In deze tijd van verwarring zijn er voor de gelovige Bijbelse basisprincipes waarmee hij meer dan ooit vertrouwd moet zijn. In een serie studies wordt hieraan aandacht besteed. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij Gods Woord als het fundament van de gelovige. Daarna gaat om zijn positie in Christus, daarna de geestelijke strijd gevolgd door het onmisbare gebed. Aandacht wordt vervolgens besteed aan het profetische woord, daarna de mogelijke misleiding van de gelovige. Verder is er sprake van een andere Christus. De voorzegde afval wordt onder de loep genomen gevolgd door de weerhouder. De laatste vier studies in deze serie gaan over de werking van Satan, dwaling en oordeel, de voorgestelde heerlijkheid, EN tot slot de zekere toekomst van de christen.
“Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.”
Jacobus 5:14-15
Schriftlezing
“Welaan dan, gij rijken, weent en maakt misbaar over de rampen, die u zullen overkomen. Uw rijkdom is verrot, uw klederen zijn door de mot aangevreten, uw goud en zilver is verroest, en het roest ervan zal tegen u getuigen en uw vlees verteren als vuur. Gij zijt schatten gaan opleggen, terwijl het de laatste dagen zijn. Zie, het loon, dat door u is ingehouden van de arbeiders, die uw landen hebben gemaaid, schreeuwt, en het geroep van hen, die uw oogst hebben binnengehaald, is doorgedrongen tot de oren van de Here Sebaot. Gij hebt op aarde weelderig geleefd en u te goed gedaan, gij hebt uw hart vetgemest in de slachttijd. Gij hebt de rechtvaardige veroordeeld, ja vermoord; er is geen verweer tegen u. Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij. Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur. Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming. Maar vooral, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch welke andere eed ook. Laat ja bij u ja zijn en neen neen, opdat gij niet onder het oordeel valt. Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden. Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen. Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”
Jacobus 5:1-16
Boodschap
Genezing. Dit is een zeer actueel onderwerp. Elk jaar betalen we hogere premies. Ziekenhuizen hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Genezing. Ieder mens wil gezond zijn of weer worden. Ook Gods Woord spreek erover. En dat kost geen geld. Voor wie was deze boodschap bestemd? Uit deze brief blijkt, dat het geschreven werd aan Messiasbelijdende Joden. We kunnen maar een klein gedeelte van deze brief bespreken.
“Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.”
Jacobus 5:14-15
De tekst heeft hier twee delen. Er zijn veel vormen van lijden. De totale mens bestaat uit geest, ziel en lichaam. Ook gelovigen kunnen problemen hebben. Het gaat hier om iemand, Jood of heiden, die de Messias belijdt. Iemand bij wie de Here Jezus centraal in zijn leven staat. In zo’n situatie mag hij/zij de oudsten van de Gemeente roepen om voor hem te bidden en hem of haar in de naam des Heren te zalven. De belofte is, dat de zieke opgericht zal worden. Dat is iets anders dan rechtop in bed zitten. In de grondtekst staat: gered zal worden. Gered van wat? Dat kan lichamelijk, psychisch of pneumatisch, of te wel geestelijk, zijn. Jacobus was een Jood met Hebreeuws denken. In dat denken gaat niet maar om de lichamelijke problemen, waar onze tijd zo zwaar de nadruk oplegt. Het gaat om de totale mens. Dat wil zeggen geest, ziel en lichaam. Gods Woord leert, dat geest en ziel niet hetzelfde zijn.
“En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.”
1 Thessalonisenzen 5:23
en het volgende gedeelte:
“Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest,”
Hebreeën 4:12
Genezing is niet los verkrijgbaar. Waarom zou iemand, die niet in de Here Jezus gelooft bij Hem genezing zoeken? De gelovige zieke kent de oudsten, en zij kennen hem. Het gesprek vindt plaats in de woning van de hulpzoekende. Waarom daar? Daar moet de vraag gesteld worden of er mogelijk sprake van zonde is. Dat moet niet in een massabijeenkomst op een podium. Het gaat hier om zaken, waar niemand wat mee te maken heeft. In een volgende overdenking hoop ik daar op terug te komen. Dit gesprek, het gebed en de zalving met olie behoort plaats te vinden in de intieme kring, waar geheimhouding verzekerd is. Ook de oudsten zijn daar aan gebonden. Het gaat om geestelijk rijpe broeders. Hun relatie met de Heer van de Gemeente moet ook zuiver zijn. Bij allen, die bij deze gebeurtenis betrokken zijn mag er geen sprake van bewuste en onbeleden zonde zijn, die gebedsverhoring in de weg staat. Als dingen uitlekken en rondzingen, is dat funest voor pastorale zorg. Het is ook geen magisch gebeuren. De handelingen worden verricht en dan moet het gebeuren Zo werkt het niet. En al helemaal niet, waar geen genezing plaatsvindt, de hulpzoekende er de schuld van krijgt, omdat hij/zij niet gelooft. Het gaat om het welzijn van de hulpzoekende. Het gaat om tijdelijk of eeuwig welzijn. Het probleem kan lichamelijk of gevoelsmatig zijn, of de combinatie ervan, wat psychosomatisch genoemd wordt. Het kan ook puur geestelijk zijn. Gods Woord is duidelijk. In kinderlijk eenvoudig geloof mogen we die weg gaan. Daarbij blijft het altijd: Uw wil geschiede, ook al begrijpen we het niet. Ik kom er een volgend keer op terug.
“En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”
Handelingen 2:43
Schriftlezing
“Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal. En met nog meer andere woorden getuigde hij, en hij vermaande hen, zeggende: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht. Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.”
Handelingen 2:37-47
Boodschap
Toen ze dit hoorden… In zijn Pinksterboodschap kraakte de apostel Petrus harde noten. Hij hield zijn toehoorders voor, dat ze eraan hebben meegewerkt dat Jezus “door de handen van wetteloze mensen aan het kruis (werd) genageld en gedood.” Handelingen 2:23. Ze gingen in op Petrus’ oproep “om zich uit dit verkeerde geslacht te laten behouden.” Dat wil zeggen, ze aanvaardden de boodschap om met hun oude manier van denken te breken. Dat werd zichtbaar toen ze zich lieten dopen. Dopen is de vertaling van het Griekse baptizein, dat in het Grieks nooit iets anders dan onderdompelen betekent. Het is het afdalen in het watergraf en daarin ondergaan. Het is de begrafenis van het oude leven. Daarbij wordt de Naam van God de Vader, van God de Zoon en God de Heilige Geest aangeroepen. Tegelijk wordt door het opstaan uit het water de latere Opstanding uit de dood uitgebeeld. Het betekent het grote allesbeslissende keerpunt in het leven van een mens. Het verleden ligt achter de dopeling, de toekomst ligt voor hem. Dit is het gevolg van de aanvaarding van Gods Woord en de overtuiging van de Heilige Geest. Het gaat niet om een traditie. De aanvaarding van Gods Woord, de overtuiging van Gods Geest, de wedergeboorte en de doop zijn onvergetelijke doorleefde werkelijkheden. We hadden het over de Pinksterdag. Gelukkig is daar is een vervolg op. Gods Geest was zo krachtig en merkbaar aanwezig, dat 3000 mensen dat Woord aanvaardden en zich lieten dopen. Waar God Woord eerst niet begrepen of afgewezen werd, gaan deze gelovigen volharden in het onderwijs van de apostelen. Er ontstond ook een nieuwe gemeenschap. Ze herdachten regelmatig de dood van de Here Jezus, waardoor zij behouden konden worden. Wat vaak vergeten wordt of niet goed tot zijn recht komt, ze bleven volharden in de gebeden. Net als de discipelen deden na de Hemelvaart, ruimden ze tijd in voor gebed. Als we dit alles de revue hebben laten passeren volgt er nog iets. En dat is niet het minste:
“En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”
Handelingen 2:43
De gelovigen joegen de mensen geen schrik aan. Integendeel: de mensen stonden met verbazing te kijken naar wat er allemaal gebeurde. Allemaal dingen, die in onze dagelijkse beleving gewoon niet kunnen. Maar het gebeurde wel. Het is geen sprookje, er waren teveel ooggetuigen om iets te verzinnen. Ze zagen het voor hun ogen gebeuren. De Bijbel beschrijft niet welke wonderen en tekenen er dan allemaal plaatsvonden. Maar niemand kon er omheen, dat God op een bijzondere manier liet zien, dat HIJ er was. Het gevolg daarvan was, dat er vrees over alle mensen kwam. Wat is dit? Wat moeten we hier mee? Wie doet dit? Vrees, wat moet ik me daarbij voorstellen? Elk mens heeft op de een of andere manier wel eens met vrees te maken. Als we de zaak niet meer zelf in de hand kunnen houden, worden we bang. Gezien tegen de achtergrond van Handelingen 2 gebeuren hier geweldige dingen.
Petrus spreekt tot zijn eigen volk. Hij beschuldigt hen openlijk van de moord op de Messias, die God gezonden had voor Zijn volk. Ze hadden Hem niet begrepen, maar verworpen. De ene week riepen ze: gezegend is Hij, die komt in de Naam des Heren, een week later riepen ze in koor: kruist Hem. Door de harde confrontatie met de waarheid, schrokken de toehoorders zich onderstboven. Wat zei Petrus?
“Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt. Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?”
Handelingen 2:36-37
Het antwoord is kort en duidelijk:
“Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen.”
Handelingen 2:38
De zaak is ernstig, maar niet hopeloos. Vele toehoorders gingen in op de oproep zich hiervan te bekeren. Bekeren is, omdraaien en de andere kant, de goede kant, uitgaan. Dat was maar niet alleen voor de toehoorders van Petrus. Dat geldt ook voor ieder, die vandaag Gods Woord hoort. Hoe hebben wij het eraf gebracht met Jezus? Hebben wij Hem erkend of vinden we, dat we Hem niet nodig hebben? Petrus sprak tot Gods uitverkoren volk. Wat een beschuldiging. Het waren toch geen ongelovigen! Nee, dat niet maar wel deden ze wat goed was in eigen ogen. Is het met veel mensen, die zich Christen noemen, niet hetzelfde? Ieder doet zijn eigen ding. Maar dit is de verkeerde weg. Door de overtuigende inwerking van de Heilige Geest, dat het waar was wat Petrus zei, hebben vele toehoorders zich bekeerd. Als gevolg van de gebeurtenissen op de Pinksterdag, kwam er vrees over alle ziel. De mensen werden regelrecht geconfronteerd met Gods aanwezigheid. Ze wisten meteen, dat ze zich voor hun daden moesten verantwoorden. Dat gold voor toen, het geldt voor nu. Dit is een harde boodschap. Velen willen die niet horen. Voor het Pinksterfeest waren er misschien wel een miljoen mensen in de stad. We zijn ervan onder de indruk, dat er door één preek 3000 mensen tot geloof komen. Maar dit aantal valt weg tegen de honderdduizenden, die in de stad waren. Op die dag was het voor duizenden een heilzame schrik. Later groeide de Gemeente uit tot 10.000 en dan houdt de telling op. Sinds die dag is het voor miljoenen een heilzame schrik geweest en nog. God draait er geen doekjes om. Hij zegt waar het op staat en dat is voor ons bestwil. Als je bij de dokter een nare boodschap krijgt, wordt je niet boos op de dokter. Hij heeft het beste met je voor. Je vraagt jezelf af of er een oplossing is. En die zal de dokter ook geven. Het is een voorrecht, als Gods Woord ons overtuigt van de noodzaak van omkering, van bekering en Zijn Geest die overtuiging in ons hart legt. Er kan en mag een punt gezet worden op de levensweg. Er mag een verleden zijn en een nieuw begin. Het allesbeslissende keerpunt. Als u dat nog niet gekend hebt, wens ik het u toe. Die heilzame schrik. Waarom? De apostel Paulus schreef aan de Gemeente:
“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”
1 Corinthiërs 15:19
Wie geen hoop heeft voor de eeuwigheid, staat met lege handen. En dat wens ik u niet toe, echt niet.
“De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren.”
Lucas 4:18-19
Schriftlezing
“Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des Heren gaat over u op. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de Here opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang.”
Jesaja 60:1-3
“De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten, om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des Heren, tot zijn verheerlijking.”
Jesaja 61:1-3
“Jezus nu, vol van de heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Geest geleid in de woestijn, waar Hij veertig dagen verzocht werd door de duivel. En Hij at niets in die dagen en toen zij voorbij waren, kreeg Hij honger. En de duivel zei tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan tot deze steen, dat hij brood worde. En Jezus antwoordde hem: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven. En hij voerde Hem op een hoogte en toonde Hem al de koninkrijken der wereld in een ogenblik tijds. En de duivel zei tot Hem: U zal ik al deze macht geven en hun heerlijkheid, want zij is mij overgegeven, en ik geef haar wie ik wil. Indien Gij mij dan aanbidt, zal zij geheel van U zijn. En Jezus antwoordde en zei tot hem: Er staat geschreven: Gij zult de Here, uw God, aanbidden en Hem alleen dienen. En hij leidde Hem naar Jeruzalem en stelde Hem op de rand van het dak des tempels en hij zei tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan vanhier naar beneden; want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u om u te behoeden, en: Op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. En Jezus antwoordde en zei tot hem: Er is gezegd: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken. En toen de duivel alle verzoeking ten einde had gebracht, week hij van Hem tot een bestemde tijd. En Jezus keerde in de kracht des Geestes terug naar Galilea. En de roep over Hem ging uit door de gehele streek. En Hij leerde in hun synagogen en werd door allen geprezen. En hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. En Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is: De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren. Daarna sloot Hij het boek, gaf het aan de dienaar terug en ging zitten. En de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld.”
Lucas 4:1-21
Boodschap
Toen de Here Jezus het boek sloot en weglegde, zat iedereen in spanning: wat zullen we nu te horen krijgen. Hij zei, “Heden is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld.” Hiermee had Hij niet de hele profetie van Jesaja geciteerd. Er is hier sprake van tekstbreuk. Heeft Jezus Zich vergist? Nee. Hij stopte bij “het aangename jaar des Heren.” Het aangename jaar des Heren was aangebroken. Hij bood Israël bevrijding en genezing aan. De dag van de wraak, die Jesaja uitsprak, was niet voor dat moment. De Here Jezus nam dit niet over. De profetie van Jesaja blijft wel overeind, maar wat daarin voorzegd wordt, gebeurt niet allemaal tegelijk. Het is zelfs nu nog toekomst. Het zijn als het ware twee bergtoppen, die in elkaars verlengde liggen. De Alpinist, die de bergen beklimt kan de afstand tussen twee bergtoppen niet inschatten. Zo is het ook met de profetische bergtoppen. De afstand in de tijd, die er tussen de twee profetische bergtoppen ligt, werd niet gemeten. De Here Jezus zei, het is nu het aangename jaar des Heren, de bevrijding van hen die gevangen zijn. De Here Jezus kwam de gevangenis van de zonde, waarin de mensen verkeerden, openbreken. Het geldt ook nog altijd voor vandaag. Hoe velen zijn vandaag niet gevangen. Gevangen in verslaving, gevangen in zorgen, in ziekte, in economische crisis.
We zijn nu in de lijdensweken. Hier en daar is sprake van de 40-dagen periode. Maar laten we oppassen. Het gaat niet om het afwerken van een liturgie. In de lijdensweken wordt het lijden en sterven van de Here Jezus herdacht. Dat waar Hij doorheen moest om die bevrijding tot stand te brengen. Hij deed dat plaatsvervangend voor ons. In gedachten proberen we Hem op Zijn lijdensweg naar Gethsemane en Golgotha te volgen. Maar het is ons volslagen onmogelijk om het leed en het uiteindelijk offer, dat Hij bracht, te begrijpen of te peilen. We zijn niet met een vrome traditie bezig. In de praktijk van alle dag zijn we op weg van de ene profetische bergtop naar de andere. Het gericht komt, maar nu, hoort u!, is het nog altijd het aangename jaar des Heren.
Ook vandaag zet Jezus van Nazareth het kruis in de chaos van onze samenleving. Wij prediken Christus, de Gekruisigde, die de weg gebaand heeft, de uitweg uit de geestelijke verstikking. Ook dat is bevrijding, en hoe! De bergtocht tussen de twee bergtoppen is geen pretje. Wie Christen is, of wordt, laat daarmee niet alle problemen achter zich. Maar het verschil met de ongelovige is, dat hij er niet langer alleen voor staat. Er is uitzicht. Dit is niet het laatste, het is het voorlaatste. Nu we in een diepe crisis terechtgekomen zijn, zet dit ons temeer aan het denken. Het laat ons weer eens zien, hoe kwetsbaar we zijn. Het overkomt ons, en niemand kan er iets aan doen En zij, die het wel kunnen doen het niet. Aan de andere kant kan de situatie er toe leiden, dat mensen gaan nadenken. Er zijn nog altijd dingen, die belangrijker zijn dan geld, carrière en altijd meer. Op zich is er niets mis mee, als het mensen goed gaat. Dat ze geld verdienen en welvaart hebben. Maar het is niet verstandig, als we altijd bezig zijn met goede dingen, maar het beste verwaarlozen.
Men maakt zich eindeloos druk om aards bezit en welvaart, terwijl de eeuwige belangen verwaarloosd en vergeten worden. Iedereen is er op bedacht geen onnodige risico’s te lopen. We zijn immers zakelijk en nuchter ingesteld. Hoe is het risico van het levenseinde ingedekt? Niemand weet wanneer dat is. Hoe is het dan gesteld met de eeuwige waarden? Hoe staat het daarmee, als die niet gedekt zijn? Maken we ons daar ook zo druk over als over de beurskoers? We zijn toch nuchtere mensen. Wat is de waarde van ons aards bezit, als we het leven achter ons laten? Wat doe je daarmee in de eeuwigheid? In het laatste levensuur verliest dat alle waarde. We kunnen er niets van meenemen, en verzilveren kunnen we het niet. Dit is geen doemdenken maar nuchter denken en risico’s uitsluiten. Zitten we gevangen in zorgen van alle mogelijke aard? Zijn we gevangen in, noemt nu maar op! Dan is het tijd, misschien hoogtijd, over de eeuwige dingen na te denken. Het aangename jaar des Heren is, dat we bevrijd kunnen worden van alles wat ons belast. In laatste instantie komt het aan op de relatie, die we met God hebben. Is die er, of niet? En als die er is, hoe is die dan? Hoe staat het met het zondeprobleem, dat ieder in zijn leven heeft?
Veel mensen zijn zich niet bewust, dat ieder mens verantwoording af moet leggen voor zijn Schepper. Het gaat er om, dat dit risico gedekt is. Het moment om dat te doen, is altijd nu, niet morgen. Dat is zakelijk nuchter. Als u niet voor brand verzekerd bent en uw huis brandt af, kunt u dat risico bij geen enkele verzekering onderbrengen. Zo is het ook met de verbroken relatie tussen God en mens. Het kan nu hersteld worden, niet nadat iemand de laatste adem uitgeblazen heeft. Het probleem is hier heel erg zakelijk benaderd. Maar hier komt het in de praktijk op neer. Jezus ging de lijdensweg in onze plaats, zodat wij daarvan vrijgesteld zouden zijn. Ieder is vrij om het te geloven of niet. Niemand heeft om dit leven gevraagd. We zijn erin gezet. Het zondeprobleem was er lang voordat wij geboren waren. We zijn er mee besmet. Ook dat kunnen we niet helpen. Maar het is helemaal ieders eigen verantwoordelijkheid, als hij of zij het daarbij laat. Als Gods Woord hierop aanspreekt, is het op zijn minst verstandig er rekening mee te houden. De oplossing, die God geeft in Zijn Zoon Jezus Christus, is de enige uitweg. Op weg van de ene bergtop naar de andere in het dagelijks leven, zijn we nog in het aangename jaar des Heren. Het is beter om niet te wachten totdat ons boek dichtgaat.
“Doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid.”
1 Korintiërs 1:23
Schriftlezing
“Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is; want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem: in alle woord en alle kennis, gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is, zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus. Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus Christus. God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here. Doch ik vermaan u, broeders, bij de naam van onze Here Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, één van zin en één van gevoelen. Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de (huisgenoten) van Chloë, dat er twisten onder u zijn. Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus! Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt? Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt heb dan Crispus en Gajus; zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken. Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods. er staat geschreven: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen. Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd? Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt? Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven. Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, (prediken wij) Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods. Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.”
1 Korintiërs 1:4-25
Boodschap
De Apostel Paulus schrijft aan deze opvallende gemeente. Hij dankt God voor hen, omdat ze in Christus alles hebben ontvangen. Ze komen geen enkele genadegave tekort. Dat is nogal wat. Dat is nog eens een gemeente! Ze hebben de toekomstverwachting; ze zien uit naar de komst van Jezus Christus. Het zijn wat je noemt echte Maranatha christenen. Ik wil ook wel bij zo’n gemeente horen. Tot zover is alles goed. Maar dan komt er een brief van de apostel Paulus:
“Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de (huisgenoten) van Chloë, dat er twisten onder u zijn. Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus!”
1 Korintiërs 1:10
Deze gemeente heeft een probleemje: verdeeldheid. De een is nog vromer dan de ander. Paulus draait er geen doekjes om. Ze zijn verdeeld. Hoe kan dat nu in zo’n modelgemeente? Ze hebben allemaal zo hun favoriete voorganger. Paulus pakt dit stevig aan op de manier waarvan vandaag gezegd wordt: dat is niet meer van deze tijd! Maar zo deed hij het, gelukkig maar. Ja, Apollos was doorkneed in de Schrift. Die kende hij op zijn duimpje. Toch wist hij ook niet alles. Aquila en Priscilla moesten hem na de dienst toch nog bepaalde dingen nauwkeuriger uitleggen. En zo ruziën ze verder. Een doet een poging om Paulus zelf er bij te slepen. Maar dat werkt niet. Hij schreef:
“Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb.”
1 Korintiërs 1:10
Tussen haakjes, de vertaling, dat hier een aanwijzing is voor de gezinsdoop, is misleidend. Er wordt dan verondersteld, dat er ook kinderen gedoopt werden. Voor “gezin” staat in de grondtekst “huis.” In de cultuur, waarin dit gebeurde betekent het ook het personeel, niet noodzakelijkerwijs kinderen. Nergens is een aanwijzing in Heilige Schrift, dat de apostelen de kinderdoop geleerd of in praktijk gebracht hebben. Bij de gevangenbewaarder van Filippi in Handelingen 16:34 lezen we, dat allen die gedoopt waren, tot geloof gekomen waren. Van kinderen is ook hier geen sprake. Daar was de apostel Paulus overigens zelf bij. Maar daar gaat het in dit gedeelte niet om. Het zwaartepunt ligt niet bij deze of gene spreker, maar bij de verkondiging van de gekruisigde Christus. In de vruchteloze discussies van de gemeenteleden stelt de apostel het kruis centraal.
“Maar wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, (prediken wij) Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods.”
1 Korintiërs 1:23-24
Paulus doet geen beroep op hun geestesgaven of doop. Ze hebben alle gaven ontvangen, maar daar heeft de apostel het niet over. Ook niet over hun toekomstverwachting: het draait alleen om Jezus Christus en dien gekruisigd. De gemeente van Christus is niet daar waar het allemaal zo aantrekkelijk is, maar waar de gekruisigde Heer in het middelpunt staat. Het zijn niet de spectaculaire dingen, die de doorslag geven, maar de dwaasheid van de prediking. Daardoor en door niets anders dan door de prediking van het Woord en de werking van de Heilige Geest, worden de mensen overtuigd. Het dwaze van God is wijzer dan de wijsheid van mensen. Dat is even slikken. Hieruit blijkt, hoever wij van Gods wijsheid afstaan. Wilt u dat aannemen? Wilt u daarvoor buigen?
Ja maar, zegt de twijfelaar, ik zou toch wel graag een teken willen. De denker vindt, dat er iets van niveau bij moet. Het antwoord is simpel: Er wordt geen ander teken gegeven dan dat van Jona. Drie dagen en drie nachten in de donkere diepte. Jona dacht het ook beter te weten. Maar in zijn hopeloze situatie, in de diepte, in het donker, gingen zijn ogen open en zag hij wat hij zien moest. In het kruis zien wij geen overwinning, maar nederlaag. Het is de schijnbare nederlaag, die ook doorwerkt in ons leven. Wij lijden met Hem om ook met Hem verheerlijkt te worden. Als we met Hem verheerlijkt willen worden, gaat het lijden daaraan vooraf. Die twee zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. In het lijden van Christus, dat ook in ons leven doorwerkt, breekt het Koninkrijk baan. Niettegenstaande de weerstand in de wereld, breekt het opstandingsleven door. Het was te zien bij de soldaten, die achterovervielen toen zij Jezus wilden arresteren. Het was te zien bij de hoofdman, die de kruisiging geleid had; bij het openbreken van het graf waar de Romeinse soldaten op de vlucht sloegen. Als iemand tot geloof komt in deze wereld is dat een doorbraak van het opstandingsleven.
We staan er dan niet bij stil, dat dit in “bezet gebied” gebeurt. Satan is de Overste van deze wereld en hij kan een bekering, een afval van zijn rijk, niet tegenhouden. Als iemand wegteert op het ziekbed en met een ontroerend getuigenis verklaart, dat alles wel is. Dan is dat omdat het opstandingsleven doorbreekt. Daarom prediken wij een gekruisigde Christus, de kracht Gods tot behoud.
“Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen.”
Filippenzen 3:8
Schriftlezing
“Overigens, mijn broeders, verblijdt u in de Here! Hetzelfde aan u te schrijven is voor mij niet verdrietig en voor u is het veilig. Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de versnijdenis! Want wíj zijn de besnijdenis, die door de Geest Gods Hem dienen, die in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen. Ofschoon ik voor mij wel reden zou hebben om ook op vlees vertrouwen te stellen. Indien een ander meent op vlees te kunnen vertrouwen, ik nog meer: besneden ten achtsten dage, uit het volk Israël, van de stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid der wet onberispelijk. Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof. (Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.”
Filippenzen 3:1-14
Boodschap
De apostel Paulus was uit de dappere stam van Benjamin net als koningin Esther. Hij kwam uit de belangrijke stad Tarsis. Zijn vader was een vooraanstaand burger. Hij studeerde bij Gamaliël en leefde onberispelijk volgens de Wet. Ik denk, dat hij doctor in de theologie was. Hij kende het OT. en was bekend met de Griekse filosofie. Paulus was een man van de waarheid en liefde tot de wijsheid. Maar, hij zei, dit valt allemaal in het niet als ik het vergelijk met de kennis van Christus. In Hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen. Maar hij had geen persoonlijke relatie met die bron, met Christus. De doctor had zo zijn best gedaan, en toch was het mis.
Op zekere Zondagavond werd een cadet van het Leger des Heils de straat opgestuurd om mensen uit te nodigen voor de Verlossingssamenkomst. Er passeerde een heer. De cadet zei, mag ik u uitnodigen voor de samenkomst? De man zei, weet je wel wie ik ben? Nee, meneer. Ik ben professor in de theologie. O, zei de cadet: er is plaats voor de grootste zondaar, meneer!
Professor Theologie zonder Christus? Toen Paulus tot inzicht gekomen was, noemde hij het vuilnis. Christus, wie is Hij? Hebt u Christus?
Op weg naar Damascus, sprak de Here Jezus hem aan. Hij werd blind van het felle licht. Toen hij blind was, zag hij pas, niet wat, maar wie hij miste. Hij stond met lege handen. Menselijke prestaties en de kennis van Christus zijn onvergelijkbare grootheden. We hebben ook geen geschrift van de theoloog Paulus van vóór zijn bekering. Na de grote omkeer in zijn leven schreef hij, dat hij Christus wilde kennen, de kracht van Zijn Opstanding. Wie is Christus? Ik hoor nogal eens: God is liefde. Helemaal waar. Maar er is nog een tekst, die hoor ik nooit. Wie kent Johannes 3:36?
“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.”
Johannes 3:36
O, maar dat kun je toch niet zomaar zeggen! Is dat weer die God met het vingertje? Ondanks zijn godsdienst, zijn ijver, stond Paulus onder dat oordeel, maar besefte het niet. Er zijn twee groepen mensen. Zij, die de Zoon geloven, dat is gehoorzamen, en zij, die niet in de Zoon geloven. Ja maar, ik geloof niet in de Zoon van God. Ben ik dan onder het oordeel? Wat heb ik dan misdaan? Ik voel niets, ik ben me nergens van bewust.
Een patiënt komt bij de dokter. Hij stelt vast, dat de patiënt de fatale ziekte heeft. Maar, ik voel niets, zegt de patiënt. Ik heb, ik ben, ik heb zo mijn best gedaan. Maar als het medisch vaststaat, is het zo. Wat is de oplossing? Operatie? Veel mensen beseffen niet, dat ze onder het oordeel zijn. Maar Gods Woord stelt dat vast. Wat is de oplossing? Was die dokter onrechtvaardig? Nee! Is God onrechtvaardig? Nee.
Tijdens de aardbeving stond de cipier in Filippi plotsklaps oog in oog met de dood. Bevend als een riet, zei hij tegen Paulus: “Wat moet ik doen om behouden te worden?” Hij was kennelijk ineens doosbang voor wat er na de dood zou zijn. De stad Filippi stond er van op stelten. Dat had hij inmiddels ook al horen vertellen. Hoe kom ik hieruit? Het antwoord: “Stel je vertrouwen op de Here Jezus en je zult behouden worden.” Door Gods Geest werd de man overtuigd, dat hij er zelf niet uitkwam.
Gepensioneerde Romeinse militairen werden soms aangesteld als cipier. Mensen met slagveld ervaring. Dat waren geen doetjes. Misschien was hij wel een trouwe aanbidder van de Romeinse goden. Hoe dan ook, de man werd overtuigd, dat hij met die ene God, de Schepper van hemel en aarde, te maken had. Net als Paulus voor hem zei hij: wat moet ik doen? “Stel je vertrouwen op de Here Jezus en je zult behouden worden.” Is dat alles? Hij ging er op in en was niet langer onder het oordeel.
Er is vergeving, want: God is liefde! O, dus toch! Ik wil Hem leren kennen, beter leren kennen. Hoe? In een van de kerken in Kopenhagen staat een groot Christusbeeld. Als je er voor staat, kun je de ogen van het beeld niet zien. De gids zegt, u moet korter bij komen. Ja maar, ik zie de ogen niet. U moet bukken. Ik zie niks, u bukt niet diep genoeg, dieper. Als je eindelijk op je knieën bent, en omhoog kijkt, kijk je in de ogen van het beeld. Zo is het met de levende Christus. Als u Hem wilt leren kennen moet u op de knieën. Daar leert u Hem in de ogen zien. Daar leert u Hem kennen, door Woord en gebed. Dan wijst de Heilige Geest u de weg. Wie zijn vertrouwen op de Here Jezus stelt, valt niet langer onder het oordeel. God is liefde, maar u moet wel de waarheid onder ogen willen zien. U mag Hem leren kennen, beter kennen. U staat voor de keus. U moet niet, u mag. Doe het niet voor een ander, laat het niet voor een ander. Ziet alle dingen zijn gereed. God is liefde! Waar wacht u, je op? De Meester is daar en Hij roept u, jou.
“Opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden.”
Efeziërs 3:10
Schriftlezing
“Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus, die te Efeze zijn; genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus. Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde. En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten,”
Efeziërs 1:1-10
“Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, en in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd, in wie wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen hebben door het geloof in Hem.”
Efeziërs 3:8-12
Boodschap
In de gelezen tekst staat veel meer, dan hier even uitgelegd kan worden. Aan de apostel Paulus werden meerdere geheimen geopenbaard. Hij heeft het ook over het geheim van Israël, maar dat is een onderwerp apart. Het is wel zo, dat de geheimen van Israël en van de Gemeente van Christus nauw met elkaar verbonden zijn. In deze overdenking gaat het over de Gemeente. Waar velen misschien niet bij stilstaan is, dat God aan de Gemeente van Christus gedacht heeft voordat de wereld geschapen werd. En dat niet alleen. Het gaat verder, veel verder. Paulus schreef:
“Hij, dat is God, heeft ons immers in Hem, dat is Christus, uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht.”
We werden niet alleen geschapen, maar ook met een duidelijk doel. Mensen vragen zich soms af, wat de zin van het leven is. Daar hoeft geen misverstand over te bestaan. Het staat hier duidelijk in enkele woorden. De apostel Paulus openbaart hier een geheim. God wil uiteindelijk alles onder Christus samenbrengen. Hoewel ik me niet bij het denken van Professor H. Berkhof thuisvoel, schreef hij een boek met de titel: Christus de zin der Geschiedenis. Dit is volkomen bijbels. Aan de Christenen in Rome schreef de apostel Paulus:
“Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.”
Romeinen 11:36
Niemand kan om Hem heen. Zijn Naam wordt soms misbruikt als stopwoord. Dat kan niemand vrijblijvend doen. Toen ik er iemand, die het deed, er op aansprak, vond hij, dat hij niets verkeerd deed. Als je netjes leeft, ben je een goede Christen, zei hij. Toen ik hem waarschuwde, keerde hij mij de rug toe. Wat is het erg, dat iemand niet begrijpt waar hij mee bezig is. God heeft ons in Christus zijn wil geopenbaard. Hij heeft ons geschapen om te leven tot eer van Zijn Naam, niet om de naam van Zijn Zoon te misbruiken. Paulus ontving de openbaring, dat: “thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden.”
Als we de moeite nemen hierover na te denken, zijn we nog wel even bezig. Het gaat wel ergens over. Eerst, dat God dit wil doen door de Gemeente. Hoe staat het met de Gemeente? Welke Gemeente? Het gaat er niet om tot welke kerk we behoren. Het komt er op aan, lid van de Gemeente van Christus te zijn. Dit betekent, dat daarvoor wedergeboorte nodig is. Voor wie niet wedergeboren is, is dit allemaal onzin. Wie wedergeboren is en tot bekering is gekomen, mag deel hebben aan het geheim. En als we eenmaal deel aan dat heil gekregen hebben, hebben we de rest van ons leven nodig om verdieping en inzicht in het heilgeheim te krijgen. Het geheim is naar het eeuwige voornemen, dat God in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd. “In Hem,” dat is de Here Jezus Christus, “hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen door het geloof in Hem.” Wie die weg niet gaat, komt niet op de eindbestemming aan, die God voor hem of haar bedoelt. Daarom komt het aan op de persoonlijke relatie van de gelovige met God, door Jezus Christus. Wie er anders over denkt, vergist zich. De geestelijke groei en verdieping van het geestelijk leven behoort in de Gemeente van Jezus Christus plaats te vinden. Het is door middel van de Gemeente, dat door haar de “overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden.” Dit is een hoge roeping. Ja maar, zal iemand zeggen, als u eens wist… Ik weet wat u bedoelt. De volmaakte Gemeente is er niet. We moeten leren leven met het gemeenteleven, tenzij het duidelijk wordt, dat het bijbels niet langer verantwoord is er deel van uit te maken.
Een kerk of gemeente is net als in een gezin. Niemand kiest zijn eigen broertjes en zusjes. Die krijg je. Daar moet je het mee doen. Net als in het gezin stuit je ook op problemen. Ook in het geestelijk leven is er sprake van problemen. Daar moet je mee leren leven. Maar broertjes en zusjes hebben elkaar nodig. Zo hebben ook gelovigen broeders en zusters nodig. We weten allemaal, dat daar nogal wat aan ontbreekt. Maar we moeten ons wel afvragen, waar we mee bezig zijn. Hoe staat het met de roeping van de Gemeente? Dat moet als nummer 1 op de agenda staan. Dat wordt maar al te vaak vergeten. Hoe moeten “de overheden en de machten in de hemelse gewesten anders met de veelkleurige wijsheid Gods bekend worden?” Niet anders dan door middel van de Gemeente! Wat nemen die overheden en machten nu waar, wat zien ze in de Gemeente? Een gemeenschap van gelovigen, of ze zich nu kerk of gemeente noemen, die hier niet mee bezig is, is geen Gemeente van Christus. Dan is het een godsdienstig gezelschap. Het programma kan op volle toeren draaien, er kan groei zijn. Het kan indruk maken, misschien wel de koppen van krant halen. Maar als de overheden en de machten in de hemelse gewesten door die gemeenschap de veelkleurige wijsheid van God niet te zien krijgen, is het beter om het licht uit de doen en de deur dicht trekken. Maar dat is natuurlijk de bedoeling niet. Dan wordt het tijd, dat die geloofsgemeenschap het geheim opnieuw leert ontdekken en zich daarnaar richt. Als een geloofsgemeenschap hier niet aan voldoet, of wil voldoen, wordt het tijd naar een andere geloofsgemeenschap om te zien. Ieder moet in eigen geweten overtuigd zijn, wat hem of haar te doen staat. Het is vooral een zaak van gebed om een verantwoorde beslissing te nemen. Het doel waarvoor wij geschapen zijn, de roeping waarmee we geroepen zijn, staat recht overeind. We mogen deel hebben aan het geheim, het is een hoge roeping, zonder strijd kunnen we dit doel niet bereiken. Ik eindig met een woord van de apostel Johannes:
“Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar, want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.”