Hoe lang nog?

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is.”

2 Petrus 3:4

Schriftlezing

“Dit is reeds de tweede brief, geliefden, die ik u schrijf; in beide tracht ik uw zuiver besef door herinnering wakker te houden, om aan de woorden te denken, die door de heilige profeten tevoren gesproken zijn, en aan het gebod uwer apostelen van de Here en Heiland. Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is. Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water. Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen. Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen. Maar de dag des Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods, ter wille waarvan de hemelen brandende zullen vergaan en de elementen in vuur zullen wegsmelten. Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede, en houdt de lankmoedigheid van onze Here voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft, evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt. Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften. Geliefden, daar gij het nu van tevoren weet, weest op uw hoede, dat gij niet, door de dwaling der zedelozen medegesleept, afvalt van uw eigen standvastigheid; maar wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag der eeuwigheid.”

2 Petrus 3:1-18

Boodschap

Dit is de tweede brief van de apostel Petrus schreef aan gelovigen, die over een groot gebied verspreid waren. Het is een afscheidsbrief. Wie zo’n brief schrijft vraagt zich af, wat is nu echt belangrijk, wat moet ik nog zeggen? Dit is geen brief voor een gezellig praatje. Het gaat ergens over. Petrus wijst de gelovigen op de Wederkomst van Christus. Ja, er zijn spotters, zegt hij, die steken er de draak mee. Ach ja, dat verhaal hebben we al zo lang gehoord. Maar er gebeurt niets. Dat is het verhaal dat op zolderkamertjes bedacht en in keldertjes verkondigd wordt. Velen denken er vandaag net zo over. Het wordt al meer dan 1900 jaar verkondigd. Er is geen enkele aanwijzing, dat het gaat gebeuren. Voor die opvatting waarschuwde Petrus al in zijn tijd voor die verkeerde gedachte. Hij wees er op, dat de menselijke tijdsrekening heel anders is, dan de goddelijke. Bij de Here is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De wederkomst wordt heus niet vergeten, maar laat zich door mensen niet berekenen. Er komt ook geen nadere aankondiging van die gebeurtenis. De voortekenen voor Gods ingrijpen staan in het Evangelie van Mattheús, dat aan de Joden gericht was.

“Toen Jezus op de Olijfberg gezeten was, kwamen zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld? En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil. En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.”

Mattheüs 24:3-14

Dit zijn toch de dingen, die we vandaag voor onze ogen zien gebeuren. “Want,” schreef Mattheüs, “zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in die dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.” Mattheüs 24:37-39

Petrus schreef in zijn brief

“De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen. Maar de dag des Heren zal komen als een dief.”

2 Petrus 3:9

Het zal iedereen overvallen. Het gaat er om, of ons leven op orde is als het zover is. Dan zal het er om gaan of ons leven met God verzoend is. Daarvoor is het nu tijd, niet morgen. Niemand weet wat morgen is. Petrus waarschuwde voor valse profeten. Mensen die dingen verkondigen, die God nooit bedoeld heeft. Ze hebben de mond vol van God en Zijn liefde. Maar hun levenswandel is niet in overeenstemming met wat zij verkondigen. Het zijn valse leraren, die een verkeerd beeld van het geloof ophangen. Dat stoot mensen af. Maar zij, die zich afkeren maken een fout. Ze zien op mensen en, op termijn, stellen die altijd teleur. We moeten niet op mensen zien, maar op de Here Jezus, die nooit iemand teleurgesteld heeft. Als iemand doorlopend teleurgesteld uit een supermarkt thuiskomt, zegt hij niet, ik koop voortaan geen brood en melk meer. Dat vinden we allemaal logisch. Maar waarom gooien mensen dan het christelijk geloof overboord, omdat ze teleurgesteld zijn door mensen, die zich christen noemen, maar er niet naar leven of dingen zeggen, die de Bijbel niet leert? Dan zijn de mensen de logica ineens kwijt. Of we nu geloven of niet, het Woord staat er en gaat in vervulling. Petrus waarschuwt ervoor, dat de Heer komt als een dief in de nacht. Het komt volkomen onverwacht. Maar wie let op de tekenen van de tijd, zoals Mattheüs schreef is gewaarschuwd. Wat gebeurt er vandaag allemaal niet! Het zijn duidelijke signalen. We moeten niet speculeren, wanneer het gaat gebeuren, maar nuchter en waakzaam zijn. Hoe lang het nog duurt, weten we niet. Dat het gaat gebeuren staat vast. Als niemand er erg in heeft. Iedereen heeft het zo druk, nog veel meer dan vroeger. De mensen hebben nergens tijd voor. We hebben nog nooit zoveel vrije tijd gehad als nu. We zijn nog nooit zoveel tijd tekort gekomen als nu. Midden in de drukte van het dagelijks leven, breekt de wederkomende Christus vanuit de eeuwigheid binnen in onze tijd. Dan is er geen tijd meer om nog iets te regelen. Dit is allemaal niet bedoeld om mensen bang te maken, maar een waarschuwing voor hun bestwil, zodat het hen niet onvoorbereid overvalt.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk