Het Geheim – Deel 3

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat.”

Romeinen 11:25

Schriftlezing

“Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem. Zij zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil. Want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk. Want evenals gij eertijds aan God ongehoorzaam waart, maar nu ontferming hebt gevonden door hun ongehoorzaamheid, zo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geworden, opdat door de u betoonde ontferming ook zij thans ontferming zouden vinden. Want God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten, om Zich over hen allen te ontfermen. O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.”

Romeinen 11:25-36

Boodschap

Dit is de derde keer, dat het over een geheimenis gaat. In het Nieuwtestamentisch Grieks staat daar het woord mysterion, dat we kennen als mysterie. Het gaat om iets dat verborgen is. Een Bijbels mysterie kan niet anders gekend worden dan door openbaring. En die heeft God aan Zijn dienstknechten gegeven. In de uitspraken van de profeten van het Oude Testament, komen uitspraken voor, die ze zelf niet begrepen. Zo schreef de apostel Petrus bijvoorbeeld over de zaligheid der zielen.

“Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna. Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan.”

1 Petrus 1:8-12

De Heilige Geest gaf aan de profeten deze woorden te spreken en probeerden zij te begrijpen, wat het betekende. Dat werd later pas duidelijk. Aan ons, die dit kunnen lezen en horen, zijn grote geheimen bekendgemaakt. In het gedeelte, dat we gelezen hebben staat veel meer, dan in een enkele keer uitgelegd kan worden. Het is zo groot en zoveel, dat we het maar mondjesmaat kunnen verwerken. De tekst waar we dit keer bij stilstaan spreekt over een gedeeltelijke verharding, die voor een bepaalde tijd over Israël gekomen is. Daardoor verstonden zij het profetische woord niet. In het Oude Testament is sprake van mysteries, van verborgenheden. In het Nieuwe Testament worden die verborgenheden openbaar. In het laatste hoofdstuk van de Romeinenbrief schreef de apostel Paulus,

“Hem nu, die bij machte is u te versterken – naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen, maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken.”

Romeinen 16:25-26

De gedeeltelijke verharding waardoor Israël het toen niet begreep, en het vandaag nog niet begrijpt, werd al in een ledenvergadering van de Gemeente van Jeruzalem bekendgemaakt. Daar deden apostelen verslag van hun zendingsreizen:

“En nadat dezen uitgesproken waren, nam Jakobus het woord en zei: Mannen broeders, hoort naar mij! Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen. En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat: Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

Handelingen 15:13-18

Als de Gemeente, die uit de heidenen, [dat zijn de niet-Joden,] compleet is, gaat God verder met Israël. Het verworpen Koninkrijk wordt voor iedereen zichtbaar als de Gemeente compleet is en God met Israël verdergaat. God heeft Israël niet afgeschreven. De tijd komt, dat het woord van de profeet Zacharia in vervulling gaat.

“Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.”

Zacharia 12:10

Dan zal Israël het zien. De Gemeente en Israël moeten duidelijk onderscheiden worden. Israël is niet opgegaan in de Gemeente. De Gemeente heeft Israël niet vervangen en kan dit niet vervangen. Pilatus vroeg aan de Here Jezus:

“Zijt Gij de Koning der Joden? Jezus zei: Gij zegt het.”

Mattheüs 27:11

Met andere woorden. Ja!

“En Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen.”

Lukas 1:33

Heeft Jezus als koning over Israël geheerst? Nee, dat moet dus nog komen. Aan de Efeziërs schreef de apostel Paulus:

“En Hij heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is.”

Efeziërs 1:22-23

Helaas wordt dit door velen niet onderkend. De Here Jezus is de koning der Joden en het Hoofd van de Gemeente. Zowel Israël als de Gemeente hebben een roeping. Beiden schieten erin te kort. Is de zaak dan verloren? Nee, dit brengt de woorden van de Here Jezus in herinnering:

“Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder.”

Johannes 10:14-16

Zoals we eerder hebben gezien, is de Gemeente van Christus een geheimenis, dat in het Oude Testament verborgen lag, maar in het Nieuwe geopenbaard wordt. Vandaag heeft de Gemeente haar taak nog niet volbracht. De hoofdtaak van de Gemeente is de verkondiging van het Koninkrijk Gods. In het verleden heeft de Gemeente zich vaak met andere zaken beziggehouden. Ook vandaag is dat vaak zo. Dat is niet Gods bedoeling. De gedeeltelijke verharding van Israël blijft van kracht, zolang de Gemeente nog niet voltallig is. We leven in de nadagen van de geschiedenis. We leven nu 2000 jaar korter bij de vervulling van de profetie, dan toen die werd uitgesproken. Juist deze dagen hebben we gezien, welke ingrijpende gebeurtenissen er in enkele dagen kunnen plaatsvinden, die niemand zag aankomen. Zo zal het ook zijn, als de Here Jezus, de koning der Joden, het Hoofd van de Gemeente ingrijpt in de wereldgeschiedenis.

“Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.”

Mattheüs 25:13

Hoewel dit woord in eerste instantie aan Israël gericht was, geldt het ook voor de Gemeente.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk