De zekere toekomst van de christen [Serie]

In deze tijd van verwarring zijn er voor de gelovige Bijbelse basisprincipes waarmee hij meer dan ooit vertrouwd moet zijn. In een serie studies wordt hieraan aandacht besteed. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij Gods Woord als het fundament van de gelovige. Daarna gaat om zijn positie in Christus, daarna de geestelijke strijd gevolgd door het onmisbare gebed. Aandacht wordt vervolgens besteed aan het profetische woord, daarna de mogelijke misleiding van de gelovige. Verder is er sprake van een andere Christus. De voorzegde afval wordt onder de loep genomen gevolgd door de weerhouder. De laatste vier studies in deze serie gaan over de werking van Satan, dwaling en oordeel, de voorgestelde heerlijkheid, EN tot slot de zekere toekomst van de christen.

Waar is de Bruid? – Vervolg

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet.”

Mattheüs 25:1

Schriftlezing

“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.”

Mattheüs 25:1-13

Bijbelstudie

Hiermee worden enkele dingen uitgewerkt, die vorige week in de Overdenking van dit Schriftgedeelte gezegd werden. Het is nu eenmaal niet mogelijk alles in één keer te zeggen. Het is goed om niet alleen een tekstverklaring te hebben maar ook de achtergronden te belichten. Daarom is het dit keer eerder een Bijbelstudie waarbij dieper op bepaalde uitspraken van vorige week wordt ingegaan.

Het Signaal

In de Overdenking werd bijvoorbeeld gezegd, dat er geen nader signaal te verwachten is voordat de Here Jezus wederkomt. Het waarschuwende signaal heeft al eeuwenlang geknipperd, en dan gebeurt het ineens. Later werd in de Overdenking de uitspraak van de apostel aangehaald:

“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.”

1 Thessalonisenzen 4:16-17

Deze twee uitspraken spreken elkaar niet tegen. Als Paulus deze uitspraak doet, bedoelt hij daarmee de 1e Opstanding van de doden. Daartoe behoren de gelovigen, die in Christus ontslapen zijn. Zij staan op te midden van de overige doden. Hoewel wij niet weten hoe, zijn vangen dit teken op. De apostel Johannes spreekt over de overige doden, dat zijn zij, die niet in Christus geloofden.

“De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren.”

Openbaring 20:5

Die Opstanding vindt dus 1000 jaar later plaats dan die van de gelovigen.

Testament of Verbond?

In de overdenking werd opgemerkt, dat rond de 95% van de vier Evangeliën inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, maar ze staan in het Nieuwe. Dat wekt verwarring. Het moet duidelijk zijn, dat er niet zoiets bestaat als een Oud Testament voor de Joden en een Nieuw voor de Christenen. De Bijbel zegt:

“En de Schrift niet kan gebroken worden,”

Johannes 10:35b

Toch wordt de Bijbel onderverdeeld in een  Oud- en een Nieuw Testament. Er is al vastgesteld, dat rond de 95% van de Evangeliën inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, maar ze staan wel in het Nieuwe. Maar in werkelijkheid gaat het niet om Oud- of Nieuw Testament, maar om Oud of Nieuw Verbond. In het Nederlands lopen deze begrippen door elkaar. Maar het gaat niet om de laatste wil en iemands testament.  In de grondtekst wordt gesproken over het Verbond. Dit veroorzaakt verwarring. De 95% die inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, loopt in het Nieuwe door tot Mattheüs 26:28; Lucas 22:20.  De apostel Johannes bezegelt het met de Kruiswoorden van de Here Jezus:

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”

Johannes 19:30

Daar eindigt het Oude Verbond.

Het Nieuwe Verbond

Johannes 19:30 meldt het einde van het Oude Verbond. Het nieuwe Verbond begint op de Pinksterdag. Dan gaan de woorden van de profeet Joël in vervulling. Op die dag werd Gods Geest nog niet op al wat leeft uitgestort, maar het was een voorproef van wat ook nu nog komen moet:

“Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten.”

Joël 2:28-29

Lettend op de eindtijd verduidelijkt de profeet Jeremia:

“Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

Jeremia 31:33

De uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag was een belangrijke stap vooruit, een voorlopige vervulling van het profetische woord. Deze gebeurtenis opende de weg ook voor de heidenen, dat wil zeggen, voor de niet-Joden, om deel te hebben aan Gods heilsplan. Als de profetieën van Joël en Jeremia in hun geheel in vervulling gegaan zijn, is het heilsplan van God voor alle mensen door middel van Israël als Zijn instrument voltooid.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Waar is de Bruid?

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet!”

Mattheüs 25:6

Schriftlezing

“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.”

Mattheüs 25:1-13

Boodschap

Dit Schiftgedeelte is een waarschuwing voor hen die denken, het zal mijn tijd wel duren. Dit geldt voor alle tijden en voor alle mensen. Dus ook voor de gelovigen van deze tijd. Ze houden er rekening mee, dat de Heer der Gemeente onverwachts zal komen. Daar gaan geen signalen aan vooraf. Er is geen profetie, die nog in vervulling moet gaan vóór Zijn komst. Het waarschuwende knipperlicht heeft al eeuwenlang geknipperd. Er wordt niet meer op gelet en dan gebeurt het ineens. Er is iets opvallends in deze gelijkenis. Er is sprake van een bruidegom, van een bruiloftszaal, van tien maagden, de vriendinnen van de bruid. Maar waar is de bruid? Die wordt niet genoemd. Het bruiloftsfeest kan toch niet gevierd worden als de bruid er niet bij is! Of is het een van de tien maagden? Welke dan? Vijf waren wijs, vijf waren dwaas. De bruidegom zal toch niet een dwaze maagd gekozen hebben! Welke van de vijf wijze maagden is het dan geworden? Het antwoord ontbreekt. Of toch niet? Aan wie heeft de Here Jezus deze gelijkenis in het Evangelie van Mattheüs gegeven? Het staat in het Nieuwe Testament. Dus voor de Gemeente! Nee, want die bestond niet. De vier Evangeliën behoren tot rond de 95% tot het Oude Testament. De boodschap was gericht tot Israël. Het gaat om een nog niet vervulde profetie voor Israël. Het Bruiloftsfeest houdt de situatie in, die zal ontstaan als Jezus Christus, de Messias met de Bruid, dat is de Gemeente, terugkomt aan het begin van het Duizendjarig Rijk. Waar komt die Bruid in Mattheüs 25:6 ineens vandaan? Onze Bijbelvertaling is een weergave van de Griekse grondtekst. Daar ontbreekt de Bruid, maar ze staat wel vermeld in de oudere Aramese tekst, de Peshitta, en zelfs in de Latijnse tekst, de Vulgaat. Bij de Wederkomst van Christus, heeft de bruiloft van het Lam al plaatsgevonden in de hemel. Nu komen de Bruidegom en de Bruid naar de aarde om het bruiloftsfeest met de vrienden, dat is Israël, te vieren. De levenssituatie i het Duizendjarig Rijk staat in schril contrast met de situatie van de huidige wereld, die met de dag slechter wordt. Bij een Joodse bruiloft werden tien maagden voor het bruiloftsfeest uitgenodigd, die jonger moesten zijn dan de bruid. Nu waren er vijf wijs en vijf dwaas. Tot op vandaag zien de Joden uit naar de komst van de Messias. Die moet nog altijd voor de eerste keer komen. Voor hen is Jezus van Nazareth niet de Messias. Voor de Christenen is Jezus de Messias. Het Griekse woord Christos is de vertaling van het Hebreeuwse maschiach. Als we in het Nieuwe Testament de aanduiding “Christus” lezen, zouden we eens moeten beginnen met daar “Messias” te lezen. Want dat is Hij. Als Bruid ziet de Gemeente uit naar haar Opname als de Bruidegom, de Messias, haar in de lucht tegemoet komt om haar tot zich te nemen.

“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.”

1 Thessalonisenzen 4:16-17

In het Evangelie van Mattheüs wordt vooruitgezien naar Zijn Wederkomst aan het einde van de Grote Verdrukking: “De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet!” Mattheüs 25:6. Dan heeft de Bruiloft van het Lam al plaatsgevonden.

Toen de Here Jezus op aarde was, werd Hij gekruisigd. Tot op vandaag worden de Joden daar scheef op aangekeken. Dit heeft tot een afschuwelijk en verwerpelijk antisemitisme geleid. Maar Israël herkende Hem niet. Hij beantwoordde niet aan hun verwachting. Zij hadden een beeld van de Messias, dat niet klopte met dat van Jezus, die onder leefde. Hoe komt dat? De apostel Paulus spreekt over een gedeeltelijke verharding van Israël. Dit is een mysterie, waar we als Christenen eens heel diep over moeten nadenken. We moeten vooral niet vergeten, dat de Here Jezus tegen de Samaritaanse vrouw zei:

“Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden.”

Johannes 4:22

Hierbij we denken aan het woord van de apostel Paulus voor de Christenen:

“Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jacob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.”

Romeinen 11:25-27

Die verharding is van tijdelijke aard, daar komt een einde aan. Dat was voor ons bestwil. God heeft Israël niet afgeschreven. De Kerk heeft niet de plaats van Israël ingenomen. Er komt een volkomen omkeer in de situatie van Israël.

“Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen.

(…)

Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.”

Zacharia 12: 2-3, 9-10

Dan zal Israël de Here Jezus als Messias erkennen. We herhalen het woord van de apostel Paulus: “En aldus zal gans Israël behouden worden.”

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Beklagenswaardig?

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”

1 Korinthiërs 15:19

Schriftlezing

“Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zó vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn.

(…)

Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is? Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben.”

Korinthiërs 15:1-3, 12-24

Boodschap

Er is een rangorde in de Opstanding. Eerst die, dan die. Het is belangrijk voor ieder mens om te weten, bij welke Opstanding hij hoort. Dat moeten we ook aan anderen kunnen uitleggen. In één tekst geeft de apostel Johannes het slechte en het goede nieuws. We beginnen met het goede nieuws:

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.”

Johannes 3:36

Wie het eeuwige leven heeft ziet uit naar de vervulling van de profetie:

“Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.”

1 Thessalonisenzen 4:15-18

Dat kan nu zo maar gebeuren. Dat is de eerste Opstanding. De apostel Paulus schreef:

“Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden,”

1 Korinthiërs 15:51

Samen vormen die twee groepen de Gemeente van Christus. Die wordt in zijn geheel opgenomen. Dan volgt de Grote Verdrukking, die 7 jaar duurt. Voor de Gemeente heeft de Here Jezus gezegd:

“Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.”

Openbaring 3:10

Behalve voor de gehele wereld, betekent de Grote Verdrukking om Israël voor te bereiden op de komst van de Messias. In die Verdrukking zullen grote aantallen Joden tot geloof komen, door hun getuigenis zullen ook vele niet-Joden tot geloof komen. Daarna komt de Heer met de Gemeente om het Duizendjarig Rijk op aarde te vestigen. De bruidegom is de Heer; de Gemeente is de Bruid. In de gelijkenis gaan de tien maagden op weg naar het Bruiloftsfeest. Mattheüs 25:1 Maar waar is de Bruid? Die wordt niet genoemd. Hoe komt dat? Soms worden de tien maagden als de Bruid voorgesteld. Vijf zijn er wijs en vijf dwaas. Maar de Bruid kan niet half wijs en half dwaas zijn. Waar is de Bruid? Bij de Bruidegom! Maar dat staat er niet. Nee, hier niet. De Bruidegom gaat geen feest vieren zonder de Bruid. Wat is er aan de hand? Er zijn manuscripten, waar de Bruid er wel bij staat. Kent u het laatste boek van het Oude Testament? Het Boek Maleachi. Maar de Bijbel kent geen Oud en Nieuw Testament. De Bijbel spreekt over Oud en Nieuw Verbond. De Evangeliën behoren inhoudelijk voor 95% tot het Oude Verbond.

Als dat juist is, richt het Evangelie van Mattheüs zich tot hen, die behoren tot het Oude Verbond, het volk Israël. Het Oude Testament eindigt wel met het boek Maleachi, maar het Oude Verbond eindigt met de kruiswoorden van de Here Jezus, bijna op het einde van het Evangelie van Johannes 19:30 met:

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht!”

Johannes 19:30

Dat was de voltooiing van Gods belofte:

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”

Genesis 3:15

Dit gebeurde op Golgotha waar de kop van de slang, dat is Satan, de vijand van God en mens, werd vermorzeld. Dit is de afsluiting van het Oude Verbond. Er komt een Nieuw Verbond met Israël. Daar gaat de profetie van Jeremia in vervulling:

“Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

Jeremia 31:33

Dat is Israël. Gelovigen, die van oorsprong niet tot Israël behoren, mogen er ook bij zijn. In eerste instantie was de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag een Joods gebeuren. Maar, God had de wereld zo lief, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, dus ook de niet-Joden, niet verloren gaat, maar eeuwig leven zou hebben. Johannes 3:15

Ook zij konden de Heilige Geest ontvangen. De Romeinse officier, Cornelius, in Bijbelse termen een heiden, geloofde in God en vereerde Hem. Op zekere dag nodigde hij Petrus bij zich thuis om het Evangelie uit te leggen.

“Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren meegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort,”

Handelingen 10:44-45

Het heil is bedoeld voor alle mensen, voor Joden en niet-Joden. Tijdens de Grote Verdrukking, de over de hele wereld komen zal, bestaat de mogelijkheid, dat zonder onderscheid mensen behouden kunnen worden:

“En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden.”

Handelingen 2:21

Dat geldt voor Joden en niet-Joden. In hoofdstuk 25 van het Evangelie van Mattheüs staat de gelijkenis van de tien maagden, die op weg gaan naar de Bruiloft. Met deze maagden wordt het volk Israël bedoeld. Vijf van haar hebben olie in haar lampen, dat wil zeggen, zij hebben de Heilige Geest ontvangen. De andere vijf hebben die niet. Uit de profetie weten we, dat de Here Jezus straks als de Bruidegom met Zijn Bruid, de Gemeente komt. Die Gemeente bestaat uit Joden en niet-Joden, die in God geloven. Wie de Heilige Geest hebben mogen deelnemen aan het bruiloftsfeest. Zij hebben ingang tot het Koninkrijk Gods. Mattheüs sprak dit met het oog op zijn eigen volk Israël. Maar het geldt ook voor hen, die niet tot Israël behoren. Als gelovigen van niet-Joodse oorsprong,  mogen wij er ook deel van uit maken. Vergeet niet wat de apostel schreef:

“Want het heil is uit de Joden.”

Johannes 4:22

Het gaat uiteindelijk om toegelaten te worden tot de Bruiloftszaal, dat wil zeggen, deel hebben aan het Duizendjarig Rijk. Het dagelijks leven vraagt veel, heel veel van onze aandacht en energie. Maar het gaat uiteindelijk om iets meer dan alleen om dit leven.

“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”

1 Korinthiërs 15:19

Er is meer, veel meer.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Verterend Vuur

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Want onze God is een verterend vuur.”

Hebreeën 12:29

Schriftlezing

“Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien. Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden. Laat niemand een hoereerder zijn, of onverschillig als Esau, die voor één spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want gij weet, dat hij later, toen hij (toch) de zegen wilde erven, afgewezen werd, want toen vond hij geen plaats voor berouw, hoewel hij het onder tranen zocht. Want gij zijt niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind, tot het geklank van een bazuin en tot het geluid van een stem, bij het horen waarvan zij verzochten, dat niet verder tot hen gesproken werd; want zij konden dit bevel niet dragen: Zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het worden gestenigd. En zó ontzaglijk was het verschijnsel, dat Mozes zei: Ik ben enkel vreze en beving. Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel. Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, die uit de hemelen (spreekt). Toen heeft zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een belofte gegeven, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de hemel doen beven. Dit: nog eenmaal, doelt op een verandering der wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat blijve, wat niet wankel is. Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur.”

Hebreeën 12:14-29

Boodschap

Regelmatig hoor ik om me heen: God is liefde. En dat is ook zo. Dat staat muurvast. Maar er staat nog meer muurvast. Over de engelen, de Serafs, lezen wij bij de profeet Jesaja:

“En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de Here der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol.”

Jesaja 6:3

Dat ligt al wat moeilijker. Wat moeten ons daarbij voorstellen? Van meerdere profeten en ook van de apostel Johannes lezen we, dat waar God hen ontmoet, ze door grote vrees worden aangegrepen en niet kunnen blijven staan. Maar het wordt nog moeilijker als we lezen:

“Want onze God is een verterend vuur.”

Hebreeën 12:29

Dat staat toch ook in de Bijbel. Daar lezen we te makkelijk overheen. God is liefde, God is heilig, God is een verterend vuur. Dat krijgen wij als slimme mensen niet op een rijtje. Dat is ook niet te begrijpen. Maar wat kunnen we wel begrijpen? Als God in Zijn Woord tot ons spreekt, heeft Hij ons iets te zeggen. God spreekt geen geheimtaal. Hij heeft ons de taal gegeven om ons te kunnen zeggen, wat Zijn wil, Zijn bedoeling is. Wat zegt God dan? Door de 10 plagen openbaarde God zich aan de Farao van Egypte. Israël had een indruk van God gekregen. De gebeurtenissen spraken voor zichzelf. Israël begreep, God is machtig en doet grote wonderen. Was dat Godsbeeld juist? Ja, maar niet compleet. Daarna openbaarde God zich, dat Hij niet alleen machtig, almachtig, maar ook heilig is. Op de Sinaï gaf God de 10 geboden. Dat was om nooit te vergeten, wat daarbij kwam kijken.

“En het gehele volk was getuige van de donderslagen, de bliksemstralen, het geluid van de bazuin en de rokende berg. Toen het volk het zag, beefde het en bleef van verre staan. En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, dan zullen wij horen; maar God spreke niet met ons, opdat wij niet sterven. Maar Mozes zei tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.”

Exodus 20:18-20

Zo kenden ze God eigenlijk niet. Was dit de God met het dreigende vingertje? Hun Godsbeeld was scheef. Waarom deed God het zo? Dat hebben net gelezen : “opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.” Het betekent niet angst, maar diep respect, grote eerbied. Wat is ons Godsbeeld? God is liefde, en dan? Is dat alles? Israël had weer een les geleerd. Maar hadden ze dé les geleerd? Toen Mozes later 40 dagen op de berg was, duurde het voor Israël allemaal te lang. Ze namen het heft in eigen hand. God dienen, ja natuurlijk. Maar dat doen we zoals wij denken, dat het moet. Eigentijds, zoals Israël het om zich heen zag. Zoals wij het ook maar al te vaak om ons heen zien. Dat is het verhaal van het Gouden Kalf. Het Kalf, afbeelding van jeugdige kracht, van vruchtbaarheid wat in de godsdienst van die tijd heel belangrijk was. De ramp van Israël was, dat ze van God een karikatuur maakten. Welke heiligheid straalt een jonge stier uit? Ze waren het alweer vergeten:

“De verschijning van de heerlijkheid des Heren was als verterend vuur op de top van de berg ten aanschouwen van de Israëlieten.”

Exodus 24:17

God is liefde, ja! God is heilig, ja! God is ook een verterend vuur, ja! Het een niet meer of minder dan het ander. Gods vuur openbaart zich soms ook als oordeel. Wat gebeurde er kort na Pinksteren in de bruisende jonge Gemeente van Jeruzalem? Wonderen en tekenen. Toen kwam er vervolging van buitenaf. Maar het ergste zat in de Gemeente zelf. Ananias en Saffira deden aan creatief boekhouden. God doet wonderen, ja. God is liefde, ja, God is ook heilig. Toen sloeg de vlam in de pan, midden in de Gemeente met iedereen erbij. Ze hebben zich gebrand, zijn verbrand door het vuur van Gods heiligheid. Het is als met een mug, die om de brandende kaars heen cirkelt. Het licht en de warmte trekken hem. Hij komt steeds dichterbij. Dan ineens hoor je iets knisperen en de mug is verbrand. Wat is er mis met de kaars? Niets. Wat is er mis met de mug, ook niets, maar hij moet niet onbeschermd bij het vuur komen.

Zo kunnen wij ook niet tot de God van Israël, tot de Vader van onze Here Christus naderen, als we niet onder de bedekking van Zijn bloed zijn. Alleen door het verzoenend bloed van de Heiland hebben wij toegang tot Gods Troon. Alleen door Gods Zoon, door Zijn leven te geven zodat de relatie tussen God en mens hersteld kon worden. De mens, die het niet gelooft, of het niet nauw neemt met Gods heiligheid, is in acuut gevaar. Zij, die er wel mee rekenen en er naar handelen, zijn apart gezet. Dat wil zeggen, ze zijn geheiligd. Onder de prediking van het evangelie, dat de mensen tot bekering moesten komen, waren Ananias en Saffira tot geloof gekomen. Ze hadden de Heilige Geest ontvangen en werden gerechtvaardigd. Dan volgt voor iedere gelovige het proces van de heiligmaking. Door de Heilige Geest te bedriegen, hebben ze een fatale kortsluiting gemaakt. Gods heiligheid werd geschonden en God greep in. Dit is ons tot voorbeeld gesteld. Wie gerechtvaardigd werd heeft, zoals de apostel Paulus het uitdrukte, zijn verdere leven nodig om “uw behoudenis (te) bewerken met vreze en beven,” Filippenzen 2:12. Wie die weg gaat, wordt niet door Gods heiligheid verteert. Is hij dan beter als een ander? Nee, “Maar gij geheel anders gij hebt Christus leren kennen.” Efeziërs 4:20 Mensen, die op die manier geheel anders zijn, doen niet aan creatieve boekhouding. De God met het vingertje, de God van de power, de god van de softe liefde, is niet de God van de Bijbel. Dat is het Gouden Kalf, een karikatuur van God. Het Godsbeeld, dat wij uit Zijn Woord ontvangen, is geen schrikbeeld. Ondanks alles mogen wij toch tot die God naderen. U moet niet vragen wat het Hem gekost heeft. Hij gaf Zijn Zoon en wist wat mensen met Hem zouden doen. Wie dat begrijpt, kan pas echt zeggen: God is liefde, God is heilig, God is ook een verterend vuur. Die God is onze God.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Wakker worden!

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.”

Efeziërs 5:14

Schriftlezing

“Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk. Maar van hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht mag onder u zelfs geen sprake zijn, zoals het heiligen betaamt, en evenmin van onwelvoegelijkheid en zotte of losse taal, die geen pas geven, doch veeleer van dankzegging. Want hiervan moet gij doordrongen zijn, dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God. Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid. Doet dan niet met hen mede. Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, – want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid – , en toetst wat de Here welbehagelijk is. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht. Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad. Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.”

Efeziërs 5:1-17

Boodschap

De nu onbewoonde stad Efeze uit de 12e eeuw voor Christus, was de belangrijkste stad in de Romeinse provincie van Klein-Azië, het huidige Turkije. De stad met zijn driehonderdduizend inwoners had een beroemde tempel voor de vruchtbaarheidsgodin Diana met de vele borsten. Van deze godin werd gezegd, dat ze uit de hemel gevallen was. Deze godin werd wereldwijd vereerd. In de Franse stad Nîmes bestaat de nog altijd toegankelijke ruïne van een tempel van deze godin. Bij mijn bezoek bleek de godin niet aanwezig, er was ook geen afbeelding van haar. Er was in Efeze een grote Joodse gemeenschap. In het jaar 52 bezocht de apostel Paulus deze stad. Vanwege het belang van dit belangrijke handels-, politiek en godsdienstig centrum bleef hij er bij een later bezoek 2 jaar. Toen begon er vijandschap tegen het groeiende Christelijke geloof te ontstaan. De godsdienst van Diana begon er onder te lijden zodat zelfs een economische crisis ontstond. Hoewel er nog veel meer interessante dingen over deze stad te vertellen zijn, zullen we het hier even bij laten. We zijn in het gelukkige bezit van enkele momentopnamen over een periode van ruim 30 jaar van de geschiedenis van deze Gemeente. Ik noem enkele hoogtepunten. Volgens Handelingen 19:1-8 kwam de apostel Paulus na zijn reis door de bovenlanden in Efeze. Drie maanden lang sprak hij in de synagoge over het Koninkrijk Gods. Hij maakte kennis met 12 mannen, die eerder in Jeruzalem de doop van Johannes hadden ontvangen. Na Paulus’ prediking lieten zij zich dopen en ontvingen de Heilige Geest. Hier ligt de basis van de Christelijke Gemeente in die stad. Er gebeurden opzienbarende dingen in die stad. Ik citeer:

“Enige van de rondreizende Joodse geestenbezweerders waagden het over hen, die zulke boze geesten hadden, de naam van de Here Jezus te noemen met de woorden: Ik bezweer u bij de Jezus, die Paulus predikt. Het waren nu zeven zonen van een zekere Skevas, een Joodse overpriester, die dit deden. Maar de boze geest antwoordde en zei: Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij? En de mens, in wie de boze geest was, sprong op hen af, overweldigde hen tezamen en bleek zoveel sterker dan zij, dat zij zonder kleren en gewond uit dat huis moesten vluchten. En dit werd bekend aan allen, Joden en Grieken, die te Efeze woonden, en vrees overviel hen allen, en de naam van de Here Jezus werd grootgemaakt; en velen van hen, die gelovig geworden waren, kwamen hun schuld belijden en uitspreken wat zij bedreven hadden. En enigen van degenen, die toverkunsten hadden uitgeoefend, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van allen. En men berekende de waarde ervan en stelde die vast op vijftigduizend zilverstukken. Zo wies het woord des Heren krachtig en het werd sterker.”

Handelingen 19:13-20

Dit alles leidde ertoe, dat de Efeziërs zich van godin Diana begonnen los te maken. Dit had grote gevolgen voor de industrie waar de beeldjes van de godin werden gemaakt. Het trof het godsdienstig toerisme met alles wat daarbij hoort. De toen al bestaande vakbond kwam in verzet. Het liep uit op een massabetoging voor de godin in het eerder genoemde theater. De hele stad was in rep en roer. Er was zelfs een dreiging dat de Romeinse troepen zouden ingrijpen om de orde te herstellen. Paulus was van zijn leven niet zeker. Een ding is duidelijk: er ging een krachtige werking uit van de Gemeente. De Gemeente verkocht geen verhaal voor kinderen en oude vrouwtjes. Was het zo maar gebleven! Tien jaar later schreef de apostel een brief aan deze Gemeente. Uit de tekst van deze overdenking spreekt grote zorg. Het begin was zonder meer indrukwekkend. Maar een jaar of tien na dat indrukwekkende begin riep de apostel de ingedutte Gemeente toe:

“Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen.”

Efeziërs 5:14-15

Is daar iemand? Wakker worden! Dat was in het jaar 64. Het is verdrietig, dat de volgende generatie het er niet beter afbracht. Rond het jaar 95 kreeg de apostel Johannes van de Heer der Gemeente de opdracht een brief aan de Gemeente Efeze te sturen waarin o.a. het volgende te lezen stond:

“Dit zegt Hij, die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die tussen de zeven gouden kandelaren wandelt: Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden; en gij hebt volharding en hebt verdragen om mijns naams wil en gij zijt niet moede geworden. Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt. Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert.”

Openbaring 2:1-5

Tien jaar na het begin van de Gemeente wordt ze opgeroepen wakker te worden. De Gemeente was ingedut. Het betekent niet, dat er niets goed aan was. Dat bleek 30 jaar later wel uit hun inspanning en volharding. Hun geestelijk inzicht om de verkondigers van verhaaltjes te ontmaskeren. Ondanks de kritiek, die ze kregen waren ze niet moe geworden maar gingen door. Maar een ding ging niet goed: de Heer van de Gemeente, Jezus Christus, stond niet meer op de eerste plaats. Dit is fataal voor de Gemeente. Als er geen verandering in komt, dreigt Hij de kandelaar, de aanwezigheid van de Heilige Geest, weg te nemen. Als dat gebeurt zakt de Gemeente af naar het niveau van een club, die kerkje speelt. De vraag voor elke Gemeente is steeds weer: zijn wij in het centrum van Gods wil, of zijn we zo druk bezig, dat we dat niet meer zien? Of we dat nu prettig, en van deze tijd, vinden of niet: bidden wij in alle oprechtheid: Uw wil geschiede, wat het ook kost? De Gemeente, die zich zo opstelt en het in praktijk brengt, krijgt kritiek. Met alle goede bedoelingen, met alle inzet, die gelovigen kunnen opbrengen, kunnen ze geestelijk ingeslapen zijn. Daarom riep de apostel ”wakker worden.” Kijk hoe het begon, en hoe is het nu? Het is niet allemaal vanzelfsprekend. De apostel riep: sta op van tussen de doden. Die doden zijn de mensen, die geestelijk dood zijn, mensen, die God niet kennen. Ongelovigen moeten wedergeboren worden; ingeslapen gelovigen moeten wakker worden. Ze moeten zien waar het om gaat en er naar handelen. De Efeziërs leefden in een grote stad, die bruiste van de energie. Misschien verdienden ze de kost in het toerisme of in de handel. Daar is niets mis mee, maar lieten ze zich niet sluipend meeslepen in de heersende cultuur, die van het Christelijk geloof niets hebben moet? In onze tijd is het niet anders. Dit is alles behalve comfortabel. Wie een volgeling van Christus wil zijn, betaalt daarvoor een prijs. In deze tijd wordt dat steeds moeilijker. Er zijn berichten, dat veel jonge mensen spontaan voor gebed bijeenkomen. Velen hebben een blij geloofsleven gekregen. Hier klinkt het geritsel van een Opwekking. Ziet u er ook naar uit? De roep klinkt: wakker worden! Hoort u het? Sta dan op, de Meester is daar en Hij roept u!

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Olijfberg

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Wat staat gij daar en ziet op naar de hemel?”

Handelingen 1:11

Schriftlezing

“Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft. En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zei Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zei tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen. Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan.”

Handelingen 1:1-12

Boodschap

Op de dag, die wij als de Hemelvaartsdag kennen, stonden de discipelen als aan de grondgenageld toen ze zagen, dat de Here Jezus voor hun ogen in een wolk werd opgenomen. Zolang ze konden staarden ze hem gefascineerd na. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. Maar wie wel? Ze waren samen met de Here Jezus deze kleine berg beklommen, die 100 meter boven Jeruzalem uitstak. Maar ze hadden geen idee, wat ze zouden gaan beleven.

De Olijfberg. Deze berg werd het toneel van een uitzonderlijke gebeurtenis. Die betekenis wordt nog steeds schromelijk onderschat. Deze gebeurtenis was en is meer dan wereldgeschiedenis, het is heilsgeschiedenis. Voordat de Here Jezus opvoer hadden de discipelen nog aan Hem gevraagd, of Hij nog in hun tijd het koningschap over Israël zou herstellen. Hij had toch 40 dagen lang met hen over de dingen van het Koninkrijk gesproken! Was het dan nu zover? En toen kregen ze een teleurstellend antwoord. Daar moeten jullie niet naar vragen. Hadden ze het dan helemaal mis? Hadden ze dan in al die 40 dagen niets geleerd? Zaten ze er dan helemaal naast? Jezus had toch al die tijd over het Koninkrijk gesproken. Hun vraag was toch logisch! Zij waren bezig met de geschiedenis van Israël. Net als zij, moeten wij ook iedere keer weer ontdekken, dat wij ook niet altijd een bevredigend antwoord op onze logische vragen krijgen. Vaak komt er dan heel iets anders. Zo was het ook bij de discipelen. Maar we blijven toch even bij de verwachting van dat Koninkrijk. De Here Jezus zei niet, hoe komen jullie erbij? Wat een domme vraag. Nee, natuurlijk komt dat Koninkrijk er, maar dit is niet het moment. Er moet eerst een ander, wereldomvattend historisch feit plaatsvinden. Het is niet maar vaderlandse geschiedenis voor Israël, het is wereldgeschiedenis. Op de Hemelvaartsdag kreeg de Olijfberg een kapitale rol in de wereldgeschiedenis. Maar dat werd niet begrepen. De hemelvaart vond vanaf hier plaats. Met stomheid geslagen zagen ze het gebeuren. Ze waren zo geboeid door dit schouwspel, dat ze twee mannen, die zich bij het gezelschap hadden gevoegd, blijkbaar niet eens hadden opgemerkt. Wie waren dat? Wat zei die ene? “Wat staan jullie daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.” En wat gebeurt er dan in de hemel?

Weten we dat? Ja! Al 1000 jaar voor Christus. Hemelvaart heeft alles met Israël te maken. In principe is het een Joods feest;. Het is geen uitvinding van de kerk. Maar zij mag er sinds de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag in delen.

“Aldus luidt het Woord des Heren tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten. De Here strekt van Sion uw machtige scepter uit: heers te midden van uw vijanden. Uw volk is een en al gewilligheid ten dage van uw heerban; in heilige feestdos rijst uit de schoot van de dageraad de dauw uwer jonge mannen voor u op. De Here heeft gezworen en het berouwt Hem niet: Gij zijt priester voor eeuwig, naar de wijze van Melchisedek. De Here is aan uw rechterhand. Hij verplettert koningen ten dage van zijn toorn.”

Psalm 110:1-5

De wereldgeschiedenis heeft te maken met de tijd. Gods heilsplan overstijgt de tijd. Dat wordt niet begrepen. In voortschrijdende openbaring kon de profeet Zacharia bijna 500 jaar later zeggen:

“Zie, er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden. Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem.”

Zacharia 14:1-5

Dat slaat op de Wederkomst van Christus. Wat betekent Hemelvaartsdag? Hangt die dag ergens mee samen? Ja zeker, met de vervulling van de profetie. In de periode tussen Pasen en Hemelvaart moet de prediking over het Koninkrijk gaan, dat komt. Hemelvaartsdag is de dag van Zijn kroning. Dat is pas feest. Daar is Koninginnedag niets bij. Maar het wordt niet gevierd. Hoe komt dat? De mensen zien het niet. Tot nu is Satan nog de Overste van deze wereld. En wat doet hij?

“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw (en dat is Satan) met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.”

2 Corinthiërs 4:3-4

Door prediking en bijbelstudie leren we de samenhang van de heilsfeiten ontdekken. Hemelvaart is heilsgeschiedenis. En daar gaat het om, niet maar om een vrije dag in 2009. Want:

“Jezus Christus, (is) de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed – en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden!”

Openbaring 1:5-6

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Ziende blind

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun midden.”

Lucas 24:31

Schriftlezing

“En zie, twee van hen waren juist op die dag op weg naar een dorp, zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd, genaamd Emmaüs, en zij spraken met elkander over al wat voorgevallen was. En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen medeging. Maar hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem niet herkenden. Hij zei tot hen: Wat zijn dit voor gesprekken, die gij al wandelende met elkander voert? En zij bleven met somber gelaat staan. Eén dan van hen, genaamd Kleopas, antwoordde en zeide tot Hem: Zijt Gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen geschied is? En Hij zei tot hen: Wat dan? Zij zeiden tot Hem: Hetgeen geschied is met Jezus de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het ganse volk, en hoe Hem onze overpriesters en oversten overgegeven hebben om Hem ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hebben. Wij echter leefden in de hoop, dat Hij het was, die Israël verlossen zou. Maar met dit al is het thans reeds de derde dag, sinds dit geschied is. Maar ook hebben enige vrouwen uit ons midden ons doen ontstellen: zij waren in de vroegte bij het graf geweest en hadden zijn lichaam niet gevonden en zijn toen komen zeggen, dat zij ook een verschijning van engelen gezien hadden, die zeiden, dat Hij leeft. En enigen van de onzen zijn naar het graf gegaan en hebben het zo bevonden, als de vrouwen ook gezegd hadden, maar Hém hebben zij niet gezien. En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had. En zij naderden het dorp, waar zij heengingen, en Hij deed, alsof Hij verder zou gaan. En zij drongen sterk bij Hem aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald. En Hij ging binnen om bij hen te blijven. En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte. En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun midden. En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende? En zij stonden op en keerden terzelfder tijd terug naar Jeruzalem en zij vonden de elven en die bij hen waren, vergaderd, en dezen zeiden: De Here is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen. En zij verhaalden wat onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend was bij het breken van het brood.”

Lucas 24:13-35

Boodschap

Op de 12 km. lange weg naar huis sprake de Emmaüsgangers over alles wat er de afgelopen dagen was voorgevallen. En dat was nog al wat. Terwijl zij druk in gesprek waren was daar ineens een onbekende, die zich op de weg bij hen voegde. Hij ging dezelfde kant op. Zo liepen ze met zijn drieën verder. De onbekende wist blijkbaar niet wat er allemaal in Jeruzalem gebeurd was. Hij vroeg waar hebben jullie het over? Verbaasd bleven ze op de weg staan. Hoe is het mogelijk? Ze vroegen aan de vreemdeling of hij de enige in Jeruzalem was, die het niet wist. Iedereen had het er over. Nou, zeiden ze, wat er met Jezus de Nazarener gebeurd is. De vreemdeling vroeg, wat dan? Terwijl ze doorliepen, kreeg hij het hele verhaal te horen. Het hoge woord kwam er uit: we hadden gehoopt, dat hij Israël zou bevrijden. Maar onze leiders hebben hem ter dood laten brengen. Ook al was het drie dagen geleden, ze waren er nog altijd vol van. Ze hadden het nog steeds niet verwerkt. Ja, en dan gaat er ook nog een gerucht, dat Jezus uit de doden zou zijn opgestaan. Toen de vrouwen bij het graf kwamen, was het leeg en hij was nergens te bekennen. Ze zeiden, dat ze ook engelen gezien hadden.

Wat moet je nou met zo’n verhaal? Daar kun je toch niks mee. Dan blijkt die vreemdeling toch meer te weten, dan ze dachten. Hij herinnerde hen aan, wat de profeten allemaal over Jezus gezegd hadden. Hij ging helemaal terug tot Mozes. Hij zei hun, dat moesten jullie toch weten! Toen de vreemdeling met hen het Oude Testament doornam, konden ze alleen maar toegeven, dat het klopte. Maar bij de hele lange wandeling hadden ze niet door, wie er naast hen was komen lopen. Hun ogen waren bevangen; anders gezegd ze waren ziende blind. Ze waren zo gefixeerd op hun ontgoocheling; ze waren zo gefascineerd door wat ze nu hoorden, dat ze niet eens vroegen: wie bent u eigenlijk? Het ontbrak hun aan de nodige nuchterheid. Maar goed, ze waren bij hun huis aangekomen en de vreemdeling moest nog verder. Maar ze waren niet klaar met de zaak. Weet u, zeiden ze, het is al donker. Blijf maar bij ons, ze stonden er op, dat hij bij hen zou blijven eten. Maar de vreemdeling wilde verder. Zou u dat nou wel doen? Blijf toch bij ons. Nou vooruit dan. Toen ze eenmaal aan de maaltijd zaten, of lagen zoals ze het in het Oosten doen, nam de vreemdeling het brood en dankte ervoor. Toen hij het brood met hen deelde, zagen ze het ineens: HIJ is het zelf, Jezus. En weg was HIJ. Ze zagen Hem niet meer. Wat hebben we nu? Ze vielen van de ene verbazing in de andere. Ja, zeiden ze tegen elkaar, onderweg had ik een vreemd gevoel, maar ik wist niet wat het was. Ik kreeg het er van binnen warm van. Ze lieten er geen gras over groeien. Ze lieten het eten staan, geen tijd voor de afwas. Ze gingen gelijk de 12 km. weer terug. Eenmaal buiten, zagen ze Hem ook niet. Dit moesten de discipelen horen.

Wat was nu het probleem van Kleopas en zijn metgezel? Waarom zaten ze zo in de put? Waarom hadden ze geen hoop meer? Hun ogen waren bevangen. Ze zaten gevangen in een bepaald denken. Jezus verblindde hen niet. Ze waren zo gevangen in dat denken dat Hij er niet meer was. De bevrijding van Israël, zoals zij dachten, dat die zou gebeuren, klopte niet. Dat Jezus wel eens naast hen zou kunnen lopen, bestond al helemaal niet. Natuurlijk niet, HIJ was dood. Ze zagen het niet, begrepen het niet. Waarom niet? Ze hadden zich een bepaalde voorstelling van de toekomst gemaakt. Daar geloofden ze zo vast in, dat kon niet stuk. En het ging stuk. Ze waren ontredderd. Het doet me denken aan Duitse soldaten, die tegen alle verhalen van hun officieren in geloofden, dat ze oorlog hadden gewonnen. Toen ze ingesloten waren en nergens heen konden, stortte hun schijnwereld in. Ik zag ze op de grond tegen de muur zitten met hun hoofd tussen de knieën. Een aanblik om nooit te vergeten. Waarom? Omdat ze niet de waarheid geloofden, maar een valse voorstelling.

Waarom waren de Emmaüsgangers verbijsterd? Ze kenden het profetische Woord, maar ze geloofden het niet. Daardoor kregen ze een volkomen verkeerde kijk op de werkelijkheid. Hierin ligt voor ons een les. Velen geloven niet, dat Jezus, de Messias, bij Zijn wederkomst in heerlijkheid Zijn eeuwig Koninkrijk zal oprichten. Bij de verslaggeving van de zendingsreis van de apostel Paulus aan de Gemeente van Jeruzalem wees hij op het profetische woord. Als de Gemeente van Christus op aarde voltallig is, gebeurt het:

“Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

Handelingen 15:16-18

God heeft beloofd, dat het koningshuis van koning David eeuwig zal bestaan; het zal hersteld worden. Langs de menselijke lijn stamt Jezus van Nazareth af van koning David. HIJ is Gods koning op de troon van koning David. Alle eeuwen door hebben de profeten voorzegd, dat dit Koninkrijk er komt. Die profetieën zijn nooit herroepen. Ze zullen ook letterlijk in vervulling gaan. De profeet Daniël profeteerde voor de eindtijd met de tien koningen:

“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”

Daniel 2:44

Vele eeuwen later sloot de apostel Johannes hier op aan:

“En de tien horens, die gij zaagt, zijn tien koningen, die nog geen koningschap hebben ontvangen, maar één uur ontvangen zij macht als koningen, met het beest. Dezen zijn één van zin en geven hun kracht en macht aan het beest. Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen – want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen – en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen.”

Openbaring 17:12-14

Dit roept natuurlijk veel vragen op. Hoe zal dit allemaal gaan? We zijn net als de Emmaüsgangers. We hebben zo onze voorstelling van de toekomst. Net als zij, hebben wij de neiging om te speculeren. Van hen kunnen we leren, dat we dat niet moeten doen. Dan komen we verkeerd uit. De vraag is of we geloven wat het Wood zegt, ook al krijgen wij het niet op een rijtje. Zouden we dat niet aan God overlaten? Als we daar een eigen invulling aangeven, zijn we ziende blind. Een ding staat vast: Gods eeuwige Koninkrijk komt!

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Het Koninkrijk – Deel 1

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Van U, o Here, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o Here, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven. Want rijkdom en eer komen van U, en Gij heerst over alles; in uw hand is sterkte en kracht, en Gij hebt het in uw macht een ieder groot en sterk te maken.”

Kronieken 29:11-12

Schriftlezing

“Daarop zei koning David tot de gehele gemeente: Mijn zoon Salomo, de enige, door God verkoren, is nog een tengere knaap, en het werk is groot, want deze burcht is niet voor een mens bestemd, maar voor de Here God. Daarom heb ik, zoveel ik vermocht, gereedgelegd voor het huis van mijn God: goud voor de gouden, zilver voor de zilveren, koper voor de koperen, ijzer voor de ijzeren, hout voor de houten voorwerpen, chrysoprasen en vulstenen, zwarte en kleurige stenen, allerlei edelgesteente en wit marmer in menigte. Maar nu schenk ik nog bovendien, uit liefde voor het huis van mijn God, van wat ik zelf aan goud en zilver bezit, aan het huis van mijn God, behalve wat ik voor het heiligdom heb gereedgelegd: drieduizend talenten goud, goud van Ofir, en zevenduizend talenten gelouterd zilver, om de muren der gebouwen te overtrekken; goud voor de gouden en zilver voor de zilveren voorwerpen, en voor alles wat door de handwerkslieden wordt gemaakt. Wie verklaart zich nu bereid, om heden de Here zijn gave te schenken? Toen verklaarden zich daartoe bereid de oversten der families, de oversten van Israëls stammen, de oversten over duizend en honderd en de oversten over het werk van de koning; zij gaven voor de dienst van het huis Gods vijfduizend talenten goud en tienduizend darieken; tienduizend talenten zilver; achttienduizend talenten koper en honderdduizend talenten ijzer. Wie edelstenen bij zich had, gaf die, voor de schat van het huis des Heren, in handen van de Gersoniet Jechiël. Het volk verheugde zich over hun gewilligheid, want zij gaven met een volkomen toegewijd hart vrijwillig aan de Here; ook koning David verheugde zich met grote vreugde. Toen prees David de Here ten aanschouwen van de gehele gemeente, en David zei: Geprezen zijt Gij, Here, God van onze vader Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Van U, o Here, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o Here, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven. Want rijkdom en eer komen van U, en Gij heerst over alles; in uw hand is sterkte en kracht, en Gij hebt het in uw macht een ieder groot en sterk te maken. Thans loven wij U, o onze God, en prijzen wij uw heerlijke naam. Wie toch ben ik, en wat is mijn volk, dat wij in staat zouden zijn zulke vrijwillige gaven te schenken? Want het komt alles van U, en wij geven het U uit uw hand.”

Kronieken 29:1-14

Boodschap

Na Zijn Opstanding sprak de Here Jezus 40 dagen lang met Zijn discipelen over het Koninkrijk Gods. Over het Gods Koninkrijk en koningschap valt veel te zeggen. Het gedeelte, dat we gelezen hebben is nogal moeilijk. Maar het is zeer de moeite waard om de inhoud ervan tot ons te laten doordringen. Wat betekent koninkrijk en koningschap, waar begon dit? Het kan hier alleen schematisch weergegeven worden. In Bijbels licht betekent “Koning” zoveel als soevereiniteit, bezitter van de hoogste macht. Daaraan is ieder mens volkomen gehoorzaamheid verschuldigd. Het gaat niet om democratie. Om dat duidelijk te maken, had God het volk Israël uitgekozen om dit aan de wereld te laten zien:

“Want gij zijt een volk, dat de Here, uw God, heilig is; ú heeft de Here, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn.”

Deuteronomium 7:6

Aardse koninkrijken zijn er een afspiegeling van. Zo was het in de eeuwenlange geschiedenis van Israël. Israël was bedoeld als voorbeeld voor de natiën. Het volk Israël had niet God uitgekozen om koning over hem te zijn, maar God had Israël uitgekozen om Zijn volk te zijn. Wat had God hiermee voor?

“Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang.”

Jesaja 60:3

Door middel van het volk Israël wilde God Zich aan de volken bekendmaken. Waarom koos God het volk Israël? Omdat het beter was dan andere volken? Nee, maar omdat Hij het zo wilde. Maar het was met vallen en opstaan. Bij de Uittocht uit Egypte moest Mozes al Gods boodschap aan het volk overbrengen:

“Gij zijt immers een hardnekkig volk.”

Deuteronomium 9:6

In het eerste Bijbelboek Genesis worden al veel koningen genoemd, maar Israël had geen koning. Eindelijk wilde Israël zelf ook een koning hebben.

“De Here zei tot Samuël: Luister naar het volk, in alles wat zij tot u zeggen, want niet ú hebben zij verworpen, maar Mij hebben zij verworpen, dat Ik geen koning over hen zou zijn.”

1 Samuel 8:7

God was dus de Koning van Israël, maar daar had het volk kennelijk niet genoeg aan. Op enkele uitzonderingen na blijkt, dat door heel de geschiedenis van Israël heen, het steeds weer misging. En toch komt God tot Zijn doel. Ze dienden God wel, maar meestal op de manier, zoals andere volken hun goden dienden. Ze waren God niet vergeten, maar deden niet wat Hij gezegd had en waartoe zij zich vrijwillig hadden verbonden. Naast God dienden ze andere goden aan wie zelfs mensenoffers gebracht werden. Zo hadden ze een godsdienst uitgezocht, die meer aansloot bij de eisen van de tijd. Hoe doen wij dat vandaag? Misschien hebben we God niet vergeten, maar hebben we er een en ander meer van eigen ontwerp of keus bij, dat meer aansluit bij deze tijd.

In de tijd van koning David was Israël een machtig rijk geworden. Het absolute hoogtepunt van dit koninkrijk zou de bouw van de Tempel worden. Dat zou koning Salomo gaan doen. Hoewel de hele wereld met bewondering, misschien wel met afgunst, naar Israël keek, lag de nadruk niet op de aardse heerlijkheid en macht van de koning. God stond centraal. In zijn gebed zei David:

“Van U is de heerschappij, o Here, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven.”

Kronieken 29:11b

Hiermee erkende hij, dat niet hij de hoogste autoriteit was. Hij was onderkoning, en dat zou Salomo ook zijn. Door alle menselijke gebrokenheid heen, komt God tot Zijn doel zowel met Israël als met ons. Israël is een volk, net als alle andere. Er is één verschil: God heeft dat volk uitgekozen om zich aan de wereld bekend te maken. Waarom koos Hij dat volk? Het had elk ander volk kunnen zijn. Dan wordt de lijn doorgetrokken naar het Nieuwe Testament. In het bekende “Onze Vader- gebed” leerde de Here Jezus Zijn discipelen bidden:

“Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”

Mattheüs 6:13

Het gaat niet alleen om het aardse koninkrijk naar Gods model, maar dat correspondeert met het hemels koninkrijk: “Uw wil geschiede in de hemel alsook op de aarde,” leert het Onze Vader. Het gaat om dat ene Koninkrijk Gods zowel op aarde als in de hemel. En zo gaat het gebeuren. Er zijn Bijbelverklaarders, die het komende Koninkrijk niet letterlijk maar geestelijk opvatten. De profeet Daniël profeteerde iets anders. Als de tijd voor de tien koningen van de eindtijd voorbij is, luidt de nog niet vervulde profetie:

“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid, juist zoals gij gezien hebt, dat zonder toedoen van mensenhanden een steen van de berg losraakte en het ijzer, het koper, het leem, het zilver en het goud verbrijzelde. De grote God heeft de koning bekendgemaakt wat na dezen zal geschieden; de droom is waarachtig en zijn uitlegging betrouwbaar.”

Daniel 2:44-45

Na Zijn Opstanding zal door de uitleg van de Oudtestamentische profetieën aan de discipelen veel voor hen duidelijker zijn geworden. Dat volmaakte aardse Koninkrijk komt er alsnog. Tijdens een latere ledenvergadering in Jeruzalem trok de apostel Paulus de profetische lijn verder door. De Gemeente in Jeruzalem kreeg te horen:

“En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat: Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

Handelingen 15:15-18

Het is nog niet gebeurd, maar het koningshuis van David zal letterlijk hersteld worden. Dat letterlijke herstel zal volkomen geestelijk zijn, want:

“Van U, o Here, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o Here, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven.”

Kronieken 29:11

Want:

“Van U is het Koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.”

Mattheüs 6:13

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Het Koninkrijk

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft.”

Handelingen 1:3

Schriftlezing

“Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft. En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zeide Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.”

Handelingen 1:1-8

Boodschap

De Schriftlezing is maar kort. Maar er staat iets in, dat erg belangrijk is en waar we makkelijk overheen lezen. Daar kom ik straks op terug. Op de eerste Paasdag vielen de discipelen van de ene verbazing in de andere. Voor zijn arrestatie had de Here Jezus uitspraken gedaan, die ze toen niet begrepen. Lijden en sterven en na drie dagen opstaan uit de doden… Wat moesten ze zich daarbij voorstellen? Toen het gebeurde hebben ze het met diepe emotie, soms met vertwijfeling, allemaal zien gebeuren. Denk maar aan Thomas. Toen de Here Jezus op Paasavond aan de discipelen verscheen, was hij er niet. De volgende Zondag, toen de Here Jezus weer verscheen was hij er wel. Na Zijn Opstanding vielen een aantal stukjes van de legpuzzel op hun plaats. Maar ze waren er nog niet. In het bijzijn van de andere discipelen kreeg Thomas een gezegende ontmoeting met Jezus, maar het was wel pijnlijk. Ik denk, dat Petrus toen maar even niets heeft gezegd… Maar waar ging het gesprek verder over? De Here Jezus zal toch niet alleen maar met Thomas gesproken hebben en verder niets gezegd hebben! Tussen haakjes, hoe zou u het vinden, als er plotseling iemand midden in de huiskamer stond. Hij had niet gebeld, had geen sleutel, en de deur zat op slot? De buitendeur bleef dicht. Ook de kamerdeur ging niet open. En daar stond Hij. Over emotie gesproken. In de tekst waar we over nadenken staat, dat de Here Jezus na Zijn Opstanding 40 dagen lang met de discipelen over het Koninkrijk Gods gesproken heeft. Misschien is Hij er die avond gelijk mee begonnen. We weten het niet. Was daar dan zoveel over te vertellen? In bijna 6 weken kan er heel wat gezegd worden. Maar van die gesprekken werd geen verslag gemaakt. Dat was ook niet nodig. Het Oude Testament staat vol met profetieën over het Koninkrijk. Het is zonneklaar, dat de Here Jezus daar nader tekst en uitleg over gegeven heeft. Toen Israël, pas bevrijd uit Egypte in de woestijn Sinaï aankwam, liet God het volk weten:

“En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.”

Exodus 19:6

Koning David profeteerde:

“Want het koninkrijk is des Heren, Hij is heerser over de volken.”

Psalm 22:29

In zijn boek werkt de profeet Daniël het allemaal verder uit:

“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”

Daniel 2:44

Vanaf Exodus tot Haggaï, wordt dit thema in het hele Oude Testament aangetroffen. In het Nieuwe Testament wordt die lijn tot in het Boek Openbaring voortgezet. Hoewel de Bijbel er steeds verder over uitweidt, blijven er voor ons ook genoeg vragen over. Een ding is zeker, het is er en de dag komt, dat het voor ieder zichtbaar zal zijn. Misschien zou het goed zijn, als we meer aandacht aan dit onderwerp zouden besteden. We zijn zo druk bezig met talloze dingen, dat we het Koninkrijk makkelijk vergeten. Net als het volk Israël zijn er ook vandaag mensen, die zich allerlei voorstellingen van dit Koninkrijk maken. Bij Israël was het begrip zover verwijderd van wat God bedoelde, dat ze de koning van Israël, de Messias, niet herkenden toen Hij kwam. Ze verwierpen Hem en het Koninkrijk volgens Gods model. Vandaag is het niet anders. Theologen hebben naar eigen inzicht ontwerpen van het Koninkrijk gemaakt, zoals het volgens hen, zou moeten worden. Wat zij er ook van vinden, Gods Koninkrijk zal letterlijk op aarde aanwezig zijn. Israël had een verkeerde opvatting van het Koninkrijk. In navolging van Israël heeft de Kerk, de letterlijk bedoelde profetieën van het Koninkrijk vergeestelijkt. Dat Koninkrijk zou niet letterlijk bedoeld zijn, maar moest figuurlijk verstaan worden. Maar wat dat in de praktijk betekent, weet dan niemand. Als het aardse koninkrijk van de tien koningen uitgespeeld zal zijn, wordt het eeuwige Koninkrijk Gods openbaar:

“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”

Daniel 2:44

Deze profetie is glashelder. Er bestaat geen enkele reden, waarom God deze profetie niet letterlijk in vervulling zal doen gaan. Hoe dat moet, weet ik niet. We moeten niet verdergaan, dan Gods Woord ons geeft. Speculeren is uit den boze. God zegt in Zijn Woord, dat het komt. Dan komt het ook. Op Zijn tijd, volgens Zijn ontwerp. Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken.

Amen.

~Dr. K. van Berghem