De zekere toekomst van de christen [Serie]

De positie van de gelovige

“Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.”

2 Korinthiërs 5:17

Schriftlezing

“Och, verdroegt gij een weinig onverstand van mij! Maar dat doet gij ook. Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen. Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden. Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel.”

2 Korinthiërs 11:1-4

“Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak. Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb? En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd. Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt. Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.”

2 Thessalonisenzen 2:1-12

Studie

Vorige week ging de studie over:

“De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.”

Mattheüs 24:35

Alle aanvallen erop, in welke vorm dan ook, hebben dit Woord niet het zwijgen kunnen opleggen. Eeuwenlang hebben generaties eruit geleefd en op dat Woord als vast fundament vertrouwd. Het was hun routekaart voor het leven, die de weg wijst tot over de grens van leven en dood. Dat is het ook vandaag voor talloze miljoenen vaak onder de moeilijkste omstandigheden. Als fundament gaat deze studie over de positie van de gelovige in Christus en zijn geloofsleven. Staan op dat Woord van God als het onwankelbare fundament, is van het grootste belang. Behalve de kennis van Gods Woord is nodig, dat de gelovige weet hoe die Schrift te verstaan en in praktijk te brengen. Samen na het eten de Bijbel lezen is op zich een goede zaak, maar er is meer nodig. Veel meer. Persoonlijke en gezamenlijke Bijbelstudie is geen overbodige luxe. Integendeel. In de Corinthebrief wordt er op gewezen, dat voor de gelovige het gevaar bestaat, dat hij misleid kan worden. In de Brief aan de Thessalonisenzen wordt dat gevaar verder uitgewerkt. Voor hen, die zich geestelijk hebben laten misleiden door de leugen te geloven, wacht een huiveringwekkend oordeel. En dan te bedenken, dat het mensen zijn, die, op hun manier, godsdienstig zijn en menen God te dienen. Het komt aan op geestelijk onderscheidingsvermogen. Zoals de apostel Paulus de Philippenzen schreef:

“En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt.”

Filippenzen 1:9-10

Waar staat de gelovige, wat is zijn houvast, waar kan hij op terugvallen? De gelovige moet vaste grond onder de voeten hebben. Als hij die niet heeft, kan hij die krijgen. De tekst waarvan we uitgaan zegt, dat wie in Christus is, een nieuwe schepping is. Daarom wordt Gods Woord verkondigd:

“Om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij.”

Handelingen 26:18

Dan gaat het om een volkomen nieuwe situatie. In het licht ziet de gelovige, wat hij eerst niet kon ontdekken. Wie de Here Jezus als persoonlijke Verlosser en Zaligmaker erkent, is voortaan Zijn eigendom. Voor hem of haar is Hij dan Heer en Heiland. Het betekent, God heeft het voortaan in het leven van de gelovige te zeggen heet. Als iemand vraagt, of hij daar dan zelf niets voor doen moet, heeft de apostel Petrus het antwoord:

“Daar gij het einddoel des geloofs bereikt, dat is de zaligheid der zielen.”

1 Petrus 1:9

In het Frans luidt deze moeilijk verstaanbare tekst:

“Omdat u het heil van uw zielen zult verkrijgen voor de prijs van uw geloof.”

1 Petrus 1:9

De hemel kan niet met goede werken verdiend worden, wat gevraagd wordt is geloof, zoals Paulus aan de Romeinen schreef:

“Daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden,”

Romeinen 3:20

Is het geloof dan zo eenvoudig? Gaat dat zomaar? Wat schreef Paulus verder?

“Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. Immers het Schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.”

Romeinen 10:9-11

en

“wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.”

1 Peter 1:18-19

Het komt aan op belijden, dat is gelovig nazeggen. Geloven is aanvaarden en vertrouwen. Niet wat mensen zeggen of schrijven, maar erkennen dat Gods Woord waar is. Wie hier gaat redeneren met “ja maar…” loopt vast. Dat is ongeloof, twijfelen aan wat God zegt. God vraagt niet of we het begrijpen maar dat we geloven, wat Hij in Zijn Woord zegt. Wie in kinderlijk geloof en vertrouwen dit Woord aanvaardt, wordt een nieuwe schepping, hij wordt overgezet in die nieuwe positie, waar de tekst van spreekt. Gaat dat zomaar? Kost dat dan niets? Noemt u dat voor niets, als de Here Jezus Zijn leven er voor gegeven heeft? Die prijs valt niet te berekenen. Goedkoop? Genade is niet goedkoop; die is onbetaalbaar. Genade is gratie, een onverdiende gunst. Je kunt er geen aanspraak op maken. Je hebt er geen recht op. Maar wie nu in die nieuwe positie geplaatst wordt door het werk van de Heilige Geest, mag weten een kind van God te zijn. Dit verstandelijk willen verklaren getuigt van hoogmoed. Niet wie Gods Woord verstandelijk begrijpt, maar het aanvaardt en er naar handelt, ontvangt het innerlijk getuigenis:

“Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.”

Romeinen 8:16-17

Op grond van de uitspraak van de apostel Paulus kon de briefschrijver van de Hebreeënbrief wijzen op het bijzondere voorrecht:

“Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.”

Hebreeën 4:16

Het gaat ons begrip te boven, dat wij met vrijmoedigheid tot Gods Troon in het heiligdom mogen naderen, waar alleen gelovigen toegang hebben. Voor wie Hem toebehoort wordt deze inleiding afgesloten met Gods garantie:

“En Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven.”

Johannes 10:28

Dit alles vloeit voort uit de nieuwe schepping, die het deel is van wie wedergeboren is:

“Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.”

2 Korinthiërs 5:17

Volgende week gaat deze serie verder met de derde overdenking, die handelt over de geestelijke strijd van de gelovige, aan de hand van de tekst Efeze 6: 11-12. Het gaat dan niet om problemen met mensen, maar met de overheden, de machten, de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Voor deze strijd, die iedere gelovige te voeren heeft, geeft Gods Woord de geestelijke wapenrusting om stand te kunnen houden.

~Dr. K. van Berghem

Reageren is niet mogelijk