Vuilnis

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen.”

Filippenzen 3:8

Schriftlezing

“Overigens, mijn broeders, verblijdt u in de Here! Hetzelfde aan u te schrijven is voor mij niet verdrietig en voor u is het veilig. Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de versnijdenis! Want wíj zijn de besnijdenis, die door de Geest Gods Hem dienen, die in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen. Ofschoon ik voor mij wel reden zou hebben om ook op vlees vertrouwen te stellen. Indien een ander meent op vlees te kunnen vertrouwen, ik nog meer: besneden ten achtsten dage, uit het volk Israël, van de stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid der wet onberispelijk. Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof. (Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.”

Filippenzen 3:1-14

Boodschap

De apostel Paulus was uit de dappere stam van Benjamin net als koningin Esther. Hij kwam uit de belangrijke stad Tarsis. Zijn vader was een vooraanstaand burger. Hij studeerde bij Gamaliël en leefde onberispelijk volgens de Wet. Ik denk, dat hij doctor in de theologie was. Hij kende het OT. en was bekend met de Griekse filosofie. Paulus was een man van de waarheid en liefde tot de wijsheid. Maar, hij zei, dit valt allemaal in het niet als ik het vergelijk met de kennis van Christus. In Hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen. Maar hij had geen persoonlijke relatie met die bron, met Christus. De doctor had zo zijn best gedaan, en toch was het mis.

Op zekere Zondagavond werd een cadet van het Leger des Heils de straat opgestuurd om mensen uit te nodigen voor de Verlossingssamenkomst. Er passeerde een heer. De cadet zei, mag ik u uitnodigen voor de samenkomst? De man zei, weet je wel wie ik ben? Nee, meneer. Ik ben professor in de theologie. O, zei de cadet: er is plaats voor de grootste zondaar, meneer!

Professor Theologie zonder Christus? Toen Paulus tot inzicht gekomen was, noemde hij het vuilnis. Christus, wie is Hij? Hebt u Christus?

Op weg naar Damascus, sprak de Here Jezus hem aan. Hij werd blind van het felle licht. Toen hij blind was, zag hij pas, niet wat, maar wie hij miste. Hij stond met lege handen. Menselijke prestaties en de kennis van Christus zijn onvergelijkbare grootheden. We hebben ook geen geschrift van de theoloog Paulus van vóór zijn bekering. Na de grote omkeer in zijn leven schreef hij, dat hij Christus wilde kennen, de kracht van Zijn Opstanding. Wie is Christus? Ik hoor nogal eens: God is liefde. Helemaal waar. Maar er is nog een tekst, die hoor ik nooit. Wie kent Johannes 3:36?

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.”

Johannes 3:36

O, maar dat kun je toch niet zomaar zeggen! Is dat weer die God met het vingertje? Ondanks zijn godsdienst, zijn ijver, stond Paulus onder dat oordeel, maar besefte het niet. Er zijn twee groepen mensen. Zij, die de Zoon geloven, dat is gehoorzamen, en zij, die niet in de Zoon geloven. Ja maar, ik geloof niet in de Zoon van God. Ben ik dan onder het oordeel? Wat heb ik dan misdaan? Ik voel niets, ik ben me nergens van bewust.

Een patiënt komt bij de dokter. Hij stelt vast, dat de patiënt de fatale ziekte heeft. Maar, ik voel niets, zegt de patiënt. Ik heb, ik ben, ik heb zo mijn best gedaan. Maar als het medisch vaststaat, is het zo. Wat is de oplossing? Operatie? Veel mensen beseffen niet, dat ze onder het oordeel zijn. Maar Gods Woord stelt dat vast. Wat is de oplossing? Was die dokter onrechtvaardig? Nee! Is God onrechtvaardig? Nee.

Tijdens de aardbeving stond de cipier in Filippi plotsklaps oog in oog met de dood. Bevend als een riet, zei hij tegen Paulus: “Wat moet ik doen om behouden te worden?” Hij was kennelijk ineens doosbang voor wat er na de dood zou zijn. De stad Filippi stond er van op stelten. Dat had hij inmiddels ook al horen vertellen. Hoe kom ik hieruit? Het antwoord: “Stel je vertrouwen op de Here Jezus en je zult behouden worden.” Door Gods Geest werd de man overtuigd, dat hij er zelf niet uitkwam.

Gepensioneerde Romeinse militairen werden soms aangesteld als cipier. Mensen met slagveld ervaring. Dat waren geen doetjes. Misschien was hij wel een trouwe aanbidder van de Romeinse goden. Hoe dan ook, de man werd overtuigd, dat hij met die ene God, de Schepper van hemel en aarde, te maken had. Net als Paulus voor hem zei hij: wat moet ik doen? “Stel je vertrouwen op de Here Jezus en je zult behouden worden.” Is dat alles? Hij ging er op in en was niet langer onder het oordeel.

Er is vergeving, want: God is liefde! O, dus toch! Ik wil Hem leren kennen, beter leren kennen. Hoe? In een van de kerken in Kopenhagen staat een groot Christusbeeld. Als je er voor staat, kun je de ogen van het beeld niet zien. De gids zegt, u moet korter bij komen. Ja maar, ik zie de ogen niet. U moet bukken. Ik zie niks, u bukt niet diep genoeg, dieper. Als je eindelijk op je knieën bent, en omhoog kijkt, kijk je in de ogen van het beeld. Zo is het met de levende Christus. Als u Hem wilt leren kennen moet u op de knieën. Daar leert u Hem in de ogen zien. Daar leert u Hem kennen, door Woord en gebed. Dan wijst de Heilige Geest u de weg. Wie zijn vertrouwen op de Here Jezus stelt, valt niet langer onder het oordeel. God is liefde, maar u moet wel de waarheid onder ogen willen zien. U mag Hem leren kennen, beter kennen. U staat voor de keus. U moet niet, u mag. Doe het niet voor een ander, laat het niet voor een ander. Ziet alle dingen zijn gereed. God is liefde! Waar wacht u, je op? De Meester is daar en Hij roept u, jou.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk