Advent – Mysterie

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest.”

Mattheüs 1:20

Schriftlezing

“De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest. Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden. Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden. Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zei: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuël geven, hetgeen betekent: God met ons. Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus.”

Mattheüs 1:18-25

Boodschap

Hier hebben we te maken met iets wat niet kan. Dit is nooit vertoond. Niemand kent iemand, die hier ooit van gehoord heeft. Een maagdelijke geboorte is onmogelijk. Niemand heeft dat in zijn familie of kennissenkring meegemaakt. Onzin, of toch niet? Voor wie probeert dit filosofisch te beredeneren wordt het mysterie alleen maar groter. Wie dit mysterie Bijbels wil verstaan loopt tegen de profetische tekst aan:

“Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.”

Jesaja 55:9

Hoe knap we ook zijn, deze openbaring gaat ons begrip te boven. Openbaring, kennis, die God ons bekendmaakt en die we op geen enkele andere manier zouden kunnen weten. Het is geen kwestie van wetenschap maar van geloof. Vandaag is de regel, wat niet bewezen kan worden bestaat niet. Maar echte wetenschap betekent, dat niets bij voorbaat uitgesloten moet worden. Wie dat doet, bezorgt zichzelf een blinde vlek in zijn waarneming. Wie dat doet, kan de waarheid niet meer ontdekken. Als God de hemel en de aarde geschapen heeft, zou Hij dan dit niet kunnen? Ja maar, kan iemand zeggen, wie bewijst, dat God dat gedaan heeft? Wie dat niet gelooft moet dan maar bewijzen, dat Hij het niet gedaan heeft. De tekst maakt duidelijk, dat God in het leven van de maagd Maria op wonderlijke wijze gehandeld heeft. Wie was zij? Een jong meisje, God koos haar uit de koninklijke familie van koning David. Ze was in ondertrouw met Jozef de timmerman uit Nazareth. Langs een andere tak behoorde ook hij tot het huis van David. Jozef en Maria waren onopvallende figuren. Ze waren zich er niet van bewust, maar ze hadden Gods aandacht.

Maria werd door God uitgekozen om de moeder van het kind Jezus te worden. Als de engel haar komt vertellen, dat ze in verwachting zal raken, vraagt ze stomverbaasd hoe dat wel kan? Ik heb geen man, zegt ze. Ja maar, ze was toch in ondertrouw, nou dan. Ze had geen omgang met een man. Ze was immers niet getrouwd. Ze was en bleef maagd. Zo was dat in Israël, zo was het vroeger ook in Nederland. Vroeger, ja vroeger. Zonder huwelijk was een zwangerschap voor Maria onbestaanbaar. Ze heeft Jozef verteld, wat de engel haar verteld had. Jozef zat ermee, enorm. Wat die twee doorleefd hebben, kunnen wij niet peilen. Het ging in tegen alles, wat ze geleerd en geloofd hadden en zoals dat voor ieder stel gold. Maria zwanger? Dat kon in Israël absoluut niet.

De enige oplossing, die Jozef ziet is op grond van Gods Woord in stilte van Maria scheiden. Hoewel ze dit geen van beiden willen, hebben ze geen andere keus. Ze kunnen God, hun ouders en elkaar recht in de ogen kijken. Gods heeft dit stel uitgekozen om Zijn Zoon in Maria’s schoot en in Jozef’s armen te leggen. Het goddelijke wordt in het menselijke gelegd. Dit is een mysterie. Jezus, Gods Zoon, neemt de gestalte, het uiterlijk van een mens aan en blijft voluit God. Dit is het mysterie. Het mysterie bestaat ook vandaag nog. God ziet ook vandaag uit naar jonge mensen om Zijn Zoon in hun hart te leggen. Mensen zijn bedoeld om Gods Geest in hun leven te dragen. Dit wonder herhaalt zich bij de mensen, als ze wedergeboren worden. Dat is als de Heilige Geest inwoning bij de mens maakt. Is dat bij u, bij jou al gebeurd? Nee? Zou u willen, dat het gebeurt? De Here Jezus zelf heeft geleerd:

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.”

Johannes 3:16

Wie daar serieus op ingaat mag door het geloof een kind van God worden. Want:

“Allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven.”

Johannes 1:12

Zo iemand wordt dan een tempel van de Heilige Geest. De havenstad Corinthe stond bekend om zijn losbandig leven. Ook sommige gelovigen in Corinthe worstelden er mee. De apostel Paulus schreef hen:

“Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam.”

1 Corinthiërs 6:19-20

Dat leven ziet er anders uit, dan wat onze hedendaagse cultuur jonge mensen voorhoudt. In de tijd van Jozef en Maria was de samenleving ook bepaald geen paradijs. Zij deden niet mee met hun tijd. Christenzijn is geen gevoelskwestie. Het gaat om de totale mens, ook met je geest, waar Gods Geest in woont. Daarom kon de engel Gabriel tegen Maria en Jozef zeggen, dat wat in haar verwekt was, van de Heilige Geest was. God wil Zijn heerlijkheid ook in ons leggen, in onze geest, onze ziel en ons lichaam. Mensen die zo leven zijn niet populair. Ze halen de krantekoppen niet, ze komen niet op de TV. Maar wat is eigenlijk de zin van het leven? Waarom zijn we hier eigenlijk? Geboren worden, opgroeien, carrière maken, voorspoedig leven, ziek worden en doodgaan? Is dat alles? Wat zegt Gods Woord? Over Israël zei God:

“Ieder die naar mijn naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.”

Jesaja 43:7

Dit geldt ook voor de gelovigen van vandaag. Leven tot Zijn eer, dat is de zin van het leven. God op de eerste plaats in ons leven. Dan weten we waar we vandaan komen, weten wat we hier te doen hebben en weten we tenslotte ook waar we heengaan. We zijn niet ontstaan uit een toevallige cel, maar door God gewild als dragers van Zijn heerlijkheid met een eeuwige bestemming. Advent is mysterie. Het gebeurde toen zodat het ook vandaag kan gebeuren. Het is niet te begrijpen, je kunt het alleen geloven of niet. Dit is het mysterie, dat mensen vandaag mogen ontvangen en beleven. God ziet uit naar mensen, aan wie Hij Zijn schat kan toevertrouwen. Het is Advent. Jezus komt om geboren te worden. Kan dat bij jou? Maria zag het niet aankomen. Het overrompelde haar maar ze was klaar voor het werk van de Heilige Geest. Advent is niet alleen een historische gebeurtenis, het is ook realiteit voor vandaag. Ben je er klaar voor? Kan God ook in jouw leven het wonder doen? Dan wordt het pas echt Advent.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Waar is de Bruid? – Vervolg

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet.”

Mattheüs 25:1

Schriftlezing

“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.”

Mattheüs 25:1-13

Bijbelstudie

Hiermee worden enkele dingen uitgewerkt, die vorige week in de Overdenking van dit Schriftgedeelte gezegd werden. Het is nu eenmaal niet mogelijk alles in één keer te zeggen. Het is goed om niet alleen een tekstverklaring te hebben maar ook de achtergronden te belichten. Daarom is het dit keer eerder een Bijbelstudie waarbij dieper op bepaalde uitspraken van vorige week wordt ingegaan.

Het Signaal

In de Overdenking werd bijvoorbeeld gezegd, dat er geen nader signaal te verwachten is voordat de Here Jezus wederkomt. Het waarschuwende signaal heeft al eeuwenlang geknipperd, en dan gebeurt het ineens. Later werd in de Overdenking de uitspraak van de apostel aangehaald:

“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.”

1 Thessalonisenzen 4:16-17

Deze twee uitspraken spreken elkaar niet tegen. Als Paulus deze uitspraak doet, bedoelt hij daarmee de 1e Opstanding van de doden. Daartoe behoren de gelovigen, die in Christus ontslapen zijn. Zij staan op te midden van de overige doden. Hoewel wij niet weten hoe, zijn vangen dit teken op. De apostel Johannes spreekt over de overige doden, dat zijn zij, die niet in Christus geloofden.

“De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren.”

Openbaring 20:5

Die Opstanding vindt dus 1000 jaar later plaats dan die van de gelovigen.

Testament of Verbond?

In de overdenking werd opgemerkt, dat rond de 95% van de vier Evangeliën inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, maar ze staan in het Nieuwe. Dat wekt verwarring. Het moet duidelijk zijn, dat er niet zoiets bestaat als een Oud Testament voor de Joden en een Nieuw voor de Christenen. De Bijbel zegt:

“En de Schrift niet kan gebroken worden,”

Johannes 10:35b

Toch wordt de Bijbel onderverdeeld in een  Oud- en een Nieuw Testament. Er is al vastgesteld, dat rond de 95% van de Evangeliën inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, maar ze staan wel in het Nieuwe. Maar in werkelijkheid gaat het niet om Oud- of Nieuw Testament, maar om Oud of Nieuw Verbond. In het Nederlands lopen deze begrippen door elkaar. Maar het gaat niet om de laatste wil en iemands testament.  In de grondtekst wordt gesproken over het Verbond. Dit veroorzaakt verwarring. De 95% die inhoudelijk tot het Oude Testament behoort, loopt in het Nieuwe door tot Mattheüs 26:28; Lucas 22:20.  De apostel Johannes bezegelt het met de Kruiswoorden van de Here Jezus:

“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”

Johannes 19:30

Daar eindigt het Oude Verbond.

Het Nieuwe Verbond

Johannes 19:30 meldt het einde van het Oude Verbond. Het nieuwe Verbond begint op de Pinksterdag. Dan gaan de woorden van de profeet Joël in vervulling. Op die dag werd Gods Geest nog niet op al wat leeft uitgestort, maar het was een voorproef van wat ook nu nog komen moet:

“Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten.”

Joël 2:28-29

Lettend op de eindtijd verduidelijkt de profeet Jeremia:

“Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

Jeremia 31:33

De uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag was een belangrijke stap vooruit, een voorlopige vervulling van het profetische woord. Deze gebeurtenis opende de weg ook voor de heidenen, dat wil zeggen, voor de niet-Joden, om deel te hebben aan Gods heilsplan. Als de profetieën van Joël en Jeremia in hun geheel in vervulling gegaan zijn, is het heilsplan van God voor alle mensen door middel van Israël als Zijn instrument voltooid.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Waar is de Bruid?

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet!”

Mattheüs 25:6

Schriftlezing

“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.”

Mattheüs 25:1-13

Boodschap

Dit Schiftgedeelte is een waarschuwing voor hen die denken, het zal mijn tijd wel duren. Dit geldt voor alle tijden en voor alle mensen. Dus ook voor de gelovigen van deze tijd. Ze houden er rekening mee, dat de Heer der Gemeente onverwachts zal komen. Daar gaan geen signalen aan vooraf. Er is geen profetie, die nog in vervulling moet gaan vóór Zijn komst. Het waarschuwende knipperlicht heeft al eeuwenlang geknipperd. Er wordt niet meer op gelet en dan gebeurt het ineens. Er is iets opvallends in deze gelijkenis. Er is sprake van een bruidegom, van een bruiloftszaal, van tien maagden, de vriendinnen van de bruid. Maar waar is de bruid? Die wordt niet genoemd. Het bruiloftsfeest kan toch niet gevierd worden als de bruid er niet bij is! Of is het een van de tien maagden? Welke dan? Vijf waren wijs, vijf waren dwaas. De bruidegom zal toch niet een dwaze maagd gekozen hebben! Welke van de vijf wijze maagden is het dan geworden? Het antwoord ontbreekt. Of toch niet? Aan wie heeft de Here Jezus deze gelijkenis in het Evangelie van Mattheüs gegeven? Het staat in het Nieuwe Testament. Dus voor de Gemeente! Nee, want die bestond niet. De vier Evangeliën behoren tot rond de 95% tot het Oude Testament. De boodschap was gericht tot Israël. Het gaat om een nog niet vervulde profetie voor Israël. Het Bruiloftsfeest houdt de situatie in, die zal ontstaan als Jezus Christus, de Messias met de Bruid, dat is de Gemeente, terugkomt aan het begin van het Duizendjarig Rijk. Waar komt die Bruid in Mattheüs 25:6 ineens vandaan? Onze Bijbelvertaling is een weergave van de Griekse grondtekst. Daar ontbreekt de Bruid, maar ze staat wel vermeld in de oudere Aramese tekst, de Peshitta, en zelfs in de Latijnse tekst, de Vulgaat. Bij de Wederkomst van Christus, heeft de bruiloft van het Lam al plaatsgevonden in de hemel. Nu komen de Bruidegom en de Bruid naar de aarde om het bruiloftsfeest met de vrienden, dat is Israël, te vieren. De levenssituatie i het Duizendjarig Rijk staat in schril contrast met de situatie van de huidige wereld, die met de dag slechter wordt. Bij een Joodse bruiloft werden tien maagden voor het bruiloftsfeest uitgenodigd, die jonger moesten zijn dan de bruid. Nu waren er vijf wijs en vijf dwaas. Tot op vandaag zien de Joden uit naar de komst van de Messias. Die moet nog altijd voor de eerste keer komen. Voor hen is Jezus van Nazareth niet de Messias. Voor de Christenen is Jezus de Messias. Het Griekse woord Christos is de vertaling van het Hebreeuwse maschiach. Als we in het Nieuwe Testament de aanduiding “Christus” lezen, zouden we eens moeten beginnen met daar “Messias” te lezen. Want dat is Hij. Als Bruid ziet de Gemeente uit naar haar Opname als de Bruidegom, de Messias, haar in de lucht tegemoet komt om haar tot zich te nemen.

“Want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.”

1 Thessalonisenzen 4:16-17

In het Evangelie van Mattheüs wordt vooruitgezien naar Zijn Wederkomst aan het einde van de Grote Verdrukking: “De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet!” Mattheüs 25:6. Dan heeft de Bruiloft van het Lam al plaatsgevonden.

Toen de Here Jezus op aarde was, werd Hij gekruisigd. Tot op vandaag worden de Joden daar scheef op aangekeken. Dit heeft tot een afschuwelijk en verwerpelijk antisemitisme geleid. Maar Israël herkende Hem niet. Hij beantwoordde niet aan hun verwachting. Zij hadden een beeld van de Messias, dat niet klopte met dat van Jezus, die onder leefde. Hoe komt dat? De apostel Paulus spreekt over een gedeeltelijke verharding van Israël. Dit is een mysterie, waar we als Christenen eens heel diep over moeten nadenken. We moeten vooral niet vergeten, dat de Here Jezus tegen de Samaritaanse vrouw zei:

“Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden.”

Johannes 4:22

Hierbij we denken aan het woord van de apostel Paulus voor de Christenen:

“Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jacob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.”

Romeinen 11:25-27

Die verharding is van tijdelijke aard, daar komt een einde aan. Dat was voor ons bestwil. God heeft Israël niet afgeschreven. De Kerk heeft niet de plaats van Israël ingenomen. Er komt een volkomen omkeer in de situatie van Israël.

“Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen.

(…)

Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.”

Zacharia 12: 2-3, 9-10

Dan zal Israël de Here Jezus als Messias erkennen. We herhalen het woord van de apostel Paulus: “En aldus zal gans Israël behouden worden.”

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Gebed

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Mattheüs 6:6

Schriftlezing

“Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden. Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven? Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven? Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden. Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.”

Mattheüs 7:7-12

Boodschap

Deze keer is de Schriftlezing kort. Maar er valt veel om over na te denken. Het gaat over het gebed. Er valt heel wat te zeggen over het gebed. Bidden is niet een gebed opzeggen. Als we: “Here zegen deze spijze, amen” of alleen maar het Onze Vader, gebeden hebben, is daarmee niet alles gezegd. Gebed houdt heel wat meer in. Het is het persoonlijk contact met God de Vader door onze Here Jezus Christus. Alleen door Hem hebben we toegang tot de Vader. We mogen dan ook bidden in Zijn Naam. Het betekent eigenlijk, dat we op gezag van Zijn Naam bij de Vader mogen aankloppen. Bidden is de intieme, de vertrouwelijke relatie met God. Het thema is dan ook, “ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene.” Wat daar door de bidder tegen God gezegd wordt, of aan Hem gevraagd wordt, heeft niemand mee te maken. Dat is strikt vertrouwelijk. Maar wij zijn gezelschapsmensen. We houden er niet van alleen te zijn. We houden niet zo van de stilte. We willen ook niet ongezellig zijn. Nu hoeft dat natuurlijk ook niet, maar hoe komt het over als je zou zeggen, ik wil bidden, ik ga even weg? Het kost moeite, we moeten er wat voor opofferen om dat te doen. Maar zegt de tekst, “uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.” Het staat er zo opvallend: “ga in de binnenkamer en doe de deur dicht.”

Voordeel is, dat we dan niet afgeleid worden. Maar je bent ook vrij om alles te zeggen wat je op je hart hebt. Ook het voorbeeld van de Here Jezus leert ons iets:

“En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden. Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.”

Mattheüs 14:23

Misschien staan we er niet bij stil. Maar in welke houding bidden we? Er zijn meerdere teksten in het Oude en in het Nieuwe Testament, die er iets over zeggen. Ik noem er twee.

“Treedt toe, laten wij ons nederwerpen en ons buigen, knielen voor de Here, onze Maker; want Hij is onze God, en wij zijn het volk dat Hij weidt, de schapen zijner hand. Och, of gij heden naar zijn stem hoordet!”

Psalm 95:6-7

De Psalmdichter geeft niet alleen aan, dat we behoren te knielen, maar hij zegt ook waarom: God is onze Maker, Hij is onze God. Ook het Nieuwe Testament geeft voorbeelden. De apostel Paulus schreef:

“Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt.”

Efeziërs 3:14-15

Ik ken een Gemeente waar de ouderlingen op de knieën gaan voordat de dienst begint en die aan God opdragen. Na de dienst knielen ze weer om God te danken voor ontvangen zegen. Weten we niet van Godsmannen, die twee afdrukken van hun knieën in de vloer achterlieten, de plaats waar ze gewoon waren te bidden. Zijn wij niet al te geëmancipeerd om gewoon te blijven zitten als we bidden? De Here Jezus zocht de stilte. En wat is dan bidden? We hebben het net gelezen:

“Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.”

Mattheüs 7:8

Bidden is ontvangen. Nou nou, zal iemand zeggen, dat ken ik wel anders. Was dat maar waar! De apostel Johannes schreef er over:

“Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God, en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht.”

1 Johannes 3:21-22

Bidden is niet een verlanglijstje inleveren. Het vraagt een bepaalde instelling. Is er geen belemmering voor gebedsverhoring? Kan er onbeleden zonde in ons leven zijn? Dat is een belemmering, die gebedsverhoring kan blokkeren. Wat doen we daarmee? De apostel Johannes wees daarvoor de weg:

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”

1 Johannes 1:9

En dan is er nog iets. Zonde, onenigheid in de Gemeente kan ook de gebedsverhoring voor genezing in de weg staan:

“Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”

Jacobus 5:16

Mensen zijn wonderlijke wezens. We durven wel God om vergeving vragen, maar aan een broeder of zuster in de Gemeente, dat lukt niet. Waarom niet? We zijn zo bang voor gezichtsverlies. Is dat belangrijk? Ja, het is heel belangrijk, het blokkeert het geestelijk leven in de gemeenschap. Dat valt niet altijd op. Behalve bestaande zonde wordt er dan nog een aan toegevoegd. Tijdens een Avondmaalsdienst wees ik er eens op. Ineens stond een jongeman op. Hij voelde zich niet vrij om aan het Avondmaal deel te nemen. Hij liep naar de andere kant van de zaal. Daar zat iemand, met wie hij een probleem had. Hij ging er heen om vergeving te vragen. Wat dacht u? Dat is Gemeenteleven. Geen kerkje spelen, maar doen wat Gods Woord zegt. Het komt aan op onze geestelijke gesteldheid. Dat wij bidden zoals God het wil, naar Zijn wil bidden. Niet om iets bidden, dat in strijd met Zijn Woord is.

“En dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien wij iets bidden naar zijn wil, ons verhoort. En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden.”

1 Johannes 5:14-15

De apostel Jacobus deed een harde uitspraak:

“Gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.”

Jacobus 4:2-3

“Hoe staat het dan? Ik zal bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand.”

1 Korintiërs 14:15

Als we om iets bidden, moeten we ons ook afvragen of Gods Naam er ook door verheerlijkt wordt. Dat heeft te maken met Zijn wil en met de gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Ja maar, zal iemand zeggen, ik heb niet gebeden om iets, dat tegen Gods Wood ingaat. Maar toch verhoort God mijn gebed niet. Dat kan niet. God verhoort alle gebeden. Maar, soms moeten we wachten, omdat God oordeelt, dat het niet nú moet. Het kan ook zijn, dat God niet geeft, wat we vragen omdat het niet goed voor ons is. Op dat moment begrijpen we het vaak niet. Later wordt het duidelijk, soms pas jaren later. Dan blijkt, dat we Hem alleen maar kunnen danken, dat God ons niet heeft gegeven, waar we om vroegen. En hoe vaak moeten we dan bidden? We zitten vaak in de knoop met onze agenda. We hebben het zo druk. Misschien zijn we bezig met echt goede dingen. Maar, zouden we er niet eens over nadenken, of we het goede soms niet moeten laten staan voor het betere? Dat vraagt iets van ons, misschien wel iets moeilijk zelfs. Maar in de geestelijke strijd, waarin we als gelovigen, staan geldt:

“En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen.”

Efeziërs 6:18

Soms moeten we die gelegenheid zelf maken. De apostel Paulus schreef:

“bidt zonder ophouden.”

1 Thessalonisenzen 5:17

En als het om de Gemeente gaat krijgen we het Woord mee:

“En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”

Handelingen 2:42-43

En wat gebeurt er dan? Dan gaat God dingen doen, waar we stil van worden. We hebben enig huiswerk te doen.

Amen.

~Dr. K. van Berghem

Het Onze Vader VI – Vergeving(2)

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.”

Mattheüs 6:14-15

Schriftlezing

“En wanneer gij bidt, zult gij niet zijn als de huichelaars, want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.”

Mattheüs 6:5-15

Boodschap

Het is opvallend, hoeveel nadruk in dit gebed op het begrip vergeving gelegd wordt. Het ”Onze Vader” leert de gelovige ook een eigen verantwoordelijkheid nemen. Het gebed is meer dan God vragen om iets. Bidden is niet een boodschappenlijstje indienen van de dingen die we nodig hebben, of denken nodig te hebben. Gebedsverhoring is ook gebonden aan voorwaarden. Soms klagen mensen, dat hun gebed niet verhoord wordt. Elk gebed wordt verhoord. Maar soms zegt God: nee en dan zeggen mensen, dat hun gebed niet verhoord werd. Ze vragen zich dan blijkbaar niet af, hoe dat komt. Ze vragen zich niet af, of het misschien aan henzelf ligt. Soms zegt God “nee” omdat wat we vragen niet goed voor ons is. De gelovige is er zelf verantwoordelijk voor, dat, voor zover het van hem afhangt, dat er niets tussen hem en God in staat. Hier wordt “vergeving” apart genoemd. Eerder in het gebed werd gevraagd om vergeving. Vergeving van zonde heeft met schuld te maken. Zondigen is zichzelf schuldig maken. Mensen vinden soms dat er kleine en grote zonden zijn. Voor God is alle zonde, zonde. Het wezen van de zonde is aantasting van Gods heiligheid. Het is een belediging van God. Dat is het verschrikkelijke van de zonde. Dat valt niet in geld uit te drukken. De Spreukendichter zei in een heel ver verleden:

“Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.”

Spreuken 28:13

Dit thema wordt ook door de apostel Johannes aangesneden:

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet.”

1 Johannes 1:9-10

We zijn tegenover God niet klaar als we “sorry” zeggen. Die culturele smoes van de “sorry-cultuur” werkt niet. Ik zou haast zeggen : God verstaat geen Engels. Zo krijgen we geen vergeving. Als mensen ons onrecht aandoen, zijn we ook niet tevreden met “sorry.” Dat is te goedkoop. God vraagt van ons, dat we zulk onrecht vergeven. Als we dat niet doen, vergeeft God ons ook niet. Zo lopen veel mensen rond met schuld.

Schuld moet beleden worden. Dat betekent, dat er gezegd wordt, ik heb verkeerd gedaan. Dat er gevraagd wordt, wil je het mij vergeven. Hoeveel schade heb ik veroorzaakt? Die moet vergoed worden. Hoeveel ben ik je schuldig? Maar, behalve dat het zoveel mogelijk wordt vermeden, is het ook gezichtsverlies. En dat willen we niet. Moet ik mijn gezicht tegenover die of die verliezen? Soms kan de schade niet vergoed worden. Maar er moet altijd oprecht berouw getoond worden. Het vreemde is, dat mensen veel gemakkelijker God om vergeving vragen dan aan een naaste.

Als wij vergeving van God willen ontvangen voor wat wij verkeerd gedaan hebben, moeten wij vergeving aan mensen willen geven. Doen we dat niet, hoeven we ook niet op vergeving van God te hopen. Dat legt een druk op ons, of het ons bewust zijn of niet. Koning David had daar ervaring mee. Op een gegeven moment, hield hij het niet meer uit:

“Welzalig hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is; welzalig de mens, wie de Here de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is. Want zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg onder mijn gejammer de ganse dag; want dag en nacht drukte uw hand zwaar op mij, mijn merg verdroogde als in zomerse hitte. Sela Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zei: Ik zal de Here mijn overtredingen belijden, en U vergaf de schuld mijner zonden. Sela.”

Psalm 32:1-5

Behalve dat er een onopgelost probleem lag tussen David en God, tastte die onbeleden zonde, om het zo maar eens te zeggen, zijn gezondheid aan. Hij wilde er niet mee voor de dag komen. Hij kreeg het niet over zijn lippen om te bekennen, dat hij gezondigd had. Dat hij verkeerd gehandeld had. Hij was zich bewust, dat de relatie met God verstoord was, maar hij wilde niet toegeven. Door ermee te wachten, nam de druk niet af, maar werd steeds groter. Maar die druk werd zo groot, dat hij het niet langer uithield. Hij leed eronder. Sela. Dat wil zeggen: pauze. Denk er eens over na. Als je je geweten geweld aandoet, ga je eronder lijden. Toen nam hij de beslissing, hij zou het dan toch maar belijden.

Zonde, schuld tegenover God of een mens belijden betekent, ja ik ben fout. En dan moet de zonde, die schuld met man en paard genoemd worden. We kunnen niet bidden : Here wilt u mij vergeven alles wat ik verkeerd gedaan heb. Elke zonde wordt als aparte daad bedreven. Die moet ook als aparte daad genoemd en beleden worden. Here U zegt, dat dit zonde is. Ja, Here ik beken, dat het zonde is. Dan mag vergeving gevraagd worden. Wie dan zijn zonde belijdt en nalaat, krijgt vergeving. Zo werkt het tussen God en mens. God bedoelt, dat het zo ook werkt tussen mensen onder elkaar. Als we dit zo tot ons laten doordringen, hebben we nog wat te leren en te doen. Dan moeten we nog wat huiswerk maken.

Zo leert het “Onze Vader” heel wat meer dingen, dan we misschien dachten. Het is iets meer, dan wat ik eens hoorde. Er werd iemand begraven. Men wilde het toch netjes doen. Je kunt de kist toch niet in het graf laten afdalen en weglopen. Het moest toch enigszins plechtig besloten worden. In de verlegenheid van het moment, bad iemand als afsluiting het “Onze Vader.” Dan is het meer een uiting van cultuur dan van geloof. En dat is niet de bedoeling van het “Onze Vader.” Wat is het erg, als mensen het wel kunnen voorlezen of misschien zelfs opzeggen, maar niet begrijpen wat het betekent. Het is een koninklijk gebed, het is het gebed van Gods Koninkrijk: Uw Koninkrijk kome, daar gaat het om. Het “Onze Vader” leert ons hoe wij ons leven moeten inrichten, als we willen, dat God ons gebed verhoort.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Het Onze Vader V – Verzoeking

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”

Mattheüs 6:13

Schriftlezing

“Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.”

Mattheüs 6:9-16

Boodschap

De Here Jezus leerde Zijn discipelen bidden: Leid ons niet in verzoeking. In de Jacobusbrief lezen we:

“Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking.”

Jacobus 1:13

Het lijkt er op, dat de Bijbel zichzelf hier op grond van de Griekse grondtekst tegenspreekt. We geloven, dat Gods Woord in de originele geschriften door Hemzelf geïnspireerd werd. Dan kan er geen tegenspraak zijn. Omdat het er wel op lijkt, dat dit gebeurt, is de vraag hoe het komt. Er zijn heel veel en ook zeer oude documenten met Nieuwtestamentische tekstgedeeltes. De Here Jezus en Zijn discipelen spraken Aramees. Er bestaat een Aramese vertaling van Mattheüs-evangelie met daarin het “Onze Vader.” Omdat dit gebed in dichtvorm geschreven werd, was het makkelijk om uit het hoofd te leren. Daarin staat een ander woord voor “verzoeking.” Het kan het best vertaald worden met “beproeving.” De Bijbel spreekt zichzelf dus niet tegen. God stelt Zijn kinderen op de proef. Hij doet het met de bedoeling, dat ze door de “beproeving” er sterker uitkomen en zij Hem en Zijn Woord beter leren kennen. Beproeving is voor ons bestwil, maar we hebben er allemaal moeite mee. We kunnen het er warm van krijgen. Liever niet, zeggen we dan. De apostel Petrus schreef:

“Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkomt.”

1 Petrus 4:12

God beproeft ons en laat moeilijkheden in ons leven toe, zodat we er geestelijk beter van worden. Maar zo ervaren we dat dikwijls niet. We kunnen het ervaren als verlies, door mensen of dingen, die je kwijt raakt. Waar was dat nou voor nodig, vragen we dan.

We kunnen het alleen, en dan nog maar gedeeltelijk, beoordelen met de kennis die we hebben. We proberen het in te passen in onze visie op de toekomst. Maar die kennen we toch niet! Ik herinner mij een voorval van lang geleden. Nu bestaat er bescherming voor huurders, die kunnen niet zo maar uit hun woning gezet worden. Voor de oorlog, was dat anders. De huisbaas belde aan en zei dat je de woning moest verlaten. En dan ging je. Daar was niets aan te doen. Ook ons overkwam het. Als kind was ik woedend. Wat gebeurde er? Tijdens de oorlog werd het huis met een raket met de grond gelijkgemaakt. En wat doe je dan? Dan dank je de Heer, dat je uit je huis gezet werd. Wat eerst als onrecht werd ervaren, bleek later een zegen te zijn. In dit geval, werden we beproefd en in afhankelijkheid dichter naar God toe getrokken. En toen? Hij voorzag in een woning, die veel beter was! Maar het is niet altijd zo duidelijk. Het kan zelfs zo zijn, dat we dit een levenlang niet begrijpen. En ook dat dragen we met ons mee. Eens zullen we het weten, maar nu niet.

Als God ons beproeft, is het voor ons bestwil, het gaat er om of we Hem vertrouwen. Willen, durven we het probleem loslaten? Kunnen we zover komen, dat we bidden: “Uw wil geschiede?” We willen zo graag het heft in handen houden, zelf bijsturen. Maar voor een gelovige werkt het zo niet. Vroeger zongen we “Al uwe lasten, ’t zij licht of zwaar, breng ze bij Jezus, en laat ze daar.” En wat doen we dan? Als we Amen gezegd hebben, slepen we het probleem weer mee en tobben verder.

We gaan door de leerschool om geestelijk volwassen te worden. Maar tijdens het leerproces, moeten we nog ergens mee rekenen. Behalve de beproeving is er ook de verzoeking. God verzoekt niemand, dat komt ergens anders vandaan. Het “Onze Vader” bidt ook, “verlos ons van de Boze.” Dat is onze tegenstander. Ook hij komt bij ons langs. Hij verzoekt ons. Wat is zijn bedoeling, wat wil hij? Dat we vallen. Satan is de mensenmoorder van den beginne. Het begon al in het Paradijs. Hij was er op uit om onze ouders te laten vallen, en het gebeurde. Waarom? Omdat ze dachten de zaakjes zelf wel te kunnen regelen. Wij zijn onvolmaakte mensen. Zij waren volmaakt. Ze bezweken voor een leuke aanbieding. Hierin ligt een les. We zijn gewaarschuwd en een gewaarschuwd man, telt voor twee. Als we onze zaakjes buiten God om regelen, lopen we grote risico’s. Soms zijn er situaties zijn, en we niet weten wat we moeten doen. Wat dan? Ook daar heeft Gods Woord een duidelijk antwoord op:

“Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt. Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.”

Jacobus 1:5-8

En als het dan toch niet duidelijk is? Net als in het verkeer: bij twijfel niet inhalen. Geen beslissingen nemen als er twijfel is. Het kan moeilijk, heel moeilijk zijn. In zulke situaties is het verstandig om maar één stap tegelijk te doen. Geen paniek. De apostel Paulus schreef:

“Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt. Daarom dan, mijn geliefden, ontvlucht de afgoderij!”

1 Corinthiërs 10:13-14

Wat is afgoderij? Dat is alles, wat de eerste plaats in ons leven inneemt. God hoort op de eerste plaats. Daar moet het mee beginnen. Mensen schijnen soms te denken, dat God hen moet helpen. Maar God heeft geen enkele verplichting om ons te helpen. Hij is er niet voor ons, wij zijn er voor Hem. En als wij er helemaal zijn voor Hem, is Hij er helemaal voor ons. Zo kunnen de beproevingen, die God in ons leven toelaat, geestelijk verder helpen. Zo kunnen de verzoekingen van Satan, die op ons onheil uit is, onderkenen en weerstaan. Dat is overwinnend leven.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Het Onze Vader IV – Vergeving

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.”

Mattheüs 6:12

Schriftlezing

“En wanneer gij bidt, zult gij niet zijn als de huichelaars, want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”

Mattheüs 6:5-13

Boodschap

We komen nu aan het vierde deel Van het Onze Vader: “Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.” Het gaat hier meer om een geestelijke dan om een financiële rekening van schuld. Wij kunnen bij God geen schuld afbetalen. Daarvoor was maar één prijs, namelijk de prijs, die de Here Jezus aan het Kruis betaalde met Zijn bloed. Dit is de hoogste prijs. Deze prijs heeft de Here Jezus willen betalen, zodat er voor u en mij vergeving mogelijk zou zijn. Als wij niet erkennen, dat wij gezondigd hebben, ja dat we zondaar zijn, is er geen oplossing voor het zondeprobleem. Dan staan we voor eigen rekening. Als de mens door God tot verantwoording geroepen wordt, kan hij de schuld niet betalen. De veroordeling, die daarop volgt is voor eeuwig uit Gods gemeenschap verstoten worden. Dit is wat de hel genoemd wordt. Daarin wil niemand zijn. Alleen tijdens dit leven krijgt de mens de gelegenheid met God verzoend te worden. Een tweede kans is er niet. Vergeving is dus heel belangrijk, het is van levensbelang. Het gaat niet alleen om het leven van alledag, hier is de eeuwige bestemming van de mens mee gemoeid. Zonde is de grootste schuld, die een mens hebben kan. Misschien voelt hij zich niet schuldig, of hij wil van geen schuld weten, maar dat wil niet zeggen, dat er geen schuld is. Het ontkennen van schuld is, om het zo maar eens te zeggen , levensgevaarlijk. Die schuld kan vereffend worden, als de mens de weg wil gaan, die God wijst. De mens heeft ook met zijn omgeving te maken. Daar kunnen ook problemen zijn. Er kunnen conflicten tussen mensen bestaan. Gods Woord schrijft voor, dat ook dat geregeld moet worden. Iemand, die God om vergeving vraagt, moet bereid zijn ook zijn naaste te vergeven. Dat staat duidelijk in het Mattheüs-evangelie:

“Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.”

Mattheüs 6:14-15

Eens vroeg de apostel Petrus aan de Here Jezus, hoe vaak hij iemand iets moest vergeven, zeven keer? Het antwoord was nog al verrassend. Het zal hem niet meegevallen zijn, dat doet het ons eerlijk gezegd ook niet:

“Jezus zei: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal.”

Mattheüs 18:22

En dan begint de discussie. Ja, maar als u eens wist! En dan komen de verhalen. In deze wereld, en in ons kleine wereldje gebeuren dikwijls dingen, die echt niet kunnen: groot onrecht. En wie doet er wat aan ? Vergeven? Dat is teveel gevraagd. Of, vergeven, ja dat wil ik wel, maar vergeten, dat noot! Is er dan sprake van vergeving? Geen schuld tegenover God erkennen, of boosheid blijven voeden, is niet alleen tegen Zijn wil, het is bovendien slecht voor de gezondheid. Dat wist de Psalmdichter 1000 jaar voor Christus al:

“Want zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg onder mijn gejammer de ganse dag; want dag en nacht drukte uw hand zwaar op mij, mijn merg verdroogde als in zomerse hitte. sela Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zei: Ik zal de Here mijn overtredingen belijden, en U vergaf de schuld van mijn zonden. Sela.”

Psalm 32:3-5

De apostel Johannes zei daarover:

“Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Als wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet.”

1 Johannes 1:8-10

De apostel Paulus gaf ook praktische aanwijzingen. In zijn brief aan de Gemeente van Efeze schreef hij:

“Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste, omdat wij leden zijn van elkander. Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan; en geeft de duivel geen voet.”

Efeze 4:26

Het is duidelijk, dat dit alles alleen voor mensen kan gelden, die de Here Jezus Christus als Heer en persoonlijke Verlosser erkennen. Het zijn mensen, die de Heilige Geest hebben ontvangen. Daardoor zij zijn veranderd. Ze zijn niet beter dan andere mensen, maar anders.

De apostel Paulus legde uit:

“Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen. Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.”

Efeziërs 4:20-24

Iemand, die de vergeving ontvangen heeft, waar deze overdenking over spreekt, is innerlijk vrij van een schuldcomplex. Mensen, die vergeving ontvangen hebben, voelen zich soms nog schuldig, maar dat zijn ze dan niet meer. De gevoelens bedriegen hen. De zekerheid ligt niet in wat een mens voelt, maar wat Gods Woord zegt. Wie vergeving ontvangen heeft, zal ook de ander vergeven. De schuld, die de mens tegenover God heeft is veel groter, dan de schuld, van de ene mens aan de andere. Voor de grote schuld, die elk mens tegenover God heeft, bestaat op Gods voorwaarden vergeving. Wie zijn zonde belijdt en nalaat, ontvangt vergeving. Dit maakt de weg vrij om ook de schuld van de naaste te vergeven. Het spreekt vanzelf, dat wanneer iemand iets met de ander goedmaakt, hij ook, als dat mogelijk is, de ander schadeloos stelt. Er behoort in ieder geval vergeving gevraagd te worden. Dit zijn de voorwaarden voor de gelovige om zonder schuld tegenover God en de naaste door het leven te gaan.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Het Onze Vader III – Dagelijks Brood

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Geef ons heden ons dagelijks boord.”

Mattheüs 6:11

Schriftlezing

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want U


wer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”

Mattheüs 6:6-13

Boodschap

Het “Onze Vader” begint met te bidden tot de heilige God in de hemel, dan om de komst van het Koninkrijk en dan ineens om het dagelijks boord. Het lijkt wel, dat die niet bij elkaar horen. Van het heilige en het hemelse naar het alledaagse. Hoort dat bij elkaar? Ja, die horen bij elkaar. De Bijbel geeft daarvoor ook een duidelijke aanwijzing. Voor de gelovige is er een duidelijke volgorde, al is die in de praktijk niet altijd even makkelijk om te doen. Bidden om ons dagelijks brood is iets meer dan : “Here, zegen deze spijze, amen.” De Here zei:

“Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.”

Mattheüs 6:33-34

Wie niet wedergeboren is, wie Gods Geest niet heeft ontvangen, kan hier helemaal niets mee. We moeten niet vergeten, aan wie de Here Jezus dit gebed leerde. Hij leert het aan Zijn discipelen alle eeuwen door. De discipel is leerling. De vraag is, of we leerling willen zijn, of dat we onze boontjes zelf wel doppen. Voor wie het Koninkrijk niet hoeft, moet dit gebed helemaal niet bidden. Discipel zijn betekent afhankelijk zijn. Afhankelijk van wat God ons geeft. Dat wil niet zeggen, dat we geen eigen verantwoordelijkheid hebben. Integendeel. Voor zover die binnen onze mogelijkheden ligt, moeten we die nemen. Als wij doen, wat God van ons vraagt, doet Hij wat wij niet kunnen. We mogen bidden om ons dagelijks brood. Dat is een eerste levensbehoefte. Wat dat betreft hebben we geen klagen. Wij kennen de situatie niet, dat je ’s morgens moet proberen of je voor die dag een baantje kunt vinden, zodat je ’s avonds brood kunt kopen. Denk maar aan de arbeiders, die aan de poort stonden in afwachting of er iemand kwam om die dag voor hem te werken. ’s Avonds kreeg de dagloner dan zijn geld voor die dag. De volgende morgen begon het opnieuw. En zo ging het iedere dag.

In veel gevallen zit onze vriezer vol met nog veel meer dan brood. We leven in weelde. Ja, alles wordt duurder. We hebben zorgen, maar het lijkt niet op wat de mensen uit Jezus’ tijd voor problemen hadden. Wij hoeven niet te bedelen om een aalmoes om in leven te blijven. En toch mogen ook wij bidden om dingen, die we nodig hebben. Hoe dikwijls zijn we niet gezegend en blij, dat we kregen waar we om vroegen. Soms krijgen we dingen , waar we helemaal niet om gevraagd hebben. Maar het wil niet zeggen, dat we als gelovige alles krijgen wat we willen hebben. We denken dikwijls, dat we weten, wat goed voor ons is. We bidden erom en krijgen het niet. Dan zeggen we, ons gebed is niet verhoord. Dat is niet waar. Ons gebed wordt altijd verhoord, maar soms zegt God: nee. En “nee” is ook een antwoord. Of het is (nog) niet het juiste moment. Soms, en lang niet altijd, komen we later tot de ontdekking, dat het maar goed was, dat God niet deed wat we vroegen. God kent de hele weg, wij kunnen niet om de hoek kijken. Maar zouden we er wat mee opschieten, als we alles kregen, wat wij fijn vinden? Wat vindt u van de volgende woorden van de Here Jezus aan Zijn discipelen?

“Toen zei Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?”

Mattheüs 16:24-26

Willen wij discipel zijn? Er hangt een prijskaartje aan. Wie wil er nu een kruis dragen! Dat proberen we op alle mogelijke manieren te vermijden. Er staat ook niet, dat we het kruis moeten zoeken, maar als we discipel van Jezus zijn, komen we in situaties, dat kruisdragen onvermijdelijk is. De tekst zegt, dat wie zijn leven in eigen hand wil houden, het zal verliezen. Maar als we ons leven in Zijn hand leggen, kunnen we het niet verliezen. De apostel Paulus schreef aan de gelovigen:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.”

Colossenzen 3:1-3

Het is duidelijk, dat de komst van Gods Koninkrijk en ons dagelijks wel degelijk met elkaar te maken hebben. Je kunt het een niet hebben zonder het ander. Het werken voor, en het ontvangen van ons dagelijks brood, staat in het grote kader van Gods wil. De grote componist Johann Sebastian Bach zette in zijn Cantate no. 12 het thema over kruis en kroon op muziek met de woorden:

“Kruis en Kroon zijn verbonden,
Strijd en Kleinood zijn vereend.”

Het een is zonder het ander niet verkrijgbaar. En dat zouden we allemaal wel graag willen. Maar zo werkt het niet. Maar zoals eerder gezegd, als wij ons door genade een kind van God mogen weten, is ons leven met Christus verborgen in God. Dan zijn we voor tijd en eeuwigheid geborgen in Zijn hand. Niemand kan ons daar uit wegrukken. Natuurlijk moeten we zelf ook daaruit niet weglopen. Ook vandaag mogen we bidden:

“Geef ons heden ons dagelijks brood”

Mattheüs 6:11

En als de koelkast gevuld is, kunnen we alleen maar danken. Vanzelfsprekend is het niet!

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Het Onze Vader II – Gods wil

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op aarde.”

Mattheüs 6:10

Schriftlezing

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”

Mattheüs 6:6-13

Boodschap

Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op aarde. God wil, dat het op aarde is, zoals het ook in de hemel is. Ieder een weet, dat het er niet op lijkt. In de hemel is het volmaakte, op aarde is niets volmaakt. Er is nog wat huiswerk te doen. Mensen vragen vaak, wat wil God dan? Wat kunnen we doen? Het beste is om te beginnen, waar we zijn en doen wat binnen ons bereik ligt. Meer dan 700 jaar voor Christus zei de profeet Micha tegen Israël:

“Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Here van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.”

Micha 6:8

Uit Gods Woord kunnen we weten, wat goed is. Daarin vinden we de waarden en normen voor dit leven. Voor de manier waarop we dit leven inrichten, voor wat we doen en laten, moet ook eenmaal rekenschap afgelegd worden. Er zijn nogal wat mensen, die zeggen, dood is dood. Maar zo komt de mens er niet mee weg. Gods Woord zegt duidelijk:

“En zoals het de mensen beschikt is, éénmaal te sterven en daarna het oordeel.”

Hebreeën 9:27

God heeft de mens geschapen met een doel. Veel mensen vragen zich af wat het doel, wat de zin van het leven is. Gods Woord is daar duidelijk over. Als we niet weten waar we vandaan komen, als we niet weten waar we naar toe gaan, weten we ook niet wat we in dit leven moeten doen. Opgroeien, carrière maken, geld verdienen, doen waar je zin in hebt. En dan, op zekere dag houdt alles op. En dan? Over het hoofd van Israël heen luidt de boodschap:

“Ieder die naar mijn naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.”

Jesaja 43:7

God is er niet voor ons, wij zijn er voor Hem. Maar welke klacht bracht de profeet tegen Israël in?

“Een rund kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, mijn volk geen inzicht.”

Jesaja 1:3

Niemand zal voor een ezel versleten willen worden! Maar volgens de Bijbel is het blijkbaar mogelijk om met al het verstand en alle kennis, die we hebben, toch geen inzicht te hebben. Dat we op de een of andere manier niet door hebben, waar het uiteindelijk om gaat. Wat is hier aan de hand? Hoe komt het, dat God en de mens dan zover van elkaar staan? Ook daar heeft de Bijbel een antwoord op:

“Zoekt de Here, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de Here, dan zal Hij Zich over hem ontfermen – en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.”

Jesaja 55:6-9

In het Onze Vader leerde de Here Jezus Zijn discipelen bidden. Daar hoort ook bij: Uw wil geschiede. Wie heeft het voor het zeggen in uw leven? Heeft God het laatste woord, of zit het eigen ik op de troon? Daardoor ontstaat die kloof van onbegrip. Wij kunnen Gods gedachten niet peilen. Het gaat ook niet om de vraag, of we God begrijpen, maar of we geloven, wat Hij zegt. Als ik God kon begrijpen, zou ik met Hem op hetzelfde niveau staan. Dit betekent, dat ikzelf ook god ben, of dat Hij eigenlijk mens is, net als ik. Dat weten we wel beter. God wil, dat het op aarde net zo zal zijn, als het in de hemel is. Het betekent, dat Zijn wil op aarde wordt gevolgd en gerespecteerd. In de hemel was het volmaakt, totdat engelen in ongehoorzaamheid in de fout gingen. Waar God is, is geen plaats voor de zonde. In het Boek Openbaring staat:

“En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.”

Openbaring 12:7-9

We weten allemaal, dat de toestand in de wereld er treurig uitziet. Geen wonder, Satan is de overste over deze wereld. Het blijkt uit het aanbod van Satan aan de Here Jezus tijdens de verzoeking in de woestijn:

“Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, en zei tot Hem: Dit alles zal ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt. Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.”

Mattheüs 4:8-10

De Here Jezus wees het af. Later zei Hij: “Mij is gegeven alle macht (niet alleen) in de hemel (maar ook) op de aarde.” De dag komt, dat Satan gegrepen en gebonden wordt:

“En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.”

Openbaring 20:10

Dan is het over en uit met de macht van de duisternis. Dan zal Gods wil op aarde gehoorzaamd en gevolgd worden, net als in de hemel. Daarom leren we met de discipelen bidden, Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde.

Amen.

~Drs. K. van Berghem

Het Onze Vader I – De Heilige Naam

(Either JavaScript is not active or you are using an old version of Adobe Flash Player. Please install the newest Flash Player.)

“Onze Vader, die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome.”

Mattheüs 6:9

Schriftlezing

“Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”

Mattheüs 6:6-13

Boodschap

Dit zijn bekende woorden. In veel gevallen wordt dit gebed voor de maaltijd gebeden. Soms wordt het bij een begrafenis gebruikt, wanneer de kist in het graf wordt neergelaten. Maar wat betekenen deze woorden eigenlijk? De Here Jezus leerde dit gebed aan Zijn discipelen. Het is een Joods gebed. We volgen de onderverdeling van het Evangelie van Mattheüs. Het gebed begint met “Onze Vader.” De Here Jezus, Gods Zoon, maakt zich hier één met de discipelen. Daar lezen we makkelijk over heen, maar het spreekt niet vanzelf. De Here Jezus heeft Zich vernederd van Zijn goddelijk tot het menselijk niveau. Hij maakt Zich één met hen en leert hen vanuit die positie tot God te bidden. Bidden van mensen, die op aarde wonen en leren bidden tot God, die in de hemelen woont. God, de Schepper van hemel en aarde. Hij, Die Zelf buiten de schepping staat. Voor de mensen is er die onoverbrugbare kloof tussen hemel en aarde, tussen God en mens. Het tweede deel van dit vers gaat over de heiligheid van Gods Naam. Als die Naam heilig is, moet God het zelf ook zijn. In de Bijbel wordt dikwijls over “heiligheid” gesproken. Het woord “heilig” en wat ermee samenhangt, komt veel meer dan 400 keer voor. Het betekent, dat het een belangrijk onderwerp is. Heilig betekent afscheiding, rein. Eens had Mozes aan God gevraagd, of hij Hem zien mocht.

“God zei: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.”

Exodus 33:20

Dit tekent duidelijk de scheiding, die er tussen God en de mens bestaat. De uitstraling van Gods heiligheid is zo sterk, dat geen mens die kan verdragen. De directe ontmoeting van de mens met God heiligheid is dodelijk. Het is dan ook geen wonder, dat de profeet Jesaja uitriep:

“Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is, – en mijn ogen hebben de Koning, de Here der heerscharen, gezien.”

Jesaja 6:5

De ontmoeting van de mens met God is wel mogelijk, maar dan moet er een bescherming tussen God en de mens staan. Die bescherming is een Persoon. Het is niemand anders dan Gods Zoon, die mens werd en Middelaar tussen God en mens is. Zelf zei de Here Jezus:

“Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.”

Johannes 14:6

Tot die God en Vader leerde de Here Jezus Zijn discipelen bidden. Alleen door Hem kunnen wij in gebed tot God gaan. Buiten de Middelaar om, die door God Zelf is aangewezen, is God niet bereikbaar. Als wij dan tot God bidden, moeten we het wel doen, zoals Gods Woord het ons leert. Daar hoort als eerste grote eerbied voor Gods heiligheid bij. Wie daar weinig of geen aandacht aan schenkt, volgt een verkeerde weg. Waar is vandaag de “vreze des Heren?” Wie serieus aandacht aan Gods Wood besteedt, wordt niet vervuld met angst, maar met diepe eerbied. Gelovigen mogen God hun Vader noemen, maar die eerbied ontbreekt helaas bij velen.

“Uw Koninkrijk kome.” Ook al zien we het niet, die uitwerking is in volle gang. In het Onze Vader leerde de Here Jezus de discipelen bidden om de komst van Gods Koninkrijk. Toen de Here Jezus gekruisigd werd, had de Romeinse gouverneur Pilatus op het kruis de woorden laten aanbrengen:

“Jezus, de Nazoreeër, de Koning der Joden.”

Johannes 19:19

Op de Pinksterdag vond er een belangrijke ontwikkeling plaats. De Gemeente van Jezus Christus werd geboren. Nadat de apostel Paulus, in veel steden in de Synagogen de komst van het Koninkrijk verkondigd had, wezen de Joden het af. De deur ging voor de niet-Joden wijd open. Als die Gemeente voltallig zal zijn gaat in vervulling, wat de apostel Jakobus in de Gemeente vergadering in Jeruzalem aankondigde:

“Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen. En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat: Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

Handelingen 15:14-18

De vervallen hut van David is het koningshuis van koning David. Als mens, stamt de Here Jezus van hem af. Hij heeft recht op die Troon, maar heeft hem nooit bezeten. In Zijn Woord staat God garant, dat dit gaat gebeuren: “spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.”

God, die wij in Jezus Christus onze Vader mogen noemen, de Heilige van Israël, gaat dit doen. Wij bidden: “Uw Koninkrijk kome!”

Amen.

~Drs. K. van Berghem