Heiliging

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.”

Hebreeën 12:14

Schriftlezing

“Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt. Gij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde, en gij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. Als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt? Blijft gij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan zijt gij bastaards, en geen zonen. Voorts, de tuchtiging van onze vaders naar het vlees hebben wij ondergaan en wij zagen tegen hen op; zullen wij ons dan niet nog veel meer onderwerpen aan de Vader der geesten, en leven? Want zíj hebben ons voor luttele dagen naar hun beste weten getuchtigd, maar Híj doet het tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid. Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid. Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën, en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze. Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.”

Hebreeën 12:1-14

Boodschap

Het reformatorische denken legt sterk de nadruk op de rechtvaardiging. Het was de kwellende vraag van Maarten Luther: hoe word ik gerechtvaardigd? Waar vind ik een genadig God? Als monnik geselde hij zichzelf. Hij deed erwten in zijn schoenen om zijn lichaam te pijnigen om de zonde er uit te drijven. Dit duurde totdat hij bij de profeet Habakkuk de tekst vond:

“maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.”

Habakkuk 2:4

Dit bracht de grote omkeer in zijn leven. Het werd de basis voor de Reformatie. Het heeft heel Europa diepgaand beïnvloed. De Hebreeënbrief maakt ons er op attent, dat er iets bij hoort. Over de heiligmaking, of heiliging, schreef de apostel Paulus aan de Korintiërs, dat de heiliging tot stand komt door de Geest. Hoe werkt dat? Hij schreef:

“Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing.”

1 Korintiërs 1:30

Tot geloof in Christus komen is de breuk tussen toen en nu. Het is afrekenen met het verleden. Dit is heel belangrijk. Maar er moet iets op volgen. Bij de heiligmaking in de Hebreeënbrief is sprake van tuchtiging. Daar willen veel mensen niet van weten. In het gedeelte, dat we samen gelezen hebben staat:

“Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid.”

Hebreeën 12:11

Ouders laten kinderen niet alles doen wat ze willen. Dat doet God ook niet. Wij kijken naar wat we graag willen. God doet het anders. Wij begrijpen dat dikwijls niet. Hij kijkt naar wat we nodig hebben. Zo doen verstandige ouders het ook. Het is niet altijd leuk. Het leven heeft hen geleerd, dat bepaalde dingen niet kunnen. Het is om ons in goede banen te leiden. Zo worden kinderen zelfstandige mensen. Voor de gelovige leidt tucht tot heiligmaking. Er was een zoon, die christen geworden was. Zijn vader moest er niets van hebben. Zijn vrouw maakte zich grote zorg. Vaak had ze er met hem over gesproken. Niets hielp. Op zekere dag stelde de dokter vast, dat haar man ongeneselijk ziek was. Een panieksituatie. Zijn vrouw vroeg of ik wilde komen om hem het evangelie uit te leggen. Hij zei, dat hij er niets van begreep. Na een lang gesprek ging ik verslagen naar huis. Ik kon alleen voor hem bidden. De volgende dag belde zijn vrouw. Er is een wonder gebeurd. We zijn samen op de knieën gegaan. De man zei tegen zijn zoon: ik ben gegrepen. Ben ik er nu? Nee, zei de zoon, nu begint het pas! De zoon had het goed begrepen. De zieke man had het nieuwe leven ontvangen. Na de rechtvaardiging moet de heiligmaking beginnen. Rechtvaardiging is een zaak van een ogenblik, heiligmaking vraagt alle verdere dagen van ons leven. Als we tot geloof in Christus komen is de heiligmaking ons deel, maar die moet in ons leven uitgewerkt worden. Want zonder heiligmaking zal niemand de Heer zien. Hoe werkt dat? In Lystra vertelde Paulus de mensen:

“dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan.”

Handelingen 14:22

En het blijft niet bij één. En daar zit ik niet op te wachten. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Verdrukkingen bestaan uit beproevingen en verzoekingen. God beproeft ons geloof. Waarom doet God dat, waarom laat Hij het toe? In beproeving wordt de heiligmaking uitgewerkt. Vaak begrijpen we het niet. We zoeken het niet, we willen het ook niet. God laat het toe. Waarom? Zodat we geestelijk groeien. Dat vraagt tijd en geduld. En die hebben we niet. Voor geestelijke groei bestaat geen instant oplossing. Hier ligt het spanningsveld van de gelovige, de geestelijke strijd. Het zou de moeite waard zijn om van mensen te horen, hoe ze beproefd zijn en daardoor geestelijk gegroeid zijn. Dat het hen dichter bij de Heer heeft gebracht, dat ze er geestelijk door verrijkt zijn. O ja, dan zijn er ook nog de verzoekingen. Die komen niet van God.

“Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte.”

Jacobus 1:13-14

Verzoeking komt van Satan. Hij zoekt aanknopingspunten in ons. Als hij die vindt, hangt hij zijn verzoeking er aan op. Hij verzoekt ons niet om ons geestelijk verder te helpen. Integendeel; hij doet het om ons te laten vallen. Kunnen we dat aan? Paulus schreef:

“Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.”

1 Korintiërs 10:13

Hoe is het met onze overgave aan Hem? Hij wil de heiligmaking in ons uitwerken. Heeft de Heilige Geest ruim baan in ons leven? Kan de heiligmaking gestalte krijgen? Daarom, jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.

Tot slot nog een woord van de apostel Paulus:

“Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.”

2 Korintiërs 4:17-18

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk