Afgoderij

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Afgoderij, om welke dingen de toorn Gods komt.”

Kolossenzen 3:6

Schriftlezing

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn Gods komt. Daarin hebt ook gij eertijds gewandeld, toen gij erin leefdet. Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond. Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd, en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper, waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus. Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo. En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid. En de vrede van Christus, tot welke gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harten; en weest dankbaar. Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten. En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!”

Kolossenzen 3:1-17

Boodschap

Dit is een gedeelte uit de brief, die de apostel Paulus in de jaren 50 van de eerste eeuw schreef aan de Gemeente in Colosse. Van zijn medearbeider Epaphras had hij gehoord, over de geestelijke groei van de nieuwe Christenen, maar het ging nog niet allemaal naar wens. Uit het gelezen gedeelte blijkt, dat deze gelovigen in de praktijk van alle dag zich nog bezig hielden, met dingen van vroeger. De breuk met het verleden was niet voltooid. Als mensen van vlees en bloed, komt ons dit bekend voor. We zijn op weg naar de volmaaktheid, maar we zijn er nog niet. Paulus zet op dingen op een rijtje, waarvan iedere gelovige zal zeggen, maar dat is toch niet waar! En dat was het blijkbaar wel. Ze werden opgeroepen om met de dingen van boven bezig te zijn. Hun aandacht moet meer bij de hemelse, de geestelijke dingen gelegd worden. Eigenlijk roept Paulus hen op, zich bewuster van dat verleden los te maken. Ja, zo waren ze geboren, zo leefden ze. Dat deed toch iedereen. Ze hoorden en zagen niet anders om zich heen. Zonder er over na te denken, vonden ze het eigenlijk allemaal gewoon. De dingen, die ze deden, hoorden tot de dagelijkse gang van zaken van die tijd en cultuur. Zo gaat het ook met ons. Wij staan ook midden in het leven. Wij horen ook tot een bepaalde cultuur. Meer dan ooit, zien we, dat de Joods-christelijke cultuur, waarin ons land en werelddeel leefde, omver gehaald wordt. Wij hebben tegen, dat er nu veel meer dingen zijn, die onze aandacht vragen, dan die van de Colossers. Er wordt gezegd, dat we het zo goed hebben. Van waar dan al die problemen? We hebben nog nooit zoveel doorbetaalde vrije tijd gehad als nu. We zijn nog nooit zoveel tijd tekort gekomen als nu, We hebben nergens tijd voor. Wat is er aan de hand? De mensen worden opgejaagd. Ze moeten meer presteren, meer produceren. In de Joods-christelijke cultuur, waarin we leefden, stond de kerk, vaak letterlijk, in het midden. Er was een cultuur ontstaan, die zijn wortels in Gods Woord had. Maar de tijdgeest zorgde er voor, dat de mensen wel de zegeningen van het christelijk geloof wilden, maar God hoefde niet meer. Met de stormachtige ontwikkelingen van de techniek, konden we voortaan veel dingen zelf regelen. Er trad gaandeweg ook een verruwing in taal en omgang met elkaar op. Om het in zwart/wit uit te drukken, de God van de Bijbel werd verdrongen door Mammon, de god van het geld. Kijk eens, hoe ijverig en met volle overgave de Mammon-priesters hun god dienen. Alles draait om geld. De dingen, die Paulus afkeurde, hebben volop ruimte gekregen. Dat is allemaal gewoon geworden. De apostel had het o.a. over de hebzucht. Elk jaar moet er groei zijn, er moet meer verdiend worden. Als het een keer niet lukt, is het een slecht jaar. Het geld heeft de macht in de samenleving overgenomen. Paulus schreef aan de Gemeente van Colosse:

“Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn Gods komt.”

Deze dingen hebben altijd bestaan. Vandaag maken ook niet-Christenen zich zorgen over de ontwikkelingen. We hoeven er niet over te speculeren. We leven in de eindtijd, die begon in de Kerstnacht. Het doet denken aan het woord van de Heer Jezus. In het eerste boek van het Nieuwe Testament zei Hij:

“Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in die dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.”

Mattheüs 24:37-39

We hebben gelezen dat Paulus de Colossenzen waarschuwde:

“Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn Gods komt.”

De apostel Johannes gaat nog een stap verder.. Vandaag leven we in het moderne Babylon. In het laatste boek van het Nieuwe Testament, staat:

“Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, en welke Hij door de zending van zijn engel aan zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven.”

Openbaring 1:1

Hoewel niemand een dienstregeling heeft van komende gebeurtenissen leven we in de eindtijd, waarin deze dingen moeten gebeuren. We luisteren naar de profetie:

“En hij riep met sterke stem, zeggende: Gevallen, gevallen is de grote (stad) Babylon

(…)

omdat van de wijn van de hartstocht van haar hoererij al de volken gedronken hebben en de koningen der aarde met haar gehoereerd hebben en de kooplieden der aarde rijk geworden zijn uit de macht van haar weelderigheid.

(…)

Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen. Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel en God heeft aan haar ongerechtigheid gedacht.

(…)

En de koningen der aarde,

(…)

zullen over haar wenen en weeklagen,

(…)

zeggende: Wee, wee, gij grote stad, Babylon, gij sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen. En de kooplieden der aarde wenen en bedrijven rouw over haar, omdat niemand meer hun lading koopt,

(…)

lading van paarden en wagens en van lichamen; en zielen van mensen.”

Openbaring. 18:2-11

Christenen zijn niet beter dan andere mensen, maar ze moeten zich uit dit denkpatroon losmaken. Het lijkt zo onmogelijk, dat je geneigd bent het als fantasie of bangmakerij af te doen. Dit kan toch niet. De Wederkomst van Jezus? Dat zeggen ze al zo lang. In zijn tijd kwam de apostel Petrus deze schampere opmerking ook al tegen. Hij zei:

“Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is. Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water. Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen.”

2 Petrus 3:3-7

Volgens Gods Woord zijn ook gelovigen, die zich laten meeslepen door het denken van deze wereld met afgoderij bezig. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Het ergste is als mensen hier geen aandacht aan schenken. Eens houdt het op. Als u vraagt, waarom de Wedekomst zo lng op zich laat wachten, gaf Petrus een dubbel antwoord:

“De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen. Maar de dag des Heren zal komen als een dief.”

2 Petrus 3:9-10

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk