Opstandingskracht

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

““(Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden.”

Filippenzen 3:10-11

Schriftlezing

“Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof. (Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden.”

Filippenzen 3:8-11

“Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, (…) ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want als wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn (met wat gelijk is) aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, (…) Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.”

Romeinen 6:4-11

“Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont.”

Romeinen 8:10-11

Boodschap

Hier en daar heb ik voor de duidelijkheid de tekst iets ingekort. De apostel Paulus heeft een compacte argumentatie met tussenzinnen. Soms is het even teveel om alles in één keer te begrijpen. Het gaat hier even om de doorgaande lijn. Maar u doet er goed aan de hele tekst voor uzelf nog eens te lezen. Vorige week ging het over het thema vuilnis. Met alles wat de apostel was en had, voelde hij, dat dit in het niet viel in vergelijking met de kennis van Christus. Maar hij gaat nog een stap verder. Meerdere stappen zelfs. Nu gaat het over die eerste stap. Hij wil de kracht van de opstanding kennen. In de Brief aan de Romeinen geeft de apostel een volgorde aan. Wie tot geloof gekomen is, laat zich dopen. De afdaling in het water stelt zijn begrafenis voor. Het Bijbelse woord voor dopen is baptizein en betekent nooit iets anders dan onderdompeling. Zo wordt de gelovige in het watergraf begraven. Het betekent het breken met het oude leven. Dan mag hij uit dat watergraf opstaan. Het betekent, dat er een nieuw leven begint. Paulus zei, dat, toen de Here Jezus op het kruis de woorden uitriep: het is volbracht, de oude mens hier meegekruisigd werd. De Here Jezus zei:

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.”

Johannes 5:24

Geloven is vertrouwen en gehoorzamen. Voor wie gelooft, dat de Here Jezus ook voor hem, voor haar, gestorven is, heeft de kruisdood van de Here Jezus de terugwerkende kracht, waardoor de bekeerling vergeving ontvangt. In feite, werd hij gekruisigd met de Here Jezus lang voordat hij geboren werd. Als hij tot geloof komt, komt hij daardoor niet meer in het oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven. Als iemand sterft, zeggen wij bijvoorbeeld, dat hij uit het leven is gestapt en daarmee overgegaan is in de dood. In de Bijbel is het precies andersom. Aan een andere Gemeente schreef de apostel:

“Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld”

Efeziërs 2:1-2

Hoewel springlevend, wie zonder Christus leeft, is in feite dood, geestelijk dood. De ziel en het lichaam leven, maar de geest is dood, dat wil zeggen van God gescheiden. En als dat niet verandert, hij eeuwig van God gescheiden blijft. Maar voor de gelovige geldt:

“Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.”

Romeinen 6:11

Daarom schreef Paulus aan de Philippenzen, dat alles wat hij had en wist het niet haalde bij de kennis van Christus. Die wil hij kennen en de kracht van de opstanding. Dit is nog maar het begin van wat hij wilde kennen. Alsof dit niet genoeg was, wist hij dat er nog veel meer was. Ongeveer in het jaar 57 schreef de apostel:

“dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken.”

2 Korintiërs 12:4-7

Hij kreeg daar buitengewone openbaringen.

Daar heeft hij meer gehoord en gezien, dan wie ook. Daarom schreef hij in het jaar 62 aan de Philippenzen, dat hij er meer van wil weten. Hij heeft meer gezien dan wij allemaal bij elkaar. Maar er is nog veel meer. Dan kunnen wij ons afvragen: waar hebben wij het met onze drukte eigenlijk over? We zijn zo bezig met de dingen van alledag. Dan staan we niet stil bij de werkelijkheid, die we niet kunnen zien. Nog niet. Die werkelijkheid staat zover van ons af. Dat is natuurlijk niet goed. In de drukte van alle dag moeten we ons de vraag stellen: waar gaat het nu eigenlijk om? Wat is nu echt belangrijk? Ja maar, weet u, ik ben zo druk bezig met dit en met dat. Het is echt belangrijk, ik speel er niet mee. Nu komt de financiële crisis er boven op. Je raakt je baan kwijt, de zaken lopen niet meer zoals vroeger. Er komen geen bestellingen meer binnen. Misschien moeten we straks langer gaan werken. De pensioenen staan onder druk. Hoe los ik mijn hypotheek af? Maar waar gaat het nu echt om?

Dit leven vliegt voorbij. We hebben nog nooit zoveel vrije tijd gehad als nu. We zijn nog nooit zoveel tijd tekort gekomen als nu. Zonder onderbreking worden we beziggehouden. Door wat, of door wie? De Overste van deze wereld perst ons samen in een systeem, waarin we snakken naar lucht. Ik noem dat het systeem van het Beest. We worden steeds verder gecontroleerd. Zonder pasjes en codes wordt het leven praktisch onmogelijk. Het gaat steeds verder. Al deze dingen benemen ons het zicht op de werkelijkheid, op de echte werkelijkheid. Ze benemen ons het zicht op de eeuwigheid. En daar gaat het pas echt om. Het gaat niet om een vlucht uit de realiteit waarin we leven. Maar we moeten ons allen, met twee benen op de grond, goed bewust zijn, dat er meer is dan bankpasjes, crisis, werkeloosheid en slechte vooruitzichten. De welvaart van na de oorlog is ons naar het hoofd gestegen. We zijn nergens anders mee bezig. De presidenten van de grote maatschappijen klagen steen en been. Ze hebben weer een slecht jaar gehad. Ja, er is wel winst maar, miljarden lager dan vorig jaar. De zaak is volkomen dolgedraaid. En als ze wegens wanprestatie weggestuurd worden, krijgen de stakkers een bedrag mee, dat u en ik nog nooit bij elkaar gezien hebben. Waar gaat het om? Paulus werd opgetrokken in het paradijs. Wat hij daar te zien kreeg mocht hij niet vertellen. Ik vraag me af, of hij er wel de woorden voor had kunnen vinden. Dat is de werkelijkheid. Het mensenleven is kort. Het vliegt voorbij. Hoe ouder je wordt, hoe harder het gaat. En wat nemen we mee als we het moede hoofd neerleggen? Niets, helemaal niets. Nu de crisis over ons heen walst wordt het hoogtijd eens extra na te denken, waar het echt om gaat. De Brieven van de apostel Paulus zijn bewaard gebleven. Hij was op aarde en werd opgetrokken in het paradijs. Hij kende de zaak van twee kanten. We zullen er goed aan doen om eens goed naar hem te luisteren en naar de andere kant te kijken.

“(Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden.”

Filippenzen 3:10-11

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Het Geheim – Deel 2

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.”

1 Korintiërs 15:51-52

Schriftlezing

“Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt? En met wat voor lichaam komen zij? Dwaas! Wat gij zelf zaait, wordt niet levend, of het moet gestorven zijn, en als gij zaait, zaait gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde, maar dat van mensen is anders dan dat van beesten, en het vlees van vogels weer anders dan dat van vissen. Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse. De glans der zon is anders dan die der maan en der sterren, want de ene ster verschilt van de andere in glans. Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht. Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt. Is er een natuurlijk lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest. Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen. Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.”

1 Korintiërs 15:35-52

Boodschap

Aan de apostel Paulus had God nog meer geheimen geopenbaard. Openbaring is een gegeven, dat op geen enkele andere manier te krijgen is, dan door openbaring. Als iets een geheim was, was het wel de opstanding uit de doden. De opstanding waar Paulus hier over spreekt geldt voor hen, die tot de Gemeente van Christus behoren. Dit is een belangrijk onderwerp. Misschien wordt er te weinig aandacht aan besteed. Het is goed ons er in te verdiepen wat Gods Woord hier over zegt. We moeten niet gissen, niet speculeren, maar lezen wat er staat. God heeft ons Zijn Woord gegeven. Dat wil zeggen, dat Hij ons iets te zeggen heeft, ook over de opstanding van de gelovigen. Ieder mens komt voor de vraag te staan, wat er na dit leven is. Velen denken, dood is dood. Als dat waar zou zijn, is het hele leven absurd. Waar is het goed voor, dat een mens wordt geboren. Dart gaat gepaard met pijn. Hij groeit op, met vallen en opstaan, dat doet pijn. Eenmaal gaat hij sterven, dat doet pijn. Als we niet weten waar we vandaan komen, als we niet weten waar we heen gaan, wat moeten we dan in dit leven doen? Dan is het alles zinloos. Carrière maken, geld verdienen en voor wie is het? Dit is een arm bestaan. In de vorige overdenking hebben we gezien, dat we in dit leven geplaatst zijn met een bedoeling. Het leven is een leerschool. De lessen zijn vaak hard en moeilijk. Maar als we onze bestemming kennen ziet het er allemaal anders uit. Aan de Gemeente in Rome schreef de apostel Paulus:

“Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.”

Romeinen 8:28

Vaak begrijpen we veel dingen niet. Maar als we ons leven aan God hebben toevertrouwd, als we weten, dat de Here Jezus Christus voor ons de weg tot God gebaand heeft, hebben we toekomst. Zonder de wekelijkheid van alle dag te ontkennen, zonder speculeren, mogen en kunnen we weten, dat er een opstanding uit de doden is. Eigenlijk een opstanding van tussen de doden. Alle doden zullen eenmaal opgewekt worden. Maar niet allemaal tegelijk. In zijn brief aan een andere Gemeente, waar gelovigen met problemen over dit onderwerp zaten, zei de apostel Paulus:

“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan.”

1 Thessalonisenzen 4:16

De apostel Johannes legt verder uit,

“En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en (ik zag) de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang. De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding.”

Openbaring 20:4-5

Er is dus meer dan één opstanding. Het gaat er om, bij welke opstanding wij horen. Bij de eerste of bij de tweede. Hoe zouden wij anders weten, wat er met ons, met de gelovige en met de ongelovige gebeurt na dit leven. Dit werd aan de apostelen Paulus en Johannes geopenbaard. Dit is een geheim, een groot geheim. God laat ons niet in het onzekere. Vragen? O ja, natuurlijk. Veel vragen. We krijgen niet op elke vraag een antwoord, nu niet. Maar we krijgen wel de antwoorden, die we nodig hebben. De tekst waar we mee bezig zijn, is geen uitvlucht, het is geen verdovend middel om de patiënt rustig te houden. In het Evangelie van Johannes lezen we: “Jezus zei” (tot de ongelovige Thomas): “Ik ben de weg en de waarheid en het leven.” Als we Hem en Zijn Woord niet geloven, houdt alles op. De apostel Paulus schreef aan de Gemeente in Corinthe: “Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.” Het is niet minder dan spectaculair. Als Christus de Gemeente tot Zich neemt, zullen er gelovigen zijn, die dan nog in het leven van alledag staan Van hen wordt gezegd, dat hun lichamelijke conditie in een ondeelbaar ogenblik zal veranderen. Voor dat ondeelbare ogenblik staat het Griekse woord “atomós,” dat we herkennen als atoom. Het gebeurt in minder dan geen tijd. In dit globale overzicht eindig ik met een tekst uit het laatste Bijbelboek. Van de gelovigen, die in Christus zijn ontslapen wordt gezegd:

“En zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang. De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding. Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, die duizend jaren.”

Openbaring 20:4-6

Bent u daarbij? Het is nog tijd.

Amen.

~Drs. K. van Berghem