Het Onze Vader III – Dagelijks Brood

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Geef ons heden ons dagelijks boord.”

Mattheüs 6:11

Schriftlezing

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want U


wer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”

Mattheüs 6:6-13

Boodschap

Het “Onze Vader” begint met te bidden tot de heilige God in de hemel, dan om de komst van het Koninkrijk en dan ineens om het dagelijks boord. Het lijkt wel, dat die niet bij elkaar horen. Van het heilige en het hemelse naar het alledaagse. Hoort dat bij elkaar? Ja, die horen bij elkaar. De Bijbel geeft daarvoor ook een duidelijke aanwijzing. Voor de gelovige is er een duidelijke volgorde, al is die in de praktijk niet altijd even makkelijk om te doen. Bidden om ons dagelijks brood is iets meer dan : “Here, zegen deze spijze, amen.” De Here zei:

“Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.”

Mattheüs 6:33-34

Wie niet wedergeboren is, wie Gods Geest niet heeft ontvangen, kan hier helemaal niets mee. We moeten niet vergeten, aan wie de Here Jezus dit gebed leerde. Hij leert het aan Zijn discipelen alle eeuwen door. De discipel is leerling. De vraag is, of we leerling willen zijn, of dat we onze boontjes zelf wel doppen. Voor wie het Koninkrijk niet hoeft, moet dit gebed helemaal niet bidden. Discipel zijn betekent afhankelijk zijn. Afhankelijk van wat God ons geeft. Dat wil niet zeggen, dat we geen eigen verantwoordelijkheid hebben. Integendeel. Voor zover die binnen onze mogelijkheden ligt, moeten we die nemen. Als wij doen, wat God van ons vraagt, doet Hij wat wij niet kunnen. We mogen bidden om ons dagelijks brood. Dat is een eerste levensbehoefte. Wat dat betreft hebben we geen klagen. Wij kennen de situatie niet, dat je ’s morgens moet proberen of je voor die dag een baantje kunt vinden, zodat je ’s avonds brood kunt kopen. Denk maar aan de arbeiders, die aan de poort stonden in afwachting of er iemand kwam om die dag voor hem te werken. ’s Avonds kreeg de dagloner dan zijn geld voor die dag. De volgende morgen begon het opnieuw. En zo ging het iedere dag.

In veel gevallen zit onze vriezer vol met nog veel meer dan brood. We leven in weelde. Ja, alles wordt duurder. We hebben zorgen, maar het lijkt niet op wat de mensen uit Jezus’ tijd voor problemen hadden. Wij hoeven niet te bedelen om een aalmoes om in leven te blijven. En toch mogen ook wij bidden om dingen, die we nodig hebben. Hoe dikwijls zijn we niet gezegend en blij, dat we kregen waar we om vroegen. Soms krijgen we dingen , waar we helemaal niet om gevraagd hebben. Maar het wil niet zeggen, dat we als gelovige alles krijgen wat we willen hebben. We denken dikwijls, dat we weten, wat goed voor ons is. We bidden erom en krijgen het niet. Dan zeggen we, ons gebed is niet verhoord. Dat is niet waar. Ons gebed wordt altijd verhoord, maar soms zegt God: nee. En “nee” is ook een antwoord. Of het is (nog) niet het juiste moment. Soms, en lang niet altijd, komen we later tot de ontdekking, dat het maar goed was, dat God niet deed wat we vroegen. God kent de hele weg, wij kunnen niet om de hoek kijken. Maar zouden we er wat mee opschieten, als we alles kregen, wat wij fijn vinden? Wat vindt u van de volgende woorden van de Here Jezus aan Zijn discipelen?

“Toen zei Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?”

Mattheüs 16:24-26

Willen wij discipel zijn? Er hangt een prijskaartje aan. Wie wil er nu een kruis dragen! Dat proberen we op alle mogelijke manieren te vermijden. Er staat ook niet, dat we het kruis moeten zoeken, maar als we discipel van Jezus zijn, komen we in situaties, dat kruisdragen onvermijdelijk is. De tekst zegt, dat wie zijn leven in eigen hand wil houden, het zal verliezen. Maar als we ons leven in Zijn hand leggen, kunnen we het niet verliezen. De apostel Paulus schreef aan de gelovigen:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.”

Colossenzen 3:1-3

Het is duidelijk, dat de komst van Gods Koninkrijk en ons dagelijks wel degelijk met elkaar te maken hebben. Je kunt het een niet hebben zonder het ander. Het werken voor, en het ontvangen van ons dagelijks brood, staat in het grote kader van Gods wil. De grote componist Johann Sebastian Bach zette in zijn Cantate no. 12 het thema over kruis en kroon op muziek met de woorden:

“Kruis en Kroon zijn verbonden,
Strijd en Kleinood zijn vereend.”

Het een is zonder het ander niet verkrijgbaar. En dat zouden we allemaal wel graag willen. Maar zo werkt het niet. Maar zoals eerder gezegd, als wij ons door genade een kind van God mogen weten, is ons leven met Christus verborgen in God. Dan zijn we voor tijd en eeuwigheid geborgen in Zijn hand. Niemand kan ons daar uit wegrukken. Natuurlijk moeten we zelf ook daaruit niet weglopen. Ook vandaag mogen we bidden:

“Geef ons heden ons dagelijks brood”

Mattheüs 6:11

En als de koelkast gevuld is, kunnen we alleen maar danken. Vanzelfsprekend is het niet!

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk