Vrees

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”

Handelingen 2:43

Schriftlezing

“Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal. En met nog meer andere woorden getuigde hij, en hij vermaande hen, zeggende: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht. Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.”

Handelingen 2:37-47

Boodschap

Toen ze dit hoorden… In zijn Pinksterboodschap kraakte de apostel Petrus harde noten. Hij hield zijn toehoorders voor, dat ze eraan hebben meegewerkt dat Jezus “door de handen van wetteloze mensen aan het kruis (werd) genageld en gedood.” Handelingen 2:23. Ze gingen in op Petrus’ oproep “om zich uit dit verkeerde geslacht te laten behouden.” Dat wil zeggen, ze aanvaardden de boodschap om met hun oude manier van denken te breken. Dat werd zichtbaar toen ze zich lieten dopen. Dopen is de vertaling van het Griekse baptizein, dat in het Grieks nooit iets anders dan onderdompelen betekent. Het is het afdalen in het watergraf en daarin ondergaan. Het is de begrafenis van het oude leven. Daarbij wordt de Naam van God de Vader, van God de Zoon en God de Heilige Geest aangeroepen. Tegelijk wordt door het opstaan uit het water de latere Opstanding uit de dood uitgebeeld. Het betekent het grote allesbeslissende keerpunt in het leven van een mens. Het verleden ligt achter de dopeling, de toekomst ligt voor hem. Dit is het gevolg van de aanvaarding van Gods Woord en de overtuiging van de Heilige Geest. Het gaat niet om een traditie. De aanvaarding van Gods Woord, de overtuiging van Gods Geest, de wedergeboorte en de doop zijn onvergetelijke doorleefde werkelijkheden. We hadden het over de Pinksterdag. Gelukkig is daar is een vervolg op. Gods Geest was zo krachtig en merkbaar aanwezig, dat 3000 mensen dat Woord aanvaardden en zich lieten dopen. Waar God Woord eerst niet begrepen of afgewezen werd, gaan deze gelovigen volharden in het onderwijs van de apostelen. Er ontstond ook een nieuwe gemeenschap. Ze herdachten regelmatig de dood van de Here Jezus, waardoor zij behouden konden worden. Wat vaak vergeten wordt of niet goed tot zijn recht komt, ze bleven volharden in de gebeden. Net als de discipelen deden na de Hemelvaart, ruimden ze tijd in voor gebed. Als we dit alles de revue hebben laten passeren volgt er nog iets. En dat is niet het minste:

“En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”

Handelingen 2:43

De gelovigen joegen de mensen geen schrik aan. Integendeel: de mensen stonden met verbazing te kijken naar wat er allemaal gebeurde. Allemaal dingen, die in onze dagelijkse beleving gewoon niet kunnen. Maar het gebeurde wel. Het is geen sprookje, er waren teveel ooggetuigen om iets te verzinnen. Ze zagen het voor hun ogen gebeuren. De Bijbel beschrijft niet welke wonderen en tekenen er dan allemaal plaatsvonden. Maar niemand kon er omheen, dat God op een bijzondere manier liet zien, dat HIJ er was. Het gevolg daarvan was, dat er vrees over alle mensen kwam. Wat is dit? Wat moeten we hier mee? Wie doet dit? Vrees, wat moet ik me daarbij voorstellen? Elk mens heeft op de een of andere manier wel eens met vrees te maken. Als we de zaak niet meer zelf in de hand kunnen houden, worden we bang. Gezien tegen de achtergrond van Handelingen 2 gebeuren hier geweldige dingen.

Petrus spreekt tot zijn eigen volk. Hij beschuldigt hen openlijk van de moord op de Messias, die God gezonden had voor Zijn volk. Ze hadden Hem niet begrepen, maar verworpen. De ene week riepen ze: gezegend is Hij, die komt in de Naam des Heren, een week later riepen ze in koor: kruist Hem. Door de harde confrontatie met de waarheid, schrokken de toehoorders zich onderstboven. Wat zei Petrus?

“Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt. Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?”

Handelingen 2:36-37

Het antwoord is kort en duidelijk:

“Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen.”

Handelingen 2:38

De zaak is ernstig, maar niet hopeloos. Vele toehoorders gingen in op de oproep zich hiervan te bekeren. Bekeren is, omdraaien en de andere kant, de goede kant, uitgaan. Dat was maar niet alleen voor de toehoorders van Petrus. Dat geldt ook voor ieder, die vandaag Gods Woord hoort. Hoe hebben wij het eraf gebracht met Jezus? Hebben wij Hem erkend of vinden we, dat we Hem niet nodig hebben? Petrus sprak tot Gods uitverkoren volk. Wat een beschuldiging. Het waren toch geen ongelovigen! Nee, dat niet maar wel deden ze wat goed was in eigen ogen. Is het met veel mensen, die zich Christen noemen, niet hetzelfde? Ieder doet zijn eigen ding. Maar dit is de verkeerde weg. Door de overtuigende inwerking van de Heilige Geest, dat het waar was wat Petrus zei, hebben vele toehoorders zich bekeerd. Als gevolg van de gebeurtenissen op de Pinksterdag, kwam er vrees over alle ziel. De mensen werden regelrecht geconfronteerd met Gods aanwezigheid. Ze wisten meteen, dat ze zich voor hun daden moesten verantwoorden. Dat gold voor toen, het geldt voor nu. Dit is een harde boodschap. Velen willen die niet horen. Voor het Pinksterfeest waren er misschien wel een miljoen mensen in de stad. We zijn ervan onder de indruk, dat er door één preek 3000 mensen tot geloof komen. Maar dit aantal valt weg tegen de honderdduizenden, die in de stad waren. Op die dag was het voor duizenden een heilzame schrik. Later groeide de Gemeente uit tot 10.000 en dan houdt de telling op. Sinds die dag is het voor miljoenen een heilzame schrik geweest en nog. God draait er geen doekjes om. Hij zegt waar het op staat en dat is voor ons bestwil. Als je bij de dokter een nare boodschap krijgt, wordt je niet boos op de dokter. Hij heeft het beste met je voor. Je vraagt jezelf af of er een oplossing is. En die zal de dokter ook geven. Het is een voorrecht, als Gods Woord ons overtuigt van de noodzaak van omkering, van bekering en Zijn Geest die overtuiging in ons hart legt. Er kan en mag een punt gezet worden op de levensweg. Er mag een verleden zijn en een nieuw begin. Het allesbeslissende keerpunt. Als u dat nog niet gekend hebt, wens ik het u toe. Die heilzame schrik. Waarom? De apostel Paulus schreef aan de Gemeente:

“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”

1 Corinthiërs 15:19

Wie geen hoop heeft voor de eeuwigheid, staat met lege handen. En dat wens ik u niet toe, echt niet.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Wind en vuur

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.”

Handelingen 2:2-4

Schriftlezing

“En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen. En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen? Maar anderen zeiden spottend: Zij hebben te veel zoete wijn gehad! Maar Petrus stond met de elven op, en hij verhief zijn stem en sprak hen toe: Gij Joden en allen, die te Jeruzalem woonachtig zijt, dit zij u bekend en neemt mijn woorden ter ore. Want deze mensen zijn niet dronken, zoals gij veronderstelt, want het is het derde uur van de dag; maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt. En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden worden.”

Handelingen 2:1-21

Boodschap

Op de Pinksterdag kun je verwachten, dat er over Handelingen 2 gesproken wordt. Dan gaat het over de uitstorting van de Heilige Geest. Maar wat betekent het eigenlijk? Het “feest der weken,”dat op die dag door de Joden gevierd werd, was een hoogtijdag. Van ver over de grenzen kwamen de Joden elk jaar naar Jeruzalem om dit feest te vieren. Ook dit jaar weer. Maar op de dag, die wij de Pinksterdag noemen, was er iets bijzonders, iets heel bijzonders. Er staat, dat het gehele huis met het geluid als van een geweldige windvlaag gevuld werd en er tongen als van vuur aan de discipelen verschenen. Met “het hele huis” wordt hoogstwaarschijnlijk de Tempel bedoeld. We lezen, dat de menigte te hoop liep en ze zich verbaasde, dat ieder hen in zijn eigen taal hoorde spreken. Het is niet mogelijk om alle facetten van deze gebeurtenis te belichten. Twee dingen krijgen even bijzondere aandacht. We staan stil bij wind en vuur. Om te beginnen staat er niet, dat er wind was, ook niet dat er vuur was. Wat ze hoorden was als het geluid als van een geweldige windvlaag; wat ze zagen was als tongen van vuur. Van geen wonder, dat de mensen te hoop liepen. Wie had ooit zoiets gehoord of gezien. Maar het is niet genoeg om het alleen maar te horen en te zien. Het is ook niet genoeg om dit nu te lezen, maar wat betekent het? Op deze Pinksterdag ging weer deel van Gods profetie in vervulling. In het Hebreeuws wordt voor “wind” en “geest” hetzelfde woord “ruach” (spreek uit: roeach) gebruikt. Het was een manifestatie van Gods aanwezigheid. God liet Zich als het ware horen. Het verschijnsel werd nog versterkt door “tongen als van vuur.” Dit voert heel ver terug in Bijbel.

“Zo was Mozes gewoon de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan, te hoeden. Eens, toen hij de kudde naar de overkant van de woestijn geleid had, kwam hij bij de berg Gods, Horeb. Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd. Mozes nu dacht: Laat ik toch dat wondere verschijnsel gaan bezien, waarom de braamstruik niet verbrandt.”

Exodus 3:1-3

Vele generaties na Mozes waren de mensen in Jeruzalem even verwonderd als hij, toen ze dit schouwspel zagen. Wat zou dit toch zijn? Je hoort het geluid, je ziet de vlammen, maar er is geen wind en er is geen vuur. De discipelen werden ook niet verteerd door het vuur. Wind en vuur zijn tekenen van Gods aanwezigheid en van Zijn heiligheid. Tegen Mozes zei de Engel des Heren: Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond. Voorts zei Hij:

“Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.”

Exodus 3:5-6

Nu weten we, wie dit in Jeruzalem deed. De Engel des Heren was niemand anders dan de Here Jezus, die Zichzelf hier openbaarde. Met de discipelen gebeurde ook iets. Ze werden allen vervuld met de Heilige Geest. Waar blijkt dit uit? Ze spraken alle talen van de Joden die van heel ver gekomen waren. De ongeletterde discipelen spraken wel een dozijn verschillende talen, die ze nooit geleerd hadden. Ik maak even een uitstapje. De mensen uit o.a. Mesopotamië hoorden de verkondiging van Gods grote daden in hun eigen taal. Gods Woord werd eeuwenlang tot in China gehoord en geloofd. De Amerikaanse historicus Philip Jenkins schreef het belangwekkende boek “De Verloren geschiedenis van het Christendom” met als ondertitel “De Duizendjarige Gouden Eeuw van de Kerk in het Midden-Oosten, Afrika en Azië.” Daarin beschrijft hij het eeuwenlange en wijdverbreide Christendom in gebieden van de Eufraat en de Tigris; het huidige Irak, Turkije en Syrië. We keren teug naar ons onderwerp. Meerdere Bijbeluitleggers verbinden Pinksteren met de profeet Ezechiël. De ongeveer 400 jaar latere profetie van Joël voegt er een nieuwe dimensie aan toe. Behalve de profetie over de uitstorting van de Heilige Geest, trekt Joël de profetie door tot in de eindtijd.

“Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. En het zal geschieden, dat ieder die de naam des Heren aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de Here gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de Here zal roepen.”

Joel 2:30-32

Pinksteren met de uitstorting van de Heilige Geest staat niet op zichzelf. Het past in een breder kader. Pinksteren is een verdere ontwikkeling van Gods heilsplan met Israël en van daaruit met de Gemeente van Christus. Pinksteren wordt vaak gezien als de geboortedag van de Gemeente. En dat is het ook, maar we moeten niet vergeten, dat het Pinksterfeest allereerst een Joods feest was. De Gemeente, die op de Pinksterdag geboren werd, was een Joodse Gemeente. In zijn Messiaans Joods Manifest laat David Stern zien, dat de heidenen (d.w.z. de niet-Joden) rond het jaar 50 in de Gemeente begonnen te komen. Rond het jaar 350 zijn er meer niet-Joden in de Gemeente dan Joden. Met dit al mogen we niet vergeten, dat God Zich aan Israël heeft geopenbaard. De God, die aan Mozes verscheen, de God, die Zich op de Pinksterdag aan de discipelen openbaarde niemand anders is, dan de God van Abraham, Isaak en Jacob. Toen het gebeurde was Mozes alleen; toen het op de Pinksterdag gebeurde was een grote menigte er getuige van. God openbaarde Zijn aanwezigheid in het geluid als van een geweldige windvlaag en als vlammen van vuur. De ontwikkeling van Gods heilsplan omspant de eeuwen. Als we ons beperken tot Handelingen 2 zijn het geluid van de windvlaag en de tongen als van vuur bizarre verschijnselen. We begrijpen ze pas, als we ze zien in het Bijbels verband. Met de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag is de profetie van Joël niet uitgeput. Er gaat nog meer gebeuren. De God, die Zich openbaart in wind en vuur is Dezelfde nu.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Olijfberg

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Wat staat gij daar en ziet op naar de hemel?”

Handelingen 1:11

Schriftlezing

“Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft. En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zei Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zei tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen. Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan.”

Handelingen 1:1-12

Boodschap

Op de dag, die wij als de Hemelvaartsdag kennen, stonden de discipelen als aan de grondgenageld toen ze zagen, dat de Here Jezus voor hun ogen in een wolk werd opgenomen. Zolang ze konden staarden ze hem gefascineerd na. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. Maar wie wel? Ze waren samen met de Here Jezus deze kleine berg beklommen, die 100 meter boven Jeruzalem uitstak. Maar ze hadden geen idee, wat ze zouden gaan beleven.

De Olijfberg. Deze berg werd het toneel van een uitzonderlijke gebeurtenis. Die betekenis wordt nog steeds schromelijk onderschat. Deze gebeurtenis was en is meer dan wereldgeschiedenis, het is heilsgeschiedenis. Voordat de Here Jezus opvoer hadden de discipelen nog aan Hem gevraagd, of Hij nog in hun tijd het koningschap over Israël zou herstellen. Hij had toch 40 dagen lang met hen over de dingen van het Koninkrijk gesproken! Was het dan nu zover? En toen kregen ze een teleurstellend antwoord. Daar moeten jullie niet naar vragen. Hadden ze het dan helemaal mis? Hadden ze dan in al die 40 dagen niets geleerd? Zaten ze er dan helemaal naast? Jezus had toch al die tijd over het Koninkrijk gesproken. Hun vraag was toch logisch! Zij waren bezig met de geschiedenis van Israël. Net als zij, moeten wij ook iedere keer weer ontdekken, dat wij ook niet altijd een bevredigend antwoord op onze logische vragen krijgen. Vaak komt er dan heel iets anders. Zo was het ook bij de discipelen. Maar we blijven toch even bij de verwachting van dat Koninkrijk. De Here Jezus zei niet, hoe komen jullie erbij? Wat een domme vraag. Nee, natuurlijk komt dat Koninkrijk er, maar dit is niet het moment. Er moet eerst een ander, wereldomvattend historisch feit plaatsvinden. Het is niet maar vaderlandse geschiedenis voor Israël, het is wereldgeschiedenis. Op de Hemelvaartsdag kreeg de Olijfberg een kapitale rol in de wereldgeschiedenis. Maar dat werd niet begrepen. De hemelvaart vond vanaf hier plaats. Met stomheid geslagen zagen ze het gebeuren. Ze waren zo geboeid door dit schouwspel, dat ze twee mannen, die zich bij het gezelschap hadden gevoegd, blijkbaar niet eens hadden opgemerkt. Wie waren dat? Wat zei die ene? “Wat staan jullie daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.” En wat gebeurt er dan in de hemel?

Weten we dat? Ja! Al 1000 jaar voor Christus. Hemelvaart heeft alles met Israël te maken. In principe is het een Joods feest;. Het is geen uitvinding van de kerk. Maar zij mag er sinds de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag in delen.

“Aldus luidt het Woord des Heren tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten. De Here strekt van Sion uw machtige scepter uit: heers te midden van uw vijanden. Uw volk is een en al gewilligheid ten dage van uw heerban; in heilige feestdos rijst uit de schoot van de dageraad de dauw uwer jonge mannen voor u op. De Here heeft gezworen en het berouwt Hem niet: Gij zijt priester voor eeuwig, naar de wijze van Melchisedek. De Here is aan uw rechterhand. Hij verplettert koningen ten dage van zijn toorn.”

Psalm 110:1-5

De wereldgeschiedenis heeft te maken met de tijd. Gods heilsplan overstijgt de tijd. Dat wordt niet begrepen. In voortschrijdende openbaring kon de profeet Zacharia bijna 500 jaar later zeggen:

“Zie, er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden. Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem.”

Zacharia 14:1-5

Dat slaat op de Wederkomst van Christus. Wat betekent Hemelvaartsdag? Hangt die dag ergens mee samen? Ja zeker, met de vervulling van de profetie. In de periode tussen Pasen en Hemelvaart moet de prediking over het Koninkrijk gaan, dat komt. Hemelvaartsdag is de dag van Zijn kroning. Dat is pas feest. Daar is Koninginnedag niets bij. Maar het wordt niet gevierd. Hoe komt dat? De mensen zien het niet. Tot nu is Satan nog de Overste van deze wereld. En wat doet hij?

“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw (en dat is Satan) met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.”

2 Corinthiërs 4:3-4

Door prediking en bijbelstudie leren we de samenhang van de heilsfeiten ontdekken. Hemelvaart is heilsgeschiedenis. En daar gaat het om, niet maar om een vrije dag in 2009. Want:

“Jezus Christus, (is) de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed – en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden!”

Openbaring 1:5-6

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Herdenken

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Ik zal de daden des Heren gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken.”

Psalm 77:12

Schriftlezing

“Een psalm van Asaf. Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, opdat Hij zijn oor tot mij neige. Ten dage mijner benauwdheid zoek ik de Here, des nachts is mijn hand uitgestrekt en zij wordt niet moede, mijn ziel weigert zich te laten troosten. Denk ik aan God, dan kreun ik; peins ik, dan versmacht mijn geest. Sela. Gij houdt mijn ogen open, ik ben onrustig en kan niet spreken. Ik overdenk de dagen van ouds, de jaren van weleer; ik denk in de nacht aan mijn snarenspel, ik peins in mijn hart en mijn geest vorst na. Zal de Here dan voor altoos verstoten, en niet meer goedgunstig zijn? Neemt zijn goedertierenheid voor immer een einde, houdt de belofte op van geslacht tot geslacht? Vergeet God genadig te zijn, of sluit Hij zijn barmhartigheid in toorn toe? Sela. Daarom zeg ik: Dit krenkt mij, dat de rechterhand des Allerhoogsten verandert. Ik zal de daden des HEREN gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken. O God, in heiligheid is uw weg; wie is een God, groot als God? “Ik zal de daden des Heren gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken. O God, in heiligheid is uw weg; wie is een God, groot als God?”

Lucas 24:13-35

Boodschap

Gedenken, dat is herdenken. Wat is er gebeurd? Afgelopen week hebben we hen, die vielen, herdacht. Wie waren zij? Vaak onbekend, ook wat ze in stilte deden. Daar werd niet over gesproken. Ze vonden zichzelf niet geweldig, maar het was ook gevaarlijk. Het gevaar lag op de loer. Ze waren vaak onbekend, vaak vergeten. Ze hebben geleden, gebeden, gestreden. Waarom deden ze dat? Voor de vrijheid. Om bevrijding van ons land. Wat hadden zij eraan? Ze hebben de hoogste prijs betaald, maar hebben niet in die vrijheid gedeeld. Wij zijn nu al meer dan 64 jaar vrij. Vrijheid begrijpen we pas als we weten, wat onderdrukking is. Dat kun je niet navertellen, de emotie van de bevrijding, de beleving van die ontlading, kun je niet overdragen. Voor wie het niet beleefd heeft, blijft het een verhaal. De oorlog en de bevrijding speelden zich af in de tijd. Daarover zijn vele dikke boeken geschreven. Na de oorlog zijn er al twee volle generaties opgegroeid. Een derde generatie komt er al aan. Ze hebben de angst, het gevaar, niet meegemaakt. Gelukkig! Voor hen is de vrijheid vanzelfsprekend.

Maar vrijheid is nooit vanzelfsprekend. Gods Woord leert ons, dat bevrijding wordt verkregen tegen de hoogste prijs. De geschiedenis bevestigt het keer op keer. Vrijheid wordt alleen verkregen door offer, vaak het hoogste offer: bloed. Als we hen vandaag herdenken, die voor onze vrijheid vielen, moeten we ook verder zien. We moeten heel zuinig zijn op de vrijheid, die zoveel bloed heeft gekost. Maar behalve, dat. Er ligt ook een diepere dimensie in. Er is een andere Onbekende, die geleden, gebeden en gestreden heeft voor onze bevrijding. Ook die bevrijding is realiteit geworden. Niet voor 64 jaar maar voor eeuwig. Bevrijd van de onderdrukking, van de macht van de Overste van deze wereld. Bevrijd, verlost van de macht van de zonde. Voor velen is die Bevrijder vaak een onbekende. Jezus Christus, de Zoon van God. Godzelf schreef daar één dik boek over: de Bijbel. Voor wie gelooft, wat HIJ daarin zegt, heeft Hij de Bevrijding van de macht van de zonde tot stand gebracht. Die macht is door Hem gebroken. Het betekent, dat we niet langer moeten zondigen, maar nog wel kunnen zondigen, en we doen het ook. We herdenken in grote dankbaarheid hen, die voor onze aardse en tijdelijke vrijheid vielen. Zij hebben de hoogste prijs betaald. De diepere dimensie daarvan is, dat Jezus Christus heeft geleden, gebeden en gestreden. HIJ heeft de allerhoogste prijs betaald. HIJ werd gekruisigd, is gestorven en begraven. Met Pasen herdachten wij, dat HIJ is opgestaan uit de doden. Dat is geen losse opmerking. Het grote belang voor ieder mens is, dat de opstanding van de gevallenen en de onze in Zijn Opstanding besloten ligt. Nu zijn er mensen, die niet in de Opstanding uit de dood geloven. Daarover schreef de apostel Paulus aan de Gemeente van Corinthe:

“Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is? Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. ”

1 Corinthiërs 15:12-19

Het gaat hier niet om de tijdelijke, maar om de eeuwige bevrijding. Wie gelooft wat Gods Woord daarover zegt, wordt niet alleen tijdens het aardse leven in maar voor eeuwig in de geestelijke vrijheid gezet. Daarom wordt de dood van de Here Jezus regelmatig herdacht. Wordt ook Zijn opstanding herdacht, maar dat helaas veel te weinig. HIJ is opgestaan, en als we Zijn Woord geloven, zullen ook wij eenmaal opstaan. Daarom:

“Ik zal de daden des Heren gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds, van al uw werken gewagen en uw daden overdenken.”

Psalm 77:12

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Onbegrepen

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Thomas zei tot Hem: Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg?”

Johannes 14:5

Schriftlezing

“Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; 3 en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben. En waar Ik heenga, daarheen weet gij de weg. Thomas zei tot Hem: Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg? Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien. Filippus zei tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde. Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen.”

Johannes 14:1-14

Boodschap

Onbegrepen. Hebt u dat soms ook? Dingen, die de Here Jezus heeft gezegd. Dingen die we niet begrijpen. Dingen waar we niets mee kunnen. Wat moet ik daar nu mee? Ik begrijp er niets van. U bent niet de enige, ook niet de eerste. De discipelen van Jezus hoorden uitspraken waarvan ze dachten, wat is dit nu? Misschien hebben ze elkaar veelbetekenend aangekeken. Ja, we geloven wel wat Hij zegt, ja toch? We volgen Hem, maar we begrijpen het dikwijls niet. Net als de discipelen zijn wij ook nog altijd in de leerschool van de Heilige Geest. Thomas zat er mee. Ook Filippus zat met vragen. Misschien zeiden ze wel wat de anderen dachten maar die het niet durfden zeggen. Voor Thomas was er geen twijfel om Jezus te volgen. Toen het rond de Opstanding van Lazarus voor Jezus echt gevaarlijk werd, zei hij zelfs:

“Laten wij ook gaan om met Hem te sterven.”

Johannes 11:16

Als je niet echt in Jezus gelooft, zeg je zoiets niet. Maar het wil niet zeggen, dat je geen vragen kunt hebben. Toen Jezus sprak over Zijn lijden en sterven, ging het ook hun begrip te boven. En niet van hem alleen. Heengaan? Jezus heengaan? Waar heeft Hij het over? Heengaan, waarheen? Hij kon het niet voor zich houden en zei het ook hardop tegen Jezus.

“Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg?”

Johannes 14:5

Als we het niet begrijpen, mogen we tegen Jezus zeggen: Heer ik begrijp hier niets van. Dan krijgen we ook antwoord. Tegen Thomas zei Hij:

“Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien.”

Johannes 14:5-7

Ik denk, dat hij het toen nog niet begreep. Uitspraken, die blijven hangen. Die we later pas begrijpen. Maar nu even niet. Na alle schokkende gebeurtenissen zag Thomas het even niet meer zitten. Hoezeer hij ook betrokken was en zelfs tot het uiterste wilde gaan. Hij wilde zelfs zijn leven op het spel zetten. Maar nu was het hem teveel. De arrestatie, de verhoren, de hetze, de mishandelingen en uiteindelijk de kruisiging. Nee, Pasen was er voor hem niet bij. Opstanding? Jezus had het wel gezegd, maar hij kreeg het allemaal niet op een rijtje. Op de Paasavond was hij er niet bij. Jezus kwam daar, maar hij was er niet. Begrijpen we de reactie van Thomas? Ja. De discipelen waren er allemaal, hij niet. Later zeiden ze:

“Wij hebben de Here gezien! Maar hij zei: Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vinger niet steek in de plaats der nagels en mijn hand niet steek in zijn zijde, zal ik geenszins geloven.”

Johannes 20:25

De volgende Zondag was hij er weer bij. En toen gebeurde het:

“Terwijl de deuren gesloten waren, en stond Jezus in hun midden en zei: Vrede zij u! Tegen Thomas zei Hij: Breng uw vinger hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig. Thomas antwoordde en zei tot Hem: Mijn Here en mijn God!”

Johannes 20:26-28

Geen verwijt. Hij kreeg niet te horen: jij ongelovige Thomas. Ik had het toch gezegd! Thomas, kom hier, zie je ‘t, voel je’t?

“Thomas zei: Mijn Here en mijn God! Jezus zei: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven.”

Johannes 20:28, 29

Toen was hij er weer helemaal bij. Het bracht Thomas tot aanbidding. Er zijn veel dingen, die wij niet begrijpen. Wij hebben niet gezien wat Thomas en de andere discipelen gehoord en gezien hebben. Maar we mogen het geloven. De Heer vraagt niet, of we het allemaal wel begrijpen. Hij verwacht van ons, dat wij geloven, wat Hij zegt. Geloven betekent twee dingen: vertrouwen en gehoorzamen. Geloven wat de Heer zegt, en doen wat Hij zegt. Laten we ons maar niet groter voordoen dan we zijn. Laten we maar eerlijk zijn. Wij zitten ook vaak met problemen, met duizend vragen. Dan zien we het ook niet zitten. Waar hou je je dan aan vast? Door de profeet Jesaja, liet God aan Israël weten:

“Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.”

Jesaja 55:8-9

Er is een lied, dat zingt: “Heer, ‘k Vertrouw U, Heer ‘k vertrouw U, wees Gij mijn Gids.” Het kan in het leven gaan over hoogten en door diepten. Als Hij onze Gids is, mogen we weten, dat Hij Zich niet vergist, ook al begrijpen wij het niet. Jan, Marie of hoe heet je? Wees niet ongelovig, maar gelovig.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Gebed

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Mattheüs 6:6

Schriftlezing

“Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden. Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven? Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven? Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden. Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.”

Mattheüs 7:7-12

Boodschap

Deze keer is de Schriftlezing kort. Maar er valt veel om over na te denken. Het gaat over het gebed. Er valt heel wat te zeggen over het gebed. Bidden is niet een gebed opzeggen. Als we: “Here zegen deze spijze, amen” of alleen maar het Onze Vader, gebeden hebben, is daarmee niet alles gezegd. Gebed houdt heel wat meer in. Het is het persoonlijk contact met God de Vader door onze Here Jezus Christus. Alleen door Hem hebben we toegang tot de Vader. We mogen dan ook bidden in Zijn Naam. Het betekent eigenlijk, dat we op gezag van Zijn Naam bij de Vader mogen aankloppen. Bidden is de intieme, de vertrouwelijke relatie met God. Het thema is dan ook, “ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene.” Wat daar door de bidder tegen God gezegd wordt, of aan Hem gevraagd wordt, heeft niemand mee te maken. Dat is strikt vertrouwelijk. Maar wij zijn gezelschapsmensen. We houden er niet van alleen te zijn. We houden niet zo van de stilte. We willen ook niet ongezellig zijn. Nu hoeft dat natuurlijk ook niet, maar hoe komt het over als je zou zeggen, ik wil bidden, ik ga even weg? Het kost moeite, we moeten er wat voor opofferen om dat te doen. Maar zegt de tekst, “uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.” Het staat er zo opvallend: “ga in de binnenkamer en doe de deur dicht.”

Voordeel is, dat we dan niet afgeleid worden. Maar je bent ook vrij om alles te zeggen wat je op je hart hebt. Ook het voorbeeld van de Here Jezus leert ons iets:

“En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden. Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.”

Mattheüs 14:23

Misschien staan we er niet bij stil. Maar in welke houding bidden we? Er zijn meerdere teksten in het Oude en in het Nieuwe Testament, die er iets over zeggen. Ik noem er twee.

“Treedt toe, laten wij ons nederwerpen en ons buigen, knielen voor de Here, onze Maker; want Hij is onze God, en wij zijn het volk dat Hij weidt, de schapen zijner hand. Och, of gij heden naar zijn stem hoordet!”

Psalm 95:6-7

De Psalmdichter geeft niet alleen aan, dat we behoren te knielen, maar hij zegt ook waarom: God is onze Maker, Hij is onze God. Ook het Nieuwe Testament geeft voorbeelden. De apostel Paulus schreef:

“Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt.”

Efeziërs 3:14-15

Ik ken een Gemeente waar de ouderlingen op de knieën gaan voordat de dienst begint en die aan God opdragen. Na de dienst knielen ze weer om God te danken voor ontvangen zegen. Weten we niet van Godsmannen, die twee afdrukken van hun knieën in de vloer achterlieten, de plaats waar ze gewoon waren te bidden. Zijn wij niet al te geëmancipeerd om gewoon te blijven zitten als we bidden? De Here Jezus zocht de stilte. En wat is dan bidden? We hebben het net gelezen:

“Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.”

Mattheüs 7:8

Bidden is ontvangen. Nou nou, zal iemand zeggen, dat ken ik wel anders. Was dat maar waar! De apostel Johannes schreef er over:

“Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God, en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht.”

1 Johannes 3:21-22

Bidden is niet een verlanglijstje inleveren. Het vraagt een bepaalde instelling. Is er geen belemmering voor gebedsverhoring? Kan er onbeleden zonde in ons leven zijn? Dat is een belemmering, die gebedsverhoring kan blokkeren. Wat doen we daarmee? De apostel Johannes wees daarvoor de weg:

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”

1 Johannes 1:9

En dan is er nog iets. Zonde, onenigheid in de Gemeente kan ook de gebedsverhoring voor genezing in de weg staan:

“Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”

Jacobus 5:16

Mensen zijn wonderlijke wezens. We durven wel God om vergeving vragen, maar aan een broeder of zuster in de Gemeente, dat lukt niet. Waarom niet? We zijn zo bang voor gezichtsverlies. Is dat belangrijk? Ja, het is heel belangrijk, het blokkeert het geestelijk leven in de gemeenschap. Dat valt niet altijd op. Behalve bestaande zonde wordt er dan nog een aan toegevoegd. Tijdens een Avondmaalsdienst wees ik er eens op. Ineens stond een jongeman op. Hij voelde zich niet vrij om aan het Avondmaal deel te nemen. Hij liep naar de andere kant van de zaal. Daar zat iemand, met wie hij een probleem had. Hij ging er heen om vergeving te vragen. Wat dacht u? Dat is Gemeenteleven. Geen kerkje spelen, maar doen wat Gods Woord zegt. Het komt aan op onze geestelijke gesteldheid. Dat wij bidden zoals God het wil, naar Zijn wil bidden. Niet om iets bidden, dat in strijd met Zijn Woord is.

“En dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien wij iets bidden naar zijn wil, ons verhoort. En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden.”

1 Johannes 5:14-15

De apostel Jacobus deed een harde uitspraak:

“Gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.”

Jacobus 4:2-3

“Hoe staat het dan? Ik zal bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand.”

1 Korintiërs 14:15

Als we om iets bidden, moeten we ons ook afvragen of Gods Naam er ook door verheerlijkt wordt. Dat heeft te maken met Zijn wil en met de gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Ja maar, zal iemand zeggen, ik heb niet gebeden om iets, dat tegen Gods Wood ingaat. Maar toch verhoort God mijn gebed niet. Dat kan niet. God verhoort alle gebeden. Maar, soms moeten we wachten, omdat God oordeelt, dat het niet nú moet. Het kan ook zijn, dat God niet geeft, wat we vragen omdat het niet goed voor ons is. Op dat moment begrijpen we het vaak niet. Later wordt het duidelijk, soms pas jaren later. Dan blijkt, dat we Hem alleen maar kunnen danken, dat God ons niet heeft gegeven, waar we om vroegen. En hoe vaak moeten we dan bidden? We zitten vaak in de knoop met onze agenda. We hebben het zo druk. Misschien zijn we bezig met echt goede dingen. Maar, zouden we er niet eens over nadenken, of we het goede soms niet moeten laten staan voor het betere? Dat vraagt iets van ons, misschien wel iets moeilijk zelfs. Maar in de geestelijke strijd, waarin we als gelovigen, staan geldt:

“En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen.”

Efeziërs 6:18

Soms moeten we die gelegenheid zelf maken. De apostel Paulus schreef:

“bidt zonder ophouden.”

1 Thessalonisenzen 5:17

En als het om de Gemeente gaat krijgen we het Woord mee:

“En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”

Handelingen 2:42-43

En wat gebeurt er dan? Dan gaat God dingen doen, waar we stil van worden. We hebben enig huiswerk te doen.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Vrees

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En een grote vrees kwam over de gehele gemeente en over allen, die dit hoorden.”

Handelingen 5:11

Schriftlezing

“En een zeker man, met name Ananias, met zijn vrouw Saffira, verkocht een eigendom, hield iets van de opbrengst achter, met medeweten van zijn vrouw, en bracht een zeker deel en legde het aan de voeten der apostelen. Maar Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en was, na de verkoop, de opbrengst niet te uwer beschikking? Hoe kondt gij aan deze daad in uw hart plaats geven? Gij hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. En bij het horen van deze woorden viel Ananias neder en blies de adem uit. En een grote vrees kwam over allen, die het hoorden. En de jonge mannen stonden op en legden hem af, en zij droegen hem uit en begroeven hem. En het geschiedde na verloop van ongeveer drie uur, dat zijn vrouw binnenkwam, onkundig van wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt gij het stuk land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. En Petrus zei tot haar: Hoe hebt gij kunnen overeenkomen om de Geest des Heren te verzoeken? Zie, de voeten van hen, die uw man hebben begraven, zijn aan de deur en zij zullen ook u uitdragen. En zij viel terstond neder voor zijn voeten en blies de adem uit; en de jonge mannen kwamen binnen en vonden haar dood en zij droegen haar uit en begroeven haar bij haar man. En een grote vrees kwam over de gehele gemeente en over allen, die dit hoorden. En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtig bijeen in de zuilengang van Salomo. Doch van de anderen durfde niemand zich bij hen aansluiten, maar het volk stelde hen hoog. En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen. En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen.”

Handelingen 5:1-16

Boodschap

De vorige keren hebben we gezien welke geweldige dingen er gebeurden in de eerste Christengemeente. Was het nu ook nog maar zo. Niemand had ooit zoiets gezien. En dan willen we het graag zo houden. De geestelijke leiders zagen het allemaal niet zitten. Het ging niet volgens hun boekje, dus deugde het niet. Tot overmaat van ramp gebeurde er ook nog een wonder aan de Tempelpoort. Ze lieten de apostelen arresteren. Geestelijke leiders, die naar geweld grijpen om hun belangen te beschermen. Dit is machtsmisbruik. In keurig Nederlands heet het dan, dat ze bij gebrek aan bewijs, de arrestanten moesten vrijlaten. Velen zien in de gebeurtenissen van Handelingen 2, 3 en 4 het model van de volmaakte gemeente. Was dat ook zo? Hoofdstuk 5 helpt ons uit de droom. De eerste Christenen zweefden niet, ze hadden oog voor de armoede om hen heen. Ze verkochten zelfs bezittingen om de armen te helpen. Geen wonder, dat die mensen de aandacht trokken en in hoog aanzien stonden. Er was een echtpaar, dat op die golf van populariteit probeerde mee te surfen. Ze waren kennelijk vergeten, dat ze in de Gemeente van Christus waren, waar de Heilige Geest bijzonder duidelijk werkte. Ze spraken samen af ook een stuk land te verkopen. Het geld zouden ze dan bij de apostelen brengen. Ze deden alsof ze het hele bedrag afdroegen, maar een deel ervan zouden ze achterhouden. Dat kon niemand weten. De geschiedenis is duidelijk. Natuurlijk mochten ze net zoveel geven en achterhouden als ze zelf wilden, maar ze deden alsof ze alles gaven. Geweldig toch! Geen haan, die er naar kraait. Maar dat pakte anders uit, heel anders. Er vielen twee doden in de Gemeente. Onvoorstelbaar. Wat was de uitwerking?

“Een grote vrees kwam over de gehele Gemeente en over allen, die dit hoorden.”

Handelingen 5:11

Geen wonder. Wat is dat die vrees? Waren ze bang, dat ze ook dood zouden neervallen? Nee, deze mensen hadden een verkeerd Godsbeeld. Ze hadden een voorstelling van God, die niet klopte met de werkelijkheid. Misschien dachten ze alleen maar: God is liefde. En dat is HIJ ook, maar dat niet alleen. God is ook heilig. En daar hadden ze geen begrip van. De apostel Paulus hield de Gemeente voor:

“Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden.”

Romeinen 11:22

De tekst leert dat God goed en streng is. Als alle nadruk op één bepaalde eigenschap gelegd wordt, maken we een karikatuur van Hem. Dat leerde Israël al in de woestijn. Ze maakten een Gouden Kalf, mannelijk, vruchtbaar, zoals bij de omringende volken, sterk. Een afschuwelijke karikatuur van de God, die hemel en aarde gemaakt heeft. Is God dan niet sterk? Hij had hen toch uit Egypte geleid! Ja, maar Hij is heilig, heilig, heilig. Wat is er heilig aan een jonge stier? Het is godslastering om zich God voor te stellen als een jonge stier. Toen God Zich in Jeruzalem manifesteerde, viel de vrees op de mensen. En dat is wat ons vandaag ontbreekt. Geen angst, maar diepe, diepe eerbied. Toen God ingreep, leerden de mensen Hem beter kennen. We horen nogal eens over de God met het vingertje. Ook dat is een grove belediging, een karikatuur. God is liefde, Hij is driemaal heilig, God is ook een verterend vuur. We kunnen niet naar believen daaruit een keus maken voor wat ons het meeste aanspreekt. We moeten weten hoe we tot God kunnen en mogen naderen. Wat komt daarvan terecht in de prediking? Aan Timotheüs schreef de apostel Paulus:

“Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.”

2 Timotheüs 4:1-4

Eerder had hij aan Timotheüs geschreven:

“Wie in zonde leven, moet gij in aller tegenwoordigheid bestraffen, opdat ook de overigen ontzag hebben. Ik betuig u voor God en voor Christus Jezus en voor de uitverkoren engelen, dat gij daaraan de hand houdt, zonder vooroordeel en zonder iets te doen uit vooringenomenheid.”

1 Timotheüs 5:20-21

Wordt daar in de Gemeente de hand aan gehouden? Velen zeggen, dat is niet meer van deze tijd. Is God veranderd? Is Zijn Woord veranderd? Hoe komen mensen er dan toe alleen uit Gods Woord te halen, wat hen van pas komt, wat vooral vriendelijk moet zijn? We kunnen er niet naar believen de teksten uit knippen, die ons een prettig gevoel geven. In het laatste Bijbel boek waarschuwde de apostel Johannes de lezers ervoor.

“Ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn; en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn.”

Openbaring 22:18-19

We kunnen Gods Woord geloven en aanvaarden of het niet geloven en verwerpen. Dit is niet vrijblijvend. We leven vandaag in een onmogelijk moeilijke situatie. Velen raken in de knel. Ze leefden voor geld, hoe meer hoe liever. Ze gokten met het geld van anderen, die daardoor in de problemen raken. De afgod van het geld, Mammon, is omgevallen. Tallozen zijn daarvan de dupe. Heeft God ons vandaag door deze dingen iets te zeggen? Wordt het geen tijd, hoog tijd, dat we nagaan of ons Godsbeeld wel klopt? Kennen wij de vreze des Heren, de diepe eerbied voor wie Hij is? Hij is niet veranderd, Hij is Dezelfde nu. Dezelfde die Hij altijd is geweest. Laten we onszelf ervan overtuigen, dat wij geen karikatuur van Hem gemaakt hebben. Er zijn mensen geweest, die het meegemaakt hebben, dat God Zich op een bijzondere manier manifesteerde. Het gebeurde in de 1e eeuw; het gebeurde in de 20e eeuw. Hij is niet veranderd. En als wij geen bijzondere manifestatie van Hem meegemaakt hebben, wil het niet zeggen, dat Hij veranderd is. Zijn Woord leert ons, wie Hij is. Zijn Woord alleen moet voldoende zijn om Hem te leren kennen. Als we Gods Woord zo lezen en aanvaarden, gaat Hij Zich aan ons openbaren.

“Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.”

Johannes 14:21

“En een grote vrees kwam over de gehele gemeente en over allen, die dit hoorden.”

Handelingen 5:11

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Het Onze Vader I – De Heilige Naam

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Onze Vader, die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome.”

Mattheüs 6:9

Schriftlezing

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”

Mattheüs 6:6-13

Boodschap

Dit zijn bekende woorden. In veel gevallen wordt dit gebed voor de maaltijd gebeden. Soms wordt het bij een begrafenis gebruikt, wanneer de kist in het graf wordt neergelaten. Maar wat betekenen deze woorden eigenlijk? De Here Jezus leerde dit gebed aan Zijn discipelen. Het is een Joods gebed. We volgen de onderverdeling van het Evangelie van Mattheüs. Het gebed begint met “Onze Vader.” De Here Jezus, Gods Zoon, maakt zich hier één met de discipelen. Daar lezen we makkelijk over heen, maar het spreekt niet vanzelf. De Here Jezus heeft Zich vernederd van Zijn goddelijk tot het menselijk niveau. Hij maakt Zich één met hen en leert hen vanuit die positie tot God te bidden. Bidden van mensen, die op aarde wonen en leren bidden tot God, die in de hemelen woont. God, de Schepper van hemel en aarde. Hij, Die Zelf buiten de schepping staat. Voor de mensen is er die onoverbrugbare kloof tussen hemel en aarde, tussen God en mens. Het tweede deel van dit vers gaat over de heiligheid van Gods Naam. Als die Naam heilig is, moet God het zelf ook zijn. In de Bijbel wordt dikwijls over “heiligheid” gesproken. Het woord “heilig” en wat ermee samenhangt, komt veel meer dan 400 keer voor. Het betekent, dat het een belangrijk onderwerp is. Heilig betekent afscheiding, rein. Eens had Mozes aan God gevraagd, of hij Hem zien mocht.

“God zei: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.”

Exodus 33:20

Dit tekent duidelijk de scheiding, die er tussen God en de mens bestaat. De uitstraling van Gods heiligheid is zo sterk, dat geen mens die kan verdragen. De directe ontmoeting van de mens met God heiligheid is dodelijk. Het is dan ook geen wonder, dat de profeet Jesaja uitriep:

“Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is, – en mijn ogen hebben de Koning, de Here der heerscharen, gezien.”

Jesaja 6:5

De ontmoeting van de mens met God is wel mogelijk, maar dan moet er een bescherming tussen God en de mens staan. Die bescherming is een Persoon. Het is niemand anders dan Gods Zoon, die mens werd en Middelaar tussen God en mens is. Zelf zei de Here Jezus:

“Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.”

Johannes 14:6

Tot die God en Vader leerde de Here Jezus Zijn discipelen bidden. Alleen door Hem kunnen wij in gebed tot God gaan. Buiten de Middelaar om, die door God Zelf is aangewezen, is God niet bereikbaar. Als wij dan tot God bidden, moeten we het wel doen, zoals Gods Woord het ons leert. Daar hoort als eerste grote eerbied voor Gods heiligheid bij. Wie daar weinig of geen aandacht aan schenkt, volgt een verkeerde weg. Waar is vandaag de “vreze des Heren?” Wie serieus aandacht aan Gods Wood besteedt, wordt niet vervuld met angst, maar met diepe eerbied. Gelovigen mogen God hun Vader noemen, maar die eerbied ontbreekt helaas bij velen.

“Uw Koninkrijk kome.” Ook al zien we het niet, die uitwerking is in volle gang. In het Onze Vader leerde de Here Jezus de discipelen bidden om de komst van Gods Koninkrijk. Toen de Here Jezus gekruisigd werd, had de Romeinse gouverneur Pilatus op het kruis de woorden laten aanbrengen:

“Jezus, de Nazoreeër, de Koning der Joden.”

Johannes 19:19

Op de Pinksterdag vond er een belangrijke ontwikkeling plaats. De Gemeente van Jezus Christus werd geboren. Nadat de apostel Paulus, in veel steden in de Synagogen de komst van het Koninkrijk verkondigd had, wezen de Joden het af. De deur ging voor de niet-Joden wijd open. Als die Gemeente voltallig zal zijn gaat in vervulling, wat de apostel Jakobus in de Gemeente vergadering in Jeruzalem aankondigde:

“Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen. En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat: Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

Handelingen 15:14-18

De vervallen hut van David is het koningshuis van koning David. Als mens, stamt de Here Jezus van hem af. Hij heeft recht op die Troon, maar heeft hem nooit bezeten. In Zijn Woord staat God garant, dat dit gaat gebeuren: “spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

God, die wij in Jezus Christus onze Vader mogen noemen, de Heilige van Israël, gaat dit doen. Wij bidden: “Uw Koninkrijk kome!”

Amen.

~Drs. K. van Berghem