Is er hoop?

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen.”

Kolossenzen 1:3-5

Schriftlezing

“Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie, dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, sedert de dag, dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid hebt leren kennen; zoals gij het vernomen hebt van Epafras, onze geliefde mededienstknecht, die voor u een getrouw dienaar van Christus is, en ons ook kenbaar gemaakt heeft uw liefde in de Geest. Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld mogen worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God. Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.”

Kolossenzen 1:3-14

“Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit meenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn. Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord. Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid. Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen. Ik beveel voor God, die alle leven wekt, en voor Christus Jezus, die de goede belijdenis voor Pontius Pilatus betuigd heeft, dat gij dit gebod onbevlekt en onberispelijk handhaaft tot de verschijning van onze Here Jezus Christus, welke te zijner tijd de zalige en enige Heerser zal doen aanschouwen, de Koning der koningen en de Here der Heren, die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij eer en eeuwige kracht! Amen. Hun, die rijk zijn in de tegenwoordige wereld, moet gij bevelen niet hooghartig te zijn, en hun hoop gevestigd te houden niet op onzekere rijkdom, doch op God, die ons alles rijkelijk in bruikleen geeft, om wèl te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig en mededeelzaam, waardoor zij zich een vaste grondslag voor de toekomst verzekeren om het ware leven te grijpen.”

1 Timotheüs 6:7-19

“Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, in de verwachting van de zalige hoop en de verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken. Spreek hiervan, vermaan en weerleg met alle nadruk: niemand mag u verachten.”

Titus 2:11-15

Boodschap

De vraag is of er hoop is. Overal om ons heen is beroering. In binnen- en buitenland. In eigen stad en dorp. De nieuwsberichten schijnen praktisch niet anders te kunnen brengen dan slecht nieuws. Het wordt steeds meer en steeds erger. De afgelopen feestdagen hebben weer meer geweld en vernieling laten zien. De interviews en televisiebeelden van veraf en dichtbij liegen er niet om. Is er dan geen goed nieuws, of is dat geen nieuws? Wat heeft dit alles met feest te maken? Wie er bij stilstaat vraagt zich af waar dit eindigt. Politie en Parlement zij in rep en roer. De een zegt er moet meer overlegd worden, de andere zegt, hard aanpakken, of allebei. Het brengt ineens een uitspraak van koning Salomo in herinnering:

“Indien openbaring ontbreekt, verwildert het volk, maar heil hem die de wet bewaart.”

Spreuken 29:18

Met andere woorden, waar Gods Woord afwezig is, verwildert het volk. Of mensen nu geloven of niet, veel mensen vinden, dat de ontwikkelingen in de samenleving zich ongunstig, om niet te zeggen gevaarlijk, ontwikkelen. Is er hoop? De teksten, die we gelezen hebben spreken van hoop. Christenen geloven in de Wederkomst van Christus om Zijn koninkrijk te vestigen, dat geen einde zal kennen. Dat geloven we, of we doen het niet. We hebben er al eerder bij stilgestaan, dat we over het tijdstip van die Wederkomst niet moeten speculeren. En dat is maar al te vaak gebeurd. Het gevolg is, dat dit onderwerp wordt genegeerd. Het klopt toch iedere keer niet. Pas kopte een krantenartikel “Crisis van de hoop.” Er werd gewezen op vroegere speculaties over de Wederkomst. Het gaat toch goed met de economie. Er wordt veel winst gemaakt! De voorspellingen over de Wederkomst klopten iedere keer niet. Hoe staat het nu met de verwachting? De schrijver merkt op, dat in evangelische maar ook in reformatorische kring de verwachting van de Wederkomst minder is dan vroeger. Terecht wijst de schrijver op het woord van de apostel Paulus,

“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.”

1 Korinthiërs 15:19

Maar voordat het oordeel losbarst, mogen we op grond van Gods Woord weten, dat Christus Zijn Bruid, wedergeboren gelovigen, in de lucht zal ontmoeten en haar in heerlijkheid opnemen. Dat is de hoop, waar de apostel Paulus telkens over spreekt. Terecht wijst de schrijver speculaties van mensen over de Wederkomst af. De schrijver beroept zich op Art. 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Maar daar komt de Opname van de Gemeente niet in voor. Daarom beroepen wij ons op Gods Woord.

“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen. Vermaant (of vertroost) elkander dus met deze woorden.”

1 Thessalonisenzen 4:16-18

Dit maakt van de “Crisis in de Hoop,” “de Hoop in de Crisis.”

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk