Het Verbond

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”

Genesis 3:15

Schriftlezing

“De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de Here God gemaakt had; en zij zei tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? Toen zei de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. De slang echter zei tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad. En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten. Toen zij het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de Here God tussen het geboomte in de hof. En de Here God riep de mens tot Zich en zei tot hem: Waar zijt gij? En hij zei: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. En Hij zei: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van de boom gegeten, waarvan Ik u verboden had te eten? Toen zei de mens: De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten. Daarop zei de Here God tot de vrouw: Wat hebt gij daar gedaan? En de vrouw zei: De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten. Daarop zei de Here God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”

Genesis 3:1-15

Boodschap

In deze overdenking wordt in vogelvlucht gekeken naar de hoogtepunten van het Verbond in Gods Woord. Als het over het Verbond gaat denken de meeste mensen meteen aan Gods Verbond met Abraham. Maar dat was niet het eerste Verbond, dat God met de mensen sloot. Ver vóór Abraham sloot God een Verbond met Noach. De aarde zal nooit meer door een zondvloed vergaan. Tot nu toe ging het over de volken. Zoals steeds zijn de Verbonden, die God met de mensen sloot éénzijdig. Dat wil zeggen, het initiatief gaat steeds van God uit. God en de mens zijn geen twee gelijkwaardige partijen. Alhoewel het woord “Verbond” in Genesis 3:15 niet genoemd wordt, heeft de belofte, die God aan Adam en Eva deed, de kracht van een Verbond. Dit is grondleggend voor alles wat volgt. Satan had Eva verleid, dit leidde tot de zondeval. Daar greep God in. Hij beloofde, dat het zaad van de vrouw, dat is de komende Verlosser, Satan de kop zou vermorzelen. Dit Verbond ontwikkelt zich in etappes. Voorlopig ging het bergafwaarts. Na verloop van tijd was de aarde vol van geweld, waar God door de Zondvloed een einde aan maakte. Met Noach maakte God een nieuw begin. Daarna koos God Abraham uit de volken om van hem de vader van een volk te maken. God zei:

“Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.”

Genesis 12:3

Dan volgt Gods Verbond met het volk Israël. Hun lange geschiedenis is er een van vallen en opstaan. Maar Joël profeteerde:

“Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, (…) Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten.”

Joël 2:28-29

Dat is het Nieuwe Verbond.

Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. Wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning. Hebreeën 8:13 Wanneer gebeurde dat? Bij het Laatste Avondmaal, op Goede Vrijdag op Golgotha:

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”

Johannes 19:30

Wat is volbracht? De belofte uit het Paradijs. Het Oude Verbond loopt van het Paradijs tot Golgotha. Op de Pinksterdag trad het Nieuwe Verbond in werking.

“En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren;

(…)

en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.”

Handelingen 2:2, 4

De Gemeente, die daar ontstond is het geestelijke, het Joods-Messiaanse Israël. Paulus noemt het de Olijfboom. Later schreef de apostel Paulus aan de Gemeente in Rome:

“… want het heil is uit de Joden.”

Johannes 4:22

Maar eerst moet het Oude Verbond worden afgesloten. In Hebreeën 8 gaat het over dat Nieuwe Verbond. Daarin staat te lezen:

“Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.”

Hebreeën 8:13

Jeremia profeteerde lang van tevoren:

“Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal.

(…)

Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

Jeremia 31:31, 33

En wij, gelovigen uit de heidenen? Wij mogen deel van dat Nieuwe Verbond uitmaken. Hoe werkt dat? Als iemand gelooft, dat Jezus Christus voor zijn/haar zonden gestorven is, wordt hij/zij geënt op die Olijfboom. Zo mogen wij deel uitmaken van het Nieuwe Verbond. Waar staat dat? In het kort. In het zendingsverslag in Jeruzalem staat:

“Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen.

(…)

spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

Handelingen 15:14, 17b-18

“Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot een lichaam verbonden. weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.”

Efeziërs 2:13-16

Zo wordt de scheiding tussen Joden en heidenen, die in de Messias geloven opgeheven. Niet alleen voor Israël maar ook voor hen, die niet tot dat volk behoren, loopt de weg tot behoud via Golgotha. Daar stierf de Verlosser, die in het Paradijs beloofd was. Wie dat gelooft behoort tot de Gemeente van Christus. Wat zegt de apostel Petrus?

“wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is,  maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.”

1 Petrus 1:18-19

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk