In deze tijd van verwarring zijn er voor de gelovige Bijbelse basisprincipes waarmee hij meer dan ooit vertrouwd moet zijn. In een serie studies wordt hieraan aandacht besteed. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij Gods Woord als het fundament van de gelovige. Daarna gaat om zijn positie in Christus, daarna de geestelijke strijd gevolgd door het onmisbare gebed. Aandacht wordt vervolgens besteed aan het profetische woord, daarna de mogelijke misleiding van de gelovige. Verder is er sprake van een andere Christus. De voorzegde afval wordt onder de loep genomen gevolgd door de weerhouder. De laatste vier studies in deze serie gaan over de werking van Satan, dwaling en oordeel, de voorgestelde heerlijkheid, EN tot slot de zekere toekomst van de christen.
“En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken Worden.” Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”
Jacobus 5:15-16
Schriftlezing
“Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur. Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming. Maar vooral, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch welke andere eed ook. Laat ja bij u ja zijn en neen neen, opdat gij niet onder het oordeel valt. Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden. Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen. Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”
Jacobus 5:9-16
Boodschap
Vorige week beloofde ik terug te komen op de bespreking van Jacobus 5:14-15. Er is een nadere uitleg nodig over de plaats waar zonden beleden en vergeven worden. Ik zei toen, dat dit niet in een massabijeenkomst moet gebeuren. Hoe kan iemand zijn hart uitstorten en zonden belijden waar talloze mensen getuige van zijn. Daar zijn geen pottekijkers bij nodig, geen ongezonde nieuwsgierigheid. Niet smullen van spectaculaire scènes. De tekst geeft ten eerste aan, dat de goddelijke hulp of genezing wordt ingeroepen door een gelovige, die Christus belijdt als Heer en Heiland. Let wel, Heer staat voorop. Dat betekent, dat HIJ degene is, die het voor het zeggen heeft. Voor hen die dit erkennen is HIJ ook de Heiland, de Verlosser, die kan bevrijden van ziekte en zwakte. Daarbij maakt het niet uit of die kwaal lichamelijk, psychisch of geestelijk is. De Bijbel maakt duidelijk onderscheid tussen ziel en geest. Voordat gebeden wordt en de handen opgelegd, moet de predikant, ouderling, of wie er met de bediening belast is, aan de hulzoekende vragen of er mogelijk sprake van zonde is. Het is mogelijk, dat God Zijn kind op het ziekbed heeft neergelegd vanwege zonde om hem/haar de gelegenheid te geven tot zichzelf te komen en na te denken. De hulpzoekende kan zo druk bezig zijn in het dagelijks leven, dat hij niet tot rust kan komen en zonder ophouden doordraaft. Het kan ook een vlucht zijn. De dagelijkse praktijk bewijst ook, dat mensen pas gaan nadenken als ze uitgeschakeld worden. Dan rijst de vraag naar de zin van de dingen. Dan gaat de hulpbehoevende zich realiseren, dat er meer is dan dit leven en de carrière en wat daar mee samenhangt. In dat geval kan ziekte een zegen zijn. Maar iemand kan natuurlijk ook om andere redenen uitgeschakeld raken. Kortom, iemand kan niet verder zoals hij/zij dat gewoon was. De grootste openheid ontdekte ik onder patiënten in een grote psychiatrische inrichting. Om welke reden dan ook, elke patiënt was zich daar bewust, dat hij het niet had gered. Een ziektegeval kan de inleiding worden voor iemand, die niet gelooft om door innerlijke overtuiging tot geloof te komen. Vroeg of laat komen we God tegen. Wie niet gelooft moet niet denken, dat hij God daarmee ontlopen kan. Pastorale zorg gaat uit van Gods Woord. Hoe is de persoonlijke relatie van de hulpzoekende met God? Als die relatie er niet is, moet daar mee begonnen worden. De vraag is niet of iemand lid van die of die kerk is. Als iemand de hulp inroept, die in de Jacobusbrief bedoeld wordt, ligt daar het begin van het gesprek. Als iemand Christen is, moet de vraag gesteld worden, of er sprake van zonde kan zijn. Dat hoeft niet, maar het kan. Dit is een delicate vraag, waarbij de pastorale zorger niet boven maar naast de hulzoekende gaat staan. Het gaat er om hem te helpen, niet om te oordelen, nog minder om te veroordelen. Dat is zijn taak niet. Het is niet voor niets, dat er een beroep op de oudsten van een Gemeente gedaan wordt. Aan hen worden hoge eisen gesteld. Het moeten geestelijk rijpe mannen met levenservaring zijn, die onder strikte geheimhouding staan. De zondevraag moet gesteld worden.
“Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt.”
Jacobus 5:16
Er moet opening van zaken gegeven worden. Dat kan moeilijk zijn. Maar als daar in gehoorzaamheid naar geluisterd wordt, ontvangt de hulpzoekende vergeving. Onbeleden zonde vormt een obstakel voor gebedsverhoring. Ook de pastorale zorgers zijn ook mensen, die weten wat zonde is en vergeving hebben ontvangen nadat zij hun zonden beleden hebben. Dit is de Bijbelse weg. Het gaat er niet om, dat de oudste in het “ambt.” De Bijbel kent geen ambten; mensen die met geestelijke zorg belast zijn, zijn geen ambtenaren maar hebben gaven ontvangen om verantwoordelijkheden in de Gemeente te dragen. Van hen mag verwacht worden, dat ze een persoonlijke relatie met God hebben, dat ze Gods Woord kennen en een gezond gebedsleven hebben. Voor hen geldt:
“Leg niemand overijld de handen op, heb ook geen deel aan de zonden van anderen, houd u rein.”
1 Timotheüs 5:22
Handoplegging is geen vrijblijvende bezigheid. De praktijk leert, dat het gevaarlijk is zich in haast door wie dan ook de handen te laten opleggen. Het wil niet zeggen, dat een vlotte spreker aan de Bijbelse voorwaarden voldoet. Handoplegging aan de lopende band is een volkomen on-Bijbelse bezigheid. Het mag ook geen eenmansactie zijn. Handoplegging is altijd teamwerk. Als er geen vragen over zonde worden gesteld, moet de hulpzoekende zich de handen niet even laten opleggen. Ze kunnen daardoor ernstige geestelijke schade oplopen. Is sommige gevallen hebben gelovigen na handoplegging om in tongen te kunnen spreken, Gods Woord niet meer kunnen lezen en bidden. Er kan zelfs een occulte binding ontstaan. Het is niet voor niets, dat deze bediening binnen het kader van de Gemeente behoort plaats te vinden. De hulpzoekende en de hulverlener(s) kennen elkaar. In sommige gevallen kan het niet. Bij een Gemeente, die deze bediening niet heeft, klopt men tevergeefs aan. Daarbuiten moet de hulpzoekende goed weten aan wie hij zich toevertrouwt. Samenvattend: Bewuste, onbeleden zonde(n) moet(en) beleden worden, de oudsten bidden voor hem/haar en zalven de hulpzoekende met olie in de Naam des Heren, in het besef en de aanvaarding van: Uw wil geschiede.
“Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.”
Jacobus 5:14-15
Schriftlezing
“Welaan dan, gij rijken, weent en maakt misbaar over de rampen, die u zullen overkomen. Uw rijkdom is verrot, uw klederen zijn door de mot aangevreten, uw goud en zilver is verroest, en het roest ervan zal tegen u getuigen en uw vlees verteren als vuur. Gij zijt schatten gaan opleggen, terwijl het de laatste dagen zijn. Zie, het loon, dat door u is ingehouden van de arbeiders, die uw landen hebben gemaaid, schreeuwt, en het geroep van hen, die uw oogst hebben binnengehaald, is doorgedrongen tot de oren van de Here Sebaot. Gij hebt op aarde weelderig geleefd en u te goed gedaan, gij hebt uw hart vetgemest in de slachttijd. Gij hebt de rechtvaardige veroordeeld, ja vermoord; er is geen verweer tegen u. Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij. Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur. Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming. Maar vooral, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch welke andere eed ook. Laat ja bij u ja zijn en neen neen, opdat gij niet onder het oordeel valt. Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden. Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen. Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”
Jacobus 5:1-16
Boodschap
Genezing. Dit is een zeer actueel onderwerp. Elk jaar betalen we hogere premies. Ziekenhuizen hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Genezing. Ieder mens wil gezond zijn of weer worden. Ook Gods Woord spreek erover. En dat kost geen geld. Voor wie was deze boodschap bestemd? Uit deze brief blijkt, dat het geschreven werd aan Messiasbelijdende Joden. We kunnen maar een klein gedeelte van deze brief bespreken.
“Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.”
Jacobus 5:14-15
De tekst heeft hier twee delen. Er zijn veel vormen van lijden. De totale mens bestaat uit geest, ziel en lichaam. Ook gelovigen kunnen problemen hebben. Het gaat hier om iemand, Jood of heiden, die de Messias belijdt. Iemand bij wie de Here Jezus centraal in zijn leven staat. In zo’n situatie mag hij/zij de oudsten van de Gemeente roepen om voor hem te bidden en hem of haar in de naam des Heren te zalven. De belofte is, dat de zieke opgericht zal worden. Dat is iets anders dan rechtop in bed zitten. In de grondtekst staat: gered zal worden. Gered van wat? Dat kan lichamelijk, psychisch of pneumatisch, of te wel geestelijk, zijn. Jacobus was een Jood met Hebreeuws denken. In dat denken gaat niet maar om de lichamelijke problemen, waar onze tijd zo zwaar de nadruk oplegt. Het gaat om de totale mens. Dat wil zeggen geest, ziel en lichaam. Gods Woord leert, dat geest en ziel niet hetzelfde zijn.
“En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.”
1 Thessalonisenzen 5:23
en het volgende gedeelte:
“Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest,”
Hebreeën 4:12
Genezing is niet los verkrijgbaar. Waarom zou iemand, die niet in de Here Jezus gelooft bij Hem genezing zoeken? De gelovige zieke kent de oudsten, en zij kennen hem. Het gesprek vindt plaats in de woning van de hulpzoekende. Waarom daar? Daar moet de vraag gesteld worden of er mogelijk sprake van zonde is. Dat moet niet in een massabijeenkomst op een podium. Het gaat hier om zaken, waar niemand wat mee te maken heeft. In een volgende overdenking hoop ik daar op terug te komen. Dit gesprek, het gebed en de zalving met olie behoort plaats te vinden in de intieme kring, waar geheimhouding verzekerd is. Ook de oudsten zijn daar aan gebonden. Het gaat om geestelijk rijpe broeders. Hun relatie met de Heer van de Gemeente moet ook zuiver zijn. Bij allen, die bij deze gebeurtenis betrokken zijn mag er geen sprake van bewuste en onbeleden zonde zijn, die gebedsverhoring in de weg staat. Als dingen uitlekken en rondzingen, is dat funest voor pastorale zorg. Het is ook geen magisch gebeuren. De handelingen worden verricht en dan moet het gebeuren Zo werkt het niet. En al helemaal niet, waar geen genezing plaatsvindt, de hulpzoekende er de schuld van krijgt, omdat hij/zij niet gelooft. Het gaat om het welzijn van de hulpzoekende. Het gaat om tijdelijk of eeuwig welzijn. Het probleem kan lichamelijk of gevoelsmatig zijn, of de combinatie ervan, wat psychosomatisch genoemd wordt. Het kan ook puur geestelijk zijn. Gods Woord is duidelijk. In kinderlijk eenvoudig geloof mogen we die weg gaan. Daarbij blijft het altijd: Uw wil geschiede, ook al begrijpen we het niet. Ik kom er een volgend keer op terug.
“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet.”
Mattheüs 25:1
Schriftlezing
“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.”
Mattheüs 25:1-13
Bijbelstudie
Hiermee worden enkele dingen uitgewerkt, die vorige week in de Overdenking van dit Schriftgedeelte gezegd werden. Het is nu eenmaal niet mogelijk alles in één keer te zeggen. Het is goed om niet alleen een tekstverklaring te hebben maar ook de achtergronden te belichten. Daarom is het dit keer eerder een Bijbelstudie waarbij dieper op bepaalde uitspraken van vorige week wordt ingegaan.
Het Signaal
In de Overdenking werd bijvoorbeeld gezegd, dat er geen nader signaal te verwachten is voordat de Here Jezus wederkomt. Het waarschuwende signaal heeft al eeuwenlang geknipperd, en dan gebeurt het ineens. Later werd in de Overdenking de uitspraak van de apostel aangehaald:
“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.”
1 Thessalonisenzen 4:16-17
Deze twee uitspraken spreken elkaar niet tegen. Als Paulus deze uitspraak doet, bedoelt hij daarmee de 1e Opstanding van de doden. Daartoe behoren de gelovigen, die in Christus ontslapen zijn. Zij staan op te midden van de overige doden. Hoewel wij niet weten hoe, zijn vangen dit teken op. De apostel Johannes spreekt over de overige doden, dat zijn zij, die niet in Christus geloofden.
“De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren.”
Openbaring 20:5
Die Opstanding vindt dus 1000 jaar later plaats dan die van de gelovigen.
Testament of Verbond?
In de overdenking werd opgemerkt, dat rond de 95% van de vier Evangeliën inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, maar ze staan in het Nieuwe. Dat wekt verwarring. Het moet duidelijk zijn, dat er niet zoiets bestaat als een Oud Testament voor de Joden en een Nieuw voor de Christenen. De Bijbel zegt:
“En de Schrift niet kan gebroken worden,”
Johannes 10:35b
Toch wordt de Bijbel onderverdeeld in een Oud- en een Nieuw Testament. Er is al vastgesteld, dat rond de 95% van de Evangeliën inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, maar ze staan wel in het Nieuwe. Maar in werkelijkheid gaat het niet om Oud- of Nieuw Testament, maar om Oud of Nieuw Verbond. In het Nederlands lopen deze begrippen door elkaar. Maar het gaat niet om de laatste wil en iemands testament. In de grondtekst wordt gesproken over het Verbond. Dit veroorzaakt verwarring. De 95% die inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, loopt in het Nieuwe door tot Mattheüs 26:28; Lucas 22:20. De apostel Johannes bezegelt het met de Kruiswoorden van de Here Jezus:
“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”
Johannes 19:30
Daar eindigt het Oude Verbond.
Het Nieuwe Verbond
Johannes 19:30 meldt het einde van het Oude Verbond. Het nieuwe Verbond begint op de Pinksterdag. Dan gaan de woorden van de profeet Joël in vervulling. Op die dag werd Gods Geest nog niet op al wat leeft uitgestort, maar het was een voorproef van wat ook nu nog komen moet:
“Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten.”
Joël 2:28-29
Lettend op de eindtijd verduidelijkt de profeet Jeremia:
“Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”
Jeremia 31:33
De uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag was een belangrijke stap vooruit, een voorlopige vervulling van het profetische woord. Deze gebeurtenis opende de weg ook voor de heidenen, dat wil zeggen, voor de niet-Joden, om deel te hebben aan Gods heilsplan. Als de profetieën van Joël en Jeremia in hun geheel in vervulling gegaan zijn, is het heilsplan van God voor alle mensen door middel van Israël als Zijn instrument voltooid.
“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.”
Mattheüs 25:1-13
Boodschap
Dit Schiftgedeelte is een waarschuwing voor hen die denken, het zal mijn tijd wel duren. Dit geldt voor alle tijden en voor alle mensen. Dus ook voor de gelovigen van deze tijd. Ze houden er rekening mee, dat de Heer der Gemeente onverwachts zal komen. Daar gaan geen signalen aan vooraf. Er is geen profetie, die nog in vervulling moet gaan vóór Zijn komst. Het waarschuwende knipperlicht heeft al eeuwenlang geknipperd. Er wordt niet meer op gelet en dan gebeurt het ineens. Er is iets opvallends in deze gelijkenis. Er is sprake van een bruidegom, van een bruiloftszaal, van tien maagden, de vriendinnen van de bruid. Maar waar is de bruid? Die wordt niet genoemd. Het bruiloftsfeest kan toch niet gevierd worden als de bruid er niet bij is! Of is het een van de tien maagden? Welke dan? Vijf waren wijs, vijf waren dwaas. De bruidegom zal toch niet een dwaze maagd gekozen hebben! Welke van de vijf wijze maagden is het dan geworden? Het antwoord ontbreekt. Of toch niet? Aan wie heeft de Here Jezus deze gelijkenis in het Evangelie van Mattheüs gegeven? Het staat in het Nieuwe Testament. Dus voor de Gemeente! Nee, want die bestond niet. De vier Evangeliën behoren tot rond de 95% tot het Oude Testament. De boodschap was gericht tot Israël. Het gaat om een nog niet vervulde profetie voor Israël. Het Bruiloftsfeest houdt de situatie in, die zal ontstaan als Jezus Christus, de Messias met de Bruid, dat is de Gemeente, terugkomt aan het begin van het Duizendjarig Rijk. Waar komt die Bruid in Mattheüs 25:6 ineens vandaan? Onze Bijbelvertaling is een weergave van de Griekse grondtekst. Daar ontbreekt de Bruid, maar ze staat wel vermeld in de oudere Aramese tekst, de Peshitta, en zelfs in de Latijnse tekst, de Vulgaat. Bij de Wederkomst van Christus, heeft de bruiloft van het Lam al plaatsgevonden in de hemel. Nu komen de Bruidegom en de Bruid naar de aarde om het bruiloftsfeest met de vrienden, dat is Israël, te vieren. De levenssituatie i het Duizendjarig Rijk staat in schril contrast met de situatie van de huidige wereld, die met de dag slechter wordt. Bij een Joodse bruiloft werden tien maagden voor het bruiloftsfeest uitgenodigd, die jonger moesten zijn dan de bruid. Nu waren er vijf wijs en vijf dwaas. Tot op vandaag zien de Joden uit naar de komst van de Messias. Die moet nog altijd voor de eerste keer komen. Voor hen is Jezus van Nazareth niet de Messias. Voor de Christenen is Jezus de Messias. Het Griekse woord Christos is de vertaling van het Hebreeuwse maschiach. Als we in het Nieuwe Testament de aanduiding “Christus” lezen, zouden we eens moeten beginnen met daar “Messias” te lezen. Want dat is Hij. Als Bruid ziet de Gemeente uit naar haar Opname als de Bruidegom, de Messias, haar in de lucht tegemoet komt om haar tot zich te nemen.
“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.”
1 Thessalonisenzen 4:16-17
In het Evangelie van Mattheüs wordt vooruitgezien naar Zijn Wederkomst aan het einde van de Grote Verdrukking: “De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet!” Mattheüs 25:6. Dan heeft de Bruiloft van het Lam al plaatsgevonden.
Toen de Here Jezus op aarde was, werd Hij gekruisigd. Tot op vandaag worden de Joden daar scheef op aangekeken. Dit heeft tot een afschuwelijk en verwerpelijk antisemitisme geleid. Maar Israël herkende Hem niet. Hij beantwoordde niet aan hun verwachting. Zij hadden een beeld van de Messias, dat niet klopte met dat van Jezus, die onder leefde. Hoe komt dat? De apostel Paulus spreekt over een gedeeltelijke verharding van Israël. Dit is een mysterie, waar we als Christenen eens heel diep over moeten nadenken. We moeten vooral niet vergeten, dat de Here Jezus tegen de Samaritaanse vrouw zei:
“Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden.”
Johannes 4:22
Hierbij we denken aan het woord van de apostel Paulus voor de Christenen:
“Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jacob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.”
Romeinen 11:25-27
Die verharding is van tijdelijke aard, daar komt een einde aan. Dat was voor ons bestwil. God heeft Israël niet afgeschreven. De Kerk heeft niet de plaats van Israël ingenomen. Er komt een volkomen omkeer in de situatie van Israël.
“Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen.
(…)
Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.”
Zacharia 12: 2-3, 9-10
Dan zal Israël de Here Jezus als Messias erkennen. We herhalen het woord van de apostel Paulus: “En aldus zal gans Israël behouden worden.”
“Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.”
Efeziërs 5:14
Schriftlezing
“Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk. Maar van hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht mag onder u zelfs geen sprake zijn, zoals het heiligen betaamt, en evenmin van onwelvoegelijkheid en zotte of losse taal, die geen pas geven, doch veeleer van dankzegging. Want hiervan moet gij doordrongen zijn, dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God. Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid. Doet dan niet met hen mede. Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, – want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid – , en toetst wat de Here welbehagelijk is. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht. Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad. Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.”
Efeziërs 5:1-17
Boodschap
De nu onbewoonde stad Efeze uit de 12e eeuw voor Christus, was de belangrijkste stad in de Romeinse provincie van Klein-Azië, het huidige Turkije. De stad met zijn driehonderdduizend inwoners had een beroemde tempel voor de vruchtbaarheidsgodin Diana met de vele borsten. Van deze godin werd gezegd, dat ze uit de hemel gevallen was. Deze godin werd wereldwijd vereerd. In de Franse stad Nîmes bestaat de nog altijd toegankelijke ruïne van een tempel van deze godin. Bij mijn bezoek bleek de godin niet aanwezig, er was ook geen afbeelding van haar. Er was in Efeze een grote Joodse gemeenschap. In het jaar 52 bezocht de apostel Paulus deze stad. Vanwege het belang van dit belangrijke handels-, politiek en godsdienstig centrum bleef hij er bij een later bezoek 2 jaar. Toen begon er vijandschap tegen het groeiende Christelijke geloof te ontstaan. De godsdienst van Diana begon er onder te lijden zodat zelfs een economische crisis ontstond. Hoewel er nog veel meer interessante dingen over deze stad te vertellen zijn, zullen we het hier even bij laten. We zijn in het gelukkige bezit van enkele momentopnamen over een periode van ruim 30 jaar van de geschiedenis van deze Gemeente. Ik noem enkele hoogtepunten. Volgens Handelingen 19:1-8 kwam de apostel Paulus na zijn reis door de bovenlanden in Efeze. Drie maanden lang sprak hij in de synagoge over het Koninkrijk Gods. Hij maakte kennis met 12 mannen, die eerder in Jeruzalem de doop van Johannes hadden ontvangen. Na Paulus’ prediking lieten zij zich dopen en ontvingen de Heilige Geest. Hier ligt de basis van de Christelijke Gemeente in die stad. Er gebeurden opzienbarende dingen in die stad. Ik citeer:
“Enige van de rondreizende Joodse geestenbezweerders waagden het over hen, die zulke boze geesten hadden, de naam van de Here Jezus te noemen met de woorden: Ik bezweer u bij de Jezus, die Paulus predikt. Het waren nu zeven zonen van een zekere Skevas, een Joodse overpriester, die dit deden. Maar de boze geest antwoordde en zei: Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij? En de mens, in wie de boze geest was, sprong op hen af, overweldigde hen tezamen en bleek zoveel sterker dan zij, dat zij zonder kleren en gewond uit dat huis moesten vluchten. En dit werd bekend aan allen, Joden en Grieken, die te Efeze woonden, en vrees overviel hen allen, en de naam van de Here Jezus werd grootgemaakt; en velen van hen, die gelovig geworden waren, kwamen hun schuld belijden en uitspreken wat zij bedreven hadden. En enigen van degenen, die toverkunsten hadden uitgeoefend, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van allen. En men berekende de waarde ervan en stelde die vast op vijftigduizend zilverstukken. Zo wies het woord des Heren krachtig en het werd sterker.”
Handelingen 19:13-20
Dit alles leidde ertoe, dat de Efeziërs zich van godin Diana begonnen los te maken. Dit had grote gevolgen voor de industrie waar de beeldjes van de godin werden gemaakt. Het trof het godsdienstig toerisme met alles wat daarbij hoort. De toen al bestaande vakbond kwam in verzet. Het liep uit op een massabetoging voor de godin in het eerder genoemde theater. De hele stad was in rep en roer. Er was zelfs een dreiging dat de Romeinse troepen zouden ingrijpen om de orde te herstellen. Paulus was van zijn leven niet zeker. Een ding is duidelijk: er ging een krachtige werking uit van de Gemeente. De Gemeente verkocht geen verhaal voor kinderen en oude vrouwtjes. Was het zo maar gebleven! Tien jaar later schreef de apostel een brief aan deze Gemeente. Uit de tekst van deze overdenking spreekt grote zorg. Het begin was zonder meer indrukwekkend. Maar een jaar of tien na dat indrukwekkende begin riep de apostel de ingedutte Gemeente toe:
“Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen.”
Efeziërs 5:14-15
Is daar iemand? Wakker worden! Dat was in het jaar 64. Het is verdrietig, dat de volgende generatie het er niet beter afbracht. Rond het jaar 95 kreeg de apostel Johannes van de Heer der Gemeente de opdracht een brief aan de Gemeente Efeze te sturen waarin o.a. het volgende te lezen stond:
“Dit zegt Hij, die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die tussen de zeven gouden kandelaren wandelt: Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden; en gij hebt volharding en hebt verdragen om mijns naams wil en gij zijt niet moede geworden. Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt. Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert.”
Openbaring 2:1-5
Tien jaar na het begin van de Gemeente wordt ze opgeroepen wakker te worden. De Gemeente was ingedut. Het betekent niet, dat er niets goed aan was. Dat bleek 30 jaar later wel uit hun inspanning en volharding. Hun geestelijk inzicht om de verkondigers van verhaaltjes te ontmaskeren. Ondanks de kritiek, die ze kregen waren ze niet moe geworden maar gingen door. Maar een ding ging niet goed: de Heer van de Gemeente, Jezus Christus, stond niet meer op de eerste plaats. Dit is fataal voor de Gemeente. Als er geen verandering in komt, dreigt Hij de kandelaar, de aanwezigheid van de Heilige Geest, weg te nemen. Als dat gebeurt zakt de Gemeente af naar het niveau van een club, die kerkje speelt. De vraag voor elke Gemeente is steeds weer: zijn wij in het centrum van Gods wil, of zijn we zo druk bezig, dat we dat niet meer zien? Of we dat nu prettig, en van deze tijd, vinden of niet: bidden wij in alle oprechtheid: Uw wil geschiede, wat het ook kost? De Gemeente, die zich zo opstelt en het in praktijk brengt, krijgt kritiek. Met alle goede bedoelingen, met alle inzet, die gelovigen kunnen opbrengen, kunnen ze geestelijk ingeslapen zijn. Daarom riep de apostel ”wakker worden.” Kijk hoe het begon, en hoe is het nu? Het is niet allemaal vanzelfsprekend. De apostel riep: sta op van tussen de doden. Die doden zijn de mensen, die geestelijk dood zijn, mensen, die God niet kennen. Ongelovigen moeten wedergeboren worden; ingeslapen gelovigen moeten wakker worden. Ze moeten zien waar het om gaat en er naar handelen. De Efeziërs leefden in een grote stad, die bruiste van de energie. Misschien verdienden ze de kost in het toerisme of in de handel. Daar is niets mis mee, maar lieten ze zich niet sluipend meeslepen in de heersende cultuur, die van het Christelijk geloof niets hebben moet? In onze tijd is het niet anders. Dit is alles behalve comfortabel. Wie een volgeling van Christus wil zijn, betaalt daarvoor een prijs. In deze tijd wordt dat steeds moeilijker. Er zijn berichten, dat veel jonge mensen spontaan voor gebed bijeenkomen. Velen hebben een blij geloofsleven gekregen. Hier klinkt het geritsel van een Opwekking. Ziet u er ook naar uit? De roep klinkt: wakker worden! Hoort u het? Sta dan op, de Meester is daar en Hij roept u!
“En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”
Handelingen 2:43
Schriftlezing
“Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal. En met nog meer andere woorden getuigde hij, en hij vermaande hen, zeggende: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht. Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.”
Handelingen 2:37-47
Boodschap
Toen ze dit hoorden… In zijn Pinksterboodschap kraakte de apostel Petrus harde noten. Hij hield zijn toehoorders voor, dat ze eraan hebben meegewerkt dat Jezus “door de handen van wetteloze mensen aan het kruis (werd) genageld en gedood.” Handelingen 2:23. Ze gingen in op Petrus’ oproep “om zich uit dit verkeerde geslacht te laten behouden.” Dat wil zeggen, ze aanvaardden de boodschap om met hun oude manier van denken te breken. Dat werd zichtbaar toen ze zich lieten dopen. Dopen is de vertaling van het Griekse baptizein, dat in het Grieks nooit iets anders dan onderdompelen betekent. Het is het afdalen in het watergraf en daarin ondergaan. Het is de begrafenis van het oude leven. Daarbij wordt de Naam van God de Vader, van God de Zoon en God de Heilige Geest aangeroepen. Tegelijk wordt door het opstaan uit het water de latere Opstanding uit de dood uitgebeeld. Het betekent het grote allesbeslissende keerpunt in het leven van een mens. Het verleden ligt achter de dopeling, de toekomst ligt voor hem. Dit is het gevolg van de aanvaarding van Gods Woord en de overtuiging van de Heilige Geest. Het gaat niet om een traditie. De aanvaarding van Gods Woord, de overtuiging van Gods Geest, de wedergeboorte en de doop zijn onvergetelijke doorleefde werkelijkheden. We hadden het over de Pinksterdag. Gelukkig is daar is een vervolg op. Gods Geest was zo krachtig en merkbaar aanwezig, dat 3000 mensen dat Woord aanvaardden en zich lieten dopen. Waar God Woord eerst niet begrepen of afgewezen werd, gaan deze gelovigen volharden in het onderwijs van de apostelen. Er ontstond ook een nieuwe gemeenschap. Ze herdachten regelmatig de dood van de Here Jezus, waardoor zij behouden konden worden. Wat vaak vergeten wordt of niet goed tot zijn recht komt, ze bleven volharden in de gebeden. Net als de discipelen deden na de Hemelvaart, ruimden ze tijd in voor gebed. Als we dit alles de revue hebben laten passeren volgt er nog iets. En dat is niet het minste:
“En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”
Handelingen 2:43
De gelovigen joegen de mensen geen schrik aan. Integendeel: de mensen stonden met verbazing te kijken naar wat er allemaal gebeurde. Allemaal dingen, die in onze dagelijkse beleving gewoon niet kunnen. Maar het gebeurde wel. Het is geen sprookje, er waren teveel ooggetuigen om iets te verzinnen. Ze zagen het voor hun ogen gebeuren. De Bijbel beschrijft niet welke wonderen en tekenen er dan allemaal plaatsvonden. Maar niemand kon er omheen, dat God op een bijzondere manier liet zien, dat HIJ er was. Het gevolg daarvan was, dat er vrees over alle mensen kwam. Wat is dit? Wat moeten we hier mee? Wie doet dit? Vrees, wat moet ik me daarbij voorstellen? Elk mens heeft op de een of andere manier wel eens met vrees te maken. Als we de zaak niet meer zelf in de hand kunnen houden, worden we bang. Gezien tegen de achtergrond van Handelingen 2 gebeuren hier geweldige dingen.
Petrus spreekt tot zijn eigen volk. Hij beschuldigt hen openlijk van de moord op de Messias, die God gezonden had voor Zijn volk. Ze hadden Hem niet begrepen, maar verworpen. De ene week riepen ze: gezegend is Hij, die komt in de Naam des Heren, een week later riepen ze in koor: kruist Hem. Door de harde confrontatie met de waarheid, schrokken de toehoorders zich onderstboven. Wat zei Petrus?
“Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt. Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?”
Handelingen 2:36-37
Het antwoord is kort en duidelijk:
“Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen.”
Handelingen 2:38
De zaak is ernstig, maar niet hopeloos. Vele toehoorders gingen in op de oproep zich hiervan te bekeren. Bekeren is, omdraaien en de andere kant, de goede kant, uitgaan. Dat was maar niet alleen voor de toehoorders van Petrus. Dat geldt ook voor ieder, die vandaag Gods Woord hoort. Hoe hebben wij het eraf gebracht met Jezus? Hebben wij Hem erkend of vinden we, dat we Hem niet nodig hebben? Petrus sprak tot Gods uitverkoren volk. Wat een beschuldiging. Het waren toch geen ongelovigen! Nee, dat niet maar wel deden ze wat goed was in eigen ogen. Is het met veel mensen, die zich Christen noemen, niet hetzelfde? Ieder doet zijn eigen ding. Maar dit is de verkeerde weg. Door de overtuigende inwerking van de Heilige Geest, dat het waar was wat Petrus zei, hebben vele toehoorders zich bekeerd. Als gevolg van de gebeurtenissen op de Pinksterdag, kwam er vrees over alle ziel. De mensen werden regelrecht geconfronteerd met Gods aanwezigheid. Ze wisten meteen, dat ze zich voor hun daden moesten verantwoorden. Dat gold voor toen, het geldt voor nu. Dit is een harde boodschap. Velen willen die niet horen. Voor het Pinksterfeest waren er misschien wel een miljoen mensen in de stad. We zijn ervan onder de indruk, dat er door één preek 3000 mensen tot geloof komen. Maar dit aantal valt weg tegen de honderdduizenden, die in de stad waren. Op die dag was het voor duizenden een heilzame schrik. Later groeide de Gemeente uit tot 10.000 en dan houdt de telling op. Sinds die dag is het voor miljoenen een heilzame schrik geweest en nog. God draait er geen doekjes om. Hij zegt waar het op staat en dat is voor ons bestwil. Als je bij de dokter een nare boodschap krijgt, wordt je niet boos op de dokter. Hij heeft het beste met je voor. Je vraagt jezelf af of er een oplossing is. En die zal de dokter ook geven. Het is een voorrecht, als Gods Woord ons overtuigt van de noodzaak van omkering, van bekering en Zijn Geest die overtuiging in ons hart legt. Er kan en mag een punt gezet worden op de levensweg. Er mag een verleden zijn en een nieuw begin. Het allesbeslissende keerpunt. Als u dat nog niet gekend hebt, wens ik het u toe. Die heilzame schrik. Waarom? De apostel Paulus schreef aan de Gemeente:
“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”
1 Corinthiërs 15:19
Wie geen hoop heeft voor de eeuwigheid, staat met lege handen. En dat wens ik u niet toe, echt niet.
“En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.”
Handelingen 2:2-4
Schriftlezing
“En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen. En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen? Maar anderen zeiden spottend: Zij hebben te veel zoete wijn gehad! Maar Petrus stond met de elven op, en hij verhief zijn stem en sprak hen toe: Gij Joden en allen, die te Jeruzalem woonachtig zijt, dit zij u bekend en neemt mijn woorden ter ore. Want deze mensen zijn niet dronken, zoals gij veronderstelt, want het is het derde uur van de dag; maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt. En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden worden.”
Handelingen 2:1-21
Boodschap
Op de Pinksterdag kun je verwachten, dat er over Handelingen 2 gesproken wordt. Dan gaat het over de uitstorting van de Heilige Geest. Maar wat betekent het eigenlijk? Het “feest der weken,”dat op die dag door de Joden gevierd werd, was een hoogtijdag. Van ver over de grenzen kwamen de Joden elk jaar naar Jeruzalem om dit feest te vieren. Ook dit jaar weer. Maar op de dag, die wij de Pinksterdag noemen, was er iets bijzonders, iets heel bijzonders. Er staat, dat het gehele huis met het geluid als van een geweldige windvlaag gevuld werd en er tongen als van vuur aan de discipelen verschenen. Met “het hele huis” wordt hoogstwaarschijnlijk de Tempel bedoeld. We lezen, dat de menigte te hoop liep en ze zich verbaasde, dat ieder hen in zijn eigen taal hoorde spreken. Het is niet mogelijk om alle facetten van deze gebeurtenis te belichten. Twee dingen krijgen even bijzondere aandacht. We staan stil bij wind en vuur. Om te beginnen staat er niet, dat er wind was, ook niet dat er vuur was. Wat ze hoorden was als het geluid als van een geweldige windvlaag; wat ze zagen was als tongen van vuur. Van geen wonder, dat de mensen te hoop liepen. Wie had ooit zoiets gehoord of gezien. Maar het is niet genoeg om het alleen maar te horen en te zien. Het is ook niet genoeg om dit nu te lezen, maar wat betekent het? Op deze Pinksterdag ging weer deel van Gods profetie in vervulling. In het Hebreeuws wordt voor “wind” en “geest” hetzelfde woord “ruach” (spreek uit: roeach) gebruikt. Het was een manifestatie van Gods aanwezigheid. God liet Zich als het ware horen. Het verschijnsel werd nog versterkt door “tongen als van vuur.” Dit voert heel ver terug in Bijbel.
“Zo was Mozes gewoon de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan, te hoeden. Eens, toen hij de kudde naar de overkant van de woestijn geleid had, kwam hij bij de berg Gods, Horeb. Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd. Mozes nu dacht: Laat ik toch dat wondere verschijnsel gaan bezien, waarom de braamstruik niet verbrandt.”
Exodus 3:1-3
Vele generaties na Mozes waren de mensen in Jeruzalem even verwonderd als hij, toen ze dit schouwspel zagen. Wat zou dit toch zijn? Je hoort het geluid, je ziet de vlammen, maar er is geen wind en er is geen vuur. De discipelen werden ook niet verteerd door het vuur. Wind en vuur zijn tekenen van Gods aanwezigheid en van Zijn heiligheid. Tegen Mozes zei de Engel des Heren: Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond. Voorts zei Hij:
“Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.”
Exodus 3:5-6
Nu weten we, wie dit in Jeruzalem deed. De Engel des Heren was niemand anders dan de Here Jezus, die Zichzelf hier openbaarde. Met de discipelen gebeurde ook iets. Ze werden allen vervuld met de Heilige Geest. Waar blijkt dit uit? Ze spraken alle talen van de Joden die van heel ver gekomen waren. De ongeletterde discipelen spraken wel een dozijn verschillende talen, die ze nooit geleerd hadden. Ik maak even een uitstapje. De mensen uit o.a. Mesopotamië hoorden de verkondiging van Gods grote daden in hun eigen taal. Gods Woord werd eeuwenlang tot in China gehoord en geloofd. De Amerikaanse historicus Philip Jenkins schreef het belangwekkende boek “De Verloren geschiedenis van het Christendom” met als ondertitel “De Duizendjarige Gouden Eeuw van de Kerk in het Midden-Oosten, Afrika en Azië.” Daarin beschrijft hij het eeuwenlange en wijdverbreide Christendom in gebieden van de Eufraat en de Tigris; het huidige Irak, Turkije en Syrië. We keren teug naar ons onderwerp. Meerdere Bijbeluitleggers verbinden Pinksteren met de profeet Ezechiël. De ongeveer 400 jaar latere profetie van Joël voegt er een nieuwe dimensie aan toe. Behalve de profetie over de uitstorting van de Heilige Geest, trekt Joël de profetie door tot in de eindtijd.
“Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. En het zal geschieden, dat ieder die de naam des Heren aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de Here gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de Here zal roepen.”
Joel 2:30-32
Pinksteren met de uitstorting van de Heilige Geest staat niet op zichzelf. Het past in een breder kader. Pinksteren is een verdere ontwikkeling van Gods heilsplan met Israël en van daaruit met de Gemeente van Christus. Pinksteren wordt vaak gezien als de geboortedag van de Gemeente. En dat is het ook, maar we moeten niet vergeten, dat het Pinksterfeest allereerst een Joods feest was. De Gemeente, die op de Pinksterdag geboren werd, was een Joodse Gemeente. In zijn Messiaans Joods Manifest laat David Stern zien, dat de heidenen (d.w.z. de niet-Joden) rond het jaar 50 in de Gemeente begonnen te komen. Rond het jaar 350 zijn er meer niet-Joden in de Gemeente dan Joden. Met dit al mogen we niet vergeten, dat God Zich aan Israël heeft geopenbaard. De God, die aan Mozes verscheen, de God, die Zich op de Pinksterdag aan de discipelen openbaarde niemand anders is, dan de God van Abraham, Isaak en Jacob. Toen het gebeurde was Mozes alleen; toen het op de Pinksterdag gebeurde was een grote menigte er getuige van. God openbaarde Zijn aanwezigheid in het geluid als van een geweldige windvlaag en als vlammen van vuur. De ontwikkeling van Gods heilsplan omspant de eeuwen. Als we ons beperken tot Handelingen 2 zijn het geluid van de windvlaag en de tongen als van vuur bizarre verschijnselen. We begrijpen ze pas, als we ze zien in het Bijbels verband. Met de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag is de profetie van Joël niet uitgeput. Er gaat nog meer gebeuren. De God, die Zich openbaart in wind en vuur is Dezelfde nu.
“Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft. En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zei Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zei tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen. Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan.”
Handelingen 1:1-12
Boodschap
Op de dag, die wij als de Hemelvaartsdag kennen, stonden de discipelen als aan de grondgenageld toen ze zagen, dat de Here Jezus voor hun ogen in een wolk werd opgenomen. Zolang ze konden staarden ze hem gefascineerd na. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. Maar wie wel? Ze waren samen met de Here Jezus deze kleine berg beklommen, die 100 meter boven Jeruzalem uitstak. Maar ze hadden geen idee, wat ze zouden gaan beleven.
De Olijfberg. Deze berg werd het toneel van een uitzonderlijke gebeurtenis. Die betekenis wordt nog steeds schromelijk onderschat. Deze gebeurtenis was en is meer dan wereldgeschiedenis, het is heilsgeschiedenis. Voordat de Here Jezus opvoer hadden de discipelen nog aan Hem gevraagd, of Hij nog in hun tijd het koningschap over Israël zou herstellen. Hij had toch 40 dagen lang met hen over de dingen van het Koninkrijk gesproken! Was het dan nu zover? En toen kregen ze een teleurstellend antwoord. Daar moeten jullie niet naar vragen. Hadden ze het dan helemaal mis? Hadden ze dan in al die 40 dagen niets geleerd? Zaten ze er dan helemaal naast? Jezus had toch al die tijd over het Koninkrijk gesproken. Hun vraag was toch logisch! Zij waren bezig met de geschiedenis van Israël. Net als zij, moeten wij ook iedere keer weer ontdekken, dat wij ook niet altijd een bevredigend antwoord op onze logische vragen krijgen. Vaak komt er dan heel iets anders. Zo was het ook bij de discipelen. Maar we blijven toch even bij de verwachting van dat Koninkrijk. De Here Jezus zei niet, hoe komen jullie erbij? Wat een domme vraag. Nee, natuurlijk komt dat Koninkrijk er, maar dit is niet het moment. Er moet eerst een ander, wereldomvattend historisch feit plaatsvinden. Het is niet maar vaderlandse geschiedenis voor Israël, het is wereldgeschiedenis. Op de Hemelvaartsdag kreeg de Olijfberg een kapitale rol in de wereldgeschiedenis. Maar dat werd niet begrepen. De hemelvaart vond vanaf hier plaats. Met stomheid geslagen zagen ze het gebeuren. Ze waren zo geboeid door dit schouwspel, dat ze twee mannen, die zich bij het gezelschap hadden gevoegd, blijkbaar niet eens hadden opgemerkt. Wie waren dat? Wat zei die ene? “Wat staan jullie daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.” En wat gebeurt er dan in de hemel?
Weten we dat? Ja! Al 1000 jaar voor Christus. Hemelvaart heeft alles met Israël te maken. In principe is het een Joods feest;. Het is geen uitvinding van de kerk. Maar zij mag er sinds de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag in delen.
“Aldus luidt het Woord des Heren tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten. De Here strekt van Sion uw machtige scepter uit: heers te midden van uw vijanden. Uw volk is een en al gewilligheid ten dage van uw heerban; in heilige feestdos rijst uit de schoot van de dageraad de dauw uwer jonge mannen voor u op. De Here heeft gezworen en het berouwt Hem niet: Gij zijt priester voor eeuwig, naar de wijze van Melchisedek. De Here is aan uw rechterhand. Hij verplettert koningen ten dage van zijn toorn.”
Psalm 110:1-5
De wereldgeschiedenis heeft te maken met de tijd. Gods heilsplan overstijgt de tijd. Dat wordt niet begrepen. In voortschrijdende openbaring kon de profeet Zacharia bijna 500 jaar later zeggen:
“Zie, er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden. Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem.”
Zacharia 14:1-5
Dat slaat op de Wederkomst van Christus. Wat betekent Hemelvaartsdag? Hangt die dag ergens mee samen? Ja zeker, met de vervulling van de profetie. In de periode tussen Pasen en Hemelvaart moet de prediking over het Koninkrijk gaan, dat komt. Hemelvaartsdag is de dag van Zijn kroning. Dat is pas feest. Daar is Koninginnedag niets bij. Maar het wordt niet gevierd. Hoe komt dat? De mensen zien het niet. Tot nu is Satan nog de Overste van deze wereld. En wat doet hij?
“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw (en dat is Satan) met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.”
2 Corinthiërs 4:3-4
Door prediking en bijbelstudie leren we de samenhang van de heilsfeiten ontdekken. Hemelvaart is heilsgeschiedenis. En daar gaat het om, niet maar om een vrije dag in 2009. Want:
“Jezus Christus, (is) de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed – en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden!”
“Aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft.”
Handelingen 1:3
Schriftlezing
“Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft. En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zeide Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.”
Handelingen 1:1-8
Boodschap
De Schriftlezing is maar kort. Maar er staat iets in, dat erg belangrijk is en waar we makkelijk overheen lezen. Daar kom ik straks op terug. Op de eerste Paasdag vielen de discipelen van de ene verbazing in de andere. Voor zijn arrestatie had de Here Jezus uitspraken gedaan, die ze toen niet begrepen. Lijden en sterven en na drie dagen opstaan uit de doden… Wat moesten ze zich daarbij voorstellen? Toen het gebeurde hebben ze het met diepe emotie, soms met vertwijfeling, allemaal zien gebeuren. Denk maar aan Thomas. Toen de Here Jezus op Paasavond aan de discipelen verscheen, was hij er niet. De volgende Zondag, toen de Here Jezus weer verscheen was hij er wel. Na Zijn Opstanding vielen een aantal stukjes van de legpuzzel op hun plaats. Maar ze waren er nog niet. In het bijzijn van de andere discipelen kreeg Thomas een gezegende ontmoeting met Jezus, maar het was wel pijnlijk. Ik denk, dat Petrus toen maar even niets heeft gezegd… Maar waar ging het gesprek verder over? De Here Jezus zal toch niet alleen maar met Thomas gesproken hebben en verder niets gezegd hebben! Tussen haakjes, hoe zou u het vinden, als er plotseling iemand midden in de huiskamer stond. Hij had niet gebeld, had geen sleutel, en de deur zat op slot? De buitendeur bleef dicht. Ook de kamerdeur ging niet open. En daar stond Hij. Over emotie gesproken. In de tekst waar we over nadenken staat, dat de Here Jezus na Zijn Opstanding 40 dagen lang met de discipelen over het Koninkrijk Gods gesproken heeft. Misschien is Hij er die avond gelijk mee begonnen. We weten het niet. Was daar dan zoveel over te vertellen? In bijna 6 weken kan er heel wat gezegd worden. Maar van die gesprekken werd geen verslag gemaakt. Dat was ook niet nodig. Het Oude Testament staat vol met profetieën over het Koninkrijk. Het is zonneklaar, dat de Here Jezus daar nader tekst en uitleg over gegeven heeft. Toen Israël, pas bevrijd uit Egypte in de woestijn Sinaï aankwam, liet God het volk weten:
“En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.”
Exodus 19:6
Koning David profeteerde:
“Want het koninkrijk is des Heren, Hij is heerser over de volken.”
Psalm 22:29
In zijn boek werkt de profeet Daniël het allemaal verder uit:
“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”
Daniel 2:44
Vanaf Exodus tot Haggaï, wordt dit thema in het hele Oude Testament aangetroffen. In het Nieuwe Testament wordt die lijn tot in het Boek Openbaring voortgezet. Hoewel de Bijbel er steeds verder over uitweidt, blijven er voor ons ook genoeg vragen over. Een ding is zeker, het is er en de dag komt, dat het voor ieder zichtbaar zal zijn. Misschien zou het goed zijn, als we meer aandacht aan dit onderwerp zouden besteden. We zijn zo druk bezig met talloze dingen, dat we het Koninkrijk makkelijk vergeten. Net als het volk Israël zijn er ook vandaag mensen, die zich allerlei voorstellingen van dit Koninkrijk maken. Bij Israël was het begrip zover verwijderd van wat God bedoelde, dat ze de koning van Israël, de Messias, niet herkenden toen Hij kwam. Ze verwierpen Hem en het Koninkrijk volgens Gods model. Vandaag is het niet anders. Theologen hebben naar eigen inzicht ontwerpen van het Koninkrijk gemaakt, zoals het volgens hen, zou moeten worden. Wat zij er ook van vinden, Gods Koninkrijk zal letterlijk op aarde aanwezig zijn. Israël had een verkeerde opvatting van het Koninkrijk. In navolging van Israël heeft de Kerk, de letterlijk bedoelde profetieën van het Koninkrijk vergeestelijkt. Dat Koninkrijk zou niet letterlijk bedoeld zijn, maar moest figuurlijk verstaan worden. Maar wat dat in de praktijk betekent, weet dan niemand. Als het aardse koninkrijk van de tien koningen uitgespeeld zal zijn, wordt het eeuwige Koninkrijk Gods openbaar:
“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”
Daniel 2:44
Deze profetie is glashelder. Er bestaat geen enkele reden, waarom God deze profetie niet letterlijk in vervulling zal doen gaan. Hoe dat moet, weet ik niet. We moeten niet verdergaan, dan Gods Woord ons geeft. Speculeren is uit den boze. God zegt in Zijn Woord, dat het komt. Dan komt het ook. Op Zijn tijd, volgens Zijn ontwerp. Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken.