Het Onze Vader VI – Vergeving(2)

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.”

Mattheüs 6:14-15

Schriftlezing

“En wanneer gij bidt, zult gij niet zijn als de huichelaars, want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.”

Mattheüs 6:5-15

Boodschap

Het is opvallend, hoeveel nadruk in dit gebed op het begrip vergeving gelegd wordt. Het ”Onze Vader” leert de gelovige ook een eigen verantwoordelijkheid nemen. Het gebed is meer dan God vragen om iets. Bidden is niet een boodschappenlijstje indienen van de dingen die we nodig hebben, of denken nodig te hebben. Gebedsverhoring is ook gebonden aan voorwaarden. Soms klagen mensen, dat hun gebed niet verhoord wordt. Elk gebed wordt verhoord. Maar soms zegt God: nee en dan zeggen mensen, dat hun gebed niet verhoord werd. Ze vragen zich dan blijkbaar niet af, hoe dat komt. Ze vragen zich niet af, of het misschien aan henzelf ligt. Soms zegt God “nee” omdat wat we vragen niet goed voor ons is. De gelovige is er zelf verantwoordelijk voor, dat, voor zover het van hem afhangt, dat er niets tussen hem en God in staat. Hier wordt “vergeving” apart genoemd. Eerder in het gebed werd gevraagd om vergeving. Vergeving van zonde heeft met schuld te maken. Zondigen is zichzelf schuldig maken. Mensen vinden soms dat er kleine en grote zonden zijn. Voor God is alle zonde, zonde. Het wezen van de zonde is aantasting van Gods heiligheid. Het is een belediging van God. Dat is het verschrikkelijke van de zonde. Dat valt niet in geld uit te drukken. De Spreukendichter zei in een heel ver verleden:

“Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.”

Spreuken 28:13

Dit thema wordt ook door de apostel Johannes aangesneden:

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet.”

1 Johannes 1:9-10

We zijn tegenover God niet klaar als we “sorry” zeggen. Die culturele smoes van de “sorry-cultuur” werkt niet. Ik zou haast zeggen : God verstaat geen Engels. Zo krijgen we geen vergeving. Als mensen ons onrecht aandoen, zijn we ook niet tevreden met “sorry.” Dat is te goedkoop. God vraagt van ons, dat we zulk onrecht vergeven. Als we dat niet doen, vergeeft God ons ook niet. Zo lopen veel mensen rond met schuld.

Schuld moet beleden worden. Dat betekent, dat er gezegd wordt, ik heb verkeerd gedaan. Dat er gevraagd wordt, wil je het mij vergeven. Hoeveel schade heb ik veroorzaakt? Die moet vergoed worden. Hoeveel ben ik je schuldig? Maar, behalve dat het zoveel mogelijk wordt vermeden, is het ook gezichtsverlies. En dat willen we niet. Moet ik mijn gezicht tegenover die of die verliezen? Soms kan de schade niet vergoed worden. Maar er moet altijd oprecht berouw getoond worden. Het vreemde is, dat mensen veel gemakkelijker God om vergeving vragen dan aan een naaste.

Als wij vergeving van God willen ontvangen voor wat wij verkeerd gedaan hebben, moeten wij vergeving aan mensen willen geven. Doen we dat niet, hoeven we ook niet op vergeving van God te hopen. Dat legt een druk op ons, of het ons bewust zijn of niet. Koning David had daar ervaring mee. Op een gegeven moment, hield hij het niet meer uit:

“Welzalig hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is; welzalig de mens, wie de Here de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is. Want zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg onder mijn gejammer de ganse dag; want dag en nacht drukte uw hand zwaar op mij, mijn merg verdroogde als in zomerse hitte. Sela Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zei: Ik zal de Here mijn overtredingen belijden, en U vergaf de schuld mijner zonden. Sela.”

Psalm 32:1-5

Behalve dat er een onopgelost probleem lag tussen David en God, tastte die onbeleden zonde, om het zo maar eens te zeggen, zijn gezondheid aan. Hij wilde er niet mee voor de dag komen. Hij kreeg het niet over zijn lippen om te bekennen, dat hij gezondigd had. Dat hij verkeerd gehandeld had. Hij was zich bewust, dat de relatie met God verstoord was, maar hij wilde niet toegeven. Door ermee te wachten, nam de druk niet af, maar werd steeds groter. Maar die druk werd zo groot, dat hij het niet langer uithield. Hij leed eronder. Sela. Dat wil zeggen: pauze. Denk er eens over na. Als je je geweten geweld aandoet, ga je eronder lijden. Toen nam hij de beslissing, hij zou het dan toch maar belijden.

Zonde, schuld tegenover God of een mens belijden betekent, ja ik ben fout. En dan moet de zonde, die schuld met man en paard genoemd worden. We kunnen niet bidden : Here wilt u mij vergeven alles wat ik verkeerd gedaan heb. Elke zonde wordt als aparte daad bedreven. Die moet ook als aparte daad genoemd en beleden worden. Here U zegt, dat dit zonde is. Ja, Here ik beken, dat het zonde is. Dan mag vergeving gevraagd worden. Wie dan zijn zonde belijdt en nalaat, krijgt vergeving. Zo werkt het tussen God en mens. God bedoelt, dat het zo ook werkt tussen mensen onder elkaar. Als we dit zo tot ons laten doordringen, hebben we nog wat te leren en te doen. Dan moeten we nog wat huiswerk maken.

Zo leert het “Onze Vader” heel wat meer dingen, dan we misschien dachten. Het is iets meer, dan wat ik eens hoorde. Er werd iemand begraven. Men wilde het toch netjes doen. Je kunt de kist toch niet in het graf laten afdalen en weglopen. Het moest toch enigszins plechtig besloten worden. In de verlegenheid van het moment, bad iemand als afsluiting het “Onze Vader.” Dan is het meer een uiting van cultuur dan van geloof. En dat is niet de bedoeling van het “Onze Vader.” Wat is het erg, als mensen het wel kunnen voorlezen of misschien zelfs opzeggen, maar niet begrijpen wat het betekent. Het is een koninklijk gebed, het is het gebed van Gods Koninkrijk: Uw Koninkrijk kome, daar gaat het om. Het “Onze Vader” leert ons hoe wij ons leven moeten inrichten, als we willen, dat God ons gebed verhoort.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk