Hemelvaart

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.”

Handelingen 1:9

Schriftlezing

“Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Theofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft. En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zei: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen. Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan. En toen zij in de stad gekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden: Petrus en Johannes en Jakobus en Andreas, Filippus en Thomas, Bartolomeüs en Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de Zeloot en Judas, de zoon van Jakobus. Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.”

Handelingen 1:1-14

Boodschap

Afgelopen Donderdag was het dan zover. Het was Hemelvaartsdag. Praktisch niemand weet wat hij er mee moet, maar het is een vrije dag. Daar wordt dikwijls een invulling aan gegeven, die niets met de inhoud van die dag te maken heeft. Het zou logisch zijn, dat wie niet gelooft in de Hemelvaart van Jezus, op die dag gewoon zou gaan werken. Volgende week is het Pinksteren. Dan zijn er maar liefst twee vrije dagen. Om wat te doen? Heeft de invulling ervan nog iets met de uitstorting van de Heilige Geest te maken? Voor de discipelen had Hemelvaartsdag grote betekenis. Alleen wisten ze op dat moment niet, dat wij dit later Hemelvaartsdag zouden gaan noemen. Bijna zes weken lang had de Here Jezus hen les over het Koninkrijk Gods gegeven. In die tijd gebeurde er ook weer van alles. Maar het ging niet om die wonderen, maar om het Koninkrijk. Dat was het belangrijkste. Nadat de Here Jezus Zijn discipelen bepaalde opdrachten had gegeven, zei Hij, nu ga Ik weg. Na alles wat ze gehoord hadden, dachten de discipelen, nu gaat het gebeuren. Nu komt dat Koninkrijk. Maar toen ze het vroegen, kregen ze een onverwacht antwoord. Nee, niet nu. Met andere woorden, het komt wel, maar niet nu. Er moet eerst iets anders gebeuren. Het Evangelie van het Koninkrijk moet de wereld in gebracht worden. En dat moeten jullie doen. Daarvoor krijgen jullie de kracht van de Heilige Geest.

Toen ze misschien nog niet eens van hun verrassing bekomen waren, werd de Here Jezus opgenomen en zagen ze Hem op een wolk heengaan. En weg was Hij. Dit is niet maar een verhaal van een enkeling, die het uit zijn duim heeft gezogen. Ze stonden er allemaal bij, ze waren er allemaal getuige van. Als Johannes aan iemand vertelde wat er gebeurd was, kon hij zeggen: vraag het maar aan Petrus, aan Jacobus aan Thomas, vraag het ze allemaal maar. Ze stonden er allemaal bij en zagen het gebeuren. Ze stonden paf. Na deze sensatie, want dat was het toch, kwam er nog een verrassing. Twee mannen in witte kleren stonden ineens bij hen. Waar kwamen die vandaan? Ze zeiden, wat staan jullie daar te kijken? Luister, zoals jullie Hem hebt zien heengaan, zo komt Hij ook terug. Maar de engelen, want dat waren het, zeiden niet wanneer. En toen waren ze weg. Verwonderd, overweldigd gingen ze naar huis. Of nee, toch niet.

Tijdens de Sabbatsreis van 1 kilometer, besloten ze naar de bovenzaal in de stad te gaan. Ze vertrokken van de Olijfberg. En bleven bij elkaar. O ja, de Olijfberg. Zeg, weet je nog, wat de profeet heeft gezegd?

“Zie, er komt een dag voor de HERE, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden. Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts.”

Zacharia 14:1-4

Je hebt gelijk, daar had ik niet aan gedacht. Na de verrassende uitspraak van de Here Jezus, dat het Koninkrijk niet meteen zou komen, haakte niemand af. Nee, ze hielden vast aan die belofte, dat de Heilige Geest over hen zou komen. Er stond minstens nog een verrassing op het programma. En ze geloofden het. Ze bleven bij elkaar. Het werd een tiendaagse bidstond. Wat hebben ze dan al die tijd gebeden ? Hoe moeilijk is het om gelovigen op een doordeweekse avond bij elkaar te krijgen voor een bidstond van een uur? Tien dagen bidden? Ze hadden natuurlijk veel met elkaar te bespreken. Ze moesten allemaal de stroom van wonderlijke gebeurtenissen van de laatste weken met elkaar verwerken. Dat zijn vast en zeker heel interessante gesprekken geweest. Een heeft misschien gezegd, nou, het is maar goed, dat jij nog aan de Here Jezus gevraagd hebt, of het Koninkrijk nu meteen kwam. Anders had we het misschien niet geweten. Ik weet niet of Hij het anders gezegd zou hebben. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Daar zegt de Bijbel helemaal niets over. Het ging maar om één ding: het wachten op de komst van de Heilige Geest. Ze waren niet bezig om samen de Heilige Geest omlaag te bidden. Ze hadden immers de belofte. In afwachting van die komst, hebben ze volhardend gebeden en vanzelfsprekend ook gedankt voor alles wat ze gehoord, gezien en ontvangen hadden. En dan met het vooruitzicht, dat er nog meer zou komen. Hoe dat zou gaan worden, daar hadden ze geen idee van. Wat is dat, de kracht van de Heilige Geest ontvangen? Het valt op, dat bij alle onverwachte, onwaarschijnlijke, en onmogelijke dingen, die gebeurden, ze bleven vasthouden aan de belofte van de Here Jezus. Het ging allemaal anders, dan ze ooit gedacht hadden. Dwars door hun twijfels en vragen heen, wisten ze, dat de belofte werkelijkheid zou worden. Maar hoe, geen idee!

Daarin ligt een les voor ons. Vaak gaat alles anders in ons leven dan we denken. Er gebeurt van alles wat niet kan. Hoe kan dat nu, zeggen we dan. Dit had ik niet verwacht. Mijn logische berekening klopt niet. Elke gelovige herkent zich hierin. Wij hebben het Nieuwe Testament. Wij weten nu wat er allemaal gebeurd is en hoe het verder ging. Voor ons is het, achteraf, allemaal begrijpelijk. Maar in ons eigen leven, is het niet altijd even duidelijk. Er zijn zoveel dingen, die we niet begrijpen, die we zelfs helemaal niet willen. Als we er achter staan, zullen we het begrijpen. Maar we zouden het zo graag even willen weten, hoe dit of dat zou aflopen. In dit opzicht zijn we vast niet anders dan de discipelen. Maar ze wisten, dat het Koninkrijk zou komen. In afwachting daarvan, namen ze hun verantwoordelijkheid om te gaan doen, wat ze moesten doen. Daarin zijn ze ons tot voorbeeld. Dat is voor ons de betekenis van Hemelvaartsdag. Het Koninkrijk komt. Het is 2000 jaar dichter bij, dan toen de Here Jezus het zei. Er zijn mensen, die daar aan twijfelen. Het duurt zo lang. Zou het wel waar zijn?

De tijd is voor ons een probleem. Maar God, die eeuwig is, heeft de tijd gemaakt. Hij heeft de tijd, en Hij neemt de tijd. Als de Here Jezus terugkomt om het eeuwig Koninkrijk te vestigen, vindt Hij u, vindt Hij mij dan, bezig met de taak, die Hij ons heeft opgedragen en waarvoor Zijn kinderen de Heilige Geest ontvangen, om die taak te volbrengen? Hemelvaartsdag telt genoeg uren om er over na te denken. Hemelvaartsdag is een dag met een blij uitzicht. Want HIJ komt, het Koninkrijk komt.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk