Rechtvaardiging en Heiliging – Deel 2

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Paulus, een geroepen apostel van Christus Jezus door de wil van God, en Sostenes, de broeder, aan de gemeente Gods te Corinthe, aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen met allen, die allerwege de naam van onze Here Jezus Christus aanroepen.”

1 Korintiërs 1:1-2

Schriftlezing

“Paulus, een geroepen apostel van Christus Jezus door de wil van God, en Sostenes, de broeder, aan de gemeente Gods te Corinthe, aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen met allen, die allerwege de naam van onze Here Jezus Christus aanroepen, hun en onze (Here): genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus. Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is; want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem: in alle woord en alle kennis, gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is, zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus. Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus Christus. God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.”

1 Korintiërs 1:1-9

Boodschap

De vorige keer ging het over rechtvaardiging. Daarin werd duidelijk, dat rechtvaardiging en heiliging onlosmakelijk bij elkaar horen. Ook heb ik toen gezegd, dat dit wel eens vergeten wordt. Toen heb ik uitgelegd, wat rechtvaardiging betekent. Nu is het de beurt aan het begrip heiliging. Wat betekent heiliging eigenlijk? Er kan meer en veel meer over gezegd worden dan in deze overdenking kan worden aangegeven. De apostel Paulus heeft het hier over “de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen.” Wie zijn dat eigenlijk. Als we de brief aan de Corinthiërs doorlezen komen we al gauw tot de ontdekking, dat er nogal wat mankeerde aan het gedrag van de gelovigen in die Gemeente. Er vallen zelfs harde woorden. En toch schrijft hij zijn brief aan deze mensen. Hij spreekt ze aan als heiligen. Het grondbegrip van “heiliging” is: “scheiden, afscheiden van.” De vorige keer is ook verwezen naar een woord uit de Hebreeënbrief:

“Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.”

Hebreeën 12:14

De gelovige moet er aan werken. Zodra iemand tot geloof in Christus komt, wordt hij apart gezet. Hij behoort dan tot de geheiligden. Het wil niet zeggen, dat hij dan niet meer zondigt, en geen fouten meer maakt. Dat blijkt duidelijk uit de twee brieven aan de Corinthiërs. Hoewel ze tot geloof gekomen waren, hoewel ze lid van de Gemeente geworden waren, viel er nogal wat op hen aan te merken. Er gebeurden dingen, die echt niet door de beugel konden. Er was zelfs sprake van een zedenschandaal zoals onder ongelovigen niet werd aangetroffen.

Ongelovigen zeggen dan, als dat christelijk is, hoeft het voor mij niet meer. Ze doen alsof ze als niet gelovige beter zijn. Zelf kruipen ze weg achter een vals argument om niet tot geloof te komen. Ze weten heel goed, dat ze dan niet meer zouden kunnen doen, wat ze nu doen.

Ik ken een jongeman, die voor de keus stond christen te worden. In zijn hart was hij diep overtuigd, dat hij zijn leven aan Christus moest geven. Later merkte ik aan hem, dat hij ervan afzag. Toen ik hem vroeg waarom hij het geloof verwierp zei hij botweg: ik hou van de meisjes en van het bier. Ik kan er niet afblijven, dus doe ik het niet. Hij wist dat christen zijn gehoorzaamheid vraagt. Hij wilde eigen baas blijven.

Heiliging betekent, afzondering. Dingen nalaten waarvan je weet, dat het tegen Gods wil is. Afstand houden van alles wat met God en Zijn dienst geen rekening houdt. In plaats daarvan doet de gelovige de dingen, zoals God die wil. Het lukt niet altijd, maar hij heeft in ieder geval het verlangen, de wil om dat te doen. Het is een proces met vallen en opstaan. Met onze prestaties bereiken we in dit leven niet de volmaaktheid, die van ons gevraagd wordt. Het gaat erom, dat we de oprechte bedoeling hebben en ons er voor inzetten om het goede te doen. Als we dan ontdekken, dat het weer eens misging, en we beseffen, dat we het doel gemist hebben, mogen we dat belijden en om vergeving vragen. Zondigen betekent immers: het doel missen.

Wie tot geloof komt, krijgt met de rechtvaardiging ook de heiliging toegerekend. In Christus ziet God hem of haar dan als rechtvaardig en heilig. Dat heeft de Here Jezus met Zijn offer op het kruis van Golgotha tot stand gebracht. Als we dat geloven, gaan we er ook uit leven. Wie tot geloof komt, ontvangt het nieuwe leven. Het betekent breken met het oude leven. Dit wordt zichtbaar in de doop. Het is afdalen in het watergraf en met Christus daaruit opstaan tot een nieuw leven. Het betekent een radicale breuk met dat verleden. In theorie is het eenvoudig. In de praktijk hebben we er allemaal moeite mee. We zijn kwetsbaar, we hebben er hulp bij nodig. Die vinden we in Woord en Gebed. In Zijn Woord spreekt God tot ons; in het gebed mogen wij tot God spreken. Bidden om wijsheid, om inzicht, om te doen wat God van ons vraagt. En als we dan zien, dat we verkeerde gedachten hadden, verkeerde dingen gezegd of gedaan hebben, mogen we om vergeving vragen. Als we dat in alle ernst doen en er ook berouw over hebben, krijgen we die ook.

Het is goed om elke avond, aan het eind van de dag voor het slapen gaan, de Heer te danken voor wat Hij ons op die dag gaf. Het is ook het moment om voor Hem zonden te belijden. We moeten de zonde bij zijn naam noemen en er vergeving voor vragen. We moeten de zonden niet opsparen. Als we vergeving vragen moeten we niet bidden: “wilt U mij vergeven alles wat ik verkeerd heb gedaan.” De zonden worden afzonderlijk gedaan dan moeten ze ook afzonderlijk beleden worden. We moeten niet inslapen met bewuste zonde. We mogen elke nieuwe dag beginnen op een schone lei. Misschien hebben we gezondigd zonder het ons bewust te zijn. We kunnen alleen die zonden belijden waarvan we ons bewust zijn. Zo kun je met een rein geweten inslapen. Het gaat om het opruimen van dingen, die de relatie tussen God en onszelf verstoren. Zo werken we aan onze heiligmaking. Daarvan werd al eerder gezegd, dat zonder heiliging of heiligmaking, niemand de Heer zal zien. Zo heeft de heiligmaking twee kanten. De ene kant is, dat wie in Christus gelooft en Zijn Naam belijdt, in Hem geheiligd is. De andere is onze uitwerking van die heiliging. Je zou kunnen zeggen: werk in uitvoering. Daarin schiet iedereen tekort.

Christus volgen is leven van genade. We kunnen Gods Wet niet houden. Elke dag overtreden we die op de een of andere manier. Wie één gebod overtreedt, overtreed de hele Wet en is schuldig aan de hele Wet. Wie in Christus gelooft, is niet langer onder de Wet maar onder de Genade. Dit maakt de Wet niet ongeldig. De Here Jezus kwam niet om de Wet te ontbinden, maar om die te vervullen. De Wet is heilig en volmaakt. De Wet blijft staan, maar door het belijden van zonde, wordt voor de gelovige de straf die op de zonde staat, vergeven. Zo is de gelovige opnieuw onschuldig. Hij moet zich door Gods Woord en door de Heilige Geest, en in die volgorde, zich laten leiden. Zo kan de gelovige tot geestelijke volwassenheid komen. Zo beantwoordt hij aan Gods bedoeling. Zo brengen de rechtvaardiging en de heiliging de gelovige tijdens zijn aardse leven op zijn uiteindelijke bestemming.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk