Rechtvaardiging en Heiliging – Deel 1

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen,”

Kolossenzen 1:21-22

Schriftlezing

“Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God. Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden. Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is. Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed van Zijn kruis, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, in Zijn lichaam, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen, indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.”

Kolossenzen 1:9-23

Boodschap

Het thema gaat over rechtvaardiging en heiliging. Het zijn woorden, die we al vaker gehoord hebben, maar wat betekent het? Misschien wordt er wel eens gedacht, dat iedere gelovige dit toch wel weet. Maar als je zou vragen, vertel me eens wat het betekent, denk ik, dat veel mensen niet zouden weten wat ze moeten zeggen. Over elk van deze woorden valt veel te zeggen. Ik noem ze allebei met opzet. Het is een zegen geweest, dat de Kerkhervormers de rechtvaardiging weer de aandacht gaven, die ze verdient. Maar de nadruk er op was, en is vaak ook vandaag nog, zo sterk, dat de heiliging onderbelicht blijft. Ze horen bij elkaar. De een kan niet zonder de ander. Voor alle duidelijkheid stel ik het even zwart/wit. In reformatorische kringen wordt nadruk op rechtvaardiging gelegd. Dat is juist. In kringen van de heiligingsbeweging ligt de nadruk op de heiliging. Ook dat is juist. Maar het is niet het één of het ander. Het is het een én het ander. En dat komt vaak niet tot zijn recht. Ze mogen niet van elkaar gescheiden worden. In de praktijk gebeurt het wel. De apostel schreef aan de Gemeente van Colosse:

“Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.”

Kolossenzen 1:13-14

Door die verlossing wordt de zondaar gerechtvaardigd. Het betekent, dat hij nieuw leven en een nieuwe natuur ontvangen heeft. Wie in Christus gelooft, wordt rechtvaardig verklaard. Dat gaat van God uit. God verklaart hem rechtvaardig. Hoewel hij niet volmaakt is, ziet God hem nu anders. Hoe kun je iemand anders zien, dan hij is? Stel u voor. er wandelt een dame in een rode japon. Er is iemand die een roodgekleurde bril opzet en naar haar kijkt. Wat ziet hij dan? Een dame in het wit! Zo ziet God de bekeerde zondaar als het ware door het bloed van Christus heen. Kan door bloed iets wit worden? In het boek Openbaring staat:

“Zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams.”

Openbaring 7:14

Door Zijn lijden en sterven heeft de Here Jezus de schuld van de mens tegenover God op Zich genomen. De verdienste van dat volmaakte offer wordt aan de gelovige toegerekend. Van zijn kant heeft de zondaar niets verdiend. De apostel Johannes zei:

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.”

Johannes 3:36

Die toorn komt niet, hij is er en wordt pas opgeheven als iemand tot geloof komt, want:

“Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God.”

Johannes 3:18

Het gaat niet om goede werken. Daar kan niemand de hemel mee verdienen, maar geloof:

“Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis.”

Romeinen 10:9-10

Die Bijbelse waarheid was in de Middeleeuwen uit beeld geraakt. De Kerkhervormers hebben dit weer in het centrum van de aandacht geplaatst. Maar daarmee is niet alles gezegd. Rechtvaardiging behoort een vervolg te krijgen. En dat wordt door velen over het hoofd gezien. Er zijn allerlei opvattingen rondom dit onderwerp ontstaan. Er bestaat, tot op vandaag, nog altijd veel meningsverschil over onderwerp. Met grote nadruk wordt door sommigen de uitverkiezing opgevoerd. De vraag is, of iemand wel uitverkoren is. Hoe kun je weten of je uitverkoren bent? Men heeft het druk met de predestinatie. Is die vóór of na de zondeval ontstaan? Dit zijn filosofische speculaties. Veel gelovigen hebben daardoor geen zicht meer op het heil, op de oplossing van het zondeprobleem. Ze hebben geen geloofszekerheid. Zo kennen ze geen vreugde over het kindschap van God. Je moet je niet zomaar verbeelden, dat je een kind van God bent. Toch geloof ik, dat velen dit in dit denken verstrikt zitten, kind van God zijn. Maar dat zullen ze nooit durven zeggen. Ze zijn bang dat ze met een ingebeelde hemel verloren gaan. In zijn brief aan de Romeinen was de apostel duidelijk. Als je in je hart echt gelooft, dat Jezus Heer is en ook hardop tegen anderen zegt, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, word je behouden. De mensen worden verward door alle theorieën, die de ronde doen. De een zegt dit, de ander dat. Niet de theologen maar Gods Woord heeft het laatste woord. Als dat verwerkt is, komen we toe aan de heiliging, die er op volgen moet, want:

“Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.”

Hebreeën 12:14

Hoe kostbaar en Bijbels die ook is, met de rechtvaardiging alleen komen we er niet. Daarover gaat het de volgende keer.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk