Hij Blies

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: Ontvangt de heilige Geest.”

Johannes 20:22

Schriftlezing

“Toen het dan avond was op die eerste dag van de week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen: Vrede zij u! En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Here zagen. Jezus dan zei nogmaals tot hen: Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook jullie. En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: Ontvangt de heilige Geest. Aan wie jullie hun zonden kwijtschelden, die zijn ze kwijtgescholden; wie jullie ze toerekent, die zijn ze toegerekend. En Thomas, een van de twaalf, genaamd Didymus, was er niet toen Jezus daar kwam. De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de Here gezien! Maar hij zei tot hen: Als ik in zijn handen niet zie het teken van de spijkers en mijn vinger niet steek in de plaats van de spijkers, en mijn hand niet steek in zijn zij, zal ik het echt niet geloven. En na acht dagen waren zijn discipelen weer in het huis en Thomas was er ook. Jezus kwam, terwijl de deuren op slot waren, en Hij stond in hun midden en zei: Vrede zij u! Toen zei Hij tegen Thomas: Breng je vinger hier en zie mijn handen en steek je hand maar in mijn zij, en wees niet ongelovig, maar gelovig. Thomas antwoordde en zei tot Hem: Mijn Here en mijn God! Jezus zei tegen hem: Omdat je Mij gezien hebt, heb je geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven. Jezus heeft nog meer tekenen voor de ogen van zijn discipelen gedaan, die niet in dit boek beschreven zijn, maar deze zijn geschreven, zodat jullie geloven, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en jullie, gelovend, het leven hebben in zijn naam.”

Johannes 20:19-31

Boodschap

In de achtereenvolgende weken hebben we al verschillende aspecten van de Opstanding onder de loep genomen. We hebben het een keer over het gesprek, van Jezus met Thomas gehad. We hebben het nog niet gehad over de betekenis, dat Jezus op hen blies. Het komt een beetje vreemd over, als je de mensen gedag zegt, je dan op hen blaast. Wat moet je je daarbij voorstellen? Dit blazen komen we ook tegen in het boek Genesis. Bij de schepping va de mens lezen we:

“Toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen.”

Genesis 2:7

Het leven werd in de dode materie geblazen en werd een persoon. Zo ook hier. Het nieuwe leven werd in de discipelen geblazen, wat hen tot andere mensen, tot geestelijke mensen, maakte. Ze kregen de Heilige Geest ingeblazen. Dit hadden ze nodig, om te kunnen begrijpen, wat de Here Jezus in de komende weken hen over het Koninkrijk Gods zou gaan uitleggen. Wie de Heilige Geest niet heeft ontvangen, kan de dingen van God niet begrijpen. Aan de Gemeente van Corinthe schreef de apostel Paulus:

“Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven.

1 Korinthiërs 1:21

Maar een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.”

1 Korinthiërs 2:14

Ze kregen hierdoor ook volmacht om mensen hun zonden te vergeven of toegerekend te houden. Dit zijn enkele losse zinnen met een diepe betekenis, die hier niet meteen uitgelegd worden. Die uitleg volgde later. Door sommigen is dat volkomen verkeerd geïnterpreteerd. Ze hebben die volmacht gemonopoliseerd, alsof alleen die of die kerk het alleenrecht had gekregen om dit te doen of te weigeren. Maar daar gaat het hier nu niet over. Het gaat over het verschijnsel, dat de Here Jezus op Zijn discipelen heeft geblazen, en wat dat betekende. Om te beginnen dus, dat ze de dingen van Gods Koninkrijk konden gaan begrijpen. Het moet duidelijk zijn, dat het hier nog steeds niet gaat over de Gemeente van Christus.

Tot op dit punt, is het nog altijd een Joodse aangelegenheid. Ze waren nog altijd in de periode van 40 dagen tussen Pasen en Hemelvaart. Maar dat stond niet op hun kalender. Tot nu toe hadden de discipelen uitleg over de vervulling van de talrijke Oudtestamentische profetieën gekregen. Die waren vaak verkeerd begrepen of helemaal vergeten. Ze hadden nu, meer dan ooit, de zekerheid, dat die in vervulling zouden gaan. Ze zagen er naar uit. Ze konden haast niet wachten dat het gebeuren zou. Het was al zolang beloofd. Dat zou nog blijken op de Hemelvaartsdag. Toen de Here Jezus op punt van vertrek stond, vroegen de discipelen of het nu ging gebeuren. Hoewel ze veel geleerd hadden, nieuwe inzichten hadden gekregen, hadden ze het toch nog niet helemaal begrepen. Hoe lang zou de Here Jezus eigenlijk zo contact met hen houden? Geen idee! Hoewel dit allemaal in besloten kring plaats vond, kon dit niet 4o dagen verborgen blijven. Je kon er op wachten, dat de priesters en de Farizeeën hen in de gaten zouden houden. Er waren zulke wonderlijke dingen gebeurd. De mensen in Jeruzalem waren toch zeker niet die middag vergeten, toen de Here Jezus gekruisigd werd:

“Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest. En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en de aarde beefde, en de rotsen scheurden, en de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt. En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en kwamen in de heilige stad, waar zij aan velen verschenen. De hoofdman en zij, die met hem Jezus bewaakten, zagen de aardbeving en wat er plaats had en zij werden zeer bevreesd en zeiden: Waarlijk dit was een Zoon Gods.”

Mattheüs 27:50-54

Ja, dat er een aardbeving plaatsvond, dat kan gebeuren. Dat viel wel toevallig samen. Dat het voorhangsel in de Tempel scheurde. Ja, dat kan nog als gevolg van de aardbeving uitgelegd worden. Het probleem was, dat het niet van beneden naar boven, maar van boven naar beneden scheurde. Daar moesten de mensen dan maar niets achter zoeken. Een andere verhaal was, dat veel overleden mensen uit het graf opstonden en in de stad kwamen en dat veel mensen ze gezien hebben. Was dat ook toevallig? Hier is geen uitvlucht voor. Dit lag toch nog allemaal vers in het geheugen. Het hing allemaal met die Jezus van Nazareth samen.

De geestelijke leiders waren zo blij, dat ze eindelijk van Hem af waren. Maar met de kruisiging waren ze niet van Hem af, nog lang niet. Dan is het toch geen wonder, dat de discipelen in de gaten zouden gehouden worden. Het minste dat je kunt verwachten, is, dat het gonst van de geruchten. Ze zeggen, dat die Jezus regelmatig aan Zijn discipelen verschijnt. Maar bewijzen zijn er niet; er was nooit iemand van buiten bij. Het zou zo maar kunnen; er zijn de laatste tijd al zoveel gekke dingen gebeurd. Maar hoe de samenleving ook reageerde, de discipelen werden gaandeweg dieper in de geheimen van Gods Koninkrijk ingewijd. Ze hadden de Heilige Geest ontvangen. Ze waren niet meer dezelfde mensen van daarvoor. Er was iets ingrijpends in hun leven gebeurd. Zonder het nu zelf te weten, leefden ze naar de Hemelvaartsdag toe. Ze leefden in een vijandige samenleving. Wat we van hen kunnen leren is, dat ze bleven vertrouwen op wat de Here Jezus gezegd had. Als veranderde mensen konden ze dit aan. Hoe het allemaal zou worden, ze wisten het niet. Een ding wisten ze wel: Zijn Woord is de waarheid. En HIJ heeft het laatste Woord, het gaat gebeuren.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk