Selectieve Verontwaardiging

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En terwijl zij tot het volk spraken, overvielen hen de priesters, de hoofdman van de tempel en de Sadduceeën, zeer verontwaardigd, omdat zij het volk leerden en in Jezus de opstanding uit de doden verkondigden.”

Handelingen 4:1-2

Schriftlezing

“En terwijl zij tot het volk spraken, overvielen hen de priesters, de hoofdman van de tempel en de Sadduceeën, zeer verontwaardigd, omdat zij het volk leerden en in Jezus de opstanding uit de doden verkondigden; en zij sloegen de handen aan hen en stelden hen in bewaring tot de volgende dag, want het was reeds avond. Maar velen van hen, die het woord gehoord hadden, werden gelovig, en het getal der mannen werd ongeveer vijfduizend. En het geschiedde tegen de volgende dag, dat hun oversten en hun oudsten en hun schriftgeleerden bijeenkwamen te Jeruzalem, en Annas, de hogepriester, en Kajafas, Johannes, Alexander en allen, die tot het hogepriesterlijk geslacht behoorden; en toen zij hen hadden laten voorkomen, wilden zij van hen weten: Door welke kracht of door welke naam hebt gij dit gedaan? Toen zeide Petrus, vervuld met de heilige Geest, tot hen: Oversten van het volk en oudsten, indien wij thans in verhoor genomen worden ter zake van een weldaad aan een zieke, waardoor hij gezond geworden is, dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn, dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër, die gij gekruisigd hebt, maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze hier gezond voor u staat. Dit is de steen, door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden. En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden. Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en bemerkt hadden, dat zij ongeletterde en eenvoudige mensen uit het volk waren, verwonderden zij zich, en zij herkenden hen, dat zij met Jezus geweest waren; en daar zij de genezene bij hen zagen staan, konden zij er niets tegen inbrengen. En na hun geboden te hebben buiten de raadzaal te gaan, overlegden zij met elkander, en zij zeiden: Wat moeten wij met deze mensen beginnen? Want dat er een kennelijk wonderteken door hen verricht is, is duidelijk aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen; maar om te voorkomen, dat het nog meer onder het volk verbreid wordt, laat ons hun dreigend gebieden tot niemand meer te spreken op gezag van deze naam. En toen zij hen binnengeroepen hadden, bevalen zij hun in het geheel niet meer te spreken over of te leren op gezag van de naam van Jezus. Maar Petrus en Johannes antwoordden en zeiden tot hen: Beslist zelf, of het recht is voor God, meer aan u dan aan God gehoor te geven; want wij kunnen niet nalaten te spreken van wat wij gezien en gehoord hebben. Maar zij dreigden nog meer, doch lieten hen vrij, daar zij geen vorm konden vinden om hen te straffen – en wel om het volk; want allen verheerlijkten God om hetgeen er geschied was; want de mens, aan wie dit teken der genezing verricht was, was boven de veertig jaar.”

Handelingen 4:1-22

Boodschap

In hoofdstuk 3 vers 1 staat, dat Johannes en Petrus ’s middags om 3 uur voor het gebed in de Tempel waren. In vers 3 van dit hoofdstuk lezen we, dat het inmiddels al avond was geworden. Toen was de maat voor de priesters vol. Ze stuurden de hoofdman van de Tempel. Ook van Sadduceeën waren van de partij. Van ‘s middags tot ‘s avonds hebben Petrus en Johannes met de mensen gesproken. Ze hebben uitgelegd, dat Jezus de Messias was. Dit wilden de priesters absoluut niet horen. Alles wat er de laatste tijd gebeurd was, had hen niet aangesproken. De intocht in Jeruzalem, de kruisiging, de Opstanding uit de doden, de uitstorting van de Heilige Geest, het had hun allemaal niets te zeggen. De vele lessen uit het verleden, waren allemaal vergeten. De dienst aan God was verworden tot een godsdienstig systeem met wetten en wetjes, die God nooit had voorgeschreven. Het systeem was een eigen leven gaan leven, los van God, die het ingesteld had. Als het nodig was, kwam er zelfs geweld aan te pas. De Sadduceeën, de vrijzinnige theologen, deden er dapper aan mee. In hun verblinding hadden de priesters, Jezus de Messias, verworpen. De vrijzinnige Sadduceeën geloofden niet in de Opstanding uit de doden. Ze hadden een gezamenlijk doel: de prediking over de Messias en de Opstanding moest ophouden. De behouden Farizeeën waren hier kennelijk niet bij betrokken. Het gezonde geestelijke leven van de discipelen, en van de Gemeente van Christus, die op de Pinksterdag met de Heilige Geest vervuld werden, moest de mond gesnoerd worden. Dat werd tenminste geprobeerd. Met een overval in de Tempel, deed het godsdienstige systeem een aanslag op het gezonde geestelijke leven, op het werk van de Heilige Geest. De heren waren zéér verontwaardigd. Zij eisten voor zichzelf de vrijheid van spreken en overtuiging, maar andere moesten hun mond houden. Het was de omgekeerde wereld, hier is sprake van selectieve verontwaardiging. Het was niet anders dan een opstand tegen God en Zijn Woord. In de naam van God, was dit in de Tempel een vervolging, een georganiseerde aanval, van buiten op de Gemeente van Christus. Petrus en Johannes werden gearresteerd. Als boeven werden ze meegenomen en opgesloten. De volgende dag moesten ze zich voor het Sanhedrin, de hoge geestelijke Raad, verantwoorden. Maar de heren wisten er geen raad mee. Ze kregen geen greep op Petrus en Johannes. Niet hen werd het zwijgen opgelegd. De geestelijkheid zat met de mond vol tanden .Vandaag zouden we zeggen: vanwege gebrek aan bewijs werden ze onder dreigement vrijgelaten.

“En toen zij vrijgelaten waren, gingen zij naar de hunnen en deelden hun mede al wat de overpriesters en oudsten tot hen gezegd hadden. En toen dezen het hoorden, verhieven zij eenparig hun stem tot God en zeiden: Gij, Here, zijt het, die geschapen hebt de hemel, de aarde, de zee en al wat daarin is; die door de heilige Geest bij monde van onze vader David, uw knecht, gezegd hebt: Waarom hebben de heidenen gewoed en de volken ijdele raad bedacht? De koningen der aarde hebben zich opgesteld en de oversten zijn tezamen vergaderd tegen de Here en tegen zijn Gezalfde. Want inderdaad zijn in deze stad vergaderd tegen uw heilige knecht Jezus, die Gij gezalfd hebt, Herodes zowel als Pontius Pilatus met de heidenen en de volken van Israël, om te doen al wat uw hand en uw raad tevoren bepaald had, dat geschieden zou. En nu, Here, let op hun dreigingen en geef uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid uw woord te spreken, doordat Gij uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilige knecht Jezus.”

Handelingen 4:23-30

Ze vroegen niet om voortaan voor dit soort incidenten bewaard te blijven, maar om de kracht om stand te houden. Ze kwamen bijeen voor gebed. Ze vroegen om genezingen, om tekenen en wonderen van het Koninkrijk door de naam van Gods heilige knecht Jezus. En God antwoordde:

“En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid.”

Handelingen 4:31

De plaats waar ze waren, werd bewogen. Dit verschijnsel is ook bekend uit de Opwekkingen, die rond 1950 in Schotland plaatsvonden. De mensen dachten dat het een aardbeving was. Het huis schudde, maar er was geen schade. In andere huizen werd dit verschijnsel niet waargenomen. Het was Gods antwoord op het gebed. Het wordt beschreven als “een koepel van Zijn tegenwoordigheid,” die zich over de bijeenkomst plaatste. Wie dit niet meegemaakt heeft, weet niet wat het betekent. Die diepe indruk blijft een leven lang. Daar komen mensen nooit meer van los. Het bewustzijn, God is hier. Het is geen voorbijgaande emotie, maar het boezemt een diepe vrees in. Het betekent een niet eerder gekende eerbied voor God. Dat gebeurde in Jeruzalem, die door de discipelen als een Tweede Pinksterdag beleefd werd. Het bereidde hen voor op een volgende aanval. Die zou niet van buiten af komen. Door de aanval van buiten sloten zij de rijen. Er was een ongekende eenheid in de Gemeente. De volgende aanval zou binnenin de Gemeente plaatsvinden. In al deze overdenkingen zit een opbouw. Met belangrijke lessen voor vandaag, zullen we de volgende keer zien, hoe het Gemeenteleven zich verder ontwikkelde, wat er gebeurde en hoe het afliep.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk