de kost in het toerisme of in de handel. Daar is niets mis mee, maar lieten ze zich niet sluipend meeslepen in de heersende cultuur, die van het Christelijk geloof niets hebben moet? In onze tijd is het niet anders. Dit is alles behalve comfortabel. Wie een volgeling van Christus wil zijn, betaalt daarvoor een prijs. In deze tijd wordt dat steeds moeilijker. Er zijn berichten, dat veel jonge mensen spontaan voor gebed bijeenkomen. Velen hebben een blij geloofsleven gekregen. Hier klinkt het geritsel van een Opwekking. Ziet u er ook naar uit? De roep klinkt: wakker worden! Hoort u het? Sta dan op, de Meester is daar en Hij roept u!

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Vrees

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”

Handelingen 2:43

Schriftlezing

“Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal. En met nog meer andere woorden getuigde hij, en hij vermaande hen, zeggende: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht. Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.”

Handelingen 2:37-47

Boodschap

Toen ze dit hoorden… In zijn Pinksterboodschap kraakte de apostel Petrus harde noten. Hij hield zijn toehoorders voor, dat ze eraan hebben meegewerkt dat Jezus “door de handen van wetteloze mensen aan het kruis (werd) genageld en gedood.” Handelingen 2:23. Ze gingen in op Petrus’ oproep “om zich uit dit verkeerde geslacht te laten behouden.” Dat wil zeggen, ze aanvaardden de boodschap om met hun oude manier van denken te breken. Dat werd zichtbaar toen ze zich lieten dopen. Dopen is de vertaling van het Griekse baptizein, dat in het Grieks nooit iets anders dan onderdompelen betekent. Het is het afdalen in het watergraf en daarin ondergaan. Het is de begrafenis van het oude leven. Daarbij wordt de Naam van God de Vader, van God de Zoon en God de Heilige Geest aangeroepen. Tegelijk wordt door het opstaan uit het water de latere Opstanding uit de dood uitgebeeld. Het betekent het grote allesbeslissende keerpunt in het leven van een mens. Het verleden ligt achter de dopeling, de toekomst ligt voor hem. Dit is het gevolg van de aanvaarding van Gods Woord en de overtuiging van de Heilige Geest. Het gaat niet om een traditie. De aanvaarding van Gods Woord, de overtuiging van Gods Geest, de wedergeboorte en de doop zijn onvergetelijke doorleefde werkelijkheden. We hadden het over de Pinksterdag. Gelukkig is daar is een vervolg op. Gods Geest was zo krachtig en merkbaar aanwezig, dat 3000 mensen dat Woord aanvaardden en zich lieten dopen. Waar God Woord eerst niet begrepen of afgewezen werd, gaan deze gelovigen volharden in het onderwijs van de apostelen. Er ontstond ook een nieuwe gemeenschap. Ze herdachten regelmatig de dood van de Here Jezus, waardoor zij behouden konden worden. Wat vaak vergeten wordt of niet goed tot zijn recht komt, ze bleven volharden in de gebeden. Net als de discipelen deden na de Hemelvaart, ruimden ze tijd in voor gebed. Als we dit alles de revue hebben laten passeren volgt er nog iets. En dat is niet het minste:

“En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”

Handelingen 2:43

De gelovigen joegen de mensen geen schrik aan. Integendeel: de mensen stonden met verbazing te kijken naar wat er allemaal gebeurde. Allemaal dingen, die in onze dagelijkse beleving gewoon niet kunnen. Maar het gebeurde wel. Het is geen sprookje, er waren teveel ooggetuigen om iets te verzinnen. Ze zagen het voor hun ogen gebeuren. De Bijbel beschrijft niet welke wonderen en tekenen er dan allemaal plaatsvonden. Maar niemand kon er omheen, dat God op een bijzondere manier liet zien, dat HIJ er was. Het gevolg daarvan was, dat er vrees over alle mensen kwam. Wat is dit? Wat moeten we hier mee? Wie doet dit? Vrees, wat moet ik me daarbij voorstellen? Elk mens heeft op de een of andere manier wel eens met vrees te maken. Als we de zaak niet meer zelf in de hand kunnen houden, worden we bang. Gezien tegen de achtergrond van Handelingen 2 gebeuren hier geweldige dingen.

Petrus spreekt tot zijn eigen volk. Hij beschuldigt hen openlijk van de moord op de Messias, die God gezonden had voor Zijn volk. Ze hadden Hem niet begrepen, maar verworpen. De ene week riepen ze: gezegend is Hij, die komt in de Naam des Heren, een week later riepen ze in koor: kruist Hem. Door de harde confrontatie met de waarheid, schrokken de toehoorders zich onderstboven. Wat zei Petrus?

“Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt. Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?”

Handelingen 2:36-37

Het antwoord is kort en duidelijk:

“Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen.”

Handelingen 2:38

De zaak is ernstig, maar niet hopeloos. Vele toehoorders gingen in op de oproep zich hiervan te bekeren. Bekeren is, omdraaien en de andere kant, de goede kant, uitgaan. Dat was maar niet alleen voor de toehoorders van Petrus. Dat geldt ook voor ieder, die vandaag Gods Woord hoort. Hoe hebben wij het eraf gebracht met Jezus? Hebben wij Hem erkend of vinden we, dat we Hem niet nodig hebben? Petrus sprak tot Gods uitverkoren volk. Wat een beschuldiging. Het waren toch geen ongelovigen! Nee, dat niet maar wel deden ze wat goed was in eigen ogen. Is het met veel mensen, die zich Christen noemen, niet hetzelfde? Ieder doet zijn eigen ding. Maar dit is de verkeerde weg. Door de overtuigende inwerking van de Heilige Geest, dat het waar was wat Petrus zei, hebben vele toehoorders zich bekeerd. Als gevolg van de gebeurtenissen op de Pinksterdag, kwam er vrees over alle ziel. De mensen werden regelrecht geconfronteerd met Gods aanwezigheid. Ze wisten meteen, dat ze zich voor hun daden moesten verantwoorden. Dat gold voor toen, het geldt voor nu. Dit is een harde boodschap. Velen willen die niet horen. Voor het Pinksterfeest waren er misschien wel een miljoen mensen in de stad. We zijn ervan onder de indruk, dat er door één preek 3000 mensen tot geloof komen. Maar dit aantal valt weg tegen de honderdduizenden, die in de stad waren. Op die dag was het voor duizenden een heilzame schrik. Later groeide de Gemeente uit tot 10.000 en dan houdt de telling op. Sinds die dag is het voor miljoenen een heilzame schrik geweest en nog. God draait er geen doekjes om. Hij zegt waar het op staat en dat is voor ons bestwil. Als je bij de dokter een nare boodschap krijgt, wordt je niet boos op de dokter. Hij heeft het beste met je voor. Je vraagt jezelf af of er een oplossing is. En die zal de dokter ook geven. Het is een voorrecht, als Gods Woord ons overtuigt van de noodzaak van omkering, van bekering en Zijn Geest die overtuiging in ons hart legt. Er kan en mag een punt gezet worden op de levensweg. Er mag een verleden zijn en een nieuw begin. Het allesbeslissende keerpunt. Als u dat nog niet gekend hebt, wens ik het u toe. Die heilzame schrik. Waarom? De apostel Paulus schreef aan de Gemeente:

“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”

1 Corinthiërs 15:19

Wie geen hoop heeft voor de eeuwigheid, staat met lege handen. En dat wens ik u niet toe, echt niet.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Wind en vuur

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.”

Handelingen 2:2-4

Schriftlezing

“En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen. En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen? Maar anderen zeiden spottend: Zij hebben te veel zoete wijn gehad! Maar Petrus stond met de elven op, en hij verhief zijn stem en sprak hen toe: Gij Joden en allen, die te Jeruzalem woonachtig zijt, dit zij u bekend en neemt mijn woorden ter ore. Want deze mensen zijn niet dronken, zoals gij veronderstelt, want het is het derde uur van de dag; maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt. En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden worden.”

Handelingen 2:1-21

Boodschap

Op de Pinksterdag kun je verwachten, dat er over Handelingen 2 gesproken wordt. Dan gaat het over de uitstorting van de Heilige Geest. Maar wat betekent het eigenlijk? Het “feest der weken,”dat op die dag door de Joden gevierd werd, was een hoogtijdag. Van ver over de grenzen kwamen de Joden elk jaar naar Jeruzalem om dit feest te vieren. Ook dit jaar weer. Maar op de dag, die wij de Pinksterdag noemen, was er iets bijzonders, iets heel bijzonders. Er staat, dat het gehele huis met het geluid als van een geweldige windvlaag gevuld werd en er tongen als van vuur aan de discipelen verschenen. Met “het hele huis” wordt hoogstwaarschijnlijk de Tempel bedoeld. We lezen, dat de menigte te hoop liep en ze zich verbaasde, dat ieder hen in zijn eigen taal hoorde spreken. Het is niet mogelijk om alle facetten van deze gebeurtenis te belichten. Twee dingen krijgen even bijzondere aandacht. We staan stil bij wind en vuur. Om te beginnen staat er niet, dat er wind was, ook niet dat er vuur was. Wat ze hoorden was als het geluid als van een geweldige windvlaag; wat ze zagen was als tongen van vuur. Van geen wonder, dat de mensen te hoop liepen. Wie had ooit zoiets gehoord of gezien. Maar het is niet genoeg om het alleen maar te horen en te zien. Het is ook niet genoeg om dit nu te lezen, maar wat betekent het? Op deze Pinksterdag ging weer deel van Gods profetie in vervulling. In het Hebreeuws wordt voor “wind” en “geest” hetzelfde woord “ruach” (spreek uit: roeach) gebruikt. Het was een manifestatie van Gods aanwezigheid. God liet Zich als het ware horen. Het verschijnsel werd nog versterkt door “tongen als van vuur.” Dit voert heel ver terug in Bijbel.

“Zo was Mozes gewoon de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan, te hoeden. Eens, toen hij de kudde naar de overkant van de woestijn geleid had, kwam hij bij de berg Gods, Horeb. Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd. Mozes nu dacht: Laat ik toch dat wondere verschijnsel gaan bezien, waarom de braamstruik niet verbrandt.”

Exodus 3:1-3

Vele generaties na Mozes waren de mensen in Jeruzalem even verwonderd als hij, toen ze dit schouwspel zagen. Wat zou dit toch zijn? Je hoort het geluid, je ziet de vlammen, maar er is geen wind en er is geen vuur. De discipelen werden ook niet verteerd door het vuur. Wind en vuur zijn tekenen van Gods aanwezigheid en van Zijn heiligheid. Tegen Mozes zei de Engel des Heren: Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond. Voorts zei Hij:

“Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.”

Exodus 3:5-6

Nu weten we, wie dit in Jeruzalem deed. De Engel des Heren was niemand anders dan de Here Jezus, die Zichzelf hier openbaarde. Met de discipelen gebeurde ook iets. Ze werden allen vervuld met de Heilige Geest. Waar blijkt dit uit? Ze spraken alle talen van de Joden die van heel ver gekomen waren. De ongeletterde discipelen spraken wel een dozijn verschillende talen, die ze nooit geleerd hadden. Ik maak even een uitstapje. De mensen uit o.a. Mesopotamië hoorden de verkondiging van Gods grote daden in hun eigen taal. Gods Woord werd eeuwenlang tot in China gehoord en geloofd. De Amerikaanse historicus Philip Jenkins schreef het belangwekkende boek “De Verloren geschiedenis van het Christendom” met als ondertitel “De Duizendjarige Gouden Eeuw van de Kerk in het Midden-Oosten, Afrika en Azië.” Daarin beschrijft hij het eeuwenlange en wijdverbreide Christendom in gebieden van de Eufraat en de Tigris; het huidige Irak, Turkije en Syrië. We keren teug naar ons onderwerp. Meerdere Bijbeluitleggers verbinden Pinksteren met de profeet Ezechiël. De ongeveer 400 jaar latere profetie van Joël voegt er een nieuwe dimensie aan toe. Behalve de profetie over de uitstorting van de Heilige Geest, trekt Joël de profetie door tot in de eindtijd.

“Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. En het zal geschieden, dat ieder die de naam des Heren aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de Here gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de Here zal roepen.”

Joel 2:30-32

Pinksteren met de uitstorting van de Heilige Geest staat niet op zichzelf. Het past in een breder kader. Pinksteren is een verdere ontwikkeling van Gods heilsplan met Israël en van daaruit met de Gemeente van Christus. Pinksteren wordt vaak gezien als de geboortedag van de Gemeente. En dat is het ook, maar we moeten niet vergeten, dat het Pinksterfeest allereerst een Joods feest was. De Gemeente, die op de Pinksterdag geboren werd, was een Joodse Gemeente. In zijn Messiaans Joods Manifest laat David Stern zien, dat de heidenen (d.w.z. de niet-Joden) rond het jaar 50 in de Gemeente begonnen te komen. Rond het jaar 350 zijn er meer niet-Joden in de Gemeente dan Joden. Met dit al mogen we niet vergeten, dat God Zich aan Israël heeft geopenbaard. De God, die aan Mozes verscheen, de God, die Zich op de Pinksterdag aan de discipelen openbaarde niemand anders is, dan de God van Abraham, Isaak en Jacob. Toen het gebeurde was Mozes alleen; toen het op de Pinksterdag gebeurde was een grote menigte er getuige van. God openbaarde Zijn aanwezigheid in het geluid als van een geweldige windvlaag en als vlammen van vuur. De ontwikkeling van Gods heilsplan omspant de eeuwen. Als we ons beperken tot Handelingen 2 zijn het geluid van de windvlaag en de tongen als van vuur bizarre verschijnselen. We begrijpen ze pas, als we ze zien in het Bijbels verband. Met de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag is de profetie van Joël niet uitgeput. Er gaat nog meer gebeuren. De God, die Zich openbaart in wind en vuur is Dezelfde nu.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Olijfberg

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Wat staat gij daar en ziet op naar de hemel?”

Handelingen 1:11

Schriftlezing

“Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft. En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zei Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zei tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen. Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan.”

Handelingen 1:1-12

Boodschap

Op de dag, die wij als de Hemelvaartsdag kennen, stonden de discipelen als aan de grondgenageld toen ze zagen, dat de Here Jezus voor hun ogen in een wolk werd opgenomen. Zolang ze konden staarden ze hem gefascineerd na. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. Maar wie wel? Ze waren samen met de Here Jezus deze kleine berg beklommen, die 100 meter boven Jeruzalem uitstak. Maar ze hadden geen idee, wat ze zouden gaan beleven.

De Olijfberg. Deze berg werd het toneel van een uitzonderlijke gebeurtenis. Die betekenis wordt nog steeds schromelijk onderschat. Deze gebeurtenis was en is meer dan wereldgeschiedenis, het is heilsgeschiedenis. Voordat de Here Jezus opvoer hadden de discipelen nog aan Hem gevraagd, of Hij nog in hun tijd het koningschap over Israël zou herstellen. Hij had toch 40 dagen lang met hen over de dingen van het Koninkrijk gesproken! Was het dan nu zover? En toen kregen ze een teleurstellend antwoord. Daar moeten jullie niet naar vragen. Hadden ze het dan helemaal mis? Hadden ze dan in al die 40 dagen niets geleerd? Zaten ze er dan helemaal naast? Jezus had toch al die tijd over het Koninkrijk gesproken. Hun vraag was toch logisch! Zij waren bezig met de geschiedenis van Israël. Net als zij, moeten wij ook iedere keer weer ontdekken, dat wij ook niet altijd een bevredigend antwoord op onze logische vragen krijgen. Vaak komt er dan heel iets anders. Zo was het ook bij de discipelen. Maar we blijven toch even bij de verwachting van dat Koninkrijk. De Here Jezus zei niet, hoe komen jullie erbij? Wat een domme vraag. Nee, natuurlijk komt dat Koninkrijk er, maar dit is niet het moment. Er moet eerst een ander, wereldomvattend historisch feit plaatsvinden. Het is niet maar vaderlandse geschiedenis voor Israël, het is wereldgeschiedenis. Op de Hemelvaartsdag kreeg de Olijfberg een kapitale rol in de wereldgeschiedenis. Maar dat werd niet begrepen. De hemelvaart vond vanaf hier plaats. Met stomheid geslagen zagen ze het gebeuren. Ze waren zo geboeid door dit schouwspel, dat ze twee mannen, die zich bij het gezelschap hadden gevoegd, blijkbaar niet eens hadden opgemerkt. Wie waren dat? Wat zei die ene? “Wat staan jullie daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.” En wat gebeurt er dan in de hemel?

Weten we dat? Ja! Al 1000 jaar voor Christus. Hemelvaart heeft alles met Israël te maken. In principe is het een Joods feest;. Het is geen uitvinding van de kerk. Maar zij mag er sinds de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag in delen.

“Aldus luidt het Woord des Heren tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten. De Here strekt van Sion uw machtige scepter uit: heers te midden van uw vijanden. Uw volk is een en al gewilligheid ten dage van uw heerban; in heilige feestdos rijst uit de schoot van de dageraad de dauw uwer jonge mannen voor u op. De Here heeft gezworen en het berouwt Hem niet: Gij zijt priester voor eeuwig, naar de wijze van Melchisedek. De Here is aan uw rechterhand. Hij verplettert koningen ten dage van zijn toorn.”

Psalm 110:1-5

De wereldgeschiedenis heeft te maken met de tijd. Gods heilsplan overstijgt de tijd. Dat wordt niet begrepen. In voortschrijdende openbaring kon de profeet Zacharia bijna 500 jaar later zeggen:

“Zie, er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden. Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem.”

Zacharia 14:1-5

Dat slaat op de Wederkomst van Christus. Wat betekent Hemelvaartsdag? Hangt die dag ergens mee samen? Ja zeker, met de vervulling van de profetie. In de periode tussen Pasen en Hemelvaart moet de prediking over het Koninkrijk gaan, dat komt. Hemelvaartsdag is de dag van Zijn kroning. Dat is pas feest. Daar is Koninginnedag niets bij. Maar het wordt niet gevierd. Hoe komt dat? De mensen zien het niet. Tot nu is Satan nog de Overste van deze wereld. En wat doet hij?

“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw (en dat is Satan) met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.”

2 Corinthiërs 4:3-4

Door prediking en bijbelstudie leren we de samenhang van de heilsfeiten ontdekken. Hemelvaart is heilsgeschiedenis. En daar gaat het om, niet maar om een vrije dag in 2009. Want:

“Jezus Christus, (is) de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed – en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden!”

Openbaring 1:5-6

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Herdenken

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Ik zal de daden des Heren gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken.”

Psalm 77:12

Schriftlezing

“Een psalm van Asaf. Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, opdat Hij zijn oor tot mij neige. Ten dage mijner benauwdheid zoek ik de Here, des nachts is mijn hand uitgestrekt en zij wordt niet moede, mijn ziel weigert zich te laten troosten. Denk ik aan God, dan kreun ik; peins ik, dan versmacht mijn geest. Sela. Gij houdt mijn ogen open, ik ben onrustig en kan niet spreken. Ik overdenk de dagen van ouds, de jaren van weleer; ik denk in de nacht aan mijn snarenspel, ik peins in mijn hart en mijn geest vorst na. Zal de Here dan voor altoos verstoten, en niet meer goedgunstig zijn? Neemt zijn goedertierenheid voor immer een einde, houdt de belofte op van geslacht tot geslacht? Vergeet God genadig te zijn, of sluit Hij zijn barmhartigheid in toorn toe? Sela. Daarom zeg ik: Dit krenkt mij, dat de rechterhand des Allerhoogsten verandert. Ik zal de daden des HEREN gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken. O God, in heiligheid is uw weg; wie is een God, groot als God? “Ik zal de daden des Heren gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken. O God, in heiligheid is uw weg; wie is een God, groot als God?”

Lucas 24:13-35

Boodschap

Gedenken, dat is herdenken. Wat is er gebeurd? Afgelopen week hebben we hen, die vielen, herdacht. Wie waren zij? Vaak onbekend, ook wat ze in stilte deden. Daar werd niet over gesproken. Ze vonden zichzelf niet geweldig, maar het was ook gevaarlijk. Het gevaar lag op de loer. Ze waren vaak onbekend, vaak vergeten. Ze hebben geleden, gebeden, gestreden. Waarom deden ze dat? Voor de vrijheid. Om bevrijding van ons land. Wat hadden zij eraan? Ze hebben de hoogste prijs betaald, maar hebben niet in die vrijheid gedeeld. Wij zijn nu al meer dan 64 jaar vrij. Vrijheid begrijpen we pas als we weten, wat onderdrukking is. Dat kun je niet navertellen, de emotie van de bevrijding, de beleving van die ontlading, kun je niet overdragen. Voor wie het niet beleefd heeft, blijft het een verhaal. De oorlog en de bevrijding speelden zich af in de tijd. Daarover zijn vele dikke boeken geschreven. Na de oorlog zijn er al twee volle generaties opgegroeid. Een derde generatie komt er al aan. Ze hebben de angst, het gevaar, niet meegemaakt. Gelukkig! Voor hen is de vrijheid vanzelfsprekend.

Maar vrijheid is nooit vanzelfsprekend. Gods Woord leert ons, dat bevrijding wordt verkregen tegen de hoogste prijs. De geschiedenis bevestigt het keer op keer. Vrijheid wordt alleen verkregen door offer, vaak het hoogste offer: bloed. Als we hen vandaag herdenken, die voor onze vrijheid vielen, moeten we ook verder zien. We moeten heel zuinig zijn op de vrijheid, die zoveel bloed heeft gekost. Maar behalve, dat. Er ligt ook een diepere dimensie in. Er is een andere Onbekende, die geleden, gebeden en gestreden heeft voor onze bevrijding. Ook die bevrijding is realiteit geworden. Niet voor 64 jaar maar voor eeuwig. Bevrijd van de onderdrukking, van de macht van de Overste van deze wereld. Bevrijd, verlost van de macht van de zonde. Voor velen is die Bevrijder vaak een onbekende. Jezus Christus, de Zoon van God. Godzelf schreef daar één dik boek over: de Bijbel. Voor wie gelooft, wat HIJ daarin zegt, heeft Hij de Bevrijding van de macht van de zonde tot stand gebracht. Die macht is door Hem gebroken. Het betekent, dat we niet langer moeten zondigen, maar nog wel kunnen zondigen, en we doen het ook. We herdenken in grote dankbaarheid hen, die voor onze aardse en tijdelijke vrijheid vielen. Zij hebben de hoogste prijs betaald. De diepere dimensie daarvan is, dat Jezus Christus heeft geleden, gebeden en gestreden. HIJ heeft de allerhoogste prijs betaald. HIJ werd gekruisigd, is gestorven en begraven. Met Pasen herdachten wij, dat HIJ is opgestaan uit de doden. Dat is geen losse opmerking. Het grote belang voor ieder mens is, dat de opstanding van de gevallenen en de onze in Zijn Opstanding besloten ligt. Nu zijn er mensen, die niet in de Opstanding uit de dood geloven. Daarover schreef de apostel Paulus aan de Gemeente van Corinthe:

“Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is? Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. ”

1 Corinthiërs 15:12-19

Het gaat hier niet om de tijdelijke, maar om de eeuwige bevrijding. Wie gelooft wat Gods Woord daarover zegt, wordt niet alleen tijdens het aardse leven in maar voor eeuwig in de geestelijke vrijheid gezet. Daarom wordt de dood van de Here Jezus regelmatig herdacht. Wordt ook Zijn opstanding herdacht, maar dat helaas veel te weinig. HIJ is opgestaan, en als we Zijn Woord geloven, zullen ook wij eenmaal opstaan. Daarom:

“Ik zal de daden des Heren gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken.”

Psalm 77:12

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Ziende blind

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun midden.”

Lucas 24:31

Schriftlezing

“En zie, twee van hen waren juist op die dag op weg naar een dorp, zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd, genaamd Emmaüs, en zij spraken met elkander over al wat voorgevallen was. En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen medeging. Maar hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem niet herkenden. Hij zei tot hen: Wat zijn dit voor gesprekken, die gij al wandelende met elkander voert? En zij bleven met somber gelaat staan. Eén dan van hen, genaamd Kleopas, antwoordde en zeide tot Hem: Zijt Gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen geschied is? En Hij zei tot hen: Wat dan? Zij zeiden tot Hem: Hetgeen geschied is met Jezus de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het ganse volk, en hoe Hem onze overpriesters en oversten overgegeven hebben om Hem ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hebben. Wij echter leefden in de hoop, dat Hij het was, die Israël verlossen zou. Maar met dit al is het thans reeds de derde dag, sinds dit geschied is. Maar ook hebben enige vrouwen uit ons midden ons doen ontstellen: zij waren in de vroegte bij het graf geweest en hadden zijn lichaam niet gevonden en zijn toen komen zeggen, dat zij ook een verschijning van engelen gezien hadden, die zeiden, dat Hij leeft. En enigen van de onzen zijn naar het graf gegaan en hebben het zo bevonden, als de vrouwen ook gezegd hadden, maar Hém hebben zij niet gezien. En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had. En zij naderden het dorp, waar zij heengingen, en Hij deed, alsof Hij verder zou gaan. En zij drongen sterk bij Hem aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald. En Hij ging binnen om bij hen te blijven. En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte. En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun midden. En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende? En zij stonden op en keerden terzelfder tijd terug naar Jeruzalem en zij vonden de elven en die bij hen waren, vergaderd, en dezen zeiden: De Here is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen. En zij verhaalden wat onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend was bij het breken van het brood.”

Lucas 24:13-35

Boodschap

Op de 12 km. lange weg naar huis sprake de Emmaüsgangers over alles wat er de afgelopen dagen was voorgevallen. En dat was nog al wat. Terwijl zij druk in gesprek waren was daar ineens een onbekende, die zich op de weg bij hen voegde. Hij ging dezelfde kant op. Zo liepen ze met zijn drieën verder. De onbekende wist blijkbaar niet wat er allemaal in Jeruzalem gebeurd was. Hij vroeg waar hebben jullie het over? Verbaasd bleven ze op de weg staan. Hoe is het mogelijk? Ze vroegen aan de vreemdeling of hij de enige in Jeruzalem was, die het niet wist. Iedereen had het er over. Nou, zeiden ze, wat er met Jezus de Nazarener gebeurd is. De vreemdeling vroeg, wat dan? Terwijl ze doorliepen, kreeg hij het hele verhaal te horen. Het hoge woord kwam er uit: we hadden gehoopt, dat hij Israël zou bevrijden. Maar onze leiders hebben hem ter dood laten brengen. Ook al was het drie dagen geleden, ze waren er nog altijd vol van. Ze hadden het nog steeds niet verwerkt. Ja, en dan gaat er ook nog een gerucht, dat Jezus uit de doden zou zijn opgestaan. Toen de vrouwen bij het graf kwamen, was het leeg en hij was nergens te bekennen. Ze zeiden, dat ze ook engelen gezien hadden.

Wat moet je nou met zo’n verhaal? Daar kun je toch niks mee. Dan blijkt die vreemdeling toch meer te weten, dan ze dachten. Hij herinnerde hen aan, wat de profeten allemaal over Jezus gezegd hadden. Hij ging helemaal terug tot Mozes. Hij zei hun, dat moesten jullie toch weten! Toen de vreemdeling met hen het Oude Testament doornam, konden ze alleen maar toegeven, dat het klopte. Maar bij de hele lange wandeling hadden ze niet door, wie er naast hen was komen lopen. Hun ogen waren bevangen; anders gezegd ze waren ziende blind. Ze waren zo gefixeerd op hun ontgoocheling; ze waren zo gefascineerd door wat ze nu hoorden, dat ze niet eens vroegen: wie bent u eigenlijk? Het ontbrak hun aan de nodige nuchterheid. Maar goed, ze waren bij hun huis aangekomen en de vreemdeling moest nog verder. Maar ze waren niet klaar met de zaak. Weet u, zeiden ze, het is al donker. Blijf maar bij ons, ze stonden er op, dat hij bij hen zou blijven eten. Maar de vreemdeling wilde verder. Zou u dat nou wel doen? Blijf toch bij ons. Nou vooruit dan. Toen ze eenmaal aan de maaltijd zaten, of lagen zoals ze het in het Oosten doen, nam de vreemdeling het brood en dankte ervoor. Toen hij het brood met hen deelde, zagen ze het ineens: HIJ is het zelf, Jezus. En weg was HIJ. Ze zagen Hem niet meer. Wat hebben we nu? Ze vielen van de ene verbazing in de andere. Ja, zeiden ze tegen elkaar, onderweg had ik een vreemd gevoel, maar ik wist niet wat het was. Ik kreeg het er van binnen warm van. Ze lieten er geen gras over groeien. Ze lieten het eten staan, geen tijd voor de afwas. Ze gingen gelijk de 12 km. weer terug. Eenmaal buiten, zagen ze Hem ook niet. Dit moesten de discipelen horen.

Wat was nu het probleem van Kleopas en zijn metgezel? Waarom zaten ze zo in de put? Waarom hadden ze geen hoop meer? Hun ogen waren bevangen. Ze zaten gevangen in een bepaald denken. Jezus verblindde hen niet. Ze waren zo gevangen in dat denken dat Hij er niet meer was. De bevrijding van Israël, zoals zij dachten, dat die zou gebeuren, klopte niet. Dat Jezus wel eens naast hen zou kunnen lopen, bestond al helemaal niet. Natuurlijk niet, HIJ was dood. Ze zagen het niet, begrepen het niet. Waarom niet? Ze hadden zich een bepaalde voorstelling van de toekomst gemaakt. Daar geloofden ze zo vast in, dat kon niet stuk. En het ging stuk. Ze waren ontredderd. Het doet me denken aan Duitse soldaten, die tegen alle verhalen van hun officieren in geloofden, dat ze oorlog hadden gewonnen. Toen ze ingesloten waren en nergens heen konden, stortte hun schijnwereld in. Ik zag ze op de grond tegen de muur zitten met hun hoofd tussen de knieën. Een aanblik om nooit te vergeten. Waarom? Omdat ze niet de waarheid geloofden, maar een valse voorstelling.

Waarom waren de Emmaüsgangers verbijsterd? Ze kenden het profetische Woord, maar ze geloofden het niet. Daardoor kregen ze een volkomen verkeerde kijk op de werkelijkheid. Hierin ligt voor ons een les. Velen geloven niet, dat Jezus, de Messias, bij Zijn wederkomst in heerlijkheid Zijn eeuwig Koninkrijk zal oprichten. Bij de verslaggeving van de zendingsreis van de apostel Paulus aan de Gemeente van Jeruzalem wees hij op het profetische woord. Als de Gemeente van Christus op aarde voltallig is, gebeurt het:

“Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

Handelingen 15:16-18

God heeft beloofd, dat het koningshuis van koning David eeuwig zal bestaan; het zal hersteld worden. Langs de menselijke lijn stamt Jezus van Nazareth af van koning David. HIJ is Gods koning op de troon van koning David. Alle eeuwen door hebben de profeten voorzegd, dat dit Koninkrijk er komt. Die profetieën zijn nooit herroepen. Ze zullen ook letterlijk in vervulling gaan. De profeet Daniël profeteerde voor de eindtijd met de tien koningen:

“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”

Daniel 2:44

Vele eeuwen later sloot de apostel Johannes hier op aan:

“En de tien horens, die gij zaagt, zijn tien koningen, die nog geen koningschap hebben ontvangen, maar één uur ontvangen zij macht als koningen, met het beest. Dezen zijn één van zin en geven hun kracht en macht aan het beest. Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen – want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen – en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen.”

Openbaring 17:12-14

Dit roept natuurlijk veel vragen op. Hoe zal dit allemaal gaan? We zijn net als de Emmaüsgangers. We hebben zo onze voorstelling van de toekomst. Net als zij, hebben wij de neiging om te speculeren. Van hen kunnen we leren, dat we dat niet moeten doen. Dan komen we verkeerd uit. De vraag is of we geloven wat het Wood zegt, ook al krijgen wij het niet op een rijtje. Zouden we dat niet aan God overlaten? Als we daar een eigen invulling aangeven, zijn we ziende blind. Een ding staat vast: Gods eeuwige Koninkrijk komt!

Amen.

~Dr. K. van Berghem