De ongelovige Thomas

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Als ik in zijn handen niet zie het teken der nagels…”

Johannes 20:25

Schriftlezing

“Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen: Vrede zij u! En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Here zagen. Jezus dan zei nogmaals tot hen: Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u. En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: Ontvangt de heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend. En Thomas, een der twaalven, genaamd Didymus, was niet met hen, toen Jezus daar kwam. De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de Here gezien! Maar hij zei tot hen: Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vinger niet steek in de plaats der nagels en mijn hand niet steek in zijn zijde, zal ik geenszins geloven. En na acht dagen waren zijn discipelen weer in het huis en Thomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zei: Vrede zij u! Daarna zei Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig. Thomas antwoordde en zei tot Hem: Mijn Here en mijn God! Jezus zei tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven. Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam.”

Johannes 20:19-31

Boodschap

Opstanding uit de dood, bestaat dat? Dat werd op de Paasmorgen bewezen. Er waren ooggetuigen. Die avond zaten de discipelen achter gesloten deuren bij elkaar. Thomas was er niet. Hij zag het niet zitten. Alles ging anders dan hij had gedacht. Wat moest hij hiermee? Laat mij nu maar even met rust. De discipelen zeiden, dat ze Jezus hadden gezien. Kleopas was onderweg naar huis toen Jezus bij hem kwam lopen, maar hij wist niet dat het Jezus was. Hij is zelfs bij Kleopas binnen geweest, Hij zat bij hen aan tafel voor het avondeten. En toen ze zagen, dat HIJ het was, was HIJ inééns weg. Maar Thomas was nog niet overtuigd. Het antwoord was laconiek: “als ik de littekens in Zijn handen en zij niet zie, geloof ik er niks van.” Hij ging niet over één nachtje ijs. Hij wilde bewijzen. Maar Thomas, Hoe heb ik het nu met jou? Opstanding is toch niet nieuw voor jou! Je hebt het met eigen ogen gezien. Meer dan één keer zelfs. Thomas, je was er toch bij toen Jezus mensen uit de dood liet opstaan! OK. ik kom Zondag wel, en hij was er. En toen was Jezus er ook! Pijnlijk moment. Wat zou hij te horen krijgen? Er klonk geen verwijt. “Thomas, wees niet ongelovig, maar gelovig.” En hij ging door zijn knieën: “Mijn Heer en mijn God!” Toen wist hij het weer; hij was er weer helemaal bij. Het was de confrontatie met die andere wereld, die andere werkelijkheid. Hij realiseerde zich, dat er behalve de aardse ook een hemelse realiteit is. Hoe vaak kunnen gelovigen bijzondere dingen, wonderen, in hun leven meemaken. En dan ineens gaat het niet meer. Dan zijn ze van slag. Kent u dat? Ieder mens kan en moet weten, dat er een leven na dit leven is en wat hem of haar dan wacht. Hoe is het vandaag? Vraagt Gods Woord ook niet van ons, dat wij geloven, kinderlijk eenvoudig geloven, ook al begrijpen we het niet. We zien het, we horen het, de dood is niet ver weg. Dagelijks vinden we in de krant rouwadvertenties. Het valt daarbij op, dat ook bij rouwadvertenties van Christenen nooit of bijna nooit naar de Opstanding wordt verwezen. Vorige week is er al duidelijk op gewezen, dat Thomas er meer dan eens bij geweest is, toen Jezus iemand uit de dood liet opstaan. Nu blijkt, dat het zelfs voor hem moeilijk was om het te geloven. Het zal niemand verwonderen, dat voor ons de uitdaging dan nog groter is. Thomas had het voorrecht ooggetuige te zijn geweest. Maar dat hielp hem niet. We kunnen onze ogen blijkbaar toch niet vertrouwen. Het Bijbels parool is: niet zien en toch geloven! Wij hebben de Brief van de apostel Paulus in onze Bijbel. Hij is er ook niet bij geweest. Nee, maar hij heeft wel een persoonlijke ontmoeting met de Opgestane Heer gehad. Saulus, de fanatieke bestrijder van de Opgestane Heer, werd Paulus, de belijder, die als getuige zelfs de marteldood stierf. Hij had het niet van mensen gehoord, maar door openbaring van de Here Jezus zelf ontvangen. Ben je dan getuige of niet? Hij schreef:

“Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen; maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene.”

Twijfel aan de Opstanding is niet nieuw. In de Gemeente van Corinthe waren mensen, die er niet in geloofden. Paulus ging daar op in en schreef :

“Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is? Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”

1 Korinthiërs 15:3-19

Als we niet in de Opstanding geloven, is het echt hopeloos. Dan kunnen we beter alles maar vergeten. Met de Opstanding van Jezus uit de doden, valt of staat het Christelijke geloof. Ook in de Gemeente van Thessalonica zaten mensen met vragen. Wat gebeurt er met gelovigen, die zijn overleden bij Zijn Wederkomst? Zijn antwoord was:

“Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem.”

1 Thessalonisenzen 4:14

Als HIJ zelf niet is opgestaan en geen macht over de dood heeft, hoe kan Hij dan overleden gelovigen meebrengen als HIJ komt om de Gemeente in heerlijkheid op te nemen? Als wij als gelovigen overlijden vóór Zijn komst, ligt onze Opstanding verankerd in Zijn Opstanding. Zover was Thomas nog niet. In zijn ontmoeting met Jezus verdween de twijfel. Hij wist niet wat hij moest zeggen. Hij stamelde: “Mijn Heer en mijn God!” Dat was genoeg. Als we hem dit, ondanks onze vragen en twijfels kunnen nazeggen, is dat ook voor ons genoeg.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk