Niet tevergeefs!

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here.”

1 Korinthiërs 15:58

Schriftlezing

“Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest. Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen. Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning Dood, waar is uw prikkel? De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here.”

1 Korinthiërs 15:45-58

Boodschap

Het is meer dan de moeite waard het hele hoofdstuk te lezen. Het gaat van de Schepping tot en met de Opstanding der doden. Het hoofdstuk is alomvattend. Het is niet mogelijk dit alles in een enkele overdenking uit te werken. Mensen kunnen zich soms afvragen of het allemaal wel zin heeft wat ze doen. Het lijkt zo vaak allemaal niets te betekenen. Je wordt er door ontmoedigd. Dit wordt nog erger, als je je best doet en met kritiek wordt beloond. Nog erger wordt het, wanneer mensen je gaan tegenwerken, als soms zelfs je baan gevaar loopt. Als je je buitenstaander gaat voelen. Ieder mens heeft de behoefte bij de gemeenschap te horen. Het wordt niet gewaardeerd, als je tegen de stroom inroeit. Wat doe je dan, als je weet dat je bepaalde dingen goed ziet. Als je voor jezelf overtuigd bent, dat de meerderheid nu eens niet gelijk heeft. En dan gaat het niet over eigenwijs koppig volhouden omdat je niet tegen je verlies kunt, terwijl je ongelijk hebt. Dit geldt natuurlijk vooral op geestelijk vlak. Maar ja, we staan met twee benen in de wereld. Het is het leven en de ervaring van alledag. Als je een innerlijke overtuiging hebt, werkt die door in wat je zegt en doet. Als we met de dingen van God bezig zijn, heeft het te maken met bijbelse principes. Je wilt aan Gods Woord vasthouden. Over bijzaken kan verschil van mening zijn. Maar als het gaat om fundamentele zaken, kan er geen compromis zijn. Als je dan aan je overtuiging vasthoudt, kan er botsing met mensen ontstaan. En dat gebeurt ook dikwijls. Je kunt dan in een isolement raken, je komt alleen te staan.En wat doe je dan? Weten wij dan alles beter? Op grond waarvan hou je voet bij stuk? Heeft die ander dan ongelijk? Waar haalt hij zijn overtuiging dan vandaan? De gelovige baseert zich op het Woord van God, ook al gaat het tegen de publieke opinie in. In dit opzicht roeit de gelovige vaak tegen de stroom in. In de maatschappij is dat al moeilijk genoeg. Maar wat, als je het tegenkomt in de kerk of gemeente waar je lid van bent? Van de kerk of gemeente zou je verwachten, dat de mensen het met elkaar eens zijn. Iedereen weet, dat dit niet het geval is, integendeel. De kerk en de gemeente zijn niet volmaakt. Gelovigen vliegen elkaar soms in de haren. Sommigen gaan de kerk of gemeente uit, of ze worden er uitgegooid. Ook dat gebeurt. Dan loop je tegen de vraag aan: waar doe ik het allemaal voor? Heeft het wel zin, het is dweilen met de kraan open. In veel gevallen wordt dit onderwerp vermeden of genegeerd, Maar het maakt toch deel uit van het leven van veel mensen! We leven toch in een tijd, waarin alles bespreekbaar moet zijn. Ja, maar dit liever niet. Dan zeg je maar niks. Je probeert goeie vriendjes met iedereen te blijven. En wat wil je? Zoek je het ergens anders? Maar de volmaakte kerk of gemeente bestaat niet. Die bestaat uit gelovigen en ongelovigen. Uit geestelijke mensen en mensen, die alleen maar godsdienstig zijn. Niet zelden zijn die het, die aan de touwtjes trekken. Wil je alleen komen te staan? Dat overkomt steeds meer mensen. Ze worden éénling en vervreemd in hun eigen kerk of gemeente. Afzondering is niet de bedoeling van Gods Woord, maar soms word je er door omstandigheden toe gedwongen. Dat betekent lijden. Het is niet de bedoeling, dat iemand voor martelaar gaat spelen, maar dat het gaat om werkelijk fundamentele zaken. En dan is daar weer die vraag: is het allemaal tevergeefs? Dan staat daar tegen de achtergrond van dit hele hoofdstuk de tekst:

“Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here.”

1 Korinthiërs 15:58

Het betekent, als je overvloedig bent in het werk des Heren, is het niet tevergeefs wat je doet. Ja maar, zegt iemand: ik ben geen predikant of ouderling. Daar gaat het niet om. Bij het werk, dat hier bedoeld gaat het om meer dan om onze baan. Het gaat er allereerst om hoe we ons geloof in de praktijk brengen. We moeten weten wat we geloven en waarom. Het Evangelie van Lucas zegt:

“En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.”

Handelingen 2:42

Het onderwijs van de apostelen staat vandaag onder grote druk. Hoe tegendraads het ook lijkt, als je daar aan vasthoudt, kan het moeilijk worden, ook in kerk of gemeente.

In opdracht van de Heer der Gemeente, Jezus Christus, schreef de apostel Johannes aan de Gemeente van Philadelphia:

“Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam.”

Openbaring 3:11-12

Je kunt het als verdrukking ervaren, wanneer je niet begrepen en afgewezen wordt. En dat is het dan ook. Hoe ga je er dan mee om? De apostel Paulus hield de Gemeente van Corinthe voor, dat de verdrukking in geen verhouding staat tot de heerlijkheid, die komt:

“Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd. Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.”

2 Korinthiërs 4:16-18

Als je leeft en handelt naar Gods Woord, wordt, wat je in dit leven doet, beloond. Het is niet voor niets, het is niet tevergeefs:

“Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here.”

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk