Het Onze Vader I – De Heilige Naam

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Onze Vader, die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome.”

Mattheüs 6:9

Schriftlezing

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”

Mattheüs 6:6-13

Boodschap

Dit zijn bekende woorden. In veel gevallen wordt dit gebed voor de maaltijd gebeden. Soms wordt het bij een begrafenis gebruikt, wanneer de kist in het graf wordt neergelaten. Maar wat betekenen deze woorden eigenlijk? De Here Jezus leerde dit gebed aan Zijn discipelen. Het is een Joods gebed. We volgen de onderverdeling van het Evangelie van Mattheüs. Het gebed begint met “Onze Vader.” De Here Jezus, Gods Zoon, maakt zich hier één met de discipelen. Daar lezen we makkelijk over heen, maar het spreekt niet vanzelf. De Here Jezus heeft Zich vernederd van Zijn goddelijk tot het menselijk niveau. Hij maakt Zich één met hen en leert hen vanuit die positie tot God te bidden. Bidden van mensen, die op aarde wonen en leren bidden tot God, die in de hemelen woont. God, de Schepper van hemel en aarde. Hij, Die Zelf buiten de schepping staat. Voor de mensen is er die onoverbrugbare kloof tussen hemel en aarde, tussen God en mens. Het tweede deel van dit vers gaat over de heiligheid van Gods Naam. Als die Naam heilig is, moet God het zelf ook zijn. In de Bijbel wordt dikwijls over “heiligheid” gesproken. Het woord “heilig” en wat ermee samenhangt, komt veel meer dan 400 keer voor. Het betekent, dat het een belangrijk onderwerp is. Heilig betekent afscheiding, rein. Eens had Mozes aan God gevraagd, of hij Hem zien mocht.

“God zei: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.”

Exodus 33:20

Dit tekent duidelijk de scheiding, die er tussen God en de mens bestaat. De uitstraling van Gods heiligheid is zo sterk, dat geen mens die kan verdragen. De directe ontmoeting van de mens met God heiligheid is dodelijk. Het is dan ook geen wonder, dat de profeet Jesaja uitriep:

“Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is, – en mijn ogen hebben de Koning, de Here der heerscharen, gezien.”

Jesaja 6:5

De ontmoeting van de mens met God is wel mogelijk, maar dan moet er een bescherming tussen God en de mens staan. Die bescherming is een Persoon. Het is niemand anders dan Gods Zoon, die mens werd en Middelaar tussen God en mens is. Zelf zei de Here Jezus:

“Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.”

Johannes 14:6

Tot die God en Vader leerde de Here Jezus Zijn discipelen bidden. Alleen door Hem kunnen wij in gebed tot God gaan. Buiten de Middelaar om, die door God Zelf is aangewezen, is God niet bereikbaar. Als wij dan tot God bidden, moeten we het wel doen, zoals Gods Woord het ons leert. Daar hoort als eerste grote eerbied voor Gods heiligheid bij. Wie daar weinig of geen aandacht aan schenkt, volgt een verkeerde weg. Waar is vandaag de “vreze des Heren?” Wie serieus aandacht aan Gods Wood besteedt, wordt niet vervuld met angst, maar met diepe eerbied. Gelovigen mogen God hun Vader noemen, maar die eerbied ontbreekt helaas bij velen.

“Uw Koninkrijk kome.” Ook al zien we het niet, die uitwerking is in volle gang. In het Onze Vader leerde de Here Jezus de discipelen bidden om de komst van Gods Koninkrijk. Toen de Here Jezus gekruisigd werd, had de Romeinse gouverneur Pilatus op het kruis de woorden laten aanbrengen:

“Jezus, de Nazoreeër, de Koning der Joden.”

Johannes 19:19

Op de Pinksterdag vond er een belangrijke ontwikkeling plaats. De Gemeente van Jezus Christus werd geboren. Nadat de apostel Paulus, in veel steden in de Synagogen de komst van het Koninkrijk verkondigd had, wezen de Joden het af. De deur ging voor de niet-Joden wijd open. Als die Gemeente voltallig zal zijn gaat in vervulling, wat de apostel Jakobus in de Gemeente vergadering in Jeruzalem aankondigde:

“Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen. En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat: Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

Handelingen 15:14-18

De vervallen hut van David is het koningshuis van koning David. Als mens, stamt de Here Jezus van hem af. Hij heeft recht op die Troon, maar heeft hem nooit bezeten. In Zijn Woord staat God garant, dat dit gaat gebeuren: “spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

God, die wij in Jezus Christus onze Vader mogen noemen, de Heilige van Israël, gaat dit doen. Wij bidden: “Uw Koninkrijk kome!”

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk