De Dwaas

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.”

Psalm 53:1

Schriftlezing

“Voor de koorleider. Op: Machalat. Een leerdicht van David. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij bedrijven gruwelijk en afschuwelijk onrecht; niemand is er, die goed doet. God ziet neder uit de hemel op de mensenkinderen, om te zien, of er één verstandig is, één, die God zoekt. Allen zijn afgeweken, tezamen ontaard, er is niemand die goed doet, zelfs niet één. Hebben zij dan geen kennis, die bedrijvers van ongerechtigheid, die mijn volk opeten, als aten zij brood? God roepen zij niet aan. Daar verschrikken zij, terwijl er geen verschrikking is; want God verstrooit het gebeente van uw belager, gij doet hen beschaamd staan, want God heeft hen verworpen. Och, dat uit Sion Israëls redding daagde! Als God een keer brengt in het lot van zijn volk, dan zal Jakob juichen, Israël zich verheugen.”

Psalm 53:1-7

Boodschap

Met deze psalm valt koning David met de deur in huis. “De dwaas zegt in zijn hart, er is geen God.” Duizend jaar voor Christus was het zo, tweeduizend jaar na Christus is het nog zo. Mensen, die niet in God geloven. Zij worden atheïsten genoemd. Ze waren er ook in de dagen van de apostel Paulus. Maar ze hebben geen excuus. God gelooft namelijk niet in atheïsten. Paulus schreef:

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden.”

Romeinen 1:20-22

Het Godsbesef is bij ieder mens ingeschapen. Overal in de wereld zijn vormen van godsdienst. Overal vind je een vorm van Godsbesef. Het is dan ook merkwaardig als een predikant niet gelooft in het bestaan van God, maar hij gelooft wel in God. Uit een onderzoek is volgens de Provinciale Zeeuwse Courant van 6 januari 2009, gebleken, dat één op de zes predikanten niet gelooft in het bestaan van God of daar aan twijfelt. En zo moeten er volgens een onderzoek honderden zijn. De logische vraag is, waarom zo iemand dan predikant is. Vervolgens kopt dezelfde krant, dat de vraag naar psychische zorg groeit. Het begeleidend commentaar “Geestesziek” eindigt met de opmerking, “maar deze massale vraag om geestelijke hulp laat zich niet meer negeren.” Het komt er op neer dat de psychologie en de psychiatrie het verlossende woord moeten spreken. Het gaat om een grote crisis, en rijst de vraag, hoe die ontstaan is.

Een verwoestende Bijbelkritiek hield zich bezig of de Bijbel eigenlijk betrouwbaar is. De volgende stap is of God wel bestaat. Zo wordt de mens helemaal op zichzelf teruggeworpen. Het betekent, dat de problemen zich allemaal binnen de menselijke schedel afspelen en daar moet ook de oplossing gevonden worden. Geestelijk en psychisch zijn woorden, die door elkaar gebruikt alsof ze hetzelfde betekenen. Dat is aantoonbaar onjuist. In pastoraal werk in een grote psychiatrische inrichting ontmoette ik mensen, die daar niet thuishoorden. Maar omdat ze op een bepaald moment niet langer in de samenleving gehandhaafd konden worden, werden ze in de psychiatrie opgenomen. Daar werden ze met medicijnen onder de duim gehouden. Zij hadden geen zielsprobleem (psychisch), maar een geestelijk (pneumatisch) probleem. Volgens Gods Woord bestaat de mens uit geest, ziel en lichaam.

Wie maagpijn heeft gaat naar de huisarts. Als het probleem niet lichamelijk is, moet gevraagd worden of het ligt tussen mensen onderling, of dat de relatie met God gestoord is of niet bestaat. Daar ligt geen taak voor de psychiater maar voor de predikant. Toen een van de patiënten tot geloof gekomen was, veranderde zijn conditie.

Een jongeman van 24, die voor de 4e keer binnengebracht was, kreeg te horen dat hij zijn leven daar voortaan zou moeten doorbrengen. Hij vroeg mijn bezoek en vertelde zijn trieste verhaal. Een aantal weken lazen we Gods Woord. Op zekere dag vertelde hij mij, dat er bij een vorig bezoek iets met hem gebeurd was. Hij zei, dat het Woord hem diep geraakt had. Het was de dokter opgevallen, dat hij veranderde. Hij vertelde de arts wat er gebeurd was, maar die geloofde het niet. Niet lang daarna werd hij genezen verklaard en ging naar huis. Meerderen volgden hem. Wie het bovennatuurlijke uitsluit, wie God ontkent, mist het uitzicht op de realiteit.

Niet alle gevallen behoren tot de geestelijke dimensie. Zij blijven medicijnen en verzorging nodig hebben. Nu moeten we uit de krant horen, dat de situatie ernstig is. Dat wisten we al lang uit Gods Woord, maar dat was vroeger. Of toch niet? Nu horen we het zelfs uit de krant.

Dan is er nog iets. De Bijbel is voor een groot gedeelte uit de samenleving verdwenen, van het Godsbestaan in het publieke domein is weinig merkbaar. Er is een geestelijk vacuüm ontstaan. Die leegte wordt ingevuld door tegenkrachten. De Bijbel leert, dat Satan de overste van deze wereld is. Waar de invloed van Gods Woord afneemt, neemt zijn invloed toe. Het occultisme neemt toe. Een uitstekend en evenwichtig artikel in het Reformatorisch Dagblad van 24 december 2008, kopte Bevrijd van Demonen. Dikwijls wordt er verkeerd met dit onderwerp omgegaan Of het bestaan en werking van demonen wordt ontkend, of er wordt overdreven aandacht aan besteed. Soms worden ze verzonnen om vervolgens zogenaamd te worden uitgedreven. Dit extremisme wijs ik radicaal af. De predikant, die het artikel schreef, bevestigt mijn ervaring. “Demonen zijn een realiteit. Psychiaters en psychologen kunnen die niet weghalen. Dat kan alleen met hulp van God door samen te bidden en satan te gebieden het lichaam te verlaten.”

Het is wel duidelijk, dat er iets aan de hand is. Zoals ik vorige week opmerkte, de vraag is of de geestelijke crisis van kerk en samenleving niet veel ernstiger is dan de financiële en economische crisis, waar ons land in terechtgekomen is. Er ligt een grote verantwoordelijkheid op de gelovigen. Ik geloof, ben zelfs diep overtuigd, dat er een inkeer in kerk en gemeente nodig is.

We hebben het allemaal zo druk met zoveel activiteiten, ook op kerkelijk terrein. We hebben het veel te druk. We horen niet meer wat Gods stille stem ons zegt. Het is triest, dat er in het algemeen zoveel onbekendheid bestaat over Bijbelse opwekking. Het woord Opwekking wordt al te vaak verkeerd gebruikt. Opwekking is geen drukte naar buiten, maar stilte naar binnen. Daar moet het beginnen, en dat gebeurt niet, of veel te weinig. Gelovigen kunnen de alarmerende situatie in de wereld niet veranderen. Wat ze wel kunnen, en moeten doen, is tot verootmoediging komen. Het is een begrip, dat voor velen vreemd is. Zonden moeten opgeruimd worden. Het enige wapen, maar ook het machtigste wapen, dat de gelovige bezit, is het gebed. Het lijkt er op, dat dit wapen roestvlekken vertoont. Het moet blinken in de geestelijke strijd. Want dat is het:

“Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.”

Efeziërs 6:10-13

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk