Bemoeizucht

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Volg jij Mij,”

Johannes 21:22

Schriftlezing

“Toen zij dan de maaltijd gehouden hadden, zei Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief, meer dan dezen? Hij zei tot Hem: Ja Here, Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zei tot hem: Weid mijn lammeren. Hij zei ten tweeden male weder tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief? En hij zei tot Hem: Ja Here, Gij weet het, dat ik U liefheb. Hij zei tot hem: Hoed mijn schapen. Hij zei ten derden male tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, dat Hij voor de derde maal tot hem zei: Hebt gij Mij lief? En hij zei tot Hem: Here, Gij weet alles, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zei tot hem: Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen gij jonger waart, omgorddet gij uzelf en gij gingt, waar gij wildet, maar wanneer gij eenmaal oud wordt, zult gij uw handen uitstrekken en een ander zal u omgorden en u brengen, waar gij niet wilt. En dit zei Hij om te kennen te geven, met welke dood hij God verheerlijken zou. En dit gezegd hebbende, sprak Hij tot hem: Volg Mij. En Petrus, zich omwendende, zag de discipel volgen, dien Jezus liefhad, die zich bij de maaltijd aan zijn borst geworpen had en gezegd had: Here, wie is het die U verraadt? Toen hij deze zag, zei Petrus tot Jezus: Here, maar wat zal met deze gebeuren? Jezus zei tot hem: Indien Ik wil, dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij. Dit gerucht ging dan uit onder de broeders, dat die discipel niet sterven zou; doch Jezus had niet tot hem gezegd, dat hij niet zou sterven, maar: Indien Ik wil, dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan?”

Johannes 21:15-23

Boodschap

Bemoeizucht. Waar bemoei je je mee? We kunnen ons niet overal mee bemoeien. Soms is het nodig. Soms moet je het echt niet doen. We willen zien, hoe een bepaald gesprek tussen de Here Jezus en de apostel Petrus liep. Het ging over iets dat hem nogal bezighield. Het ging om zijn vriend. Na de Opstandig verscheen Jezus voor de 3e keer op een vroege morgen toen de discipelen aan het vissen waren. Bij die gelegenheid stelde de Heer de vraag aan Petrus of hij van Hem hield. Petrus raakte daarbij in grote verlegenheid, hij had er immers een puinhoop van gemaakt. We herkennen ons daar wel in. We bedoelen het wel goed maar wat maken we er in de praktijk soms van? Als iemand ons daarop aanspreekt, zit het ons niet lekker.

Het gesprek tussen Jezus en Petrus was goed geweest. Het verleden was rechtgezet, hij kon weer verder. Het komt wel vreemd over, toen de Here Jezus bij dat gesprek ook zei, hoe Petrus sterven zou. Moest dat nou? Daar ging het gesprek toch niet over. Wat bedoelde Jezus? Nu, en hoe zou hij dan sterven? Net als de Here Jezus, zou hij ook gekruisigd worden. Petrus wist wat dat betekende. Hij had er bij gestaan op Golgotha, toen de Here Jezus gekruisigd werd. Nee, dat liever niet, stel je voor! Het is de meest afschuwelijke vorm van executie. Daar word je dan wel stil van. En wat zei de Here Jezus daar meteen achteraan? Volg Mij.

Volgen in de bijbelse betekenis is in een nauwe persoonlijke relatie tot Jezus staan. Niet vrijblijvend, maar er bij betrokken,” er voor gaan,” heet dat tegenwoordig. Het uitdragen in woord en vooral daad. Het is niet vrijblijvend, er hangt een prijskaartje aan. We hebben we het nu over pc., niet de pc van de persoonlijke computer, maar het pc.: praktisch Christendom. Daarvoor is iets nodig. We zijn zo doenerig vandaag. Moderne begrippen: methode, aanpak, seminars, scholing en bijscholing. Stage, o ja, stage. De discipelen liepen 3 jaar stage bij Jezus. Ze werden gevormd. Luister goed! Het ging niet om technische vakken, maar om geestelijke vorming. Hoe staat dat er voor, bij u, bij jou, bij mij? Bij de Here Jezus ging het er niet om wat je had, maar wie je was.

Wie ben je? Zijn wij zijn leerlingen en dat levenslang? In de drie jaar, dat de discipelen met Jezus meegingen, hadden ze echt niet alles geleerd en begrepen. Na de Opstanding kreeg Petrus een voortgezette opleiding. Bent u, ben jij er al aan begonnen? Christus volgen betekent, wat het ook kost. Als getuige van Christus, kostte het Petrus uiteindelijk zijn leven. De hoogste prijs. Dat kennen wij niet. Het is ons nooit overkomen, dat het ons leven kan kosten. Wij hebben nooit vervolging meegemaakt, omdat we in Christus geloven. In veel landen worden Christenen vervolgd. Zover is het bij ons niet, maar het zou kunnen gebeuren. Daar is niet veel voor nodig. Maar als we het nu eens wat kalmer aan doen?

Wat doe je als de Here Jezus de sleutel van je auto zou vragen, of van je huis? Geef je die dan? Je krijgt hem niet terug! Als het er op aan komt, toch tot elke prijs? Maar Hij vraagt die niet van iedereen. De Here Jezus zei tegen Petrus: volg Mij. Maar Petrus was met iets anders bezig. Hij begon tegen de Here Jezus over Johannes. Wat zal er van hem worden? De Here Jezus gaf een antwoord, dat Petrus verkeerd begreep. Hij zei, als Ik wil, dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan? In hedendaags Nederlands is dat: Waar bemoei je je mee, Petrus. Johannes? Laat dat maar aan Mij over. Het betekent zoveel als: Volg jij Mij nou maar, zorg jij maar dat je er komt. Als het van je gevraagd wordt, bereid je dan bereid je eigen leven af te leggen. Om het heft uit handen te geven? Niet het eigen “ik,” maar Christus op de eerste plaats in je leven. Praktisch betekent het bijvoorbeeld:

“Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.”

Mattheüs 10:37-39

God op de eerste plaats; Hij heeft voorrang boven ieder ander, boven al het andere. Dat is Kruistheologie. Dat je ouders er voortaan niet meer bij zouden horen? Nee, natuurlijk niet, maar het gaat nu om jou. Wie zijn verstand, zijn wil, en zijn gevoel onder Gods gezag plaatst, vindt het eeuwige leven. Dat is het prijskaartje. Wilt u, wil jij dat? Sommige mensen zeggen dan, dat moet je niet doen! Ik herinner me iemand, die jaren geleden anoniem een envelop in de brievenbus stopte met fl. 12.000,- voor het werk in de Gemeente. Wie had dat gezegd, dat dat moest? Niemand! Nadoen? Nee!

Doe wat God van je vraagt. Dan zullen mensen misschien zeggen: die is gek. Jammer dan. Praktisch Christendom is meer dan mooi praten. Waar dit Christendom in het gemeenteleven bestaat, gebeuren wonderen. Er komen mensen tot geloof. Tijdens een bezoek aan Roemenië brachten we materiaal voor een ziekenhuis mee. Daar was groot gebrek aan. Het hoofd van het laboratorium vroeg: waarom doen jullie dit? Uit innerlijke bewogenheid, om Christus’ wil. Het opende de deur voor een persoonlijk gesprek. Ik mocht deze dame het evangelie uitleggen en ze kwam tot geloof.

We moeten geen gekke dingen doen, niet proberen jezelf te bewijzen. Dat is het andere leven. We zijn toch met Christus tot een nieuw leven opgestaan, of niet? Dat moet dan blijken. We zitten soms boordevol vragen. Over van alles en nog wat. Petrus vroeg aan de Here Jezus: en hij nou Heer, Johannes? Het antwoord was: Laat dat maar aan Mij over, zorg jij maar dat je er komt. Terwijl hij zelf nog veel moest leren, bemoeide Petrus zich met iets, dat hem niet aangingen. Daarvoor werd hij terechtgewezen. Johannes? Laat dat maar aan Mij over. Zorg jij maar, dat je er komt: volg Mij. We moeten ons niet bemoeien, met dingen, die ons niet aangaan. We moeten Hem volgen.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Vrees

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”

Handelingen 2:43

Schriftlezing

“Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal. En met nog meer andere woorden getuigde hij, en hij vermaande hen, zeggende: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht. Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.”

Handelingen 2:37-47

Boodschap

Toen ze dit hoorden… In zijn Pinksterboodschap kraakte de apostel Petrus harde noten. Hij hield zijn toehoorders voor, dat ze eraan hebben meegewerkt dat Jezus “door de handen van wetteloze mensen aan het kruis (werd) genageld en gedood.” Handelingen 2:23. Ze gingen in op Petrus’ oproep “om zich uit dit verkeerde geslacht te laten behouden.” Dat wil zeggen, ze aanvaardden de boodschap om met hun oude manier van denken te breken. Dat werd zichtbaar toen ze zich lieten dopen. Dopen is de vertaling van het Griekse baptizein, dat in het Grieks nooit iets anders dan onderdompelen betekent. Het is het afdalen in het watergraf en daarin ondergaan. Het is de begrafenis van het oude leven. Daarbij wordt de Naam van God de Vader, van God de Zoon en God de Heilige Geest aangeroepen. Tegelijk wordt door het opstaan uit het water de latere Opstanding uit de dood uitgebeeld. Het betekent het grote allesbeslissende keerpunt in het leven van een mens. Het verleden ligt achter de dopeling, de toekomst ligt voor hem. Dit is het gevolg van de aanvaarding van Gods Woord en de overtuiging van de Heilige Geest. Het gaat niet om een traditie. De aanvaarding van Gods Woord, de overtuiging van Gods Geest, de wedergeboorte en de doop zijn onvergetelijke doorleefde werkelijkheden. We hadden het over de Pinksterdag. Gelukkig is daar is een vervolg op. Gods Geest was zo krachtig en merkbaar aanwezig, dat 3000 mensen dat Woord aanvaardden en zich lieten dopen. Waar God Woord eerst niet begrepen of afgewezen werd, gaan deze gelovigen volharden in het onderwijs van de apostelen. Er ontstond ook een nieuwe gemeenschap. Ze herdachten regelmatig de dood van de Here Jezus, waardoor zij behouden konden worden. Wat vaak vergeten wordt of niet goed tot zijn recht komt, ze bleven volharden in de gebeden. Net als de discipelen deden na de Hemelvaart, ruimden ze tijd in voor gebed. Als we dit alles de revue hebben laten passeren volgt er nog iets. En dat is niet het minste:

“En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”

Handelingen 2:43

De gelovigen joegen de mensen geen schrik aan. Integendeel: de mensen stonden met verbazing te kijken naar wat er allemaal gebeurde. Allemaal dingen, die in onze dagelijkse beleving gewoon niet kunnen. Maar het gebeurde wel. Het is geen sprookje, er waren teveel ooggetuigen om iets te verzinnen. Ze zagen het voor hun ogen gebeuren. De Bijbel beschrijft niet welke wonderen en tekenen er dan allemaal plaatsvonden. Maar niemand kon er omheen, dat God op een bijzondere manier liet zien, dat HIJ er was. Het gevolg daarvan was, dat er vrees over alle mensen kwam. Wat is dit? Wat moeten we hier mee? Wie doet dit? Vrees, wat moet ik me daarbij voorstellen? Elk mens heeft op de een of andere manier wel eens met vrees te maken. Als we de zaak niet meer zelf in de hand kunnen houden, worden we bang. Gezien tegen de achtergrond van Handelingen 2 gebeuren hier geweldige dingen.

Petrus spreekt tot zijn eigen volk. Hij beschuldigt hen openlijk van de moord op de Messias, die God gezonden had voor Zijn volk. Ze hadden Hem niet begrepen, maar verworpen. De ene week riepen ze: gezegend is Hij, die komt in de Naam des Heren, een week later riepen ze in koor: kruist Hem. Door de harde confrontatie met de waarheid, schrokken de toehoorders zich onderstboven. Wat zei Petrus?

“Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt. Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?”

Handelingen 2:36-37

Het antwoord is kort en duidelijk:

“Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen.”

Handelingen 2:38

De zaak is ernstig, maar niet hopeloos. Vele toehoorders gingen in op de oproep zich hiervan te bekeren. Bekeren is, omdraaien en de andere kant, de goede kant, uitgaan. Dat was maar niet alleen voor de toehoorders van Petrus. Dat geldt ook voor ieder, die vandaag Gods Woord hoort. Hoe hebben wij het eraf gebracht met Jezus? Hebben wij Hem erkend of vinden we, dat we Hem niet nodig hebben? Petrus sprak tot Gods uitverkoren volk. Wat een beschuldiging. Het waren toch geen ongelovigen! Nee, dat niet maar wel deden ze wat goed was in eigen ogen. Is het met veel mensen, die zich Christen noemen, niet hetzelfde? Ieder doet zijn eigen ding. Maar dit is de verkeerde weg. Door de overtuigende inwerking van de Heilige Geest, dat het waar was wat Petrus zei, hebben vele toehoorders zich bekeerd. Als gevolg van de gebeurtenissen op de Pinksterdag, kwam er vrees over alle ziel. De mensen werden regelrecht geconfronteerd met Gods aanwezigheid. Ze wisten meteen, dat ze zich voor hun daden moesten verantwoorden. Dat gold voor toen, het geldt voor nu. Dit is een harde boodschap. Velen willen die niet horen. Voor het Pinksterfeest waren er misschien wel een miljoen mensen in de stad. We zijn ervan onder de indruk, dat er door één preek 3000 mensen tot geloof komen. Maar dit aantal valt weg tegen de honderdduizenden, die in de stad waren. Op die dag was het voor duizenden een heilzame schrik. Later groeide de Gemeente uit tot 10.000 en dan houdt de telling op. Sinds die dag is het voor miljoenen een heilzame schrik geweest en nog. God draait er geen doekjes om. Hij zegt waar het op staat en dat is voor ons bestwil. Als je bij de dokter een nare boodschap krijgt, wordt je niet boos op de dokter. Hij heeft het beste met je voor. Je vraagt jezelf af of er een oplossing is. En die zal de dokter ook geven. Het is een voorrecht, als Gods Woord ons overtuigt van de noodzaak van omkering, van bekering en Zijn Geest die overtuiging in ons hart legt. Er kan en mag een punt gezet worden op de levensweg. Er mag een verleden zijn en een nieuw begin. Het allesbeslissende keerpunt. Als u dat nog niet gekend hebt, wens ik het u toe. Die heilzame schrik. Waarom? De apostel Paulus schreef aan de Gemeente:

“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”

1 Corinthiërs 15:19

Wie geen hoop heeft voor de eeuwigheid, staat met lege handen. En dat wens ik u niet toe, echt niet.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Wind en vuur

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.”

Handelingen 2:2-4

Schriftlezing

“En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen. En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen? Maar anderen zeiden spottend: Zij hebben te veel zoete wijn gehad! Maar Petrus stond met de elven op, en hij verhief zijn stem en sprak hen toe: Gij Joden en allen, die te Jeruzalem woonachtig zijt, dit zij u bekend en neemt mijn woorden ter ore. Want deze mensen zijn niet dronken, zoals gij veronderstelt, want het is het derde uur van de dag; maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt. En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden worden.”

Handelingen 2:1-21

Boodschap

Op de Pinksterdag kun je verwachten, dat er over Handelingen 2 gesproken wordt. Dan gaat het over de uitstorting van de Heilige Geest. Maar wat betekent het eigenlijk? Het “feest der weken,”dat op die dag door de Joden gevierd werd, was een hoogtijdag. Van ver over de grenzen kwamen de Joden elk jaar naar Jeruzalem om dit feest te vieren. Ook dit jaar weer. Maar op de dag, die wij de Pinksterdag noemen, was er iets bijzonders, iets heel bijzonders. Er staat, dat het gehele huis met het geluid als van een geweldige windvlaag gevuld werd en er tongen als van vuur aan de discipelen verschenen. Met “het hele huis” wordt hoogstwaarschijnlijk de Tempel bedoeld. We lezen, dat de menigte te hoop liep en ze zich verbaasde, dat ieder hen in zijn eigen taal hoorde spreken. Het is niet mogelijk om alle facetten van deze gebeurtenis te belichten. Twee dingen krijgen even bijzondere aandacht. We staan stil bij wind en vuur. Om te beginnen staat er niet, dat er wind was, ook niet dat er vuur was. Wat ze hoorden was als het geluid als van een geweldige windvlaag; wat ze zagen was als tongen van vuur. Van geen wonder, dat de mensen te hoop liepen. Wie had ooit zoiets gehoord of gezien. Maar het is niet genoeg om het alleen maar te horen en te zien. Het is ook niet genoeg om dit nu te lezen, maar wat betekent het? Op deze Pinksterdag ging weer deel van Gods profetie in vervulling. In het Hebreeuws wordt voor “wind” en “geest” hetzelfde woord “ruach” (spreek uit: roeach) gebruikt. Het was een manifestatie van Gods aanwezigheid. God liet Zich als het ware horen. Het verschijnsel werd nog versterkt door “tongen als van vuur.” Dit voert heel ver terug in Bijbel.

“Zo was Mozes gewoon de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan, te hoeden. Eens, toen hij de kudde naar de overkant van de woestijn geleid had, kwam hij bij de berg Gods, Horeb. Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd. Mozes nu dacht: Laat ik toch dat wondere verschijnsel gaan bezien, waarom de braamstruik niet verbrandt.”

Exodus 3:1-3

Vele generaties na Mozes waren de mensen in Jeruzalem even verwonderd als hij, toen ze dit schouwspel zagen. Wat zou dit toch zijn? Je hoort het geluid, je ziet de vlammen, maar er is geen wind en er is geen vuur. De discipelen werden ook niet verteerd door het vuur. Wind en vuur zijn tekenen van Gods aanwezigheid en van Zijn heiligheid. Tegen Mozes zei de Engel des Heren: Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond. Voorts zei Hij:

“Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.”

Exodus 3:5-6

Nu weten we, wie dit in Jeruzalem deed. De Engel des Heren was niemand anders dan de Here Jezus, die Zichzelf hier openbaarde. Met de discipelen gebeurde ook iets. Ze werden allen vervuld met de Heilige Geest. Waar blijkt dit uit? Ze spraken alle talen van de Joden die van heel ver gekomen waren. De ongeletterde discipelen spraken wel een dozijn verschillende talen, die ze nooit geleerd hadden. Ik maak even een uitstapje. De mensen uit o.a. Mesopotamië hoorden de verkondiging van Gods grote daden in hun eigen taal. Gods Woord werd eeuwenlang tot in China gehoord en geloofd. De Amerikaanse historicus Philip Jenkins schreef het belangwekkende boek “De Verloren geschiedenis van het Christendom” met als ondertitel “De Duizendjarige Gouden Eeuw van de Kerk in het Midden-Oosten, Afrika en Azië.” Daarin beschrijft hij het eeuwenlange en wijdverbreide Christendom in gebieden van de Eufraat en de Tigris; het huidige Irak, Turkije en Syrië. We keren teug naar ons onderwerp. Meerdere Bijbeluitleggers verbinden Pinksteren met de profeet Ezechiël. De ongeveer 400 jaar latere profetie van Joël voegt er een nieuwe dimensie aan toe. Behalve de profetie over de uitstorting van de Heilige Geest, trekt Joël de profetie door tot in de eindtijd.

“Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. En het zal geschieden, dat ieder die de naam des Heren aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de Here gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de Here zal roepen.”

Joel 2:30-32

Pinksteren met de uitstorting van de Heilige Geest staat niet op zichzelf. Het past in een breder kader. Pinksteren is een verdere ontwikkeling van Gods heilsplan met Israël en van daaruit met de Gemeente van Christus. Pinksteren wordt vaak gezien als de geboortedag van de Gemeente. En dat is het ook, maar we moeten niet vergeten, dat het Pinksterfeest allereerst een Joods feest was. De Gemeente, die op de Pinksterdag geboren werd, was een Joodse Gemeente. In zijn Messiaans Joods Manifest laat David Stern zien, dat de heidenen (d.w.z. de niet-Joden) rond het jaar 50 in de Gemeente begonnen te komen. Rond het jaar 350 zijn er meer niet-Joden in de Gemeente dan Joden. Met dit al mogen we niet vergeten, dat God Zich aan Israël heeft geopenbaard. De God, die aan Mozes verscheen, de God, die Zich op de Pinksterdag aan de discipelen openbaarde niemand anders is, dan de God van Abraham, Isaak en Jacob. Toen het gebeurde was Mozes alleen; toen het op de Pinksterdag gebeurde was een grote menigte er getuige van. God openbaarde Zijn aanwezigheid in het geluid als van een geweldige windvlaag en als vlammen van vuur. De ontwikkeling van Gods heilsplan omspant de eeuwen. Als we ons beperken tot Handelingen 2 zijn het geluid van de windvlaag en de tongen als van vuur bizarre verschijnselen. We begrijpen ze pas, als we ze zien in het Bijbels verband. Met de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag is de profetie van Joël niet uitgeput. Er gaat nog meer gebeuren. De God, die Zich openbaart in wind en vuur is Dezelfde nu.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Olijfberg

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Wat staat gij daar en ziet op naar de hemel?”

Handelingen 1:11

Schriftlezing

“Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft. En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zei Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zei tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen. Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan.”

Handelingen 1:1-12

Boodschap

Op de dag, die wij als de Hemelvaartsdag kennen, stonden de discipelen als aan de grondgenageld toen ze zagen, dat de Here Jezus voor hun ogen in een wolk werd opgenomen. Zolang ze konden staarden ze hem gefascineerd na. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. Maar wie wel? Ze waren samen met de Here Jezus deze kleine berg beklommen, die 100 meter boven Jeruzalem uitstak. Maar ze hadden geen idee, wat ze zouden gaan beleven.

De Olijfberg. Deze berg werd het toneel van een uitzonderlijke gebeurtenis. Die betekenis wordt nog steeds schromelijk onderschat. Deze gebeurtenis was en is meer dan wereldgeschiedenis, het is heilsgeschiedenis. Voordat de Here Jezus opvoer hadden de discipelen nog aan Hem gevraagd, of Hij nog in hun tijd het koningschap over Israël zou herstellen. Hij had toch 40 dagen lang met hen over de dingen van het Koninkrijk gesproken! Was het dan nu zover? En toen kregen ze een teleurstellend antwoord. Daar moeten jullie niet naar vragen. Hadden ze het dan helemaal mis? Hadden ze dan in al die 40 dagen niets geleerd? Zaten ze er dan helemaal naast? Jezus had toch al die tijd over het Koninkrijk gesproken. Hun vraag was toch logisch! Zij waren bezig met de geschiedenis van Israël. Net als zij, moeten wij ook iedere keer weer ontdekken, dat wij ook niet altijd een bevredigend antwoord op onze logische vragen krijgen. Vaak komt er dan heel iets anders. Zo was het ook bij de discipelen. Maar we blijven toch even bij de verwachting van dat Koninkrijk. De Here Jezus zei niet, hoe komen jullie erbij? Wat een domme vraag. Nee, natuurlijk komt dat Koninkrijk er, maar dit is niet het moment. Er moet eerst een ander, wereldomvattend historisch feit plaatsvinden. Het is niet maar vaderlandse geschiedenis voor Israël, het is wereldgeschiedenis. Op de Hemelvaartsdag kreeg de Olijfberg een kapitale rol in de wereldgeschiedenis. Maar dat werd niet begrepen. De hemelvaart vond vanaf hier plaats. Met stomheid geslagen zagen ze het gebeuren. Ze waren zo geboeid door dit schouwspel, dat ze twee mannen, die zich bij het gezelschap hadden gevoegd, blijkbaar niet eens hadden opgemerkt. Wie waren dat? Wat zei die ene? “Wat staan jullie daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.” En wat gebeurt er dan in de hemel?

Weten we dat? Ja! Al 1000 jaar voor Christus. Hemelvaart heeft alles met Israël te maken. In principe is het een Joods feest;. Het is geen uitvinding van de kerk. Maar zij mag er sinds de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag in delen.

“Aldus luidt het Woord des Heren tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten. De Here strekt van Sion uw machtige scepter uit: heers te midden van uw vijanden. Uw volk is een en al gewilligheid ten dage van uw heerban; in heilige feestdos rijst uit de schoot van de dageraad de dauw uwer jonge mannen voor u op. De Here heeft gezworen en het berouwt Hem niet: Gij zijt priester voor eeuwig, naar de wijze van Melchisedek. De Here is aan uw rechterhand. Hij verplettert koningen ten dage van zijn toorn.”

Psalm 110:1-5

De wereldgeschiedenis heeft te maken met de tijd. Gods heilsplan overstijgt de tijd. Dat wordt niet begrepen. In voortschrijdende openbaring kon de profeet Zacharia bijna 500 jaar later zeggen:

“Zie, er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden. Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem.”

Zacharia 14:1-5

Dat slaat op de Wederkomst van Christus. Wat betekent Hemelvaartsdag? Hangt die dag ergens mee samen? Ja zeker, met de vervulling van de profetie. In de periode tussen Pasen en Hemelvaart moet de prediking over het Koninkrijk gaan, dat komt. Hemelvaartsdag is de dag van Zijn kroning. Dat is pas feest. Daar is Koninginnedag niets bij. Maar het wordt niet gevierd. Hoe komt dat? De mensen zien het niet. Tot nu is Satan nog de Overste van deze wereld. En wat doet hij?

“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw (en dat is Satan) met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.”

2 Corinthiërs 4:3-4

Door prediking en bijbelstudie leren we de samenhang van de heilsfeiten ontdekken. Hemelvaart is heilsgeschiedenis. En daar gaat het om, niet maar om een vrije dag in 2009. Want:

“Jezus Christus, (is) de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed – en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden!”

Openbaring 1:5-6

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Herdenken

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Ik zal de daden des Heren gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken.”

Psalm 77:12

Schriftlezing

“Een psalm van Asaf. Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, opdat Hij zijn oor tot mij neige. Ten dage mijner benauwdheid zoek ik de Here, des nachts is mijn hand uitgestrekt en zij wordt niet moede, mijn ziel weigert zich te laten troosten. Denk ik aan God, dan kreun ik; peins ik, dan versmacht mijn geest. Sela. Gij houdt mijn ogen open, ik ben onrustig en kan niet spreken. Ik overdenk de dagen van ouds, de jaren van weleer; ik denk in de nacht aan mijn snarenspel, ik peins in mijn hart en mijn geest vorst na. Zal de Here dan voor altoos verstoten, en niet meer goedgunstig zijn? Neemt zijn goedertierenheid voor immer een einde, houdt de belofte op van geslacht tot geslacht? Vergeet God genadig te zijn, of sluit Hij zijn barmhartigheid in toorn toe? Sela. Daarom zeg ik: Dit krenkt mij, dat de rechterhand des Allerhoogsten verandert. Ik zal de daden des HEREN gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken. O God, in heiligheid is uw weg; wie is een God, groot als God? “Ik zal de daden des Heren gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken. O God, in heiligheid is uw weg; wie is een God, groot als God?”

Lucas 24:13-35

Boodschap

Gedenken, dat is herdenken. Wat is er gebeurd? Afgelopen week hebben we hen, die vielen, herdacht. Wie waren zij? Vaak onbekend, ook wat ze in stilte deden. Daar werd niet over gesproken. Ze vonden zichzelf niet geweldig, maar het was ook gevaarlijk. Het gevaar lag op de loer. Ze waren vaak onbekend, vaak vergeten. Ze hebben geleden, gebeden, gestreden. Waarom deden ze dat? Voor de vrijheid. Om bevrijding van ons land. Wat hadden zij eraan? Ze hebben de hoogste prijs betaald, maar hebben niet in die vrijheid gedeeld. Wij zijn nu al meer dan 64 jaar vrij. Vrijheid begrijpen we pas als we weten, wat onderdrukking is. Dat kun je niet navertellen, de emotie van de bevrijding, de beleving van die ontlading, kun je niet overdragen. Voor wie het niet beleefd heeft, blijft het een verhaal. De oorlog en de bevrijding speelden zich af in de tijd. Daarover zijn vele dikke boeken geschreven. Na de oorlog zijn er al twee volle generaties opgegroeid. Een derde generatie komt er al aan. Ze hebben de angst, het gevaar, niet meegemaakt. Gelukkig! Voor hen is de vrijheid vanzelfsprekend.

Maar vrijheid is nooit vanzelfsprekend. Gods Woord leert ons, dat bevrijding wordt verkregen tegen de hoogste prijs. De geschiedenis bevestigt het keer op keer. Vrijheid wordt alleen verkregen door offer, vaak het hoogste offer: bloed. Als we hen vandaag herdenken, die voor onze vrijheid vielen, moeten we ook verder zien. We moeten heel zuinig zijn op de vrijheid, die zoveel bloed heeft gekost. Maar behalve, dat. Er ligt ook een diepere dimensie in. Er is een andere Onbekende, die geleden, gebeden en gestreden heeft voor onze bevrijding. Ook die bevrijding is realiteit geworden. Niet voor 64 jaar maar voor eeuwig. Bevrijd van de onderdrukking, van de macht van de Overste van deze wereld. Bevrijd, verlost van de macht van de zonde. Voor velen is die Bevrijder vaak een onbekende. Jezus Christus, de Zoon van God. Godzelf schreef daar één dik boek over: de Bijbel. Voor wie gelooft, wat HIJ daarin zegt, heeft Hij de Bevrijding van de macht van de zonde tot stand gebracht. Die macht is door Hem gebroken. Het betekent, dat we niet langer moeten zondigen, maar nog wel kunnen zondigen, en we doen het ook. We herdenken in grote dankbaarheid hen, die voor onze aardse en tijdelijke vrijheid vielen. Zij hebben de hoogste prijs betaald. De diepere dimensie daarvan is, dat Jezus Christus heeft geleden, gebeden en gestreden. HIJ heeft de allerhoogste prijs betaald. HIJ werd gekruisigd, is gestorven en begraven. Met Pasen herdachten wij, dat HIJ is opgestaan uit de doden. Dat is geen losse opmerking. Het grote belang voor ieder mens is, dat de opstanding van de gevallenen en de onze in Zijn Opstanding besloten ligt. Nu zijn er mensen, die niet in de Opstanding uit de dood geloven. Daarover schreef de apostel Paulus aan de Gemeente van Corinthe:

“Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is? Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. ”

1 Corinthiërs 15:12-19

Het gaat hier niet om de tijdelijke, maar om de eeuwige bevrijding. Wie gelooft wat Gods Woord daarover zegt, wordt niet alleen tijdens het aardse leven in maar voor eeuwig in de geestelijke vrijheid gezet. Daarom wordt de dood van de Here Jezus regelmatig herdacht. Wordt ook Zijn opstanding herdacht, maar dat helaas veel te weinig. HIJ is opgestaan, en als we Zijn Woord geloven, zullen ook wij eenmaal opstaan. Daarom:

“Ik zal de daden des Heren gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken.”

Psalm 77:12

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Het Koninkrijk

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft.”

Handelingen 1:3

Schriftlezing

“Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft. En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zeide Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.”

Handelingen 1:1-8

Boodschap

De Schriftlezing is maar kort. Maar er staat iets in, dat erg belangrijk is en waar we makkelijk overheen lezen. Daar kom ik straks op terug. Op de eerste Paasdag vielen de discipelen van de ene verbazing in de andere. Voor zijn arrestatie had de Here Jezus uitspraken gedaan, die ze toen niet begrepen. Lijden en sterven en na drie dagen opstaan uit de doden… Wat moesten ze zich daarbij voorstellen? Toen het gebeurde hebben ze het met diepe emotie, soms met vertwijfeling, allemaal zien gebeuren. Denk maar aan Thomas. Toen de Here Jezus op Paasavond aan de discipelen verscheen, was hij er niet. De volgende Zondag, toen de Here Jezus weer verscheen was hij er wel. Na Zijn Opstanding vielen een aantal stukjes van de legpuzzel op hun plaats. Maar ze waren er nog niet. In het bijzijn van de andere discipelen kreeg Thomas een gezegende ontmoeting met Jezus, maar het was wel pijnlijk. Ik denk, dat Petrus toen maar even niets heeft gezegd… Maar waar ging het gesprek verder over? De Here Jezus zal toch niet alleen maar met Thomas gesproken hebben en verder niets gezegd hebben! Tussen haakjes, hoe zou u het vinden, als er plotseling iemand midden in de huiskamer stond. Hij had niet gebeld, had geen sleutel, en de deur zat op slot? De buitendeur bleef dicht. Ook de kamerdeur ging niet open. En daar stond Hij. Over emotie gesproken. In de tekst waar we over nadenken staat, dat de Here Jezus na Zijn Opstanding 40 dagen lang met de discipelen over het Koninkrijk Gods gesproken heeft. Misschien is Hij er die avond gelijk mee begonnen. We weten het niet. Was daar dan zoveel over te vertellen? In bijna 6 weken kan er heel wat gezegd worden. Maar van die gesprekken werd geen verslag gemaakt. Dat was ook niet nodig. Het Oude Testament staat vol met profetieën over het Koninkrijk. Het is zonneklaar, dat de Here Jezus daar nader tekst en uitleg over gegeven heeft. Toen Israël, pas bevrijd uit Egypte in de woestijn Sinaï aankwam, liet God het volk weten:

“En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.”

Exodus 19:6

Koning David profeteerde:

“Want het koninkrijk is des Heren, Hij is heerser over de volken.”

Psalm 22:29

In zijn boek werkt de profeet Daniël het allemaal verder uit:

“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”

Daniel 2:44

Vanaf Exodus tot Haggaï, wordt dit thema in het hele Oude Testament aangetroffen. In het Nieuwe Testament wordt die lijn tot in het Boek Openbaring voortgezet. Hoewel de Bijbel er steeds verder over uitweidt, blijven er voor ons ook genoeg vragen over. Een ding is zeker, het is er en de dag komt, dat het voor ieder zichtbaar zal zijn. Misschien zou het goed zijn, als we meer aandacht aan dit onderwerp zouden besteden. We zijn zo druk bezig met talloze dingen, dat we het Koninkrijk makkelijk vergeten. Net als het volk Israël zijn er ook vandaag mensen, die zich allerlei voorstellingen van dit Koninkrijk maken. Bij Israël was het begrip zover verwijderd van wat God bedoelde, dat ze de koning van Israël, de Messias, niet herkenden toen Hij kwam. Ze verwierpen Hem en het Koninkrijk volgens Gods model. Vandaag is het niet anders. Theologen hebben naar eigen inzicht ontwerpen van het Koninkrijk gemaakt, zoals het volgens hen, zou moeten worden. Wat zij er ook van vinden, Gods Koninkrijk zal letterlijk op aarde aanwezig zijn. Israël had een verkeerde opvatting van het Koninkrijk. In navolging van Israël heeft de Kerk, de letterlijk bedoelde profetieën van het Koninkrijk vergeestelijkt. Dat Koninkrijk zou niet letterlijk bedoeld zijn, maar moest figuurlijk verstaan worden. Maar wat dat in de praktijk betekent, weet dan niemand. Als het aardse koninkrijk van de tien koningen uitgespeeld zal zijn, wordt het eeuwige Koninkrijk Gods openbaar:

“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”

Daniel 2:44

Deze profetie is glashelder. Er bestaat geen enkele reden, waarom God deze profetie niet letterlijk in vervulling zal doen gaan. Hoe dat moet, weet ik niet. We moeten niet verdergaan, dan Gods Woord ons geeft. Speculeren is uit den boze. God zegt in Zijn Woord, dat het komt. Dan komt het ook. Op Zijn tijd, volgens Zijn ontwerp. Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

De Opstanding

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here.”

Romeinen 1:3-4

Schriftlezing

“Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God, dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften – aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here – door wie wij genade en het apostelschap ontvangen hebben om gehoorzaamheid des geloofs te bewerken voor zijn naam onder al de heidenen, tot welke ook gij behoort, geroepenen van Jezus Christus – aan alle geliefden Gods, geroepen heiligen, die te Rome zijn: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.”

Romeinen 1:1-7

Boodschap

Het Schriftgedeelte, dat we hebben gelezen is erg kort. Maar het is daarom niet minder belangrijk, integendeel. Als dit alles was, wat we van de brief aan de Romeinen zouden bezitten, zou het meer dan voldoende zijn. Hier wordt de basis van het Christelijk geloof gelegd. Aan het begin van zijn brief aan de Romeinen legt de apostel Paulus dit fundament voor alles, wat hij aan hen schrijft. Alles hangt daar van af en hangt er mee samen. Het is maar niet een deftig begin, dat begint met een verheven uitspraak. Paulus maakt er geen literair hoogstandje van. De Opstanding van Jezus Christus uit de doden is het fundament van het Christelijk geloof. Valt dat weg, dan stort het Christendom in. Daarom is het Paasfeest zo belangrijk. Het behoort nog altijd tot de officiële feestdagen waarop iedereen in het land vrije dagen heeft. De vraag is, welke plaats dit heilsfeit in het leven van de gelovigen heeft. Vrije dagen en liefst mooi voorjaarsweer en dan er op uit. Op zich is daar niets is mee, maar waar gaat het in feite om? De Opstanding van Jezus Christus heeft een radicale wending aan de geschiedenis gegeven. Het heeft er enorm gespannen. Voordat Hij uit de doden opstond waren er dramatische gebeurtenissen aan vooraf gegaan. De komst van Jezus in deze wereld was de vervulling van een belofte aan het Joodse volk. Hij was de Christus, dat wil zeggen de beloofde Messias. Maar, en dat is heel triest, ze geloofden het niet. Hij beantwoordde niet aan de verwachting van de Joodse leiders. Zij hadden een beeld voor ogen, dat niet klopte met de werkelijkheid. Daaruit ontstonden grote problemen. Op allerlei manieren probeerden de leiders HEM te beschuldigen. Aan de hand daarvan konden ze bewijzen, dat Hij niet de Messias was. Maar dat lukte niet. Eindelijk was het zover, dat Hij gevangen werd genomen en voor de Joodse Raad moest verschijnen om Zich te verantwoorden. Van een eerlijk proces kan in ieder geval geen sprake zijn. De Evangelist Mattheüs schreef:

“De overpriesters en de gehele Raad trachtten een vals getuigenis tegen Jezus te vinden om Hem ter dood te brengen, maar zij vonden er geen, hoewel er vele valse getuigen optraden. Maar ten laatste traden er twee op, die verklaarden: Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en binnen drie dagen opbouwen. En de hogepriester stond op en zei tot Hem: Geeft Gij geen antwoord; wat getuigen dezen tegen U? Maar Jezus bleef zwijgen. En de hogepriester zei tot Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God. Jezus zei tot hem: Gij hebt het gezegd.”

Mattheüs 26:59-64

Dat was nu precies wat ze altijd al hadden willen horen. De Zoon van de levende God. Dit was dé Godslastering bij uitstek, een doodzonde, waar de doodstraf op stond. De Hogepriester ging helemaal in de fout, toen hij als teken van rouw, zijn kleren scheurde. Dat was voor de Hogepriester strikt verboden. Maar daar had niemand het over. Maar de Joodse Raad had zijn zin, ze konden Hem nu laten executeren. Maar dit was niet het einde van het verhaal! Wat gebeurde er bij de Opstanding?

“Door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here.”

Romeinen 1:4

Eigenlijk hadden ze met Jezus van Nazareth definitief afgerekend. Tenminste, dat dachten ze. Is het vandaag voor velen niet precies hetzelfde? Velen hebben met Hem afgerekend, ze hebben Hem uit hun leven verbannen. Voorlopig is het rustig. Ja, voorlopig. Er is al eerder op gewezen, dat zelfs in de kerk wordt gehoord, dat God niet bestaat. Als God niet bestaat, kan Hij dus ook geen Zoon hebben. Dan kan Hij niet sterven aan het kruis op Golgotha, dan kan Hij op de Paasmorgen niet opstaan uit de doden. Wat is daarvan de logische consequentie? Wat zegt Gods woord daar over?

“En indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren.”

1 Korintiërs 15:17-18

Dan is alles verloren. Maar het is gelukkig niet zo. Aan de andere kant wordt we overspoeld met reclames op de televisie, in kranten en folders van alles wat met Pasen toch vooral moeten eten, kopen en uitgaan om het, ja tot wat te maken? In deze tijd van crisis, van toenemende werkeloosheid, noem maar op, is het toch goed om even te onderbreken. En dat is zo. Maar daar is het geen Pasen voor. O ja, iemand heeft bedacht, dat we toch eigenlijk elkaar weer Paaskaarten moeten gaan sturen. Waarom? Kassa! Pasen is overal goed voor, als het maar geld oplevert. Maar over de Opstanding is het oorverdovend stil. Er is immers met Jezus van Nazareth afgerekend, denkt men. We leven in de eindtijd. Eens maakte de Here Jezus een opmerking over die tijd, Hij zei:

“Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?”

Lucas 18:8

In sommige vertalingen staat of Hij dan nog geloof op aarde zal vinden. Wat dat betreft hebben we niet te klagen. De wereld krioelt van geloof in alle soorten en maten. Maar het gaat om het Bijbels geloof. En hoe staat het er vandaag bij? In veel gevallen is het Christelijk geloof gereduceerd tot een cultureel verschijnsel. De vorm is overgebleven, de inhoud is verdwenen. Zoals eerder in de overdenkingen is aangegeven, het wordt hoog tijd, dat de gelovigen, de Christenen, op de knieën gaan. De Christen, die nadenkt over wat zich vandaag in de samenleving afspeelt, kan hier alleen maar voor gaan bidden. We kunnen de omstandigheden niet naar onze hand zetten. Wat dat betreft zij we machteloos. Maar er wordt veel te weinig gebruik gemaakt van het wapen, dat de gelovige heeft. Maken we er gebruik van of ligt het te roesten bij onze geestelijke wapenrusting? Op alle mogelijke manieren wordt geprobeerd mensen met het Evangelie te bereiken. Cursussen, workshops, seminars, toeters en bellen. Hier en daar wordt misschien iemand gewonnen. Hoeveel hypes zijn er in de loop der jaren al gepasseerd. En wat heeft het gebracht? Het probleem is, dat met veel inzet alles uit de kast gehaald wordt, maar het moet vooral zonder eelt op de knieën. En dat werkt niet. Dat heeft nog nooit gewerkt. Vandaag is het Paasmorgen, de Opstanding van de Levensvorst. Hij zonderde hele nachten af voor gebed. Als Hij dat nodig vond, wat doen wij dan? Zou het niet goed zijn om onze dagindeling te veranderen en ruimte te maken voor gebed? Dan kan het echt Pasen worden, als de Opstandingskracht doorbreekt in de levens van Gods kinderen. Daar moet het beginnen. Opwekking begint niet in de wereld, maar in Gods Huis. Als het daar niet verandert, is er voor de wereld geen hoop. Dan staat Pasen wel op de kalender, maar de Opgestane Heer, Gods Zoon, Jezus Christus blijft de grote afwezige. Het kan anders, dan moet het anders. Zo leert Gods Woord het in het Oude en in het Nieuwe Testament. De Kerkgeschiedenis staat er vol van. Daarom: op de knieën in gebed, totdat God antwoordt. En HIJ doet het.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Vrees

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En een grote vrees kwam over de gehele gemeente en over allen, die dit hoorden.”

Handelingen 5:11

Schriftlezing

“En een zeker man, met name Ananias, met zijn vrouw Saffira, verkocht een eigendom, hield iets van de opbrengst achter, met medeweten van zijn vrouw, en bracht een zeker deel en legde het aan de voeten der apostelen. Maar Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en was, na de verkoop, de opbrengst niet te uwer beschikking? Hoe kondt gij aan deze daad in uw hart plaats geven? Gij hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. En bij het horen van deze woorden viel Ananias neder en blies de adem uit. En een grote vrees kwam over allen, die het hoorden. En de jonge mannen stonden op en legden hem af, en zij droegen hem uit en begroeven hem. En het geschiedde na verloop van ongeveer drie uur, dat zijn vrouw binnenkwam, onkundig van wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt gij het stuk land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. En Petrus zei tot haar: Hoe hebt gij kunnen overeenkomen om de Geest des Heren te verzoeken? Zie, de voeten van hen, die uw man hebben begraven, zijn aan de deur en zij zullen ook u uitdragen. En zij viel terstond neder voor zijn voeten en blies de adem uit; en de jonge mannen kwamen binnen en vonden haar dood en zij droegen haar uit en begroeven haar bij haar man. En een grote vrees kwam over de gehele gemeente en over allen, die dit hoorden. En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtig bijeen in de zuilengang van Salomo. Doch van de anderen durfde niemand zich bij hen aansluiten, maar het volk stelde hen hoog. En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen. En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen.”

Handelingen 5:1-16

Boodschap

De vorige keren hebben we gezien welke geweldige dingen er gebeurden in de eerste Christengemeente. Was het nu ook nog maar zo. Niemand had ooit zoiets gezien. En dan willen we het graag zo houden. De geestelijke leiders zagen het allemaal niet zitten. Het ging niet volgens hun boekje, dus deugde het niet. Tot overmaat van ramp gebeurde er ook nog een wonder aan de Tempelpoort. Ze lieten de apostelen arresteren. Geestelijke leiders, die naar geweld grijpen om hun belangen te beschermen. Dit is machtsmisbruik. In keurig Nederlands heet het dan, dat ze bij gebrek aan bewijs, de arrestanten moesten vrijlaten. Velen zien in de gebeurtenissen van Handelingen 2, 3 en 4 het model van de volmaakte gemeente. Was dat ook zo? Hoofdstuk 5 helpt ons uit de droom. De eerste Christenen zweefden niet, ze hadden oog voor de armoede om hen heen. Ze verkochten zelfs bezittingen om de armen te helpen. Geen wonder, dat die mensen de aandacht trokken en in hoog aanzien stonden. Er was een echtpaar, dat op die golf van populariteit probeerde mee te surfen. Ze waren kennelijk vergeten, dat ze in de Gemeente van Christus waren, waar de Heilige Geest bijzonder duidelijk werkte. Ze spraken samen af ook een stuk land te verkopen. Het geld zouden ze dan bij de apostelen brengen. Ze deden alsof ze het hele bedrag afdroegen, maar een deel ervan zouden ze achterhouden. Dat kon niemand weten. De geschiedenis is duidelijk. Natuurlijk mochten ze net zoveel geven en achterhouden als ze zelf wilden, maar ze deden alsof ze alles gaven. Geweldig toch! Geen haan, die er naar kraait. Maar dat pakte anders uit, heel anders. Er vielen twee doden in de Gemeente. Onvoorstelbaar. Wat was de uitwerking?

“Een grote vrees kwam over de gehele Gemeente en over allen, die dit hoorden.”

Handelingen 5:11

Geen wonder. Wat is dat die vrees? Waren ze bang, dat ze ook dood zouden neervallen? Nee, deze mensen hadden een verkeerd Godsbeeld. Ze hadden een voorstelling van God, die niet klopte met de werkelijkheid. Misschien dachten ze alleen maar: God is liefde. En dat is HIJ ook, maar dat niet alleen. God is ook heilig. En daar hadden ze geen begrip van. De apostel Paulus hield de Gemeente voor:

“Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden.”

Romeinen 11:22

De tekst leert dat God goed en streng is. Als alle nadruk op één bepaalde eigenschap gelegd wordt, maken we een karikatuur van Hem. Dat leerde Israël al in de woestijn. Ze maakten een Gouden Kalf, mannelijk, vruchtbaar, zoals bij de omringende volken, sterk. Een afschuwelijke karikatuur van de God, die hemel en aarde gemaakt heeft. Is God dan niet sterk? Hij had hen toch uit Egypte geleid! Ja, maar Hij is heilig, heilig, heilig. Wat is er heilig aan een jonge stier? Het is godslastering om zich God voor te stellen als een jonge stier. Toen God Zich in Jeruzalem manifesteerde, viel de vrees op de mensen. En dat is wat ons vandaag ontbreekt. Geen angst, maar diepe, diepe eerbied. Toen God ingreep, leerden de mensen Hem beter kennen. We horen nogal eens over de God met het vingertje. Ook dat is een grove belediging, een karikatuur. God is liefde, Hij is driemaal heilig, God is ook een verterend vuur. We kunnen niet naar believen daaruit een keus maken voor wat ons het meeste aanspreekt. We moeten weten hoe we tot God kunnen en mogen naderen. Wat komt daarvan terecht in de prediking? Aan Timotheüs schreef de apostel Paulus:

“Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.”

2 Timotheüs 4:1-4

Eerder had hij aan Timotheüs geschreven:

“Wie in zonde leven, moet gij in aller tegenwoordigheid bestraffen, opdat ook de overigen ontzag hebben. Ik betuig u voor God en voor Christus Jezus en voor de uitverkoren engelen, dat gij daaraan de hand houdt, zonder vooroordeel en zonder iets te doen uit vooringenomenheid.”

1 Timotheüs 5:20-21

Wordt daar in de Gemeente de hand aan gehouden? Velen zeggen, dat is niet meer van deze tijd. Is God veranderd? Is Zijn Woord veranderd? Hoe komen mensen er dan toe alleen uit Gods Woord te halen, wat hen van pas komt, wat vooral vriendelijk moet zijn? We kunnen er niet naar believen de teksten uit knippen, die ons een prettig gevoel geven. In het laatste Bijbel boek waarschuwde de apostel Johannes de lezers ervoor.

“Ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn; en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn.”

Openbaring 22:18-19

We kunnen Gods Woord geloven en aanvaarden of het niet geloven en verwerpen. Dit is niet vrijblijvend. We leven vandaag in een onmogelijk moeilijke situatie. Velen raken in de knel. Ze leefden voor geld, hoe meer hoe liever. Ze gokten met het geld van anderen, die daardoor in de problemen raken. De afgod van het geld, Mammon, is omgevallen. Tallozen zijn daarvan de dupe. Heeft God ons vandaag door deze dingen iets te zeggen? Wordt het geen tijd, hoog tijd, dat we nagaan of ons Godsbeeld wel klopt? Kennen wij de vreze des Heren, de diepe eerbied voor wie Hij is? Hij is niet veranderd, Hij is Dezelfde nu. Dezelfde die Hij altijd is geweest. Laten we onszelf ervan overtuigen, dat wij geen karikatuur van Hem gemaakt hebben. Er zijn mensen geweest, die het meegemaakt hebben, dat God Zich op een bijzondere manier manifesteerde. Het gebeurde in de 1e eeuw; het gebeurde in de 20e eeuw. Hij is niet veranderd. En als wij geen bijzondere manifestatie van Hem meegemaakt hebben, wil het niet zeggen, dat Hij veranderd is. Zijn Woord leert ons, wie Hij is. Zijn Woord alleen moet voldoende zijn om Hem te leren kennen. Als we Gods Woord zo lezen en aanvaarden, gaat Hij Zich aan ons openbaren.

“Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.”

Johannes 14:21

“En een grote vrees kwam over de gehele gemeente en over allen, die dit hoorden.”

Handelingen 5:11

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Sprookjes

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.”

2 Timotheüs 4:3-4

Schriftlezing

“Ik betuig u nadrukkelijk voor God en Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen, met beroep zowel op zijn verschijning als op zijn koningschap: verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting. Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren. Blijf gij echter nuchter onder alles, aanvaard het lijden, doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle. Want wat mij aangaat, reeds word ik als plengoffer geofferd en het tijdstip van mijn verscheiden staat voor de deur. Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden; voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad.”

2 Timotheüs 4:1-8

Boodschap

Vorige week ging het over atheïsten, geesteszieken en demonen. We hebben het niet over de evolutie gehad, waarvan allerlei publicaties bol staan. Het zijn allemaal verschillende onderwerpen. Het is het ongeloof, de uitwerking van de hogere Bijbelkritiek. De grote (?) theologen, hadden de euvele moed te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Gods Woord. Het zijn de godgeleerden, die als taak hebben predikanten op te leiden en hen te leren de Bijbel uit te leggen. Maar ze geloven zelf niet wat er in de Bijbel staat. Ik noemde een predikant, die niet gelooft dat God bestaat, maar wel in God gelooft. Vandaag heet dat: het is te gek voor woorden. Maar het blijkt te kunnen. Omdat er nogal wat predikanten zijn, die het ook niet meer zo zeker weten, moet er zelfs een discussie over gevoerd worden De Psalmen 14 en 53 zeggen duidelijk, “de dwaas zegt in zijn hart, er is geen God.” . Als God niet bestaat, waar moeten we het dan nog over hebben? Uit praktijkervaring weet ik, dat er de begrippen van ziel en geest door elkaar gehaald worden. Maar ook daar is Gods Woord duidelijk over. Paulus schreef aan de Gemeente:

“En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.”

1 Thessalonisenzen 5:23

De mens bestaat uit drie onderscheiden delen. Geest, ziel en lichaam. Waarom zou Gods Woord twee verschillende woorden gebruiken, als het om één en hetzelfde begrip gaat? Wat zegt de Bijbel?

“Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten.”

Hebreeën 4:12

Als ziel en geest hetzelfde is, kunnen ze niet gescheiden worden. De Bijbel leert, dat ziel en geest wel gescheiden kunnen worden. Geen enkele psycholoog of psychiater heeft daarvoor het gereedschap. Het kan alleen door Gods Woord. Wie zou beter weten hoe een auto in elkaar zit dan de fabrikant? Wie zou beter weten hoe de mens samengesteld is, dan de Maker, Godzelf? Maar de geleerden weten het beter, dat denken ze tenminste.

Er was ook sprake van demonen. Lang werd gedacht, dat dit Middeleeuwse verhalen waren. Wie het Nieuwe Testament leest en gelooft wat er staat, weet, dat er demonen zijn. Dit kan niet als bijgeloof afgedaan worden. In zijn Brief aan de Efeziërs schreef de apostel Paulus:

“Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.”

Efeziërs 6:11-12

Als ze er niet waren, zou de apostel dit niet hebben geschreven. Daarom dringt hij er op aan de geestelijke wapenrusting te hanteren. God heeft ons Zijn Woord gegeven, het zwaard des Geestes. Als we Zijn Woord niet geloven, valt ons het wapen uit de hand. Daarom moeten we ons dat zwaard niet laten afnemen.

In Genesis 1 begint de Bijbel met de Schepping. Maar dat de schepping, zoals we die kennen in 6 dagen zou zijn ontstaan, kan volgens sommigen natuurlijk niet. Hoe kunnen mensen oordelen over wat God, ook als Schepper van de tijd, wel of niet kan? Een krantenartikel kopte: “Darwin versus God.” Darwin speculeerde over hoe het wel gegaan kan zijn. Maar Gods Woord zegt, hoe het ging. God was er zelf bij, Hij deed het. Geen mens was getuige van deze scheppingsdaad, maar sommigen denken het beter te weten, dan God, die hemel en aarde schiep. Evolutie?

“En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. En God zei: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. (…) En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.”

Genesis 1:25-26, 31

God schiep alles naar zijn aard. Er is nergens bewijs voor evolutie van een lagere naar een hogere soort. Het is alles geschapen naar zijn eigen aard. Evolutie is gebaseerd op speculatie. De ene veronderstelling wordt op de andere gestapeld. De vraag Evolutie of Schepping is geen kwestie van wetenschap tegen geloof. Het is geloof tegen geloof. Evolutie wordt door velen als een geloof beleden. Het evolutiegeloof heeft de steun van radio, televisie en pers, terwijl het scheppingsgeloof als onhoudbaar wordt afgewezen. Vanzelfsprekend heeft ook de denkende Christen vragen als hij het Scheppingsverhaal leest. Maar de Bijbel is geen wetenschappelijk handboek, dat al onze technische vragen beantwoordt. Zonder in alle details te treden geeft de Bijbel de oorsprong van alle dingen aan. We leren er uit, wat Gods bedoeling met Zijn schepping is. Daarin valt ook de zin van het leven, van tijd en eeuwigheid, te ontdekken. Daar heeft het evolutiegeloof geen antwoord op. Daar is het een kwestie van komen en gaan. Geboorte, leven en sterven, waarna alles op houdt. Dit maakt de het menselijk leven zinloos en absurd. Hoe anders is de zingeving van de Schepping. De Here Jezus bad:

“Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld.”

Johannes 17:24

De apostel Paulus schreef:

“Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.”

2 Timotheüs 4:3-4

Sprookjes? Wij geloven niet in sprookjes. Daarom houden we vast aan wat de Here Jezus zei, want:

“De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.”

Mattheüs 24:35

Amen.

~Drs. K. van Berghem

De Dwaas

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.”

Psalm 53:1

Schriftlezing

“Voor de koorleider. Op: Machalat. Een leerdicht van David. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij bedrijven gruwelijk en afschuwelijk onrecht; niemand is er, die goed doet. God ziet neder uit de hemel op de mensenkinderen, om te zien, of er één verstandig is, één, die God zoekt. Allen zijn afgeweken, tezamen ontaard, er is niemand die goed doet, zelfs niet één. Hebben zij dan geen kennis, die bedrijvers van ongerechtigheid, die mijn volk opeten, als aten zij brood? God roepen zij niet aan. Daar verschrikken zij, terwijl er geen verschrikking is; want God verstrooit het gebeente van uw belager, gij doet hen beschaamd staan, want God heeft hen verworpen. Och, dat uit Sion Israëls redding daagde! Als God een keer brengt in het lot van zijn volk, dan zal Jakob juichen, Israël zich verheugen.”

Psalm 53:1-7

Boodschap

Met deze psalm valt koning David met de deur in huis. “De dwaas zegt in zijn hart, er is geen God.” Duizend jaar voor Christus was het zo, tweeduizend jaar na Christus is het nog zo. Mensen, die niet in God geloven. Zij worden atheïsten genoemd. Ze waren er ook in de dagen van de apostel Paulus. Maar ze hebben geen excuus. God gelooft namelijk niet in atheïsten. Paulus schreef:

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden.”

Romeinen 1:20-22

Het Godsbesef is bij ieder mens ingeschapen. Overal in de wereld zijn vormen van godsdienst. Overal vind je een vorm van Godsbesef. Het is dan ook merkwaardig als een predikant niet gelooft in het bestaan van God, maar hij gelooft wel in God. Uit een onderzoek is volgens de Provinciale Zeeuwse Courant van 6 januari 2009, gebleken, dat één op de zes predikanten niet gelooft in het bestaan van God of daar aan twijfelt. En zo moeten er volgens een onderzoek honderden zijn. De logische vraag is, waarom zo iemand dan predikant is. Vervolgens kopt dezelfde krant, dat de vraag naar psychische zorg groeit. Het begeleidend commentaar “Geestesziek” eindigt met de opmerking, “maar deze massale vraag om geestelijke hulp laat zich niet meer negeren.” Het komt er op neer dat de psychologie en de psychiatrie het verlossende woord moeten spreken. Het gaat om een grote crisis, en rijst de vraag, hoe die ontstaan is.

Een verwoestende Bijbelkritiek hield zich bezig of de Bijbel eigenlijk betrouwbaar is. De volgende stap is of God wel bestaat. Zo wordt de mens helemaal op zichzelf teruggeworpen. Het betekent, dat de problemen zich allemaal binnen de menselijke schedel afspelen en daar moet ook de oplossing gevonden worden. Geestelijk en psychisch zijn woorden, die door elkaar gebruikt alsof ze hetzelfde betekenen. Dat is aantoonbaar onjuist. In pastoraal werk in een grote psychiatrische inrichting ontmoette ik mensen, die daar niet thuishoorden. Maar omdat ze op een bepaald moment niet langer in de samenleving gehandhaafd konden worden, werden ze in de psychiatrie opgenomen. Daar werden ze met medicijnen onder de duim gehouden. Zij hadden geen zielsprobleem (psychisch), maar een geestelijk (pneumatisch) probleem. Volgens Gods Woord bestaat de mens uit geest, ziel en lichaam.

Wie maagpijn heeft gaat naar de huisarts. Als het probleem niet lichamelijk is, moet gevraagd worden of het ligt tussen mensen onderling, of dat de relatie met God gestoord is of niet bestaat. Daar ligt geen taak voor de psychiater maar voor de predikant. Toen een van de patiënten tot geloof gekomen was, veranderde zijn conditie.

Een jongeman van 24, die voor de 4e keer binnengebracht was, kreeg te horen dat hij zijn leven daar voortaan zou moeten doorbrengen. Hij vroeg mijn bezoek en vertelde zijn trieste verhaal. Een aantal weken lazen we Gods Woord. Op zekere dag vertelde hij mij, dat er bij een vorig bezoek iets met hem gebeurd was. Hij zei, dat het Woord hem diep geraakt had. Het was de dokter opgevallen, dat hij veranderde. Hij vertelde de arts wat er gebeurd was, maar die geloofde het niet. Niet lang daarna werd hij genezen verklaard en ging naar huis. Meerderen volgden hem. Wie het bovennatuurlijke uitsluit, wie God ontkent, mist het uitzicht op de realiteit.

Niet alle gevallen behoren tot de geestelijke dimensie. Zij blijven medicijnen en verzorging nodig hebben. Nu moeten we uit de krant horen, dat de situatie ernstig is. Dat wisten we al lang uit Gods Woord, maar dat was vroeger. Of toch niet? Nu horen we het zelfs uit de krant.

Dan is er nog iets. De Bijbel is voor een groot gedeelte uit de samenleving verdwenen, van het Godsbestaan in het publieke domein is weinig merkbaar. Er is een geestelijk vacuüm ontstaan. Die leegte wordt ingevuld door tegenkrachten. De Bijbel leert, dat Satan de overste van deze wereld is. Waar de invloed van Gods Woord afneemt, neemt zijn invloed toe. Het occultisme neemt toe. Een uitstekend en evenwichtig artikel in het Reformatorisch Dagblad van 24 december 2008, kopte Bevrijd van Demonen. Dikwijls wordt er verkeerd met dit onderwerp omgegaan Of het bestaan en werking van demonen wordt ontkend, of er wordt overdreven aandacht aan besteed. Soms worden ze verzonnen om vervolgens zogenaamd te worden uitgedreven. Dit extremisme wijs ik radicaal af. De predikant, die het artikel schreef, bevestigt mijn ervaring. “Demonen zijn een realiteit. Psychiaters en psychologen kunnen die niet weghalen. Dat kan alleen met hulp van God door samen te bidden en satan te gebieden het lichaam te verlaten.”

Het is wel duidelijk, dat er iets aan de hand is. Zoals ik vorige week opmerkte, de vraag is of de geestelijke crisis van kerk en samenleving niet veel ernstiger is dan de financiële en economische crisis, waar ons land in terechtgekomen is. Er ligt een grote verantwoordelijkheid op de gelovigen. Ik geloof, ben zelfs diep overtuigd, dat er een inkeer in kerk en gemeente nodig is.

We hebben het allemaal zo druk met zoveel activiteiten, ook op kerkelijk terrein. We hebben het veel te druk. We horen niet meer wat Gods stille stem ons zegt. Het is triest, dat er in het algemeen zoveel onbekendheid bestaat over Bijbelse opwekking. Het woord Opwekking wordt al te vaak verkeerd gebruikt. Opwekking is geen drukte naar buiten, maar stilte naar binnen. Daar moet het beginnen, en dat gebeurt niet, of veel te weinig. Gelovigen kunnen de alarmerende situatie in de wereld niet veranderen. Wat ze wel kunnen, en moeten doen, is tot verootmoediging komen. Het is een begrip, dat voor velen vreemd is. Zonden moeten opgeruimd worden. Het enige wapen, maar ook het machtigste wapen, dat de gelovige bezit, is het gebed. Het lijkt er op, dat dit wapen roestvlekken vertoont. Het moet blinken in de geestelijke strijd. Want dat is het:

“Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.”

Efeziërs 6:10-13

Amen.

~Drs. K. van Berghem