Verharding

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En hij zei: Gij, mannen broeders en vaders, hoort toe.”

Handelingen 7:2a

Schriftlezing

“En de hogepriester zei: Is dat zo? En Hij (Stefanus) zei, Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij. Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt, gij, die de wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden. Toen zij dit hoorden, sneed het hun door het hart en zij knersten de tanden tegen hem. Maar hij, vol van de heilige Geest, sloeg de ogen ten hemel en zag de heerlijkheid Gods en Jezus, staande ter rechterhand Gods, En hij zeide: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande ter rechterhand Gods. Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem los; en zij wierpen hem de stad uit en stenigden hem. En de getuigen legden hun mantels af aan de voeten van een jonge man, Saulus genaamd. En zij stenigden Stefanus, die de Here aanriep, zeggende: Here Jezus, ontvang mijn geest. En op de knieën vallende, riep hij met luider stem: Here, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hij. En Saulus, (de latere apostel Paulus) stemde in met zijn terechtstelling,”

Handelingen 7: 1, 51-60

Boodschap

Na een lange inleiding hoe God met het volk Israël gehandeld heeft, schakelde Stefanus over op de tekst, die we zojuist hebben gelezen. Vandaag zouden we zeggen, dat Stefanus niet bepaald psychologisch te werk ging. Hij probeerde het deftige gezelschap van de Hogepriester niet voor zich te winnen of begrip voor zijn standpunt te kweken. Stefanus ging niet onderhandelen volgens het poldermodel totdat ze het ergens met elkaar eens werden. Hij vertelde ook niets nieuws. Maar de leiders hadden hun eigen mening over de geschiedenis en hoe ze God moesten dienen. Zij vertegenwoordigden het godsdienstig establishment. Maar zo had God het niet bedoeld. Ze lieten zich niet terechtwijzen en zeker niet door iemand, die van de traditie afweek. Zij wisten immers hoe het moest. Maar toch konden ze Stefanus op geen enkel punt tegenspreken. Als hij het nu eens diplomatiek aangepakt had, was het misschien met een sisser afgelopen. Maar zo werkte het niet. Hoe kwam dat?

“Maar hij, (dat is Stefanus) vol van de Heilige Geest, sloeg de ogen ten hemel en zag de heerlijkheid Gods en Jezus, staande ter rechterhand Gods.”

Handelingen 7:55-56

Diplomaten kunnen lang, heel lang, praten zonder iets te zeggen. Maar Stefanus was geen diplomaat. Er viel niets te onderhandelen. De hooggeplaatste heren, die van niemand tegenspraak accepteerden, kregen de volle laag. Stefanus onderhandelde niet. Ging hij door het lint? Nee, hij sprak als gevolmachtigde. Hij kwam niet met een eigen verhaal. Het keiharde oordeel kwam rechtstreeks uit de hemel, Stefanus was de boodschapper. Het doet denken aan het voorval in de jonge Gemeente, toen de apostel Petrus een zeker echtpaar Ananias en Saffira ondervroeg. Op grond van ditzelfde gezag, sprak Petrus het Godsoordeel uit waarbij dit echtpaar ter plekke stierf. Petrus verloor zijn zelfbeheersing niet, hij versprak zich niet. Hij sprak uit, wat Gods Geest hem op dat moment ingaf. En het gebeurde. De Gemeente is geen pretpark, waar de leiding eigen regeltjes en wetjes kan voorschrijven. Stefanus deed hetzelfde als Petrus. Hij sprak Gods Woord, zoals hem dat werd ingegeven. Terwijl Stefanus vol van de Heilige Geest was, en Gods heerlijkheid zag, verloren de geestelijke leiders hun zelfbeheersing. In hun geestelijke verblinding waren ze door het dolle heen. De ongewone uitstraling van Stefanus raakte hen niet. Hun verharding was zo groot, dat het hen niets deed. Ze schreeuwden en stormden op hem los. In blinde woede gooiden ze hem de stad uit, en stenigden hem.

Inmiddels waren er vele duizenden, die Jezus Christus als Heer en Heiland beleden. Eeuwenlang hadden de profeten Zijn komst aangekondigd, maar toen Hij er was, herkenden de leiders Hem niet, en erkennen al helemaal niet. Ze dachten, dat na de kruisiging van Jezus alles wel zou ophouden. Dat was een misrekening. Als Stefanus uit de weg werd geruimd zouden die Christenen wel afkoelen. Om dit alles kracht bij te zetten, werd een zware vervolging voorbereid. Uit deze geschiedenis valt te leren, dat er voor godsdienstig fanatisme geen kruid gewassen is. Ook het ongeëvenaarde sterven van Stefanus, deed hen niets. Het ging maar om één ding. Hun godsdienstig systeem moest in stand blijven. De brenger van Gods boodschap werd vermoord. Dit heeft zich in de geschiedenis maar al te vaak voorgedaan. Uit de 15e eeuw is de Pazzi-samenzwering bekend. Terwijl de ene priester de mis opdroeg, vermoordde een andere priester iemand in de kerk. De apostel Johannes zei:

“Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen.”

Johannes 16:2-3

De leiders hadden aan de waarschuwing van koning Salomo moeten denken:

“Wie zijn nek verhardt ondanks herhaalde vermaning, wordt opeens onherstelbaar gebroken.”

Spreuken 29:1

De verharding van het hart is bijzonder gevaarlijk. De Egyptische Farao verhardde zijn hart. Dan komt het “point of no return,” gevolgd door oordeel. Dan is er geen terugweg, geen herstel meer mogelijk. En dat oordeel kwam. Het gebeurde ook met Israël. Dat maakte de volgende generatie van Israëls leiders mee, met de val en verwoesting van Jeruzalem. God is niet veranderd. Ook Zijn Woord verandert niet.

“Ziet toe, broeders, dat bij niemand uwer een boos, ongelovig hart zij, door af te vallen van de levende God, maar vermaant elkander dagelijks, zolang men nog van een heden kan spreken, opdat niemand van u zich verharde door de misleiding der zonde; want wij hebben deel gekregen aan Christus, mits wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden.”

Hebreeën 3:12-14

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk