De Opstanding

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here.”

Romeinen 1:3-4

Schriftlezing

“Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God, dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften – aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here – door wie wij genade en het apostelschap ontvangen hebben om gehoorzaamheid des geloofs te bewerken voor zijn naam onder al de heidenen, tot welke ook gij behoort, geroepenen van Jezus Christus – aan alle geliefden Gods, geroepen heiligen, die te Rome zijn: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.”

Romeinen 1:1-7

Boodschap

Het Schriftgedeelte, dat we hebben gelezen is erg kort. Maar het is daarom niet minder belangrijk, integendeel. Als dit alles was, wat we van de brief aan de Romeinen zouden bezitten, zou het meer dan voldoende zijn. Hier wordt de basis van het Christelijk geloof gelegd. Aan het begin van zijn brief aan de Romeinen legt de apostel Paulus dit fundament voor alles, wat hij aan hen schrijft. Alles hangt daar van af en hangt er mee samen. Het is maar niet een deftig begin, dat begint met een verheven uitspraak. Paulus maakt er geen literair hoogstandje van. De Opstanding van Jezus Christus uit de doden is het fundament van het Christelijk geloof. Valt dat weg, dan stort het Christendom in. Daarom is het Paasfeest zo belangrijk. Het behoort nog altijd tot de officiële feestdagen waarop iedereen in het land vrije dagen heeft. De vraag is, welke plaats dit heilsfeit in het leven van de gelovigen heeft. Vrije dagen en liefst mooi voorjaarsweer en dan er op uit. Op zich is daar niets is mee, maar waar gaat het in feite om? De Opstanding van Jezus Christus heeft een radicale wending aan de geschiedenis gegeven. Het heeft er enorm gespannen. Voordat Hij uit de doden opstond waren er dramatische gebeurtenissen aan vooraf gegaan. De komst van Jezus in deze wereld was de vervulling van een belofte aan het Joodse volk. Hij was de Christus, dat wil zeggen de beloofde Messias. Maar, en dat is heel triest, ze geloofden het niet. Hij beantwoordde niet aan de verwachting van de Joodse leiders. Zij hadden een beeld voor ogen, dat niet klopte met de werkelijkheid. Daaruit ontstonden grote problemen. Op allerlei manieren probeerden de leiders HEM te beschuldigen. Aan de hand daarvan konden ze bewijzen, dat Hij niet de Messias was. Maar dat lukte niet. Eindelijk was het zover, dat Hij gevangen werd genomen en voor de Joodse Raad moest verschijnen om Zich te verantwoorden. Van een eerlijk proces kan in ieder geval geen sprake zijn. De Evangelist Mattheüs schreef:

“De overpriesters en de gehele Raad trachtten een vals getuigenis tegen Jezus te vinden om Hem ter dood te brengen, maar zij vonden er geen, hoewel er vele valse getuigen optraden. Maar ten laatste traden er twee op, die verklaarden: Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en binnen drie dagen opbouwen. En de hogepriester stond op en zei tot Hem: Geeft Gij geen antwoord; wat getuigen dezen tegen U? Maar Jezus bleef zwijgen. En de hogepriester zei tot Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God. Jezus zei tot hem: Gij hebt het gezegd.”

Mattheüs 26:59-64

Dat was nu precies wat ze altijd al hadden willen horen. De Zoon van de levende God. Dit was dé Godslastering bij uitstek, een doodzonde, waar de doodstraf op stond. De Hogepriester ging helemaal in de fout, toen hij als teken van rouw, zijn kleren scheurde. Dat was voor de Hogepriester strikt verboden. Maar daar had niemand het over. Maar de Joodse Raad had zijn zin, ze konden Hem nu laten executeren. Maar dit was niet het einde van het verhaal! Wat gebeurde er bij de Opstanding?

“Door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here.”

Romeinen 1:4

Eigenlijk hadden ze met Jezus van Nazareth definitief afgerekend. Tenminste, dat dachten ze. Is het vandaag voor velen niet precies hetzelfde? Velen hebben met Hem afgerekend, ze hebben Hem uit hun leven verbannen. Voorlopig is het rustig. Ja, voorlopig. Er is al eerder op gewezen, dat zelfs in de kerk wordt gehoord, dat God niet bestaat. Als God niet bestaat, kan Hij dus ook geen Zoon hebben. Dan kan Hij niet sterven aan het kruis op Golgotha, dan kan Hij op de Paasmorgen niet opstaan uit de doden. Wat is daarvan de logische consequentie? Wat zegt Gods woord daar over?

“En indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren.”

1 Korintiërs 15:17-18

Dan is alles verloren. Maar het is gelukkig niet zo. Aan de andere kant wordt we overspoeld met reclames op de televisie, in kranten en folders van alles wat met Pasen toch vooral moeten eten, kopen en uitgaan om het, ja tot wat te maken? In deze tijd van crisis, van toenemende werkeloosheid, noem maar op, is het toch goed om even te onderbreken. En dat is zo. Maar daar is het geen Pasen voor. O ja, iemand heeft bedacht, dat we toch eigenlijk elkaar weer Paaskaarten moeten gaan sturen. Waarom? Kassa! Pasen is overal goed voor, als het maar geld oplevert. Maar over de Opstanding is het oorverdovend stil. Er is immers met Jezus van Nazareth afgerekend, denkt men. We leven in de eindtijd. Eens maakte de Here Jezus een opmerking over die tijd, Hij zei:

“Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?”

Lucas 18:8

In sommige vertalingen staat of Hij dan nog geloof op aarde zal vinden. Wat dat betreft hebben we niet te klagen. De wereld krioelt van geloof in alle soorten en maten. Maar het gaat om het Bijbels geloof. En hoe staat het er vandaag bij? In veel gevallen is het Christelijk geloof gereduceerd tot een cultureel verschijnsel. De vorm is overgebleven, de inhoud is verdwenen. Zoals eerder in de overdenkingen is aangegeven, het wordt hoog tijd, dat de gelovigen, de Christenen, op de knieën gaan. De Christen, die nadenkt over wat zich vandaag in de samenleving afspeelt, kan hier alleen maar voor gaan bidden. We kunnen de omstandigheden niet naar onze hand zetten. Wat dat betreft zij we machteloos. Maar er wordt veel te weinig gebruik gemaakt van het wapen, dat de gelovige heeft. Maken we er gebruik van of ligt het te roesten bij onze geestelijke wapenrusting? Op alle mogelijke manieren wordt geprobeerd mensen met het Evangelie te bereiken. Cursussen, workshops, seminars, toeters en bellen. Hier en daar wordt misschien iemand gewonnen. Hoeveel hypes zijn er in de loop der jaren al gepasseerd. En wat heeft het gebracht? Het probleem is, dat met veel inzet alles uit de kast gehaald wordt, maar het moet vooral zonder eelt op de knieën. En dat werkt niet. Dat heeft nog nooit gewerkt. Vandaag is het Paasmorgen, de Opstanding van de Levensvorst. Hij zonderde hele nachten af voor gebed. Als Hij dat nodig vond, wat doen wij dan? Zou het niet goed zijn om onze dagindeling te veranderen en ruimte te maken voor gebed? Dan kan het echt Pasen worden, als de Opstandingskracht doorbreekt in de levens van Gods kinderen. Daar moet het beginnen. Opwekking begint niet in de wereld, maar in Gods Huis. Als het daar niet verandert, is er voor de wereld geen hoop. Dan staat Pasen wel op de kalender, maar de Opgestane Heer, Gods Zoon, Jezus Christus blijft de grote afwezige. Het kan anders, dan moet het anders. Zo leert Gods Woord het in het Oude en in het Nieuwe Testament. De Kerkgeschiedenis staat er vol van. Daarom: op de knieën in gebed, totdat God antwoordt. En HIJ doet het.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Aanslag

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart.”

Genesis 6:5-6

Schriftlezing

“Toen de Here zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. En de Here zei: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. Maar Noach vond genade in de ogen des Heren. Dit is de geschiedenis van Noach. Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God. En Noach verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jafet. De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij. En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op de aarde verdorven. Toen zei God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen. Maak u een ark van goferhout; met vakken zult gij de ark maken en haar van binnen en van buiten met pek bestrijken. En zó zult gij haar maken: driehonderd el zal de lengte der ark zijn, vijftig el haar breedte en dertig el haar hoogte. Gij zult aan de ark een lichtopening maken, en een el van boven af zult gij die afwerken, en de ingang der ark zult gij in haar zijkant aanbrengen; met een onderste, een tweede en een derde verdieping zult gij haar maken. Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen. Maar met u zal Ik mijn verbond oprichten, en gij zult in de ark gaan, gij en uw zonen en uw vrouw en de vrouwen uwer zonen met u. En van al wat leeft, van alle vlees, van alles zult gij één paar in de ark brengen om het met u in het leven te behouden; mannetje en wijfje zullen zij zijn. Van het gevogelte naar zijn aard en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte van de aardbodem naar zijn aard, van alles zal één paar tot u komen om het in het leven te behouden. En gij, neem u van alle voedsel, dat gegeten wordt, en verzamel het bij u, opdat het voor u en voor hen tot spijze zij. En Noach deed het; geheel zoals God het hem geboden had, deed hij.”

Genesis 6:5-22

Boodschap

Deze week staan radio en televisie bol van berichtgeving over een terroristische aanslag in Amsterdam. We dachten tot nog toe, dat het allemaal nogal meegevallen was. Nee dus. Wat het allemaal inhoudt weten we nog niet, maar opwekkend is het bericht niet. En zoals altijd: er is niets nieuws onder de zon. In de eerste hoofdstukken van de Bijbel lezen we al over geweld. In Noachs tijd was de aarde vol van geweld. Mensen hebben van het begin af verkeerde dingen gedaan, maar als het om geweld gaat, wordt bij God de uiterste grens van Zijn geduld overschreden. Gods reactie was: “zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen.” Door de zondvloed maakte God een einde aan de anarchie. Sommige wijsneuzen beweren, dat er nooit een zondvloed heeft plaatsgevonden. Ja, plaatselijk misschien maar niet wereldwijd. Voor hen heb ik een vraag.

In de jaren 90 was ik predikant in Franche Comté tegen de Zwitserse grens. De gastvrouw van de Bijbelstudiegroep was lid van de gemeenteraad geweest. Ze vertelde, dat er een nieuwe weg aangelegd moest worden. Het is een bergachtig gebied. Er moesten bulldozers aan te pas komen. Tot ieders verbazing stootten de machines op metersdikke lagen schelpen. Als de zondvloed niet meer was dan een lokale overstroming, kan iemand mij dan uitleggen hoe deze schelpen op 900 km. van de Atlantische Oceaan op 400 meter hoogte terecht zijn gekomen?

Ik geloof eerder mijn Bijbel dan de mening van een wijsneus, die er niet bij geweest is. De wereldwijde zondvloed laat duidelijk zien hoe God geweld veroordeelt en uitbant.

De berichtgeving gonst van dreigingen en aanslagen van geweld. In bussen en treinen, op scholen, in grote winkels. Allerlei overheidsdiensten zijn in touw. Het liep met een sisser af, dit keer wel. Mensen worden in eigen woning overvallen, op straat beroofd. Zo komt het heel dicht bij. Iedereen weet, dat het op andere plaatsen nog veel erger is. Het lijkt met de dag erger te worden. Het is dweilen met de kraan open. En wat zeggen de kerken? Van die kant heerst een oorverdovende stilte. Heeft de kerk van vandaag geen boodschap voor de samenleving? Zou het niet zinvol zijn als er een Herderlijk Schrijven kwam? Met gevaar voor eigen vrijheid en leven lazen predikanten tijdens de oorlog soms namens de hele kerk een Herderlijk Schrijven voor in de gemeente. Waarom zwijgen vandaag al die kerken en gemeenten over de situatie, die ons allen aangaat? Nee, men wil niet terug naar vroeger. Dat alstublieft niet. Dat ruikt naar spruitjes. De samenleving is volwassen geworden. Dat is te merken. Maar toen de mensen zogenaamd nog niet volwassen waren, bestonden deze monsterachtige toestanden niet!

Uit de geschiedenis is bekend, dat in tijden van nood de Overheid het volk opriep tot een dag van gebed. Ja maar, er bestaat nu een scheiding van kerk en staat. Welnu, laat de kerk het dan doen! En als dan niet het hele volk daartoe opgeroepen kan worden, waarom dan de eigen achterban niet? Trouwens, ik dacht dat de kerk een woord voor de wereld had! De protestantse kerken belijden het algemeen priesterschap der gelovigen. De priesterdienst houdt in, dat de priester voor het volk bij God bidt en pleit. Maar dan moet hij of zijn wel eerst recht tegenover God staan. Geen onbeleden zonden. Wanneer is het zover? En als het in kerk of gemeente niet aanslaat, kan de gelovige zich in eigen binnenkamer terugtrekken en bidden. Voor hem en haar is de belofte, dat God het zal vergelden. Hoe en wanneer moeten we aan Hem overlaten. Waar wacht u op? We hebben een verantwoordelijkheid tegenover God en de naaste. We hebben ook de opdracht te bidden voor de Overheid. Doen we dat? Hebt u er ook zo’n moeite mee met wat er in Den Haag wel of niet gedaan wordt? Bij alle dreiging van geweld rolt ook de economische crisis over ons heen. Gevolg van ontembare gierigheid en hebzucht ten koste van wie. Ja, van u en van mij. Wat hebben wij gedaan om die crisis uit te lokken? Daar is geen kruid voor gewassen. De regering zit met de handen in het haar. Voorlopig kot het niet verder dan praten, overleggen en onderhandelen. Het is complex, het heeft tijd nodig. Ik stond erbij en kijk ernaar. Kunnen we als gelovigen dan helemaal niets? De apostel Paulus schreef aan Timotheüs:

“Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid. Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.”

1 Timotheüs 2:1-4

En dat waren gezagsdragers, die de mensen niet zelf hadden gekozen. De Romeinse bezetters, vijanden. Als we vragen wat Gods wil is, dan is hier het antwoord. Maar hoe kan God gebeden verhoren, die niet gebeden worden? We weten maar al te goed, dat wij op eigen houtje de situatie niet kunnen veranderen. Wachten op de volgende verkiezingen en dan…? Dan krijgen we meer van hetzelfde. De Bijbel leert, dat het anders kan; dan moet het ook anders. Niet door kracht of geweld, maar door Gods Geest in antwoord op gebed. Niet met bravour, niet met een houding van, “dat zullen wij eens even doen.” Het kan alleen in eigen machteloosheid, in alle eenvoud. Begint u er anders alstublieft niet aan. Aan Christus is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Ook over de noodsituatie van velen. Het enige wat gelovigen nu kunnen, mogen en moeten doen, is bidden. Zo kan oordeel over geweld afgewend worden. Zo als het nu is kan het niet blijven. Noach heeft de mensen 120 jaar lang gewaarschuwd, maar het hielp allemaal niet. Zou hij het alleen beter weten dan wij met zijn allen? De mensen geloofden het gewoon niet, totdat het gebeurde. Maar het houdt een keer op. Op een bepaald moment zet God er een punt achter. Zijn we vergeten wat Gods Woord ons voorhoudt?

“Wanneer Ik de hemel toesluit, zodat er geen regen is, wanneer Ik de sprinkhanen gebied het land kaal te vreten, indien Ik pest onder mijn volk zend, en mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.”

2 Kronieken 7:13-14

Maar kerk en gemeente moeten op de knieën. Als die het niet doen, laten we dan de binnenkamer ingaan. Niemand kan ons tegenhouden als wij vragen, dat er onder de mensen een besef van Gods aanwezigheid en van Zijn heiligheid komt. Dat moet in Gods huis beginnen. We moeten beginnen in eigen leven, in eigen kerk en gemeente, schoon schip te maken. Dan geeft Gods Woord de belofte, waar we Hem aan mogen houden:

“Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.”

Mattheüs 7:8

Laten we maar beginnen!

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Gebed

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Mattheüs 6:6

Schriftlezing

“Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden. Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven? Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven? Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden. Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.”

Mattheüs 7:7-12

Boodschap

Deze keer is de Schriftlezing kort. Maar er valt veel om over na te denken. Het gaat over het gebed. Er valt heel wat te zeggen over het gebed. Bidden is niet een gebed opzeggen. Als we: “Here zegen deze spijze, amen” of alleen maar het Onze Vader, gebeden hebben, is daarmee niet alles gezegd. Gebed houdt heel wat meer in. Het is het persoonlijk contact met God de Vader door onze Here Jezus Christus. Alleen door Hem hebben we toegang tot de Vader. We mogen dan ook bidden in Zijn Naam. Het betekent eigenlijk, dat we op gezag van Zijn Naam bij de Vader mogen aankloppen. Bidden is de intieme, de vertrouwelijke relatie met God. Het thema is dan ook, “ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene.” Wat daar door de bidder tegen God gezegd wordt, of aan Hem gevraagd wordt, heeft niemand mee te maken. Dat is strikt vertrouwelijk. Maar wij zijn gezelschapsmensen. We houden er niet van alleen te zijn. We houden niet zo van de stilte. We willen ook niet ongezellig zijn. Nu hoeft dat natuurlijk ook niet, maar hoe komt het over als je zou zeggen, ik wil bidden, ik ga even weg? Het kost moeite, we moeten er wat voor opofferen om dat te doen. Maar zegt de tekst, “uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.” Het staat er zo opvallend: “ga in de binnenkamer en doe de deur dicht.”

Voordeel is, dat we dan niet afgeleid worden. Maar je bent ook vrij om alles te zeggen wat je op je hart hebt. Ook het voorbeeld van de Here Jezus leert ons iets:

“En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden. Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.”

Mattheüs 14:23

Misschien staan we er niet bij stil. Maar in welke houding bidden we? Er zijn meerdere teksten in het Oude en in het Nieuwe Testament, die er iets over zeggen. Ik noem er twee.

“Treedt toe, laten wij ons nederwerpen en ons buigen, knielen voor de Here, onze Maker; want Hij is onze God, en wij zijn het volk dat Hij weidt, de schapen zijner hand. Och, of gij heden naar zijn stem hoordet!”

Psalm 95:6-7

De Psalmdichter geeft niet alleen aan, dat we behoren te knielen, maar hij zegt ook waarom: God is onze Maker, Hij is onze God. Ook het Nieuwe Testament geeft voorbeelden. De apostel Paulus schreef:

“Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt.”

Efeziërs 3:14-15

Ik ken een Gemeente waar de ouderlingen op de knieën gaan voordat de dienst begint en die aan God opdragen. Na de dienst knielen ze weer om God te danken voor ontvangen zegen. Weten we niet van Godsmannen, die twee afdrukken van hun knieën in de vloer achterlieten, de plaats waar ze gewoon waren te bidden. Zijn wij niet al te geëmancipeerd om gewoon te blijven zitten als we bidden? De Here Jezus zocht de stilte. En wat is dan bidden? We hebben het net gelezen:

“Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.”

Mattheüs 7:8

Bidden is ontvangen. Nou nou, zal iemand zeggen, dat ken ik wel anders. Was dat maar waar! De apostel Johannes schreef er over:

“Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God, en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht.”

1 Johannes 3:21-22

Bidden is niet een verlanglijstje inleveren. Het vraagt een bepaalde instelling. Is er geen belemmering voor gebedsverhoring? Kan er onbeleden zonde in ons leven zijn? Dat is een belemmering, die gebedsverhoring kan blokkeren. Wat doen we daarmee? De apostel Johannes wees daarvoor de weg:

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”

1 Johannes 1:9

En dan is er nog iets. Zonde, onenigheid in de Gemeente kan ook de gebedsverhoring voor genezing in de weg staan:

“Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”

Jacobus 5:16

Mensen zijn wonderlijke wezens. We durven wel God om vergeving vragen, maar aan een broeder of zuster in de Gemeente, dat lukt niet. Waarom niet? We zijn zo bang voor gezichtsverlies. Is dat belangrijk? Ja, het is heel belangrijk, het blokkeert het geestelijk leven in de gemeenschap. Dat valt niet altijd op. Behalve bestaande zonde wordt er dan nog een aan toegevoegd. Tijdens een Avondmaalsdienst wees ik er eens op. Ineens stond een jongeman op. Hij voelde zich niet vrij om aan het Avondmaal deel te nemen. Hij liep naar de andere kant van de zaal. Daar zat iemand, met wie hij een probleem had. Hij ging er heen om vergeving te vragen. Wat dacht u? Dat is Gemeenteleven. Geen kerkje spelen, maar doen wat Gods Woord zegt. Het komt aan op onze geestelijke gesteldheid. Dat wij bidden zoals God het wil, naar Zijn wil bidden. Niet om iets bidden, dat in strijd met Zijn Woord is.

“En dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien wij iets bidden naar zijn wil, ons verhoort. En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden.”

1 Johannes 5:14-15

De apostel Jacobus deed een harde uitspraak:

“Gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.”

Jacobus 4:2-3

“Hoe staat het dan? Ik zal bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand.”

1 Korintiërs 14:15

Als we om iets bidden, moeten we ons ook afvragen of Gods Naam er ook door verheerlijkt wordt. Dat heeft te maken met Zijn wil en met de gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Ja maar, zal iemand zeggen, ik heb niet gebeden om iets, dat tegen Gods Wood ingaat. Maar toch verhoort God mijn gebed niet. Dat kan niet. God verhoort alle gebeden. Maar, soms moeten we wachten, omdat God oordeelt, dat het niet nú moet. Het kan ook zijn, dat God niet geeft, wat we vragen omdat het niet goed voor ons is. Op dat moment begrijpen we het vaak niet. Later wordt het duidelijk, soms pas jaren later. Dan blijkt, dat we Hem alleen maar kunnen danken, dat God ons niet heeft gegeven, waar we om vroegen. En hoe vaak moeten we dan bidden? We zitten vaak in de knoop met onze agenda. We hebben het zo druk. Misschien zijn we bezig met echt goede dingen. Maar, zouden we er niet eens over nadenken, of we het goede soms niet moeten laten staan voor het betere? Dat vraagt iets van ons, misschien wel iets moeilijk zelfs. Maar in de geestelijke strijd, waarin we als gelovigen, staan geldt:

“En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen.”

Efeziërs 6:18

Soms moeten we die gelegenheid zelf maken. De apostel Paulus schreef:

“bidt zonder ophouden.”

1 Thessalonisenzen 5:17

En als het om de Gemeente gaat krijgen we het Woord mee:

“En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”

Handelingen 2:42-43

En wat gebeurt er dan? Dan gaat God dingen doen, waar we stil van worden. We hebben enig huiswerk te doen.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

De Dwaas

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.”

Psalm 53:1

Schriftlezing

“Voor de koorleider. Op: Machalat. Een leerdicht van David. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij bedrijven gruwelijk en afschuwelijk onrecht; niemand is er, die goed doet. God ziet neder uit de hemel op de mensenkinderen, om te zien, of er één verstandig is, één, die God zoekt. Allen zijn afgeweken, tezamen ontaard, er is niemand die goed doet, zelfs niet één. Hebben zij dan geen kennis, die bedrijvers van ongerechtigheid, die mijn volk opeten, als aten zij brood? God roepen zij niet aan. Daar verschrikken zij, terwijl er geen verschrikking is; want God verstrooit het gebeente van uw belager, gij doet hen beschaamd staan, want God heeft hen verworpen. Och, dat uit Sion Israëls redding daagde! Als God een keer brengt in het lot van zijn volk, dan zal Jakob juichen, Israël zich verheugen.”

Psalm 53:1-7

Boodschap

Met deze psalm valt koning David met de deur in huis. “De dwaas zegt in zijn hart, er is geen God.” Duizend jaar voor Christus was het zo, tweeduizend jaar na Christus is het nog zo. Mensen, die niet in God geloven. Zij worden atheïsten genoemd. Ze waren er ook in de dagen van de apostel Paulus. Maar ze hebben geen excuus. God gelooft namelijk niet in atheïsten. Paulus schreef:

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden.”

Romeinen 1:20-22

Het Godsbesef is bij ieder mens ingeschapen. Overal in de wereld zijn vormen van godsdienst. Overal vind je een vorm van Godsbesef. Het is dan ook merkwaardig als een predikant niet gelooft in het bestaan van God, maar hij gelooft wel in God. Uit een onderzoek is volgens de Provinciale Zeeuwse Courant van 6 januari 2009, gebleken, dat één op de zes predikanten niet gelooft in het bestaan van God of daar aan twijfelt. En zo moeten er volgens een onderzoek honderden zijn. De logische vraag is, waarom zo iemand dan predikant is. Vervolgens kopt dezelfde krant, dat de vraag naar psychische zorg groeit. Het begeleidend commentaar “Geestesziek” eindigt met de opmerking, “maar deze massale vraag om geestelijke hulp laat zich niet meer negeren.” Het komt er op neer dat de psychologie en de psychiatrie het verlossende woord moeten spreken. Het gaat om een grote crisis, en rijst de vraag, hoe die ontstaan is.

Een verwoestende Bijbelkritiek hield zich bezig of de Bijbel eigenlijk betrouwbaar is. De volgende stap is of God wel bestaat. Zo wordt de mens helemaal op zichzelf teruggeworpen. Het betekent, dat de problemen zich allemaal binnen de menselijke schedel afspelen en daar moet ook de oplossing gevonden worden. Geestelijk en psychisch zijn woorden, die door elkaar gebruikt alsof ze hetzelfde betekenen. Dat is aantoonbaar onjuist. In pastoraal werk in een grote psychiatrische inrichting ontmoette ik mensen, die daar niet thuishoorden. Maar omdat ze op een bepaald moment niet langer in de samenleving gehandhaafd konden worden, werden ze in de psychiatrie opgenomen. Daar werden ze met medicijnen onder de duim gehouden. Zij hadden geen zielsprobleem (psychisch), maar een geestelijk (pneumatisch) probleem. Volgens Gods Woord bestaat de mens uit geest, ziel en lichaam.

Wie maagpijn heeft gaat naar de huisarts. Als het probleem niet lichamelijk is, moet gevraagd worden of het ligt tussen mensen onderling, of dat de relatie met God gestoord is of niet bestaat. Daar ligt geen taak voor de psychiater maar voor de predikant. Toen een van de patiënten tot geloof gekomen was, veranderde zijn conditie.

Een jongeman van 24, die voor de 4e keer binnengebracht was, kreeg te horen dat hij zijn leven daar voortaan zou moeten doorbrengen. Hij vroeg mijn bezoek en vertelde zijn trieste verhaal. Een aantal weken lazen we Gods Woord. Op zekere dag vertelde hij mij, dat er bij een vorig bezoek iets met hem gebeurd was. Hij zei, dat het Woord hem diep geraakt had. Het was de dokter opgevallen, dat hij veranderde. Hij vertelde de arts wat er gebeurd was, maar die geloofde het niet. Niet lang daarna werd hij genezen verklaard en ging naar huis. Meerderen volgden hem. Wie het bovennatuurlijke uitsluit, wie God ontkent, mist het uitzicht op de realiteit.

Niet alle gevallen behoren tot de geestelijke dimensie. Zij blijven medicijnen en verzorging nodig hebben. Nu moeten we uit de krant horen, dat de situatie ernstig is. Dat wisten we al lang uit Gods Woord, maar dat was vroeger. Of toch niet? Nu horen we het zelfs uit de krant.

Dan is er nog iets. De Bijbel is voor een groot gedeelte uit de samenleving verdwenen, van het Godsbestaan in het publieke domein is weinig merkbaar. Er is een geestelijk vacuüm ontstaan. Die leegte wordt ingevuld door tegenkrachten. De Bijbel leert, dat Satan de overste van deze wereld is. Waar de invloed van Gods Woord afneemt, neemt zijn invloed toe. Het occultisme neemt toe. Een uitstekend en evenwichtig artikel in het Reformatorisch Dagblad van 24 december 2008, kopte Bevrijd van Demonen. Dikwijls wordt er verkeerd met dit onderwerp omgegaan Of het bestaan en werking van demonen wordt ontkend, of er wordt overdreven aandacht aan besteed. Soms worden ze verzonnen om vervolgens zogenaamd te worden uitgedreven. Dit extremisme wijs ik radicaal af. De predikant, die het artikel schreef, bevestigt mijn ervaring. “Demonen zijn een realiteit. Psychiaters en psychologen kunnen die niet weghalen. Dat kan alleen met hulp van God door samen te bidden en satan te gebieden het lichaam te verlaten.”

Het is wel duidelijk, dat er iets aan de hand is. Zoals ik vorige week opmerkte, de vraag is of de geestelijke crisis van kerk en samenleving niet veel ernstiger is dan de financiële en economische crisis, waar ons land in terechtgekomen is. Er ligt een grote verantwoordelijkheid op de gelovigen. Ik geloof, ben zelfs diep overtuigd, dat er een inkeer in kerk en gemeente nodig is.

We hebben het allemaal zo druk met zoveel activiteiten, ook op kerkelijk terrein. We hebben het veel te druk. We horen niet meer wat Gods stille stem ons zegt. Het is triest, dat er in het algemeen zoveel onbekendheid bestaat over Bijbelse opwekking. Het woord Opwekking wordt al te vaak verkeerd gebruikt. Opwekking is geen drukte naar buiten, maar stilte naar binnen. Daar moet het beginnen, en dat gebeurt niet, of veel te weinig. Gelovigen kunnen de alarmerende situatie in de wereld niet veranderen. Wat ze wel kunnen, en moeten doen, is tot verootmoediging komen. Het is een begrip, dat voor velen vreemd is. Zonden moeten opgeruimd worden. Het enige wapen, maar ook het machtigste wapen, dat de gelovige bezit, is het gebed. Het lijkt er op, dat dit wapen roestvlekken vertoont. Het moet blinken in de geestelijke strijd. Want dat is het:

“Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.”

Efeziërs 6:10-13

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Evangelisch, Wat is evangelisch? Dat is Evangelisch!

Samenvatting

Deze studie wil opheldering geven in de bestaande verwarring over wat Evangelisch eigenlijk is. Daarvoor is een uitgangspunt nodig. In deze studie is het uitgangspunt van de Geloofsverklaring van de Evangelische Alliantie, die in 1846 in Londen werd opgericht. Daarbij gaat het om de Inspiratie, het Gezag en de Genoegzaamheid van de Heilige Schrift. Met name dit laatste begrip wordt sinds 1951 door veel zich Evangelisch noemende gelovigen niet aanvaard. Het heet dat, God genoegzaam is en Zijn Woord Hem niet vervangt. In de Bournemouth Verklaring van 1996, is het begrip “genoegzaamheid” in ere hersteld.

Zij, die dit standpunt innemen, gaan er aan voorbij, dat de drie genoemde begrippen in de Geloofsverklaring vooropstaan. Er waren bijna 1000 vertegenwoordigers uit Amerika en Europa in Londen bijeen waar ze meer dan 50 verschillende kerken en evangelische organisaties vertegenwoordigden en deze formulering aanvaardden. De bedoeling ervan was, dat ieder dier dit onderschreef als Evangelisch werd gezien. Wie dit niet deed, was niet Evangelisch. Deze vaststelling vond plaats lang voordat de Pinkster- en Charismatische Bewegingen waren ontstaan, die veel gezag toekennen aan geestelijke ervaring. In de Evangelische opvatting staat de ervaring onder gezag van Gods Woord, niet er naast en nog minder er boven.

In 1947 voerde het nieuw gestichte Fuller Theological Seminary in Californië het begrip Neo-Evangelisch in en brak daarmee met de genoegzaamheid van de Bijbel. Dit is een belangrijk kenmerk van Neo-Evangelisch. In deze opvatting zijn de Pinkster- en de Charismatische Bewegingen niet Evangelisch maar Neo-Evangelisch. Wat van 1846 tot 1951 niet kon, is door de wijziging van dat jaar mogelijk gemaakt. Deze Neo-Evangelische Bewegingen zijn als volwaardig lid in de Evangelische Alliantie opgenomen. In 1996 werd met de Bournemouth Declaration door de Engelse Evangelische Alliantie de “genoegzaamheid” in ere hersteld. Het Bestuur van de Duitse Evangelische Alliantie bestaat uit 45 leden. Honderd jaar na het ontstaan van de Pinksterbeweging en tien jaar na de gemeenschappelijke verklaring tussen de Alliantie en de Bond van Pinkstergemeenten is de 53-jarige Pinkstertheoloog, Erhardt Zeiser, voorzitter van de Alliantie. De verwarring is compleet.

Verder gaat de studie over hedendaagse muziek, en de zogenaamde Vier Golven van de Heilige Geest.

Download

~Drs. K. van Berghem

De Dordtse Synode 1618 – 1619

Samenvatting

Samen met een studie over het Sola Scriptura van de Uitverkiezing, is deze studie de aanzet tot een analyse van de achtergronden van deze Synode. Het is een onderzoek of het gaat om het begin van een nieuwe periode in de vaderlandse kerkgeschiedenis of de ontknoping van wat er aan voorafging. Door de de Dordtse Synode alleen te zien als uitgangspunt voor vandaag, zonder aandacht te besteden aan wat er aan voorafging, ontstaat een onjuist beeld. De eindconclusie van de studie is, dat de Dordtse Synode zowel een begin als een ontknoping kent.

Download

~Drs. K. van Berghem

Charisma of Virus

Samenvatting

In de tijd waarin wij leven wordt onder christenen volop gesproken over (geestes-) gaven en beschouwen velen van hen zich als charismatisch. Daarmee wordt dan bedoeld, dat ze een bijzondere geestelijke ervaring ontvangen hebben. Daar tegenover staat, dat het begrip ‘charismatisch’ bij veel christenen irritaties oproept vanwege de manier waarop er over gesproken wordt. Ook de houding, die daarbij soms wordt aangenomen roept weerstand op. Om die reden wordt aan de hand van Gods Woord nagegaan wat charisma(tisch) eigenlijk betekent.

Download

~Drs. K. van Berghem

Kerksloop

Tussen 1762 en 1862 waren er minstens vijftien bijzondere opwekkingen in Wales. Waarom daarna nog maar één keer in 1904? In die dagen dacht men in termen van opwekkking. Als er een periode van geestelijke droogte was en het in de kerk niet goed ging, werd de Gemeente voor gebed en berouw bijeengeroepen. Zij riepen tot God om tussenkomst van de Heilige Geest. Het einde van de 19e eeuw zag de opkomst van een vrijzinnige theologie. De Christenen kregen te maken met aanvallen op de Bijbel en op de bovennatuurlijke kracht van God. Het is veelzeggend, dat in 1859 het boek van Charles Darwin, De Oorsprong der Soorten uitkwam. Dit boek liet de evolutietheorie in Engeland exploderen en dompelde de kerken in verwarring. Veel christenen worstelden met vragen over de echtheid van Gods bovennatuurlijke kracht. Het gevolg was geestelijke duisternis. In tegenstelling tot vorige generaties, die uitzagen naar Gods tussenkomst in opwekking, gingen de gelovigen nu zelf op zoek naar het antwoord. Er werden evangelisatie-campagnes gehouden, die daarvóór praktisch onbekend waren. Velen zijn door deze campagnes tot bekering gekomen en hebben hun plaats in het kerkelijk leven – maar ze zijn geen oplossing voor geestelijke droogte. De tweede helft van de 20e eeuw zag Groot Brittanië een ongeëvenaard aantal evangelisatie-campagnes. Maar bij het begin van de 21st eeuw is het land goddelozer dan ooit. Het denken van de Christenen is veranderd. Ze bidden niet om opwekking en verwachten het niet. In plaats daarvan wordt een comité benoemd, er wordt een evangelist uitgenodigd en publiciteit geregeld.“ Dat is hoofdzakelijk de situatie van vandaag.” Dit schrijft de Evangelische predikant Rev. Peter Jefferey uit Wales in zijn boek Evangelcals Then and Now. (Evangelischen toen en nu.) Het gaat vóór alles niet om hand- maar om knie-werk. Zeer ter lezing aanbevolen.

Rome op Kruistocht

Ter gelegenheid van Hervormingsdag op 31 October maakt de Evangelische Omroep in haar Magazine Visie No. 44 van 29/10 tot 4 November 2005 op pagina’s 74-75, 77 ruimte voor een interview van de Rooms-Katholieke Broeder Clemens Maria en de Hervormde Ds. Henk van den Belt. In dat interview worden twee hoogst belangrijke onderwerpen aangesneden. De Rooms-Katholieke Broeder vindt het onbegrijpelijk, dat de Protestanten aan de Bijbel als enige bron van Gods openbaring vasthouden. Volgens hem is het onbestaanbaar, dat de Schrift de énige bron van openbaring is. Daar zou hij met Protestanten vaker over willen bakkeleien, zegt hij. Hij wordt op zijn wenken bediend.

Openbaring

De Rooms Katholieke kerk leert, dat de Bijbel voortkomt uit de Traditie. Zonder Traditie zou de Bijbel er niet zijn. Rome stelt Openbaring en Traditie op voet van gelijkheid, ze hebben hetzelfde gezag. Volgens kardinaal Simonis bestaat er geen spanning tussen beide. De kardinaal is abuis. God heeft tot de profeten gesproken, zoals Hij zich ook aan de apostelen heeft geopenbaard, en zij hebben geschreven. In het Oude Testament schreef God Zelf, volgens Exodus 34.1, de Tien Geboden op de twee stenen tafelen. Ook gaf God in Exodus 34.27-28 aan Mozes de opdracht om te schrijven. Jozua kreeg de opdacht “om nauwgezet te handelen overeenkomstig alles wat daarin (het Wetboek) geschreven is.” Jozua 1.8. Zo gaat het in het hele Oude Testament. Bij verschillende gelegenheden maken Nieuwtestamentische passages duidelijk dat de discipelen zich de woorden van Jezus herinnerden. Het Woord was eerst, de Traditie kwam daarna. Om die reden staat het Protestantse “sola Scriptura,” de Schrift alleen, tegenover de Rooms Katholieke Twee bronnen theorie van Schrift en Traditie, die elkaar niet zouden tegenspreken. Een passage uit de Institutie van Calvijns originele Franse tekst luidt: “De Patriarchen hebben wat zij hadden ontvangen van hand tot hand aan hun opvolgers doorgegeven. Want God had hen ook zijn Woord toevertrouwd, op voorwaarde dat zij het aan anderen zouden onderwijzen zodat het altijd onderhouden zou worden. Gods getuigenis, dat de opvolgers uit de hemel gehoord hadden, en niet van de aarde, hadden ze in hun hart.” En “Wat de profeten onderwezen hebben, hebben ze. (par écrit de doctrine) schriftelijk nagelaten. Eerst het Woord, dan de Traditie. Zo was bij Luther en bij Calvijn het reformatorisch principe. Dit geldt ook voor Evangelische christenen.

De vraag kan gesteld worden of hier nu over “gebakkeleid” moet worden. Is het zo belangrijk? Het antwoord daarop is een duidelijk JA!

Ten eerste zegt Gods Woord: “Ik betuig aan een ieder die de woorden der profetie van dit boek hoort: indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn,” Openbaring 22.18

Traditie

Wat heeft Rome met haar Traditie toegevoegd?

Tradities van de Rooms Catholike Kerk
Nieuwigheden Eerste Sporen Officiële Vaststelling
Bidden voor de doden tegen 210 5e eeuw
Monniken en kloosters tegen 250 5e eeuw
Kinderdoop tegen 3e eeuw 1311
Verering heiligen en engelen tegen 350 609
Verering Maagd Maria tegen 360 431
Verering van relikwieën 3e eeuw 787
Vagevuur 450 – 600 987 en 1439
Onthouding vlees en vasten   5e eeuw
Aflaat   1300
Pausdom 4e eeuw 606
Verering van beelden 4e en 5e eeuw 787
Verering va het Kruis 4e eeuw  
Verplicht celibaat priesters   1074
Biecht tegen 350 1215
Ziekenzalving bij sterven tegen 805 1439
Allerheiligen   835
Transsubstantiatie van Brood en Wijn tegen 805 1050 en 1215
Misoffer   1545
Rozenkrans tegen 1090 12e eeuw
Vaststelling 7 Sacramenten 1070 tot 1200 1547
Afschaffing Avondmaalsbeker   1415
Heilige Sacramentsdag tegen 1260 1310
Onbevlekte Ontvangenis Maria tegen 1160 1854
Onfeilbaarheid Paus   1870
Hemelvaart Maria 5e eeuw 1950

Dit alles moet een Rooms-katholieke gelovige geloven wil hij behouden kunnen worden. Uit dit overzicht blijkt dat er niet alleen spanning tussen Woord en Traditie bestaat maar tegenstelling.

Eenheid Rome – (luthers) Wittenberg?

Bij de vraag aan de hervormde predikant “zijn er raakvlakken waarop jullie toenadering zien tussen Rome en Reformatie, viste Broeder Clemens een document uit zijn tas: ”De gemeenschappelijke verklaring over de rechtvaardigingsleer door de Rooms-Katholieke Kerk en de Lutherse Wereldfederatie, waarin heel veel samen wordt beleden.” Jammer, dat hij niet zegt wat er dan wel beleden werd. Waar ging het in dit document van 1999 om?

In October 1999 hebben de Lutherse kerken wereldwijd ingestemd met het zogenaamde verraad van de Augburgse Confessie van 1537. Na vele jaren van intensieve studie zijn Rooms-Katholieke en Lutherse theologen tot een merkwaardige conclusie gekomen. Over het sinds de 16e eeuw bestaande verschil van mening over de leer van de rechtvaardigmaking blijkt ineens een verreikende eenheid te bestaan. De veroordelingen over en weer behoren tot het verleden. Zo werd op 25 Juni 1999 overeengekomen zonder dat Rome iets van de officiële Besluiten van het Concilie van Trente heeft herroepen. Daarover wordt met geen woord gerept.

De (luthers) Schmalkaldische Artikelen van 1537 bepalen nadrukkelijk, dat die niet kunnen worden verwijderd of gewijzigd zelfs wanneer hemel en aarde zouden vallen. In het tweede deel van dit document worden de leer over de Mis en andere roomse leringen afgewezen. Voor de leer over de verlossing door geloof alleen heeft de Evangelisch Lutherse kerk openlijk de knieën voor de Kerk van Rome gebogen. De dwalingen van Rome blijven onaangetast. Hiermee is de Contra-Reformatie victorieus voltooid.

Tegen deze oecumenische overeenkomst werd door 250 Evangelisch-Lutherse professoren protest aangetekend. In Magazine 30 Giorni zei de toenmalige kardinaal Ratzinger, nu Paus Benedictus XVI, dat “het Concilie van Trente de norm voor de leer der rechvaardiging blijft. Wie de leer van het Concilie van Trente weerspreekt, weerspreekt de leer, het geloof van de kerk.” Hij is nog altijd van mening date er maar één Kerk is, en dat is de Kerk van Rome. Paus Johannes Paulus II verklaarde dat “zij keren allen terug onder de vleugels van het pausdom. Alsof dit niet genoeg is, wil de opperherder (de paus) de wereldgodsdiensten onder een gemeenschappelijk dak verenigen. Een Wereldgodsdienst is niet langer een verre gedachte.

Eenheid Rome – (reformatorisch/evangelisch) Genève?

Commentaar overbodig.

~Drs. K. van Berghem