De zekere toekomst van de christen [Serie]

In deze tijd van verwarring zijn er voor de gelovige Bijbelse basisprincipes waarmee hij meer dan ooit vertrouwd moet zijn. In een serie studies wordt hieraan aandacht besteed. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij Gods Woord als het fundament van de gelovige. Daarna gaat om zijn positie in Christus, daarna de geestelijke strijd gevolgd door het onmisbare gebed. Aandacht wordt vervolgens besteed aan het profetische woord, daarna de mogelijke misleiding van de gelovige. Verder is er sprake van een andere Christus. De voorzegde afval wordt onder de loep genomen gevolgd door de weerhouder. De laatste vier studies in deze serie gaan over de werking van Satan, dwaling en oordeel, de voorgestelde heerlijkheid, EN tot slot de zekere toekomst van de christen.

Wakker worden!

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.”

Efeziërs 5:14

Schriftlezing

“Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk. Maar van hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht mag onder u zelfs geen sprake zijn, zoals het heiligen betaamt, en evenmin van onwelvoegelijkheid en zotte of losse taal, die geen pas geven, doch veeleer van dankzegging. Want hiervan moet gij doordrongen zijn, dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God. Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid. Doet dan niet met hen mede. Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, – want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid – , en toetst wat de Here welbehagelijk is. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht. Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad. Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.”

Efeziërs 5:1-17

Boodschap

De nu onbewoonde stad Efeze uit de 12e eeuw voor Christus, was de belangrijkste stad in de Romeinse provincie van Klein-Azië, het huidige Turkije. De stad met zijn driehonderdduizend inwoners had een beroemde tempel voor de vruchtbaarheidsgodin Diana met de vele borsten. Van deze godin werd gezegd, dat ze uit de hemel gevallen was. Deze godin werd wereldwijd vereerd. In de Franse stad Nîmes bestaat de nog altijd toegankelijke ruïne van een tempel van deze godin. Bij mijn bezoek bleek de godin niet aanwezig, er was ook geen afbeelding van haar. Er was in Efeze een grote Joodse gemeenschap. In het jaar 52 bezocht de apostel Paulus deze stad. Vanwege het belang van dit belangrijke handels-, politiek en godsdienstig centrum bleef hij er bij een later bezoek 2 jaar. Toen begon er vijandschap tegen het groeiende Christelijke geloof te ontstaan. De godsdienst van Diana begon er onder te lijden zodat zelfs een economische crisis ontstond. Hoewel er nog veel meer interessante dingen over deze stad te vertellen zijn, zullen we het hier even bij laten. We zijn in het gelukkige bezit van enkele momentopnamen over een periode van ruim 30 jaar van de geschiedenis van deze Gemeente. Ik noem enkele hoogtepunten. Volgens Handelingen 19:1-8 kwam de apostel Paulus na zijn reis door de bovenlanden in Efeze. Drie maanden lang sprak hij in de synagoge over het Koninkrijk Gods. Hij maakte kennis met 12 mannen, die eerder in Jeruzalem de doop van Johannes hadden ontvangen. Na Paulus’ prediking lieten zij zich dopen en ontvingen de Heilige Geest. Hier ligt de basis van de Christelijke Gemeente in die stad. Er gebeurden opzienbarende dingen in die stad. Ik citeer:

“Enige van de rondreizende Joodse geestenbezweerders waagden het over hen, die zulke boze geesten hadden, de naam van de Here Jezus te noemen met de woorden: Ik bezweer u bij de Jezus, die Paulus predikt. Het waren nu zeven zonen van een zekere Skevas, een Joodse overpriester, die dit deden. Maar de boze geest antwoordde en zei: Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij? En de mens, in wie de boze geest was, sprong op hen af, overweldigde hen tezamen en bleek zoveel sterker dan zij, dat zij zonder kleren en gewond uit dat huis moesten vluchten. En dit werd bekend aan allen, Joden en Grieken, die te Efeze woonden, en vrees overviel hen allen, en de naam van de Here Jezus werd grootgemaakt; en velen van hen, die gelovig geworden waren, kwamen hun schuld belijden en uitspreken wat zij bedreven hadden. En enigen van degenen, die toverkunsten hadden uitgeoefend, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van allen. En men berekende de waarde ervan en stelde die vast op vijftigduizend zilverstukken. Zo wies het woord des Heren krachtig en het werd sterker.”

Handelingen 19:13-20

Dit alles leidde ertoe, dat de Efeziërs zich van godin Diana begonnen los te maken. Dit had grote gevolgen voor de industrie waar de beeldjes van de godin werden gemaakt. Het trof het godsdienstig toerisme met alles wat daarbij hoort. De toen al bestaande vakbond kwam in verzet. Het liep uit op een massabetoging voor de godin in het eerder genoemde theater. De hele stad was in rep en roer. Er was zelfs een dreiging dat de Romeinse troepen zouden ingrijpen om de orde te herstellen. Paulus was van zijn leven niet zeker. Een ding is duidelijk: er ging een krachtige werking uit van de Gemeente. De Gemeente verkocht geen verhaal voor kinderen en oude vrouwtjes. Was het zo maar gebleven! Tien jaar later schreef de apostel een brief aan deze Gemeente. Uit de tekst van deze overdenking spreekt grote zorg. Het begin was zonder meer indrukwekkend. Maar een jaar of tien na dat indrukwekkende begin riep de apostel de ingedutte Gemeente toe:

“Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen.”

Efeziërs 5:14-15

Is daar iemand? Wakker worden! Dat was in het jaar 64. Het is verdrietig, dat de volgende generatie het er niet beter afbracht. Rond het jaar 95 kreeg de apostel Johannes van de Heer der Gemeente de opdracht een brief aan de Gemeente Efeze te sturen waarin o.a. het volgende te lezen stond:

“Dit zegt Hij, die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die tussen de zeven gouden kandelaren wandelt: Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden; en gij hebt volharding en hebt verdragen om mijns naams wil en gij zijt niet moede geworden. Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt. Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert.”

Openbaring 2:1-5

Tien jaar na het begin van de Gemeente wordt ze opgeroepen wakker te worden. De Gemeente was ingedut. Het betekent niet, dat er niets goed aan was. Dat bleek 30 jaar later wel uit hun inspanning en volharding. Hun geestelijk inzicht om de verkondigers van verhaaltjes te ontmaskeren. Ondanks de kritiek, die ze kregen waren ze niet moe geworden maar gingen door. Maar een ding ging niet goed: de Heer van de Gemeente, Jezus Christus, stond niet meer op de eerste plaats. Dit is fataal voor de Gemeente. Als er geen verandering in komt, dreigt Hij de kandelaar, de aanwezigheid van de Heilige Geest, weg te nemen. Als dat gebeurt zakt de Gemeente af naar het niveau van een club, die kerkje speelt. De vraag voor elke Gemeente is steeds weer: zijn wij in het centrum van Gods wil, of zijn we zo druk bezig, dat we dat niet meer zien? Of we dat nu prettig, en van deze tijd, vinden of niet: bidden wij in alle oprechtheid: Uw wil geschiede, wat het ook kost? De Gemeente, die zich zo opstelt en het in praktijk brengt, krijgt kritiek. Met alle goede bedoelingen, met alle inzet, die gelovigen kunnen opbrengen, kunnen ze geestelijk ingeslapen zijn. Daarom riep de apostel ”wakker worden.” Kijk hoe het begon, en hoe is het nu? Het is niet allemaal vanzelfsprekend. De apostel riep: sta op van tussen de doden. Die doden zijn de mensen, die geestelijk dood zijn, mensen, die God niet kennen. Ongelovigen moeten wedergeboren worden; ingeslapen gelovigen moeten wakker worden. Ze moeten zien waar het om gaat en er naar handelen. De Efeziërs leefden in een grote stad, die bruiste van de energie. Misschien verdienden ze de kost in het toerisme of in de handel. Daar is niets mis mee, maar lieten ze zich niet sluipend meeslepen in de heersende cultuur, die van het Christelijk geloof niets hebben moet? In onze tijd is het niet anders. Dit is alles behalve comfortabel. Wie een volgeling van Christus wil zijn, betaalt daarvoor een prijs. In deze tijd wordt dat steeds moeilijker. Er zijn berichten, dat veel jonge mensen spontaan voor gebed bijeenkomen. Velen hebben een blij geloofsleven gekregen. Hier klinkt het geritsel van een Opwekking. Ziet u er ook naar uit? De roep klinkt: wakker worden! Hoort u het? Sta dan op, de Meester is daar en Hij roept u!

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Brandpunt

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid.”

Handelingen 4:31

Schriftlezing

“En terwijl zij tot het volk spraken, overvielen hen de priesters, de hoofdman van de tempel en de Sadduceeën, zeer verontwaardigd, omdat zij het volk leerden en in Jezus de opstanding uit de doden verkondigden; en zij sloegen de handen aan hen en stelden hen in bewaring tot de volgende dag, want het was reeds avond. Maar velen van hen, die het woord gehoord hadden, werden gelovig, en het getal der mannen werd ongeveer vijfduizend. En het geschiedde tegen de volgende dag, dat hun oversten en hun oudsten en hun Schriftgeleerden bijeenkwamen te Jeruzalem, en Annas, de hogepriester, en Kajafas, Johannes, Alexander en allen, die tot het hogepriesterlijk geslacht behoorden; en toen zij hen hadden laten voorkomen, wilden zij van hen weten: Door welke kracht of door welke naam hebt gij dit gedaan? Toen zei Petrus, vervuld met de heilige Geest, tot hen: Oversten van het volk en oudsten, indien wij thans in verhoor genomen worden ter zake van een weldaad aan een zieke, waardoor hij gezond geworden is, dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn, dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër, die gij gekruisigd hebt, maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze hier gezond voor u staat. Dit is de steen, door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden. En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden. Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en bemerkt hadden, dat zij ongeletterde en eenvoudige mensen uit het volk waren, verwonderden zij zich, en zij herkenden hen, dat zij met Jezus geweest waren; en daar zij de genezene bij hen zagen staan, konden zij er niets tegen inbrengen. En na hun geboden te hebben buiten de raadzaal te gaan, overlegden zij met elkander, en zij zeiden: Wat moeten wij met deze mensen beginnen? Want dat er een kennelijk wonderteken door hen verricht is, is duidelijk aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen; maar om te voorkomen, dat het nog meer onder het volk verbreid wordt, laat ons hun dreigend gebieden tot niemand meer te spreken op gezag van deze naam. En toen zij hen binnengeroepen hadden, bevalen zij hun in het geheel niet meer te spreken over of te leren op gezag van de naam van Jezus. Maar Petrus en Johannes antwoordden en zeiden tot hen: Beslist zelf, of het recht is voor God, meer aan u dan aan God gehoor te geven; want wij kunnen niet nalaten te spreken van wat wij gezien en gehoord hebben. Maar zij dreigden nog meer, doch lieten hen vrij, daar zij geen vorm konden vinden om hen te straffen – en wel om het volk; want allen verheerlijkten God om hetgeen er geschied was; want de mens, aan wie dit teken der genezing verricht was, was boven de veertig jaar. En toen zij vrijgelaten waren, gingen zij naar de hunnen en deelden hun mede al wat de overpriesters en oudsten tot hen gezegd hadden. En toen dezen het hoorden, verhieven zij eenparig hun stem tot God en zeiden: Gij, Here, zijt het, die geschapen hebt de hemel, de aarde, de zee en al wat daarin is; die door de heilige Geest bij monde van onze vader David, uw knecht, gezegd hebt: Waarom hebben de heidenen gewoed en de volken ijdele raad bedacht? De koningen der aarde hebben zich opgesteld en de oversten zijn tezamen vergaderd tegen de Here en tegen zijn Gezalfde. Want inderdaad zijn in deze stad vergaderd tegen uw heilige knecht Jezus, die Gij gezalfd hebt, Herodes zowel als Pontius Pilatus met de heidenen en de volken van Israël, om te doen al wat uw hand en uw raad tevoren bepaald had, dat geschieden zou. En nu, Here, let op hun dreigingen en geef uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid uw woord te spreken, doordat Gij uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilige knecht Jezus. En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid.”

Handelingen 4:1-31

Boodschap

Het spreekwoord zegt: Als God Zijn kerk bouwt, bouwt Satan zijn kapel ernaast. Zo was het ook hier. Het ging zo goed in en met de Gemeente, dat de gevestigde orde er tegen in opstand kwam. Met grote ergernis hoorden de geestelijke leiders van wonderen en tekenen. Toen een zieke in de Tempel genezen werd, was de maat vol. Ze lieten de apostelen arresteren. De volgende dag werden ze verhoord. De leiders werden niet alleen tegengesproken, maar stonden zelfs met de mond vol tanden. Het enige wapen, dat ze hadden was een dreigement. Maar dat hielp niet. Na overleg achter gesloten deuren nam de dreiging alleen maar toe. Ook dat hielp niet. Hoe konden Petrus en Johannes standhouden? Ze stonden op het fundament van Handelingen 2:42.

“En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.”

Handelingen 2:42

Dat is de Opstanding van de Here Jezus, de gemeenschap, het Avondmaal en het gebed. De uitwerking daarvan was: vrees over alle ziel gevolgd door vele wonderen en tekenen. De leiders kwamen niet verder dan dreigementen. Maar het bleef gevaarlijk; ze voelden zich bedreigd. Toen ze weg mochten gingen ze naar de hunnen en vertelden wat er gebeurd was. Het werd een bidstond. Daar ligt het Brandpunt. Ze beriepen zich op Psalm 2

“Waarom hebben de heidenen gewoed en de volken ijdele raad bedacht? De koningen der aarde hebben zich opgesteld en de oversten zijn tezamen vergaderd tegen de Here en tegen zijn Gezalfde. Want inderdaad zijn in deze stad vergaderd tegen uw heilige knecht Jezus, die Gij gezalfd hebt, Herodes zowel als Pontius Pilatus met de heidenen en de volken van Israël, om te doen al wat uw hand en uw raad tevoren bepaald had, dat geschieden zou. En nu, Here, let op hun dreigingen en geef uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid uw woord te spreken, doordat Gij uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilige knecht Jezus. En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid.”

Handelingen 4:25-31

Het geheim is Gebed, voortdurend, aanhoudend gebed. Kan dat vandaag ook nog? Er is een boek over de opeenvolgende Opwekkingen op het eiland Lewis voor de Schotse Westkust. De titel is Sounds from Heaven. De gelovigen die daar wonen vormden een gemeenschap van gebed. Als het over Opwekking gaat, betekent het gebedstrijd. De Schotse gelovigen kwamen vaak bij elkaar in de huizen. Op een avond was er weer zo’n huisbidstond. Behalve de bekende Opwekkingsprediker Duncan Campbell was de ouderling, de dorpssmid, er ook. Het gebed ging moeizaam. De spanning was voelbaar. Er viel een stilte, het ging gewoon niet. Het Brandpunt. De predikant vroeg de smid of hij wilde bidden. Een half uur lang. Wat bad hij dan allemaal? Met grote vrijmoedigheid pleitte hij op Gods beloften. Als het ware wanhopig eindigde hij: “Here, wat doet u voor Uw grote Naam?” Plotseling begon het huis te schudden. Zes meisjes, die op een bank zaten, vielen op de grond. Iedereen dacht aan een aardbeving. Toen ze buiten kwamen bleek, dat er helemaal geen aardbeving geweest was. Het was het begin van weer een nieuwe Opwekking in 1939 en opnieuw in 1949. Gods aanwezigheid was als het ware voelbaar. Iedereen wist: God is hier. Ook de ongelovigen zeiden het. Is dit niet wat we missen? Zonder dat er iets bekendgemaakt was stroomden de kerken vol. Overal waren bidstonden, die soms doorgingen tot in de vroege morgenuren. Het Brandpunt. De mensen wilden niet naar huis. Alle aparte samenkomsten hielden op. Jongeren en ouderen zochten elkaar op. De een om te helpen, de ander om te leren. Hoe kon dit allemaal? Het Brandpunt. Gebed, gebed, gebed. Jong en oud samen in de bidstond. Welke spreker of welke methode moet de mensen van buiten binnenbrengen? Moeten die het doen? Nee, de Gemeente, moet het zelf doen. Er is maar één manier: gebed. Persoonlijk gebed. Hoe lang bidt u elke dag? Gezamenlijk gebed, eenparig. Uit Gods Woord en uit de kerkgeschiedenis en uit onze eigen tijd blijkt, dat het anders kan. En als het anders kan, dan moet het anders! Waar begint het? In het Brandpunt: de bidstond. Daar gaan we niet bidden om spectaculaire dingen, geen sensatie, maar om de wil van God te kennen. Als de Gemeente, de hele Gemeente op haar plaats is, mogen we bidden: Heer, wat doet U voor Uw grote Naam. Dan mogen we het aan Hem overlaten hoe God gaat antwoorden. Als het zo gaat, blijft Zijn antwoord niet uit.

Een ding is duidelijk, de gelovigen werden allen opnieuw vervuld met de Heilige Geest. Dan spreken zij ook met grote vrijmoedigheid over het Woord. En, is er vreugde.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Zijn Gezalfde

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen de Here en zijn gezalfde: Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen!”

Psalm 2:2-3

Schriftlezing

“Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen de Here en zijn gezalfde: Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen! Die in de hemel zetelt, lacht; de Here spot met hen. Dan spreekt Hij tot hen in zijn toorn, en verschrikt hen in zijn gramschap: Ik heb immers mijn koning gesteld over Sion, mijn heilige berg. Ik wil gewagen van het besluit des Heren: Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij; Ik heb u heden verwekt. Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit. Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots, hen stukslaan als pottenbakkerswerk. Nu dan, gij koningen, wees verstandig, laat u gezeggen, gij richters der aarde. Dient de Here met vreze en verheugt u met beving. Kust de zoon, opdat hij niet toorne en gij onderweg niet te gronde gaat, want zeer licht ontbrandt zijn toorn. Welzalig allen die bij Hem schuilen!”

Psalm 2:1-12

Boodschap

Deze Messiaanse psalm ziet uit naar de komende Messias. Lang voordat de psalmdichter dit schreef had God al tegen Mozes gezegd:

“Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de Here, uw God, u verwekken; naar hem zult gij luisteren.”

Deuteronomium 18:15

We kunnen makkelijk over deze tekst heen lezen. Maar er staat iets heel bijzonders in. God zei, een profeet, zoals Ik ben. Hij is als God, die profeet is God. De psalm spreekt over een Gezalfde. Van die Gezalfde wordt gezegd:

“Ik wil gewagen van het besluit des Heren: Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij; Ik heb u heden verwekt.”

Psalm 2:7

Dit vinden we eeuwen later terug in het Evangelie. Een engel werd naar de verloofde maagd Maria gezonden met de boodschap, dat ze zwanger zou worden:

“En Maria zei tegen de engel: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb? En de engel antwoordde en zei tot haar: De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden.”

Lucas 1:34-35

Er is sprake van voortschrijdende openbaring. Er lagen eeuwen tussen wat God tegen Mozes zei en de engel, die met de boodschap bij Maria kwam. Bij voortschrijdende openbaring wordt steeds iets meer uitgelegd. Dit gaat door tot in het laatste Bijbelboek. Over Gods Zoon, de Gezalfde, schreef de apostel Johannes:

“En Hij had zeven sterren in zijn rechterhand en uit zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en zijn aanzien was gelijk de zon schijnt in haar kracht. En toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zei: Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste, en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.”

Openbaring 1:16-18

Hij, dat is Jezus van Nazareth, is de Gezalfde, Hij is de Eerste en de Laatste, Hij is eeuwig. De schrijver van de Hebreeënbrief schreef:

“En van de engelen zegt God, Die zijn engelen maakt tot winden en zijn dienaars tot een vuurvlam; maar van de Zoon: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van zijn koningschap.”

Hebreeën 1:7-8

Hij is God. Jezus van Nazareth is geboren uit de maagd Maria, Hij is de Zoon van God. Hiermee wordt gezegd, dat Hij zowel mens als God is. Als we dit lezen en horen, worden de woorden van de psalmdichter eigenlijk onbegrijpelijk:

“Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen de Here en zijn gezalfde: Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen! Die in de hemel zetelt, lacht; de Here spot met hen.”

Psalm 2:1-4

Ja, God lacht om het zielig gedoe van mensen. Waar zijn ze helemaal mee bezig? Het erge is, dat de mensen in al die tussenliggende eeuwen niets geleerd hebben. Het is vandaag niet anders. De psalm laat zien hoe dit afloopt:

Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots, hen stukslaan als pottenbakkerswerk.”

Psalm 2:9

Ja, maar ik dacht dat het over Jezus van Nazareth ging. We kennen Hem toch als de Here Jezus, die zieken genas, zelfs doden opwekte. De kindervriend, die zachtmoedig en nederig was? Hebben we het over dezelfde Persoon? Slaat Hij zo alle mensen neer, die niet in Hem geloven? Uit de voortschrijdende openbaring blijkt, dat er een evangelie is, de blijde boodschap. De Here Jezus bad Hij tot Zijn Vader:

“Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld.”

Johannes 17:24

Daarover schreef de apostel Paulus aan de Gemeente:

“Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.”

1 Korinthiërs 2:9

In dit licht, is de psalmdichter niet onredelijk als hij eindigt met de woorden:

“Nu dan, gij koningen, wees verstandig, laat u gezeggen, gij richters der aarde. Dient de Here met vreze en verheugt u met beving. Kust de zoon, opdat Hij niet toorne en gij onderweg niet te gronde gaat, want zeer licht ontbrandt zijn toorn. Welzalig allen die bij Hem schuilen!”

Psalm 2:10-12

Is God onredelijk? Welke keus maakt u? Als Schepper van hemel en aarde kan Hij Zijn schepping toch inrichten zoals Hij wil en met wie Hij wil!

De Gezalfde, Jezus van Nazareth. Hij kreeg de bijzondere opdracht om naar deze aarde te komen, om de verbroken relatie tussen God en de mensen te herstellen. De mensen hadden zich laten misleiden. De Gezalfde, dat is de Messias, de Christus, wist wat het Hem zou kosten. Toch deed Hij het. En hoe was de reactie? Het is niet te geloven.

“Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.”

Johannes 1:11

Met “het zijne” wordt Israël bedoeld. De Messias was beloofd. Maar de leiders hadden een beeld van de Messias, dat niet overeenstemde met wat God bedoelde. Voor hen was de Here Jezus als Messias niet aanvaardbaar. Hij deed niet wat zij van Hem verwachtten. Ze wilden wel een Verlosser, die hadden ze hard nodig. De situatie in het land vroeg er om. Maar ze wilden een Messias, een Verlosser naar eigen ontwerp. Maar God laat Zich niets voorschrijven ook niet door Schriftgeleerden en theologen. We mogen de Joden er niet scheef voor op aankijken. Het is in onze tijd niet anders. Om het zachtjes te zeggen: ook in ons land zijn wel enkele dingetjes, die niet goed lopen. Er wordt ook nu omgezien naar een sterke man, een leider, die, in het land en in de wereld, orde op zaken stelt. Ook vandaag denkt men de problemen politiek op te lossen. Dat werkt niet. Er is een terugkeer nodig tot God. Als mensen naar Gods Woord luisteren en dat in praktijk gaan brengen, verandert de samenleving. Dat is maar al te vaak gebleken op plaatsen waar Bijbels gefundeerde Opwekking kwam. Nog nooit is er Opwekking ontstaan in het Parlement. Opwekking begint op de knieën in de binnenkamer. Mensen voelen zich machteloos tegenover de politiek. Er gebeurt toch wat ze niet willen. De oplossing waar ze naar uitzien, komt niet uit het Parlement. Er zijn ongetwijfeld kundige mensen in de Volksvertegenwoordiging. Maar de problemen groeien ook hen over het hoofd. Ook een nieuwe president heeft het niet in de hand. Wie dat doet, overvraagt hem en wordt teleurgesteld. Een groeiend probleem is, dat de Joods-Christelijke basis van de samenleving wordt afgebroken. Er is maar één oplossing voor de gelovige. Hij heeft zelfs een grote verantwoordelijkheid. Gelovigen moeten vandaag massaal de binnenkamer ingaan en de zaak aan Hem, dat is de Gezalfde, voorleggen, die alle macht in de hemel en op de aarde heeft gekregen. Tot slot een gewetensvraag. Welk antwoord geven wij op de vraag van de Here Jezus?

“Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?”

Lucas18:8

We hebben misschien veel te klagen en veel te mopperen. Vaak terecht. Het helpt niet. Het is nu tijd voor gebed, aanhoudend gebed.

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Mattheüs 6:6

Amen.

~Dr. K. van Berghem

De Dwaas

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.”

Psalm 53:1

Schriftlezing

“Voor de koorleider. Op: Machalat. Een leerdicht van David. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij bedrijven gruwelijk en afschuwelijk onrecht; niemand is er, die goed doet. God ziet neder uit de hemel op de mensenkinderen, om te zien, of er één verstandig is, één, die God zoekt. Allen zijn afgeweken, tezamen ontaard, er is niemand die goed doet, zelfs niet één. Hebben zij dan geen kennis, die bedrijvers van ongerechtigheid, die mijn volk opeten, als aten zij brood? God roepen zij niet aan. Daar verschrikken zij, terwijl er geen verschrikking is; want God verstrooit het gebeente van uw belager, gij doet hen beschaamd staan, want God heeft hen verworpen. Och, dat uit Sion Israëls redding daagde! Als God een keer brengt in het lot van zijn volk, dan zal Jakob juichen, Israël zich verheugen.”

Psalm 53:1-7

Boodschap

Met deze psalm valt koning David met de deur in huis. “De dwaas zegt in zijn hart, er is geen God.” Duizend jaar voor Christus was het zo, tweeduizend jaar na Christus is het nog zo. Mensen, die niet in God geloven. Zij worden atheïsten genoemd. Ze waren er ook in de dagen van de apostel Paulus. Maar ze hebben geen excuus. God gelooft namelijk niet in atheïsten. Paulus schreef:

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden.”

Romeinen 1:20-22

Het Godsbesef is bij ieder mens ingeschapen. Overal in de wereld zijn vormen van godsdienst. Overal vind je een vorm van Godsbesef. Het is dan ook merkwaardig als een predikant niet gelooft in het bestaan van God, maar hij gelooft wel in God. Uit een onderzoek is volgens de Provinciale Zeeuwse Courant van 6 januari 2009, gebleken, dat één op de zes predikanten niet gelooft in het bestaan van God of daar aan twijfelt. En zo moeten er volgens een onderzoek honderden zijn. De logische vraag is, waarom zo iemand dan predikant is. Vervolgens kopt dezelfde krant, dat de vraag naar psychische zorg groeit. Het begeleidend commentaar “Geestesziek” eindigt met de opmerking, “maar deze massale vraag om geestelijke hulp laat zich niet meer negeren.” Het komt er op neer dat de psychologie en de psychiatrie het verlossende woord moeten spreken. Het gaat om een grote crisis, en rijst de vraag, hoe die ontstaan is.

Een verwoestende Bijbelkritiek hield zich bezig of de Bijbel eigenlijk betrouwbaar is. De volgende stap is of God wel bestaat. Zo wordt de mens helemaal op zichzelf teruggeworpen. Het betekent, dat de problemen zich allemaal binnen de menselijke schedel afspelen en daar moet ook de oplossing gevonden worden. Geestelijk en psychisch zijn woorden, die door elkaar gebruikt alsof ze hetzelfde betekenen. Dat is aantoonbaar onjuist. In pastoraal werk in een grote psychiatrische inrichting ontmoette ik mensen, die daar niet thuishoorden. Maar omdat ze op een bepaald moment niet langer in de samenleving gehandhaafd konden worden, werden ze in de psychiatrie opgenomen. Daar werden ze met medicijnen onder de duim gehouden. Zij hadden geen zielsprobleem (psychisch), maar een geestelijk (pneumatisch) probleem. Volgens Gods Woord bestaat de mens uit geest, ziel en lichaam.

Wie maagpijn heeft gaat naar de huisarts. Als het probleem niet lichamelijk is, moet gevraagd worden of het ligt tussen mensen onderling, of dat de relatie met God gestoord is of niet bestaat. Daar ligt geen taak voor de psychiater maar voor de predikant. Toen een van de patiënten tot geloof gekomen was, veranderde zijn conditie.

Een jongeman van 24, die voor de 4e keer binnengebracht was, kreeg te horen dat hij zijn leven daar voortaan zou moeten doorbrengen. Hij vroeg mijn bezoek en vertelde zijn trieste verhaal. Een aantal weken lazen we Gods Woord. Op zekere dag vertelde hij mij, dat er bij een vorig bezoek iets met hem gebeurd was. Hij zei, dat het Woord hem diep geraakt had. Het was de dokter opgevallen, dat hij veranderde. Hij vertelde de arts wat er gebeurd was, maar die geloofde het niet. Niet lang daarna werd hij genezen verklaard en ging naar huis. Meerderen volgden hem. Wie het bovennatuurlijke uitsluit, wie God ontkent, mist het uitzicht op de realiteit.

Niet alle gevallen behoren tot de geestelijke dimensie. Zij blijven medicijnen en verzorging nodig hebben. Nu moeten we uit de krant horen, dat de situatie ernstig is. Dat wisten we al lang uit Gods Woord, maar dat was vroeger. Of toch niet? Nu horen we het zelfs uit de krant.

Dan is er nog iets. De Bijbel is voor een groot gedeelte uit de samenleving verdwenen, van het Godsbestaan in het publieke domein is weinig merkbaar. Er is een geestelijk vacuüm ontstaan. Die leegte wordt ingevuld door tegenkrachten. De Bijbel leert, dat Satan de overste van deze wereld is. Waar de invloed van Gods Woord afneemt, neemt zijn invloed toe. Het occultisme neemt toe. Een uitstekend en evenwichtig artikel in het Reformatorisch Dagblad van 24 december 2008, kopte Bevrijd van Demonen. Dikwijls wordt er verkeerd met dit onderwerp omgegaan Of het bestaan en werking van demonen wordt ontkend, of er wordt overdreven aandacht aan besteed. Soms worden ze verzonnen om vervolgens zogenaamd te worden uitgedreven. Dit extremisme wijs ik radicaal af. De predikant, die het artikel schreef, bevestigt mijn ervaring. “Demonen zijn een realiteit. Psychiaters en psychologen kunnen die niet weghalen. Dat kan alleen met hulp van God door samen te bidden en satan te gebieden het lichaam te verlaten.”

Het is wel duidelijk, dat er iets aan de hand is. Zoals ik vorige week opmerkte, de vraag is of de geestelijke crisis van kerk en samenleving niet veel ernstiger is dan de financiële en economische crisis, waar ons land in terechtgekomen is. Er ligt een grote verantwoordelijkheid op de gelovigen. Ik geloof, ben zelfs diep overtuigd, dat er een inkeer in kerk en gemeente nodig is.

We hebben het allemaal zo druk met zoveel activiteiten, ook op kerkelijk terrein. We hebben het veel te druk. We horen niet meer wat Gods stille stem ons zegt. Het is triest, dat er in het algemeen zoveel onbekendheid bestaat over Bijbelse opwekking. Het woord Opwekking wordt al te vaak verkeerd gebruikt. Opwekking is geen drukte naar buiten, maar stilte naar binnen. Daar moet het beginnen, en dat gebeurt niet, of veel te weinig. Gelovigen kunnen de alarmerende situatie in de wereld niet veranderen. Wat ze wel kunnen, en moeten doen, is tot verootmoediging komen. Het is een begrip, dat voor velen vreemd is. Zonden moeten opgeruimd worden. Het enige wapen, maar ook het machtigste wapen, dat de gelovige bezit, is het gebed. Het lijkt er op, dat dit wapen roestvlekken vertoont. Het moet blinken in de geestelijke strijd. Want dat is het:

“Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.”

Efeziërs 6:10-13

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Weeskinderen?

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u.”

Johannes 14:18

Schriftlezing

“Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben. En waar Ik heenga, daarheen weet gij de weg. Thomas zei tot Hem: Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg? Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien. Filippus zei tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde. Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen. Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren. En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u.”

Johannes 14:1-18

Boodschap

Ja, dat is de toezegging, de belofte van de Here Jezus. Ze werden verrast door een crisis, die ze niet hadden zien aankomen. Ze voelden als het ware de grond onder hun voeten wegzakken. Op dat moment kregen ze de toezegging, dat Hij Zijn discipelen niet als wezen zou achterlaten. Het gold niet alleen voor toen, maar ook voor nu, voor allen, die Hem liefhebben. Dit is een geweldige belofte. Ik moet nog even denken aan 2008. Het kon niet op, de bomen groeiden tot in de hemel. Tenminste, dat dachten veel mensen. Enkele wisten wel beter, maar die zeiden niets. Het jaar eindigde heel anders dan we verwachtten. We zaten ineens in een diepe crisis. Het belooft niet veel goeds. Wat is het dan bemoedigend, als Gods kinderen mogen weten, dat ze niet als wezen achtergelaten worden.

Wat houdt de belofte van de Here Jezus in? Hij zei: “Ik zal de Vader bidden en Hij zal jullie een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij jullie te zijn.” Wie is die andere Trooster? “Dat is de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want die ziet Hem niet en kent Hem niet; maar jullie kennen Hem.” De Heilige Geest. Ja, maar wat heb ik daar aan in een financiële en economische crisis? Dat biedt toch geen houvast! Dit is een heel ander soort crisis! Misschien aardig voor de Zondag, maar in de week kan ik er niets mee.

Maar zo’n crisis is helemaal niet nieuw. Ze zijn er nog, die de crisis van de jaren 30 hebben beleefd. En toen was hij ook al niet nieuw. Vóór 1857 zag het er in Amerika ook al eens heel slecht uit. Het land was in wanhopige situatie. Toen vielen ook al banken om en stortte de business in elkaar. Fabrieken werden gesloten, de treinen reden niet meer, er was massale werkeloosheid. Hoe kwam dat allemaal? Gelovige Christenen hebben ooit de grondslag voor het huidige Amerika gelegd. Latere generaties hebben daarvan de vruchten geplukt. Maar door het Franse Revolutie denken hoefde het geloof voor hen niet meer. Ze waren immers volwassen geworden. Daarmee viel de geestelijke grondslag van de samenleving weg. Er ontstond een grote crisis.

In die stilte van die crisis ging het land de stem van God weer horen. Mensen kwamen tot bezinning. Ze gingen beseffen waar het in het leven echt om ging. Miljoenen mensen kwamen tot geloof. De ethische en maatschappelijke uitwerking ervan duurde een halve eeuw. Toen begon de aftakeling opnieuw. Dat was in 1857.

We zijn nu 150 jaar verder. De les is niet geleerd. Waar zijn de waarden en normen van de Joods-Christelijke samenleving gebleven? Dit patroon herhaalt zich niet alleen elke keer in de geschiedenis van Israël, maar ook in de kerkgeschiedenis en in de moderne samenleving. Daarom heeft elke generatie een Opwekking nodig. Een Bijbelse Opwekking, waarbij de mensen weer weten, dat het leven meer is dan geld verdienen, speculeren en graaien. De grenzeloze hebzucht heeft de samenleving in de crisis gestort. In 2009 is er nood. Die dreigt alleen maar groter te worden.

Mensen hebben het allemaal voor elkaar gekregen. Inderdaad, ze hebben het voor elkaar gekregen, een crisis als nooit tevoren. Tallozen worden in die val meegesleept. Bankgaranties van de Overheid brengen geen oplossing. Opgebouwde zekerheden zijn verdampt. Wat niet verdampt is het Woord van God. Daarin ligt de zin en betekenis van het leven, niet op de Beurs. Voor de gelovigen geldt, dat ze nu meer dan ooit op de knieën moeten gaan.

Hoeveel tijd wordt er per dag aan gebed besteed? Wordt daar geen groot geestelijk kapitaalverlies geleden? Ik had het over Opwekking. Elk boek over Opwekking zegt, dat het altijd en zonder uitzondering begint met gebed. Veel gebed, aanhoudend gebed, volhardend gebed. Er is geen andere weg. Wie die houding aanneemt, wie die weg bewandelt, mag op de belofte van de Here Jezus vertrouwen: “Ik zal u niet als wezen achterlaten.” Dat gold voor de discipelen in hun situatie. Het geldt nog altijd voor gelovigen van vandaag. Het is niet alleen een materiële kwestie. Het is vooral een geestelijke zaak.

Welk fundament ligt er onder ons leven, onder de samenleving? Waar gebed ontbreekt, begint de echte armoede. Op termijn volgt de rest. Ook Christenen zijn kinderen van hun tijd. Ze staan niet buiten de samenleving maar er middenin. Het gaat ook aan hun voordeur niet voorbij. Ook zij worden in die maalstroom meegesleept. Christenen moeten als eersten beseffen, dat er meer is dan Euro’s en Dollars. De Christen mag weten, dat hij geen achtergelaten wees is. We zouden dat zijn rugdekking kunnen noemen. Als opgebouwde zekerheden wegvallen, zoeken mensen een uitweg. Wie of wat kan uitkomst geven? Waar gaat het echt om? Gods Woord en de geschiedenis geven daarvan veel en duidelijke voorbeelden. Maar velen kennen die niet.

Meer dan ooit is er Opwekking nodig. Die moet beginnen bij de gelovigen. Ook al ligt de financiële en de economische crisis in de maatschappij, we moeten ons afvragen of de dieperliggende crisis niet geestelijk is. Voor de gelovigen geldt, dat het oordeel begint bij het Huis Gods. De Gemeente van Christus, die een woord voor de wereld behoort te hebben, moet op de knieën. Dat was ook de les van de vele Opwekkingen, die in de kerkgeschiedenis hebben plaatsgevonden. Ook in de 20e eeuw waren er aanhoudend Bijbels gefundeerde Opwekkingen. Hoe belangrijk die ook waren, wat er ook gebeurde, voor de Pers was het geen nieuws. Maar voor de Gemeente van Christus des te meer. Ook vandaag wordt de gelovige niet als wees achtergelaten. Met die zekerheid draagt hij de verantwoordelijkheid om te bidden voor de geestelijke herleving van de geloofsgemeenschap, voor de Overheid en de samenleving. Ook daar hoort een belofte bij:

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Mattheüs 6:6

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Meer Geest in de Gemeente

Samenvatting

In dit boek wordt op het werk van de Heilige Geest zowel voor de persoon als voor de plaatselijke gemeente gewezen. Het gaat om de vervulling met de Heilige Geest, die kennelijk bij veel gelovigen ontbreekt. Als voorbeeld wordt Apollos als traditioneel christen voorgesteld aan wie Priscilla en aquila de weg van God nauwkeuriger moeten uitleggen. Het stuk wekt de suggestie, dat dit echtpaar een charismatische sprong voorwaarts gemaakt heeft. Met de uitleg van Handelingen 18:26 wordt het charismatische model van hulpverlening op Aquila en Priscilla toegepast. Bij Apollos zou het om een gebrek aan vervulling met de Heilige Geest gaan. Dat staat niet in de tekst. Het in charismatische kringen bekende “rusten” of “vallen in de Geest” wordt in dit boek voor de traditionalistische lezers vertaald met “geestvervoering.” In charismatische kringen wordt de tekst van 1 Samuël 19:24: “Ook hij (Saul) trok zijn klederen uit” zo uitgelegd, dat ook Samuël en de profeten zich ontkleed hebben. In die opvatting zou het neerliggen van Saul betekenen, dat hij in de Geest rustte of te wel, dat hij in geestvervoering was. Aan de hand van ons Schriftonderzoek wordt aangetoond, dat de Schriftuitleg van prof. Ouweneel onjuist is. Het bijbelgedeelte van Handelingen 18:26 is uit zijn verband gerukt. Naar de grond­tekst van 1 Samuël 10:6,10 en 19:20-24 is geen serieus onderzoek gedaan. De nodige Opwekking waar prof. Ouweneel ook naar uitziet, een echte bijbelse opwekking, is wanneer Gods Geest door gelovige en gemeente heen de samenleving intrekt en die diepgaand beïnvloedt. Er zijn voorbeelden te over. Er moet niet naar “geestvervoering” gezocht worden, maar naar Gods aangezicht. Er moet eerst opruiming in het persoonlijke leven gehouden worden. Ruimte voor de Heilige Geest: verootmoediging, besef en belijden van zonden tegenover God en de naaste. Als gelovigen dat doen gaat er wat gebeuren. Dan komt er Opwekking of niet. Zoals God dat wil.

Dit is de enige weg…

Download

~Drs. K. van Berghem