Van Oud naar Nieuw

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Maar het land, waarheen gij trekt om het in bezit te nemen, is een land van bergen en dalen, dat water drinkt van de regen des hemels; een land, waarvoor de Here, uw God, zorgt; bestendig zijn de ogen van de Here, uw God, daarop gericht, van het begin des jaars tot het einde.”

Deuteronomium 11:11-12

Schriftlezing

“Gij zult de Here, uw God, liefhebben en alle dagen zijn dienst, zijn inzettingen, zijn verordeningen en zijn geboden in acht nemen. Immers, gij kent thans – want dit geldt niet voor uw kinderen, die de tuchtiging van de Here, uw God, niet kennen en niet gezien hebben – zijn grootheid, zijn sterke hand en zijn uitgestrekte arm, de tekenen en de daden, die Hij in Egypte gedaan heeft aan Farao, de koning van Egypte, en aan diens gehele land; en wat Hij gedaan heeft met het leger van Egypte, met zijn paarden en zijn wagenen: hoe Hij de wateren der Schelfzee hen deed overstromen, toen zij u achtervolgden en hoe de Here hen ten onder gebracht heeft tot op deze dag; en wat Hij u gedaan heeft in de woestijn, tot gij kwaamt op deze plaats, ook wat Hij aan Datan en Abiram, de zonen van Eliab, de zoon van Ruben, gedaan heeft: hoe de aarde haar mond opensperde en hen verzwolg met hun huisgezinnen, tenten en alle have, die zij meevoerden, in het midden van geheel Israël; want uw ogen hebben heel het grote werk gezien, dat de Here gedaan heeft. Onderhoudt dus heel het gebod, dat ik u heden opleg, opdat gij sterk zijn moogt en het land binnengaan en in bezit nemen, waarheen gij trekt om het als bezit te verwerven, en opdat gij lang moogt leven in het land, waarvan de Here uw vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun en hun nageslacht zou geven, een land vloeiende van melk en honig. Want het land, waarheen gij komt om het in bezit te nemen, is niet als het land Egypte, waaruit gij getrokken zijt, dat gij na het zaaien kunstmatig moest drenken als een moestuin. Maar het land, waarheen gij trekt om het in bezit te nemen, is een land van bergen en dalen, dat water drinkt van de regen des hemels; een land, waarvoor de Here, uw God, zorgt; bestendig zijn de ogen van de Here, uw God, daarop gericht, van het begin des jaars tot het einde. Indien gij nu aandachtig luistert naar de geboden, die ik u heden opleg, zodat gij de Here, uw God, liefhebt en Hem dient met uw ganse hart en uw ganse ziel, dan zal Ik de regen voor uw land op zijn tijd geven, de vroege en de late regen, zodat gij uw koren en uw most en uw olie kunt inzamelen, en Ik zal op uw veld gras geven voor uw vee, zodat gij kunt eten en verzadigd worden. Neemt u ervoor in acht, dat uw hart zich niet laat verlokken, zodat gij afwijkt, andere goden dient en u voor hen nederbuigt. Dan zou de toorn des Heren tegen u ontbranden en Hij zou de hemel toesluiten, zodat er geen regen komt, de bodem zijn opbrengst niet geeft en gij weldra te gronde gaat in het goede land, dat de Here u geven zal.”

Deuteronomium 11:1-17

Boodschap

Het is weer zover. We ruiken de geur van oliebollen, buiten knalt het vuurwerk. Het oude jaar is weer versleten; het nieuwe komt er aan. We hebben onze goede voornemens. Er zijn dingen, die we nu anders willen gaan doen. Op de grens van Oud en Nieuw kijken we achterom. Hoe was 2007? We zien vooruit, hoe wordt 2008? Hoe is onze toekomstverwachting? We kunnen een hele lijst opstellen van wat er wel en wat er niet goed gaat. U ziet ook elke dag op televisie en in de krant, wat er allemaal in de wereld te koop is. Als Christen moeten we wel tot de conclusie komen, dat het steeds donkerder wordt. Normen en waarden, die aan het Christendom ontleend zijn, worden bij het oud vuil gezet. Ik denk ook, dat we tot de conclusie moeten komen, dat dit proces onomkeerbaar geworden is. Als we iets zeggen of ons ergens voor inspannen, staan we vaak alleen. Er gaat haast een dreiging uit van de negatieve reacties. Soms worden Christenen frontaal aangevallen. Het is dweilen met de kraan open. Hoe moeten we hiermee omgaan? Feit is, dat niemand van ons ooit echt vervolging heeft meegemaakt. We moeten ook niet de martelaar spelen. Wel zijn er al lang geniepige vormen, die ons laten voelen, dat we er eigenlijk niet (meer) bij horen. Dat is nu precies, wat Christenen alle eeuwen door hebben ondervonden. Is dit het dan? Het Nieuwe Testament voegt een diepere dimensie toe aan de tekst van Deuteronomium 11:12 Toen Paulus en Barnabas het Evangelie aan de stad Derbe verkondigd hadden en er discipelen gemaakt hadden:

“keerden zij terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië, om de zielen der discipelen te versterken en hen te vermanen om te blijven bij het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan.”

Handelingen 14:21-22

In zijn tweede brief aan de Korinthiërs liet Paulus aan de gelovigen zien, dat ze over de grens van leven en dood moesten heenkijken.

“Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.”

2 Korinthiërs 4:17-18

Soms hoor je, dat dit een wissel op de eeuwigheid is. Met andere woorden, wat Christenen geloven is gebakken lucht. De Here Jezus liet zijn apostel Johannes aan de Gemeente van Philadelphia schrijven:

“Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.”

Openbaring 3:10-11

In zijn geloofsleven wordt de Christen beproefd. Soms zijn er moeilijke dingen in het leven. Lang niet altijd begrijpen we, wat ons overkomt of waarom het gebeurt. De apostel Paulus schreef o.a. aan de Gemeente in Rome:

“Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. (…) Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn? Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? (…) Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard? (…) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.”

Romeinen 8:28-39

Voor de gelovige geldt dit voor het hele jaar. “bestendig,” dat wil zeggen zonder onderbreking, zijn de ogen van de Here, uw God, daarop, ook op u gericht, van 1 januari tot en met 31 december 2008. Daarom kunnen we elkaar in de overgang van Oud naar Nieuw, een Gelukkig en Gezegend Nieuwjaar toewensen.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk