Geestvervuld

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Maar Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de Heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land?”

Handelingen 5:3

Schriftlezing

“En een zeker man, met name Ananias, met zijn vrouw Saffira, verkocht een eigendom, hield iets van de opbrengst achter, met medeweten van zijn vrouw, en bracht een zeker deel en legde het aan de voeten der apostelen. Maar Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en was, na de verkoop, de opbrengst niet te uwer beschikking? Hoe kondt gij aan deze daad in uw hart plaats geven? Gij hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. En bij het horen van deze woorden viel Ananias neder en blies de adem uit. En een grote vrees kwam over allen, die het hoorden. En de jonge mannen stonden op en legden hem af, en zij droegen hem uit en begroeven hem. En het geschiedde na verloop van ongeveer drie uur, dat zijn vrouw binnenkwam, onkundig van wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt gij het stuk land voor zoveel verkocht? En zij zeide: Ja, voor zoveel. En Petrus zeide tot haar: Hoe hebt gij kunnen overeenkomen om de Geest des Heren te verzoeken? Zie, de voeten van hen, die uw man hebben begraven, zijn aan de deur en zij zullen ook u uitdragen. En zij viel terstond neder voor zijn voeten en blies de adem uit; en de jonge mannen kwamen binnen en vonden haar dood en zij droegen haar uit en begroeven haar bij haar man. En een grote vrees kwam over de gehele gemeente en over allen, die dit hoorden. En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtig bijeen in de zuilengang van Salomo. Doch van de anderen durfde niemand zich bij hen aansluiten, maar het volk stelde hen hoog. En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen. En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen.”

Handelingen 5:1-16

Boodschap

De bijzondere gebeurtenissen bleven elkaar opvolgen. Na de Hemelvaart van de Here Jezus volgde de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag. Er waren wonderbare genezingen. Daarvoor moesten de discipelen zich voor een sprakeloos Sanhedrin, de Hoge Joodse Raad, verantwoorden. Maar ook daar bleef het niet bij. De druk die vanaf buiten op de Gemeente werd uitgeoefend, droeg bij tot de ongekende eenheid onder de volgelingen van Jezus. Satan heeft geprobeerd de Here Jezus van Zijn missie te weerhouden. Maar de verzoekingen in de woestijn liepen voor Satan op een totale mislukking uit. De Gemeente is het liefste wat de Here Jezus tot Zijn wederkomst op aarde heeft achtergelaten. Nu Hij zelf niet meer aangevallen kan worden, ligt de Gemeente van Christus constant onder vuur. Het kan door vervolging gebeuren, zoals op veel plaatsen vandaag gebeurt. Maar het kan ook door misleiding, zoals die vandaag op grote schaal in de westelijke wereld gebeurt. In de jonge en van Gods Geest vervulde eerste Christengemeente werd een stukje van geraffineerde misleiding opgevoerd. Broeder Ananias en zuster Saffira hadden een eigendom verkocht. Zoals ook anderen soms deden, had dit echtpaar besloten, het geld van de opbrengst aan de Gemeente te schenken om armen in de Gemeente financieel bij te staan. Voorwaar een edelmoedige daad, een voorbeeld van naastenliefde. Zo werd het ook gezien. Iedereen was blij, de kerkeraad glunderde, de Gemeente jubelde, Ananias blunderde. Zijn vrouw zat ook in het complot en volgde zijn trieste voorbeeld. Wat was het geval? Er zat een addertje onder het gras. Deze uiterlijke daad van naastenliefde verborg innerlijk een diep geestelijk bederf. Het liep uit op een drama. Deze blijde zondag werd een zwarte dag voor de Gemeente. God, de Vader, was bedroefd, God de Zoon pleitte, God, de Heilige Geest, werd bedrogen. Waar niemand op bedacht was, de nieuwe bruisende Gemeente van Jeruzalem droeg een kern van bederf in haar midden. Op de Pinksterdag waren alle vervuld met de Heilige Geest. Toen de discipelen na het verhoor door het Sanhedrin in verhoor waren genomen en opgesloten, gingen ze na vrijlating naar de Gemeente.

“En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid. En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk.”

Handelingen 4:31-32

Dit was een indrukwekkende ervaring. Het kon niet op. Ze werden allen opnieuw vervuld met de Heilige Geest. Maar bij Ananias en Saffira gebeurde iets anders. Het was iets waar niemand aan gedacht had. Dit werd later duidelijk verwoord door de apostel Paulus, toen hij aan de Gemeente van Corinthe schreef:

“Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel.”

2 Corinthiers 11:4

Er schijnen nogal wat Christenen te zijn, die denken, dat dit hen niet kan overkomen. Wie zo denkt, is al misleid. Terwijl Ananias het geld aan de voeten van de apostelen neerlegde, greep God in. Op dat moment openbaarde God aan de apostel Petrus wat de drijfveer van Ananias was. Hij deed, alsof hij de gehele opbrengst van de verkoop aanbod, in werkelijkheid had hij een deel ervan achtergehouden. Hij was niet verplicht het hele bedrag af te staan. Hij moet helemaal niets afstaan. Maar hij wilde doen, alsof hij alles had gegeven. En dat liep verkeerd af.

“Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land?”

Handelingen 5:3

Aan de Gemeente van Corinthe schreef de apostel Paulus ook eens:

“Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig! Laat niemand zichzelf misleiden!”

1 Corinthiers 3:16-18a

Niet alleen werd de Gemeente misleid, God, de Heilige Geest, was bedrogen. Ananias had een andere geest ontvangen. Satan had hem daartoe verleid en zijn hart vervuld.. In het midden van Gemeente botsten de Geest van God en die van Satan op elkaar. Er ontstond een geweldige kortsluiting, waarbij Ananias het leven liet. Het was niet voor niets, dat de apostel Paulus aan de Gemeente van Galatië schreef:

“Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten.”

Galaten 6:7

Ananias viel neer en, geen wonder, er kwam grote vrees over de hele Gemeente. De Bijbel vertelt ons niet, hoe de apostel Petrus dit zelf allemaal beleefd heeft. Hij sprak dit oordeel niet uit. God liet hem zien, wat er aan de hand was. Als Gods instrument moest hij deze woorden uitspreken. Daar had hij niet over nagedacht. Hij was er niet op voorbereid, het gebeurde. De les, die hieruit geleerd kan en moet worden is, dat zoiets in een bijbelgetrouwe Gemeente kan voorkomen. Iemand, die eerder met de heilige Geest vervuld was, liet zijn hart zo door Satan vervullen, dat hij tegen God loog. Het erge was, dat ook de vrouw van Ananias dit verderfelijke spel meespeelde. Toen zij later binnenkwam en ondervraagd werd, loog ook zij met hetzelfde resultaat. Hoe was het in de dienst vanmorgen? Was het fijn? Nou, niet helemaal, er vielen twee doden! Ook in het Oude Testament staan voorbeelden, hoe gelovigen hun leven verspeelden door geen afstand tot het heilige te respecteren. De God van het Nieuwe Testament is dezelfde God als die van het Oude. De apostel Jakobus schreef over God als de Vader der lichten:

“Bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer.”

Jakobus 1:17

Bij de inname van Jericho had Achan van het gebannene. Dit behoorde aan God toe. Achan vergreep zich er aan. God zei tegen Jozua:

“Israël heeft gezondigd en zij hebben mijn verbond, dat Ik hun geboden had, overtreden, en ook iets van het gebannene weggenomen, en ook gestolen, en het heimelijk bij hun huisraad gelegd. Daarom kunnen de Israëlieten geen stand houden tegen hun vijanden. Zij keren hun vijanden de rug toe, want zij liggen onder de ban. Ik zal voortaan niet meer met u zijn, indien gij niet de ban uit uw midden uitdelgt. Sta op, heilig het volk en zeg: Heiligt u tegen morgen, want, zo zegt de HERE, de God van Israël: er is een ban onder u, Israël, gij kunt geen stand houden voor uw vijanden, voordat gij de ban uit uw midden hebt verwijderd. In de ochtend zult gij volgens uw stammen aantreden, en de stam, die de HERE aanwijst, zal aantreden volgens de geslachten, en het geslacht, dat de HERE aanwijst, zal aantreden volgens de families, en de familie, die de HERE aanwijst, zal aantreden man voor man. En wie aangewezen wordt als schuldig aan de ban, zal met vuur verbrand worden, hij en al wat hem toebehoort, omdat hij het verbond des HEREN overtreden en een schandelijke dwaasheid in Israël gedaan heeft. Toen liet Jozua des morgens vroeg Israël volgens zijn stammen aantreden, en de stam Juda werd aangewezen. Toen hij de geslachten van Juda liet aantreden, wees Hij het geslacht der Zarchieten aan, en toen hij het geslacht der Zarchieten liet aantreden, man voor man, werd Zabdi aangewezen. Toen hij diens familie liet aantreden man voor man, werd Achan aangewezen, de zoon van Karmi, de zoon van Zabdi, de zoon van Zerach uit de stam Juda. En Jozua zeide tot Achan: Mijn zoon, geef toch eer aan de HERE, de God van Israël, en doe voor Hem belijdenis; vertel mij toch wat gij gedaan hebt, verberg het niet voor mij. Daarop antwoordde Achan Jozua: Waarlijk, ik ben het, die gezondigd heeft tegen de HERE, de God van Israël, want zo en zo heb ik gehandeld.”

Jozua 7:11-20

Het kostte hem zijn leven. Een ander voorbeeld is van Uzza. De Ark van het Verbond werd naar Israël teruggebracht:

“Maar toen zij bij de dorsvloer van Nakon kwamen, strekte Uzza zijn hand uit naar de ark Gods en greep haar, omdat de runderen uitgleden. En de toorn des HEREN ontbrandde tegen Uzza en God sloeg hem daar om deze onbedachtzaamheid; hij stierf daar bij de ark Gods.”

2 Samuel 6:1-7

Was het dan niet goed, dat Uzza probeerde te voorkomen, dat de Ark van de wagen zou vallen? Menselijkerwijs gesproken ja. Maar, de Ark mocht niet op een wagen vervoerd worden maar moest door de Levieten gedragen worden:

“Maar stel gij de Levieten (…) zullen de tabernakel en al zijn gerei dragen; zij zullen daarbij dienst doen en zich rondom de tabernakel legeren. Wanneer de tabernakel moet opbreken, dan zullen de Levieten hem uit elkander nemen, en wanneer de tabernakel moet legeren, dan zullen de Levieten hem oprichten, maar de onbevoegde, die nadert, zal ter dood gebracht worden.”

Numeri 1:50-51

God vraagt niet wat wij er wel van vinden. Hij had het bevel gegeven en dit werd overtreden. Willen wij met God redetwisten? God vraagt geen goede bedoelingen, maar gehoorzaamheid. Het probleem is, dat veel Christenen vandaag weinig of geen notie meer hebben van het begrip “heiligheid.” In plaats van naar Gods Woord te luisteren, vindt men, denkt men, is men van mening. Er wordt nog wel gezongen, Heilig, Heilig, Heilig, maar het wordt hoog tijd, dat er wordt nagedacht over wat het betekent. Niet alleen Gods vijanden, maar ook in het Oude en Nieuwe Testament moesten gelovigen leren omgaan met het heilige. Daarin gaan Zijn dienstknechten voorop. Zelfs na dit ernstige voorval in de Gemeente ging het gemeenteleven verder. Er gebeurden wonderen en tekenen. Buitenstaanders durfden zich niet bij de Gemeente aan te sluiten. Ananias en Saffira mochten het niet meer meemaken. Het oordeel begint bij het Huis Gods. Het “doe-niet-alsof” geloof wordt door God niet geaccepteerd. Toen niet, nu niet. God wil gelovigen, die “heilig” zijn, het betekent “apart” gezet. Ze zijn niet beter als andere mensen, ze zijn anders, tenminste dat behoren ze te zijn. De Gemeente van Christus is bedoeld om gelovigen voor te bereiden voor het Koninkrijk, dat komt. De Heilige Geest is en blijft bij haar tot het einde van de geschiedenis, zoals we die vandaag kennen. De grote verandering komt bij de Wederkomst van Christus. Daar is het wachten op.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk