De Smak van de Gemeente

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt”

Openbaring 2:4

Schriftlezing

“Schrijf aan de engel der gemeente te Efeze: Dit zegt Hij, die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die tussen de zeven gouden kandelaren wandelt: Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden; en gij hebt volharding en hebt verdragen om mijns naams wil en gij zijt niet moede geworden. Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt. Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert. Doch dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolaïeten haat, welke ook Ik haat. Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is.”

Openbaring 2:1-7

Boodschap

In het Boek Openbaring staan 7 brieven, die aan verschillende gemeenten werden gestuurd. Elke week willen we zo’n brief bestuderen. Het hoofd van de Gemeente, de Here Jezus Christus, liet de apostel Johannes de boodschap aan de gemeenten overbrengen. Daarin wees hij aan wat wel, en wat niet goed was. Deze aanwijzingen zijn ook voor vandaag nog geldig. Zo begon de Heer met de Gemeente van Efeze Zijn waardering voor het werk en de inspanning van de Gemeente te waarderen. De Gemeente ontmaskerde valse apostelen als leugenaars. Daar valt voor ons nog wat van te leren. Zij gingen de moeilijkheden niet uit de weg. Je zou zeggen, dit is een model Gemeente. Maar toch is het niet helemaal wat de Heer van de Gemeente bedoelde. Hij zei:

“Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt”

Openbaring 2:4

Van de Gemeente Efeze bestaan in de Bijbel drie momentopnamen over een periode van 40 jaar. De opnamen dateren uit de jaren 56, 64 en 96 van onze jaartelling. Dit betekent, dat er al een tweede generatie actief aanwezig is. Dat is in iedere Gemeente heel belangrijk. Vaak gaan er dan dingen veranderen. Maar alle verandering is geen verbetering, integendeel. Paulus kwam in Efeze, waar hij Gods Woord verkondigde. (Handelingen 19:3) Daarover ontstond verdeeldheid in de plaatselijke synagoge. Het bracht Paulus ertoe een 2-jarige Bijbelschool te stichten. Die zou er in elke Gemeente moeten zijn. Van Paulus’ Bijbelschool ging grote kracht uit.

Heel Klein Asia, dat is het Turkije van vandaag, hoorde het Woord, Joden en Grieken. Dit gebied is zo groot als Frankrijk en West-Duitsland bij elkaar. Een onvoorstelbaar groot gebied, dat Paulus te voet doorkruiste. Overal waar hij kwam ontstond tumult. In Handelingen staan 24 verslagen van tegenstand waar Paulus mee te maken had. Er waren in het kustgebied 200 tempels en altaren voor afgodendienst. De bevolking leefde in vrees voor de godinnen, die ze te vriend moesten houden. Overal in dit gebied waren er Joden, die uit Babylonië gedeporteerd waren. Zij hadden nooit in het Beloofde land Kanaän gewoond en hun geloof was vermengd met on-Bijbelse opvattingen.

Paulus stond voor een menselijk onmogelijke opdracht. Het ging niet alleen om een onmetelijk groot gebied. Hij kreeg felle tegenstand van afgoderij en van joods Wetticisme. In Efeze kwam hij bovendien in botsing met de machtige vakbond van de zilversmeden. Tijdens een massabetoging in het sportstadion met 24.000 zitplaatsen, kwamen ze in opstand. Twee uur lang schreeuwden ze ‘Groot is de Artemis/Diana der Efeziërs. Voor hen was de prediking van Paulus een aanslag op hun godin, dat wil zeggen op hun portemonnee. Bij dit oproer was het stadsbestuur bang voor een ingreep van het Romeinse leger. Dwars tegen dit alles in ontstond een bijbelse Gemeente!

In Handelingen 20:19 lezen we, dat Paulus al deze problemen door de aanslagen van de Joden met tranen en beproevingen onderging. Ook de nieuwe Christenen van Efeze kregen het niet gemakkelijk. Hun bekering tot Christus was een radicale breuk met de omringende Babelcultuur. Het is een wonder, dat de gemeente ontstond èn in stand bleef. Wat een Gemeente! Maar ongeveer 8 jaar later kwam het gevaar voor de nieuwe Gemeente niet van buiten maar van binnenuit. Paulus drong aan op waakzaamheid, op bewustwording. Drie jaar lang had de Gemeente van Efeze het Gods Woord gehoord. Bij zijn laatste bezoek in Miletus nam hij voorgoed afscheid van hen. Hij waarschuwde ervoor, dat na zijn heengaan “grimmige wolven zouden binnenkomen, die de kudde niet zouden sparen.” Maar het werd nog erger:

“Uit uw eigen midden zullen mannen opstaan die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken,”

Handelingen 20:29-30

In de Gemeente van Christus is het oppassen geblazen. Paulus was niet fanatiek maar wel radicaal. Al eerder had hij aan de Gemeente in Korinthe geschreven:

“doet, wie niet deugt, uit uw midden weg,”

1 Korinthiërs 5:12

De Gemeente van Christus is iets anders dan een vrome club, die samen een gebedje doen en een liedje zingen. Het is meer dan een sociaal gebeuren met kinderoppas en koffie na, veel meer. De Gemeente is een strijdtoneel. Dit klinkt niet prettig. Dit willen we liever niet horen. Mar waar gaat het in de Gemeente van Christus om, om knusheid of om de waarheid? Het parool luidt:

“Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te strijden tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten,”

Efeze 6:11-12

Ongeveer 30 jaar na het heengaan van Paulus, dat is een volle generatie, kwam er weer nieuws uit Efeze. Hoe was het toen? Er waren toen zeker veel gemeenteleden, die Paulus nooit gekend hadden. In zijn brieven had Paulus het 78 keer over de liefde, in de Brief aan de Efeziërs maar liefst 10 keer. Hij sprak er meer over dan alle andere Nieuwtestamentische schrijvers bij elkaar. Dit keer kwam de brief van de Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Hij prees de gemeente voor haar werk, inspanning, volharding. De waarschuwing van Paulus van 30 jaar geleden werkte nog steeds. Valse leraars werden doorgelicht, en ontmaskerd. De leiding van de gemeente had nog steeds onderscheidingsvermogen en haar verantwoordelijkheid. Dat werd zeer geprezen. Dit keer sprak de Heer via Johannes tot de tweede generatie. Ineens verandert de toon van de Heer.

“Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt.”

Openbaring 2:4

“Van welke hoogte zijn jullie gevallen?” vroeg Hij. (Openbaring 2:5) Dat is even schrikken. Gevallen? En alles draait hier als altijd! De Heer van de Gemeente, gaf de apostel Johannes opdracht: Schrijf aan de engel der Gemeente. Wie zou dat zijn? De voorganger, maar niet hij alleen. In hem wordt de hele Gemeente aangesproken. In het Nederlands staat: uw werken, uw volharding. In de grondtekst staat “jij,” 2e persoon enkelvoud. Daar krijg je het warm van. Voorgangers hebben gebed nodig. Wat was het probleem? De agape, dat offer zonder iets terug verwachten. De Heer zei, als de Gemeente zich niet bekeert, als die liefde niet herstelt, wordt de kandelaar weggenomen. Dan trekt Gods Geest Zich terug. Dan is er wel een Kerk maar geen Gemeente. De organisatie draait wel door, maar het organisme, het leven is weg. De kerkgeschiedenis leert, dat het ontbreken van die liefde de voorbode is van geestelijk verval. Dat is Laodicea. De Heer prees de Gemeente om haar werk, het ontmaskeren en verwijderen van verkeerde figuren. Maar de Heer zei ook wat er ontbrak. De eerste liefde. Hoe was dat? Paulus schreef:

“Houd je aan de waarheid om in elk opzicht naar Hem toe te groeien en jullie zelf in de liefde op te bouwen,”

Efeze 4:15-16

Waarheid in liefde en liefde in waarheid. Als die van elkaar los gemaakt worden ontstaat het poldermodel. Hoe was het 30 jaar later in Efeze? Geen gesjoemel met de waarheid. De Efeziërs deden het en hielden vol. Ze deden het ene, maar het andere niet. Gevolg? De kandelaar is weg uit Efeze, allang, al heel lang. Hoe is het in de Gemeente van Christus vandaag? In de Gemeente van Christus mogen Liefde en Waarheid niet van elkaar gescheiden worden. Dan gaat het mis, helemaal mis. Om liefde en waarheid in de Gemeente dezelfde plaats te geven is moed nodig, grote moed en veel genade. Vooral veel gebed, heel veel gebed. Daarvoor hebben we de onmisbare bidstond.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk